dinsdag 26 april 2016

Rabarber!

Yes! Het is weer tijd voor rabarber! De rabarber ligt van april tot eind juni in de winkels. En in mijn tuin staan wel acht planten! Er verschijnen al lange, rode stengels, klaar om geoogst te worden!

Voor ik verder schrijf, moet ik eerst iets opbiechten: eigenlijk vind ik rabarber niet zo lekker! Huh?
Nou ja, rabarbermoes dan. Dat prutje dat ik vroeger na mijn aardappelprakkie op mijn bord kreeg, of in mijn vanillevla...... Bah!

Met rabarber kun je gelukkig veel meer doen!
Vorig jaar bijvoorbeeld maakte ik:
  • rabarberjam, soms gecombineerd met andere vruchten of met kruiden
  • rabarberlikeur oftewel rabarbercello
  • rabarbersiroop, mooi roze van kleur. De smaak was echter zó apart. Ik hoop dat ik het recept weer tegenkom, zodat ik weet wat ik er in heb gedaan.
  • rabarbertaart, ik heb ze in zeker vijf varianten gebakken
En wie weet wat ik dit jaar met mijn rabarberoogst allemaal nog meer ga klaarmaken.
Om met het laatste te beginnen: ik maakte gisteren mijn rabarbercrumble! Een oud recept.......

Verrassende rabarbercrumble

Ingrediënten:
  • 750 g rabarber
  • 150 g vruchtensuiker (fructose)
  • 2 el rozijnen
  • 2 tl sinaasappelrasp
  • 100 g volkorenmeel
  • 1/2 tl kruidnagelpoeder
  • 125 g koude roomboter
Hoe maak ik het klaar:
                                                                                         Week de rozijnen in wat warm water. Rasp een stukje van de (liefst biologische) sinaasappelschil af.   Verwarm de oven voor op 160 graden. Was de rabarber, maak ze schoon en snijd ze in kleine stukjes. Schep 50 g suiker en de rozijnen erdoor. Vet een lage ovenschaal in met een eetlepel boter en verdeel  het rabarbermengsel in de schaal.
Roer de rest van de suiker, het meel, de sinaasappelrasp en het kruidnagelpoeder door elkaar in een kom.  Doe de koude boter erbij  en snijd die met twee messen door het meelmengsel.

Kneed het daarna met de vingertoppen snel door elkaar tot het een kruimelig deeg is. Verdeel dit over de rabarber en zet de schaal in de oven. Bak de rabarbercrumble in ca. 50 min. gaar en licht goudbruin. Door de sinaasappelrasp kleurt het mooi oranje. Leuk voor koningsdag! 



Geweldig als dessert. Zowel warm als koud lekker!
En bij een kopje thee smaakt het ook!
Serveer de crumble evt. met wat geslagen (soja)room of met een bolletje citrusvruchtenijs.



 Ziet het er niet lekker uit!?!

maandag 25 april 2016

Brandnetellasagne

Wat ben ik toch een vreemd mens..... Ik ken tenminste niemand anders die van dit plaatje brandnetels, wat zich overigens meters en meters ver uitstrekt, enthousiast wordt.

Ik wel!  

Ik zie de mogelijkheden!
Brandnetels zijn geweldig, als je er wat meer van weet!
Ik heb er al eerder over geschreven, dus dat ik ga niet herhalen, maar als je weet hoe geneeskrachtig en gezond iets is,  kun je er van leren genieten.
Deze brandnetels staan aan de randen van de (biologische) wijktuin. Heel natuurlijk en puur. De tuin is afgesloten met een hek, er komen geen honden, het ligt niet direct langs een drukke weg en Henk laat ze speciaal voor mij nog even staan.
Gaan ze bloeien, dan gaat hij ze ook weghalen. Hup, met de bosmaaier erover heen.
Super, toch?
Ik plukte 500 gram. Alleen de topjes met de eerste blaadjes daaronder. Als je ze langs boven vastpakt, brandt je je niet. Hoewel..... je voelt altijd wel iets, een heel klein beetje! Maar het voelt meer als een tinteling. En elke keer denk ik eraan, dat ik vast geen reuma aan mijn handen zal krijgen, als ik zoveel brandnetels pluk.... Of het waar is, zal ik wel merken (en is natuurlijk van meerdere factoren afhankelijk.....) maar feit is dat brandnetels geneeskrachtig zijn.
Thuis deed ik de brandnetels in mijn groentewasemmer.  
En toen maakte ik brandnetellasagne.
En dat vónden ze hier toch lekker!!
Het was zo op.

Ik deel het recept hier!

