zaterdag 23 april 2016

Daslook



Heb je wel eens gehoord van daslook? Ik heb het nu een paar jaar in mijn tuin staan, gekregen van een vriendin.  Dit voorjaar zag ik zelfs plantjes te koop bij de Intratuin. Dus tijd voor een 'daslook'-logje.

Wat is daslook?
Daslook is één van de vroegste lenteboden. Zoals de naam al zegt, hoort het thuis bij de 'look'-familie. Wij kennen hiervan bieslook, knoflook, ui enzovoort.























De blaadjes pluk je in april en mei. Ze zijn wat breder en groter dan op mijn foto, maar hier is net van geoogst.
Daslook bezit geneeskrachtige eigenschappen en is uitermate geschikt voor een voorjaars-ontgiftingskuur. Ze drijft afvalstoffen uit, werkt heel gunstig op de maag en darmen. Het helpt chronische huidziektes bestrijden.  Het geeft nieuwe energie en levenskracht en zeg nu zelf: wie kan dat niet gebruiken?!

Waar groeit daslook?
Daslook groeit op humusrijke, vochtige weiden, in schaduwrijke en vochtige dalen, onder kreupelhout, in loof- en bergbossen. Nog voordat je het plantje ziet, ruik je de sterke knoflookgeur. Het wordt daarom ook wel 'wilde knoflook' genoemd.
Het vermeerderen werkt hetzelfde als bij andere bolgewassen. Je steekt bolletjes weg en plant ze ergens anders.
Ik ben blij dat ik een plantje in een schaduwhoekje in de tuin heb staan.


Daslook en ik  (even een anekdote):
Toen ik net had kennisgemaakt met daslook, gingen we in de meivakantie naar de Ardennen. Het huisje waar we regelmatig vakantie vierden, was van mijn pa. Het ligt tegen een berghelling aan, op de grens met Frankrijk. Als je het doodlopende weggetje verder verkent, stuit je op een kronkelig voetpad, wat het smokkelaarspaadje heet. Vroeger werd er vanuit België naar Frankrijk en vice versa, flink gesmokkeld via deze route. Dat spreekt natuurlijk erg tot de verbeelding.
Als gezin lopen we dit paadje elke keer dat we er zijn. En de kinderen willen het verhaal erbij, elke keer opnieuw horen. Deze keer liep ik echter niet alleen op te gaan in het verhaal, maar ik keek ook met vernieuwde kennis en belangstelling naar de frisgroene blaadjes die overal tegen de helling groeiden. Wat leuk! Zou hier overal daslook groeien? Een begroeide berghelling, schaduwrijke plek: ja, dat is heel geschikt! Wat een geluk, die geneeskrachtige, gezonde daslook groeit in de Ardennen overal! Ik hoef het alleen maar elke dag te oogsten en we gaan heel fit en energiek na een weekje vakantie weer huiswaarts!  En dat ik dat nou nooit  geweten heb?!!
Gek dat ik de knoflookgeur niet zo duidelijk ruik, maar misschien ligt dat aan mijn neus(verkoudheid). Ik besluit niet gelijk van alles te plukken, maar een klein stukje blad te proeven!
Vreemde smaak.....
Na een minuut of wat, begint mijn tong te tintelen en te prikken. Voor mijn gevoel wordt hij dikker en dikker. Onmiddellijk hoest ik, wat ik nog in mijn mond heb, op en spuug het uit.
Oh...... dit is niet goed!  Ik ren naar huis en probeer te spugen.
Bij het huisje drink ik wat water. Doe een paar ijsklontjes in mijn mond, om die dikker-wordende keel te laten slinken.
Hoestend en proestend en water drinkend zat deze 'kruidenvrouw-in-spé' op het terras.
De kinderen om me heen, met grote verschrikte ogen.
Na een half uur was het rare gevoel weg en voelde alles weer normaal.
Gauw een kruiden/plantengids erbij gepakt.
Wát had ik in vredesnaam gegeten?
Oh nee....... ik had 'dalkruid' geproefd. Het groeit daar overal, maar is dus licht-giftig.
Nou, ik vond de reactie bij mezelf nogal heftig voor licht-giftig.
Ik mag nog blij zijn dat ik geen blad gegeten had van het 'lelietje-van-dalen' dat er ook op lijkt. Dat is niet licht-giftig, maar zwaar-giftig en werkt verlammend op de hartspier.
Voorlopig ben ik voorzichtiger als ik denk een plantje te kennen. Eerst het boekje erbij, dan pas proeven of oogsten!! En anders roepen mijn kids me wel tot de orde!