Brandnetellasagne

Ingrediënten:
  • 500 g verse brandnetels (toppen van voor- of najaar)
  • olijfolie
  • 1 ui
  • 2 kleine preitjes
  • 2 teentjes knoflook
  • 250 g kastanjechampignons
  • 1, 5 pak lasagnebladen
  • 2 tomaten
  • 200 g geraspte belegen kaas
  • versgemalen peper
  • kruidenzout
Voor de bechamelsaus:
  • 50 g boter
  • 50 g bloem
  • 8 dl ongezoete sojamelk

Hoe maak ik het klaar:
Was de brandnetels voorzichtig in een emmer of vergiet. Omdat snijden nogal lastig is, zonder jezelf flink te prikken, knip ik met een schaar de brandnetels fijner. Snipper de ui en de knoflook en snijd de preitjes in dunne stukjes.
Verwarm de oven voor op 210 graden.
Verwarm de olie in een grote hapjespan en fruit hierin de ui, knoflook en prei. Voeg na twee minuten de brandnetels in gedeeltes toe en laat ze op hoog vuur slinken. Breng op smaak met peper en kruidenzout. Verwarm in een kleine koekenpan wat boter en bak hierin de in plakjes gesneden champignons.
Maak ondertussen de bechamelsaus. Neem een kleine pan en smelt hierin de boter. Voeg de bloem toe als de boter gesmolten is. Roer goed tot een soort bal ontstaat (de roux). Verwarm een paar minuten. Meet de sojamelk af. Je kunt een deel kookvocht of gewoon water nemen in plaats van de melk. Voeg de vloeistof in gedeeltes toe, onder voortdurend, stevig roeren. Ik gebruik een garde, want de saus moet klontvrij worden. Warm elke keer even goed door, voordat je een nieuwe scheut vocht toe voegt. 







Neem een grote ovenschaal en vet die in met een scheutje olie.
Begin met een laag brandnetelmengsel, verdeel daaroverheen een klein beetje saus en wat gebakken champignons. Dek af met een laag lasagnebladen. Herhaal dit twee of drie keer.
De bovenste laag maak je met alleen saus, daaroverheen verdeel je de in schijven gesneden tomaten.
Dek af met een laag geraspte kaas.

Schuif de lasagne in de oven en bak hem ongeveer in 30 tot 40 minuten gaar.



 
 Dit recept heb ik ooit een keer als tiener overgeschreven uit één of ander blaadje.
Ik weet echt niet meer waarom, want mijn moeder kookte altijd gewone, Hollandse kost. Ze gebruikte nooit knoflook en natuurlijk al helemaal nooit brandnetels, want dat is toch geen groente......
Dit is beslist een heel alternatief recept.
Maar het is echt lekker!

En durf je de brandnetels niet aan? Dan kun je die vervangen door spinazie...... 
Laat je het me horen als je het een keer geprobeerd hebt?

zondag 24 april 2016

Mijn moestuin (16)

Deze week heb ik veel in  de tuin gedaan en beleefd! Van een padje onder mijn loopplank tot het tellen van mijn paksoi-plantjes, van bloempotjes verven met kids tot 's avonds in het donker nog zaaien, van heerlijk in mijn hemdje in het zonnetje zitten, tot verkleumen in een hagelbui.
April doet wat 'ie wil! En ik ook!

Planten:
Ik begon deze week met alle gezaaide plantjes uit te planten. Soms is zaad zó klein dat er per ongeluk meer dan twee zaadjes per potje in de grond vielen. Zo heb ik heel veel paksoi wat op een soort kluitje groeide. Tijd om het ordentelijk in afzonderlijke potjes te zetten. Maar wat had ik er veel..... Na het uitplanten kwam ik met tellen tot 31!! Ja, het is goed opgekomen. Maar wat moet ik met 31 paksoi-planten?! 
Nou ja, eerst maar kijken wat er doorgroeit..... het blijft spannend met een tuin, hoor.
Zo had ik ooit eens meer dan honderd Chinese kool plantjes uitgezet. Uiteindelijk heb ik er 3 van gegeten. De rest was slakkenvoer......

Ik wilde de paksoi-plantjes gelijk in mijn kasje zetten om te harden, maar daar was niet zoveel ruimte meer en ook potjes om over te planten, waren bijna op.
De slaplantjes, ijsbergslaplantjes en krootjes namen de ruimte en de potjes in. Gelukkig kunnen die al uitgeplant worden in de volle grond. Daar is nog ruimte genoeg.

Zo gezegd zo gedaan.
Met een paar manden vol plantjes op naar de moestuin.

Daar zette ik de sla in twee rijtjes naast elkaar èn naast het aardappelbed.

De worteltjes willen graag meer ruimte.....
Sla, vooral die malse, groene blaadjes, zijn zeer aantrekkelijk voor vogels.
Dus daar moet een net overheen. Even lenen van de peultjes, want het net dat ik nog had liggen, was te klein. Kwestie van doorschuiven. Ach...... het moet er netjes uit zien, maar liefst geen geld kosten. De bogen zijn op maat gemaakte pvc-buizen. Volgens mij gebruiken alle moestuinders die.

En een beetje kunnen handwerken is ook prettig. Het grote gat dicht ik met vier touwtjes: even weven en dan vaststrikken.....
Zo, die plantjes staan goed! Over hoeveel tijd zou ik ze kunnen oogsten?
De krootjes of rode bietenplantjes zet ik achteraan de rij met de tuinbonen. Gewoon een kwestie van de ruimte opvullen. Dat kan makkelijk, omdat ik toch geen tuinplan heb, dan kan ik fijn flexibel zijn.
De lege potjes, waar het me om te doen was, nam ik weer mee naar mijn achtertuin en m'n pottafeltje.