Want als ik het nu, een paar jaar later over daslook heb, hebben mijn lief en de kinderen het natuurlijk altijd over dit voorval! Tamar met haar geneeskrachtige kruiden........

Hoe gebruik je daslook?
De blaadjes kun je niet drogen, dan verliezen ze hun geneeskracht. Gebruik ze om gerechten op smaak te maken, als je peterselie gebruikt. Of gebruik de bladeren als spinazie of sla. Ik doe heerlijk een paar blaadjes op de boterham, of op een cracker of toastje, wat blaadjes door de sla of door de pasta(saus).

Je kunt daslookgeest maken, wat ik ook van mijn vriendin kreeg. Je overgiet bladeren of knolletjes met jenever, laat dit trekken en daarna neem je de druppels dagelijks in, met een glas water. Het verheldert het geheugen, voorkomt aderverkalking en vele andere kwalen.

En volgens mijn 'geneeskrachtige kruidenboek' (echt een aanrader!) kun je ook daslookwijn maken. Kook de bladeren in witte wijn en zoet deze wijn met honing. Drink slokje voor slokje als geneesmiddel tegen bronchitis en moeilijkheden bij het ademhalen. Het laat zelfs vast slijm loskomen.

Bij moeilijk genezende wonden kun je de plek inwrijven met vers looksap.
Wauw!


Ik zou zeggen: aanschaffen zo'n plantje en lekker van genieten vanuit je eigen tuin!!
Dat is veiliger dan het te zoeken in park of bos  ;)


vrijdag 22 april 2016

Citroenmelissesiroop maken

Het is nog wat vroeg in het jaar, maar ik maakte deze week alvast een paar liter citroenmelissesiroop!  Ik had er zin in en m'n jongens nemen het verfrissende drankje graag mee naar school!
Iedereen met een kruidentuin weet dat er naast groenblijvende vaste planten (of moet ik 'zichtbare' vaste planten zeggen, zoals salie, rozemarijn, tijm) ook vaste planten zijn die ondergronds overwinteren.  Ze zijn er wel maar je ziet ze niet. 
Dat is o.a. met munt, maggi en citroenmelisse het geval. Deze komen in het voorjaar vanzelf weer op. Ook citroenmelisse komt alweer goed op. Het is een echte woekerplant en vermeerdert vanzelf.  Ze blijft nog wat laag, maar is al goed te gebruiken. Wat blad in een kopje thee of in verfrissend water.
Dus als ik genoeg kan plukken, kan ik er ook siroop van maken, dacht ik.
Zo gedacht, zo gedaan!
En hier komt mijn recept.

Citroenmelissesiroop

Ingrediënten:
  • 16-18 kleine takjes citroenmelisse
  • 5 citroenen
  • 100 gr citroenzuur
  • 2500 g rietsuiker

Hoe maak ik het klaar:
Zorg voor verse takjes citroenmelisse, was ze schoon in een vergiet en doe ze in een grote pan.
Overgiet ze met twee liter water en breng het even aan de kook. Zet dan het vuur uit en laat het een nacht staan.
De volgende dag heb je sterke citroenmelissethee. Zeef het blad eruit en doe het vocht terug in de pan. Voeg de rietsuiker toe. Pers de citroenen uit en zeef het sap. Voeg dit ook toe en verwarm het vocht langzaam. Roer regelmatig en zet het vuur uit als je merkt dat de suiker opgelost is in de citroenmelisse. Als je het laat koken, heb je kans dat het gaat geleren en dan krijg je geen siroop maar een dikke saus.


Laat het mengsel afkoelen. Doe in een apart kommetje het citroenzuur en een kopje warm water. Roer dit goed, totdat het citroenzuur in het water is opgelost. Laat dit ook afkoelen.
Voeg daarna het citroenzuur toe aan de citroenmelissesiroop.

Schenk de siroop in brandschone, gesteriliseerde flessen.
Door de hoeveelheid suiker en door het citroensap en -zuur, is deze siroop wel twee jaar houdbaar.






















Nog even iets over de hoeveelheid suiker.
Suiker is niet echt goed voor een mens, dat weten we inmiddels wel.
Toch gebruik ik hier een enorme hoeveelheid suiker. Hoe zit dat?
Suiker kun je met mate gebruiken. Zorg alleen dat je er niet teveel van binnenkrijgt, bijv. via soepen, sausen etc.  Ik kies altijd voor een 'gezondere' soort zoals (biologische) rietsuiker. En als je veel zelf maakt, weet je precies wat je ergens in doet. Gebruik in geen geval vervangers met chemische namen zoals aspartaam. Dat is echt schadelijk.
Deze siroop verdun je met water en gebruik je met mate. Zo krijg je niet veel suiker binnen.
En suiker heeft een conserverende werking, waardoor producten langer houdbaar blijven. Dit wordt niet bereikt met suikervervangers.

Citroenzuur gebruik ik ook. Het is een natuurlijk bewaarmiddel en zuurteregelaar/antioxidant. Je kunt hiervoor in de plaats altijd vers citroensap gebruiken. Citroenzuur of citraat zit niet alleen in citroen, maar ook in kiwi, ananas en passievrucht.Het wordt te pas en te onpas aan allerlei producten toegevoegd (jammer) en heeft daarom een E-nummer gekregen (E 330). Ik vind het passend in deze siroop. Het is een natuurlijke stof en bij 'gewoon' gebruik, onschadelijk. Daarom durf ik dit wel te gebruiken. Je koopt citroenzuur  bij een Surinaamse toko of je kunt het bij de drogist vinden.

Voor gebruik: leng de siroop aan met water in een verhouding van 1 : 7.
Het is ook heel lekker met bubbeltjeswater.
Ik vind de smaak wat weg hebben van Rivella. Anderen noemen Tintelfruit, waar het op zou lijken.

O ja, mijn moeder vond de smaak van limonade wat 'vreemd' en zij maakte er weer een citroensaus van die ze serveerde bij vis. Je kunt de siroop eenvoudig wat laten inkoken tot saus. Serveer het eens bij ijs of een ander nagerecht.

Hoe het ook zij: wij vinden het lekker om te drinken!
Laat de zomer maar komen.


donderdag 21 april 2016

Spaghetti met raapsteeltjes

Vandaag oogstte ik mijn laatste raapsteeltjes.
Een vergiet vol!
Mmmm.... heb ik toch mooi vier maaltijden met raapstelen gegeten (en dat voor een zakje zaad van €1,79). Eerst rustig gegroeid in zwarte grond en vervolgens supervers geoogst.

Als afsluiter at ik ze bij spaghetti. Daar zijn de kinderen dol op!

Een simpel gerecht en puur van smaak, inclusief kakelverse eitjes van m'n kippen.
Zoals ik het vind passen bij verse raapsteeltjes!











Spaghetti met raapsteeltjes

Ingrediënten:
  • 2,5 bosje raapstelen of 250-300 gram
  • 3 uien
  • 5 teentjes knoflook
  • 3 el zonnebloemolie
  • 2 verse tomaten
  • 450 g spaghetti
  • 5 eieren
  • biologische tomatenblokjes uit blik (600 g)
  • verse bieslook
  • versgemalen peper
  • versgemalen zeezout
Hoe maak ik het klaar:
Was de raapsteeltjes, snijd de worteltjes eraf en snijd de groente in stukken van ongeveer 3 cm. Maak de ui en knoflook schoon en snipper ze fijn. Verhit de olie in een hapjespan en fruit de ui en knoflook een paar minuten. Voeg dan de raapsteeltjes toe, de verse tomaten in partjes gesneden en de tomaatblokjes uit blik. Laat  het mengsel ongeveer 10 minuten zachtjes stoven.
Kook de eieren hard in ongeveer 7 minuten. Kook de spaghetti intussen gaar volgens de aanwijzingen op de verpakking. Snijd de gekookte eieren in stukken en vermeng ze door de tomatensaus. Breng de saus op smaak met versgemalen peper en zout.


Serveer de spaghetti met de tomaten-raapsteeltjessaus en strooi er verse bieslook over.
Eet smakelijk!
 
Wij aten deze warme lentedag lekker buiten. Een voorproefje van de zomer...... 

woensdag 20 april 2016

Paardenbloem stroop

Iedereen kent wel de paardenbloem. Hij bloeit overal in april en mei  in grasvelden en vooral op plekken die je niet wilt.....  Onkruid?!

Wist je dat de paardenbloem eetbaar is? De hele plant: van wortels, bladeren, stengels tot bloemen is  eetbaar, maar dat niet alleen. Hij is ook heel geneeskrachtig. Vooral bij gal- en leverziektes is het een echt medicijn!
Als je ooit wel eens geprobeerd hebt om paardenbloem te eten, weet je dat die behoorlijk bitter smaakt.

Ik maakte deze week  paardenbloemenstroop. Wel de gezonde (en geneeskrachtige) eigenschappen, maar niet de bittere smaak. Lékker dat het is!
Wanneer je geen eigen moestuin hebt, maar toch iets wilt oogsten en maken, heb je nu de uitgelezen kans. Met paardenbloemen kun je aan de slag gaan.....
Hier staan ze uitnodigend in de tuin. Elke dag bloeien er weer nieuwe!
Zorg uiteraard dat je niet plukt op een plek waar ook honden worden uitgelaten of vlak langs een drukke autoweg.
Pluk maar raak!

Paardenbloemenstroop

Ingrediënten:
  • 2 handen paardenbloemen (zonder steel)
  • 500 g biologische rietsuiker
  • 2 schijfjes biologische citroen
Hoe maak ik het klaar:
Neem er de tijd voor. Pluk de paardenbloemen op een zonnige dag. Ik plukte twee handen vol, dat zijn ongeveer 100 bloemkopjes. Spoel ze even af in een vergiet onder de kraan.
Doe ze daarna in een pan met 500 ml water. Breng aan de kook en zet het vuur dan uit. Laat het een nacht trekken.
De volgende dag zeef je het paardenbloemenmengsel. Knijp de paardenbloemen goed uit. Je hebt nu een donkerbruine 'thee'.

Giet dit terug in de pan en voeg de suiker en de citroenschijfjes toe.  
Breng aan de kook op een laag vuur en laat het doorkoken.
Het mengsel moet van de lepel als een dunne stroop lopen.
Bij het afkoelen wordt het namelijk nog wat dikker.
Het moet smeerbaar zijn, zodat je het op een beschuitje of boterham kunt eten. 
Je kunt het tussentijds ook even laten afkoelen, dan zie je of het de gewenste dikte heeft bereikt.
Ik liet het bijna anderhalf uur zachtjes koken.
Dus neem je tijd .......
En dan is je paardenbloemenstroop klaar!
Omdat dit mijn eerste inmaakwerkje van dit jaar is, moest ik natuurlijk potjes uitkoken.
Ik heb er heel veel verzameld deze winter...... dus geen gebrek.
In sodawater kook ik de potjes en deksels ongeveer 5 minuten. Gelijk week ik eventuele lijmresten  van etiketten af.  Die schone potjes spoel ik nog twee keer om met kokend water, zodat ook de sodasporen verdwenen zijn.
Schoon werken is belangrijk, wil je iets langer kunnen bewaren.
En door de conserverende eigenschappen van zowel suiker als citroen, is een potje paardenbloemenstroop wel een jaar houdbaar.


Als je er zo lang vanaf kunt blijven......


 

maandag 18 april 2016

Mijn moestuin (15)

Wat was het heerlijk tuinweer, deze week. Ik kon een heleboel doen!

Aardappels

Ik kwam in mijn aardappelmand die in de schuur staat, een heleboel krielaardappeltjes tegen met beginnende uitlopers. Nu kun je die vaak nog prima eten,  maar ik deed er wat anders mee. Juist, ja: hergebruiken en opnieuw poten!
Ze zijn deels van mijn oogst van vorig jaar, dus dat is dubbel leuk. Mijn eigen aardappelkringloopje....
Al kan dit maar één keer, vanwege de gevreesde aardappelziekte.

Ik nam er de tijd voor. Maandag pootte ik twee rijen aardappels in mijn moestuin. Woensdag pootte ik vier rijtjes in mijn wijktuin (waar ook de andere 'vroege en late' aardappelen al staan) en vrijdag het restant weer in mijn moestuin. Ik verdeel de aardappels bewust over mijn twee tuinen. Bij aardappels heb je altijd kans op de aardappelziekte phytophthora. De ziekte wordt veroorzaakt door een protist, een zogenaamde waterschimmel. Hoe langer de aardappels in de grond zitten, hoe meer kans je hebt, dat de ziekte uitbreekt. Zeker met natte, koele zomers. Dan verbreidt deze oömyceet zich razendsnel. Aardappelen en tomaten, die tot de nachtschade-achtigen behoren, zijn hier erg gevoelig voor. Aardappelloof moet altijd afgevoerd worden (of bij aantasting verbrand) en alle aardappels moeten uit de grond gehaald worden. Anders overwintert de schimmel en blijft de aardappelziekte uitbreken. Dit is ook de reden dat je bij aardappels altijd wisselteelt moet toepassen. Pas na 5 jaar kun je aardappelen weer op hetzelfde stukje grond poten. En dat is de reden dat ik ze ook over mijn twee tuinen verdeel.
Vorig jaar is het goed gegaan...... dit jaar ook weer?!

Zaaien

Ik heb ontzettend veel zaad: gekregen, overgehouden van vorig jaar en een klein beetje zelf gewonnen. Als ik alles zou gebruiken, kan ik wel tien tuinen vullen. Dus ik doseer, kijk wat ik kan ruilen en kijk wat ik nog voor volgend jaar kan bewaren.
Gelukkig groeit niet alles even hard en is niet alles tegelijk klaar...... In ieder geval staat mijn vensterbank helemaal vol met potjes en bakken. Gelukkig gaan andere plantjes weer afharden in mijn kas. Als het daar ook vol komt te staan, gaat een eerste deel alweer in de volle grond. Zo is het voortdurend doorschuiven.
Kijkend naar wat er opkomt en verlangend naar een goede oogst.
Maandag zaaide ik opnieuw venkel. De vorige keer (begin maart) zaaide ik wel 16 zaadjes, er is maar één plantje gaan groeien. Nu zaaide ik er weer 16..... ben benieuwd.
Verder zaaide ik courgette. En het eerste groen komt al voorzichtig omhoog!! Ook zaaide ik palmkool. Een soort 'oude' boerenkool. Vorig jaar met het zaaien in de volle grond, kwam er niks op. Toch maar voorzaaien, dit jaar.
Ik zaaide komkommer en pompoen......
En nu maar wachten..... En volgende week weer verder gaan met zaaien! Eigenlijk kun je vanaf nu alle groentes en kruiden gaan zaaien. Het is lang licht en de temperatuur wordt steeds hoger. Alleen is er tot ijsheiligen (21 mei) nog kans op nachtvorst.  Nog niet alle plantjes kunnen buiten in de volle grond.
Ik heb al wel radijs en snijbiet in de moestuin gezaaid, dat kon zelfs al eerder.

De schooltuin

De kinderen van groep 5 kwamen woensdag enthousiast naar de tuin toe voor hun tweede les. Ze konden hun tuintje terugvinden. Hun aardappels veilig onder de grond, hun viooltjes mooi bloeiend aan het begin van hun tuintje.....

                                                

Hierboven zie je het teeltplan. Dit is voor alle schooltuinen hetzelfde (ook op de andere wijktuinen in de stad) en is, op wat kleine wijzigingen na, al jaren hetzelfde.
Met de bedoeling de kinderen zoveel mogelijk te leren over zaaien, poten en planten. Om zoveel mogelijk verschillende gereedschappen te leren gebruiken en om zoveel mogelijk gangbare groenten van hun eigen tuin te kunnen halen. Want groentes komen niet uit de winkel! Oh, nee...... ze groeien op het land en dat kost tijd en werk. (Dat wil de Albert Heijn de kids ook goed leren!)
Deze les gaan we goudsbloemen zaaien en uien en sjalotten planten.

  Het goudsbloemenzaad ziet er wel een beetje eng uit. Net kleine, dode kriebelbeestjes.
Maar iedereen durfde het toch aan!
Hoewel ik bij de voorbeeldtuin alles voordoe en laat zien, is het voor sommige kinderen toch nog lastig om te onthouden waar het gezaaid moet worden (achter de aardappel!).
Vóór de aardappels, aan beide kanten van het paadje, maken we een streepje in de grond.
Aan de ene kant komen de sjalotten, aan de andere kant worden de uitjes in de grond gezet.
Als ik uitleg dat vogels het kleine, bruine uitsteekseltje als een wormpje zien, onthouden kinderen beter dat ze de grond rondom de ui (sjalot) even stevig moeten aandrukken.
Deze les leerden de kinderen de schrepel kennen. Ik vind het zelf een super handig tuingereedschap.
Afbeeldingsresultaat voor schrepel
Het is een kleine handschoffel. Door de punt kun je de grond best diep bewerken en ook langere onkruidwortels loskrijgen. Ook kun je er 'strepen' mee trekken.
Het was weer een leerzame les en het was al 16 graden op de tuin. Dat was goed uit te houden.

Oogsten

Deze week at ik raapstelen en spinazie uit eigen tuin. Het leuke is, dat raapstelen twee keer groeien. Bij de eerste oogst knip je alleen de blaadjes af. Bij de tweede oogst, trek je de groente met worteltje en al uit de grond. Zoals je ze ook in de winkel ziet liggen. Spinazie kun je zelfs drie keer oogsten. Ze groeit weer aan, maar bij de derde keer worden de blaadjes minder rond, wat puntig zelfs. Daarna is de groeikracht eruit. De plantjes willen zich vermenigvuldigen en schieten snel 'in het zaad', krijgen bloemetjes (wat ten koste van de bladgroei gaat). Ik probeerde twee dagen achter elkaar spinazie te oogsten, maar dat kan eigenlijk niet. Ik heb nog niet zoveel staan.....
Volgende week verwacht ik dat ik de laatste raapstelen oogst en de eerste kropsla en pluksla kan oogsten. Mmmm...... helemaal lekker in het voorjaar.

                          Wat ik ermee ga maken en hoe ik het eet, deel ik weer hier.


 

zondag 17 april 2016

Pesto zelf maken

Een paar jaar geleden maakte ik voor het eerst zelf pesto, toen ik veel basilicum had staan.
Deze week maakte ik pesto op basis van spinazie.
Maar ik ontdekte dat je eigenlijk van elke groene groente of kruid pesto kan maken, als je een aantal vaste  ingrediënten toevoegt.
En als je eenzelfde bereidingsvolgorde aan houdt....
Hier komt mijn:

Basisrecept pesto:

Ingrediënten:
  • 150 - 200 g (of twee handen vol) groen kruid of groente   (bijv. basilicum, spinazie, boerenkool, raapsteel etc.)
  • 2 - 3 tenen knoflook (naar smaak meer of minder)
  • 50 g noten (bijv. pijnboompitten, walnoten, pistachenoten, hazelnoten)
  • 50 - 75 g geraspte kaas (bijv. Parmezaanse, Grana Padano, Hollandse belegen....)
  • 100 - 200 ml olijfolie
Hoe maak ik het klaar:
Gebruik een keukenmachine en dan is het een fluitje van een cent.
Was de groente goed. Pel de knoflook. Kies de noten en let op het smaakkarakter.
Rasp de kaas en doe alles in de keukenmachine. Maal fijn.
Voeg daarna de olie in een straaltje toe, terwijl de keukenmachine draait.






















Doe dit tot de gewenste smeuiigheid /dikte bereikt is. Proef een beetje en breng op smaak met zout en peper.

Fantastisch, hè? Zo maak je altijd je eigen verse pesto met de ingrediënten die jij in huis hebt. Of die bij jou in de tuin groeien......
Perfect voor bij de pasta, als tapashapje of, zoals mijn kinderen doen, op een boterham met tomaat ;).
Volgende week ga ik een pesto uitproberen met onkruid......

Hier nog even mijn heerlijke

Spinaziepesto met penne

                                            
Ingrediënten:
  • 150 g verse spinazie
  • klein handje verse basilicum
  • 1 teen knoflook
  • 50 g gepelde pistachenootjes
  • 50 g geraspte belegen kaas
  • 200 ml olijfolie
  • versgemalen zeezout
  • versgemalen peper
  • 500 g volkoren penne
  • 200 g diepvriesdoperwten
  • 200 g roomkaas (bijv. Ricotta)


Hoe maak ik het klaar:



Maak eerst de pesto volgens bovenstaand recept.
Breng op smaak met zout en peper.
Kook de penne beetgaar volgens de aanwijzingen op de verpakking. Kook de laatste 2 minuten de doperwten mee. Giet af en bewaar een paar lepels kookvocht.
Meng de pasta met de spinaziepesto in een voorverwarmde schaal. Voeg wat kookwater toe om de saus losser te maken. Verdeel de roomkaas erover en maal er verse peper over.








Een eenvoudig maar puur gerecht!

Zó at ik mijn verse voorjaarsspinazie dit weekend!