Nu kon ik de paprikaplantjes overzetten evenals de bleekselderij en de knolselderij. Krijgen die ook weer de ruimte om door te groeien.

Zaaien
Nu had ik weer ruimte om te zaaien. Woensdag zaaide ik zes potjes in met augurken. Vorig jaar had ik heel wat augurken ingemaakt, maar helaas zijn ze al weer op. 
Ik zaaide zeven potjes in met witlof. Hopelijk lukt het dit jaar. Witlof is een heerlijk gewas, wat door twee verschillende groeifases moet gaan. Een andere keer meer hierover.
Ik zaaide drie potjes in met Cantaloupe-meloen. Deze groeien echt in mijn kasje. Als ze in de nazomer rijpen, verspreiden ze een doordringend zoetige geur, die de hele kas vult. Ben benieuwd of het dit jaar ook weer lukt! En of ze wat groter worden....
Verder zaaide ik spruitjes: heerlijk! Deze hebben veel groeitijd nodig, wel een beetje vreemd om ze nu al te zaaien als voorbereiding van een oogst in de winter, dus over zo'n zeven tot negen maanden..... maar tuinieren is plannen en vooruit denken.
Ik zaaide  ook drie potjes raddichio in: heerlijke kropjes bitterrode sla (kruising tussen sla en witlof).
En kouseband: een exotische groente, die ik in mijn kasje opkweekte afgelopen jaar. Het lukte! Dus dit jaar ga ik er opnieuw voor. Ik maakte er rotivulling mee klaar, een lievelingsgerecht van de kinderen. 
Ik zaaide een pot in met anijs. Dit kiemt langzaam en ik ben benieuwd of het gaat lukken. Ik wil het voor het zaad opkweken. Dan kunnen de kinderen in de winter een kop anijsmelk drinken, van zelf opgekweekt anijszaad. Hoe leuk is dát!
Ik zaaide vijf potjes bloemkool in en dat vind ik spannend. Voor mijn gevoel moet je voor een goede bloemkooloogst een heel goede tuinder zijn, want bloemkool heeft veel vijanden: rupsen, slakken, vogels.....  en later ook zonlicht. Ik ga het gewoon proberen, dit jaar!
En ja, waar had ik nou ook al weer dat andijvie zaad gelaten?! Gelukkig, ik greep niet mis, maar had het nog niet op zaaivolgorde gelegd........ Ik zaaide zes potjes in met andijvie en dat ga ik nog een paar keer herhalen dit jaar. Andijvie groeit snel, dus dat kan een paar keer per jaar gezaaid en geoogst worden.
Ook zaaide ik nog pompoenen, van zaad dat ik zelf gewonnen heb. Ben benieuwd hoeveel pompoenen er dit jaar aan komen.
Mijn jongste zoon zaaide samen met een vriendinnetje nog een aantal moestuintjes van de AH. Wat een gezellig bakje wordt dat!

In mijn wijktuin zaaide ik twee rijtjes radijs en vier rijtjes snijbiet.
En nu maar wachten op regen en zonneschijn, dagen en nachten wachten......
Want ik kan zaaien, maar dat het zaad gaat groeien is elke keer weer een wonder!

Mijn wijktuin
Woensdag kwamen de kinderen weer op de tuin voor hun derde schooltuinles.
Deze keer deden we twee lessen in één, omdat het volgende week koningsdag is en daarna vakantie. Alle kinderen worden uitgenodigd om ook tussentijds naar hun tuintje te komen: onkruid wieden, eventueel water geven, gewoon even kijken. Maar ja......  kinderen vergeten het wel eens.
In ieder geval was het een leuke, afwisselende les, deze week.
Achterin de tuin is er een overdekte lesplek waar ik de les altijd begin en afsluit. Met een eigen white board..... hoe luxe op de tuin!
Deze week zetten de kinderen krootjes, rode sla en andijvie in hun tuintje. En ze planten afrikaantjes.
Een drukke les, maar ze kregen extra tijd. Als gereedschap gebruikten we de grote schoffel. Doordat de grond in de winter zó goed is voorbewerkt: met een tractor geploegd, bemest en gefreesd, groeit er niet zoveel onkruid. De kinderen hebben geluk! Maar toch moeten ze leren hoe ze met al het gereedschap moeten omgaan.
Na de praktische lessen in de voorbeeldtuin, is het gelukt. Bij alle kinderen staan de plantjes in de tuin! Niet allemaal recht op het rijtje, niet allemaal links wat links moest, maar ach.... who cares.
De kinderen vinden het leuk! Ze genieten ervan! Ze zijn enthousiast! 
Als ik vermoedde dat kinderen niet echt geïnteresseerd waren in tuinieren, vroeg ik ernaar en tot mijn verrassing zeiden juist die kinderen dat ze hun eigen tuintje super leuk vinden.
Dan is mijn werk helemaal geslaagd, toch?!!

En als loon kreeg ik ook mijn plantjes voor in de tuin. Sjalotjes, afrikaantjes, krootjes, rode sla en andijvie. Dat krijgt een plekje in mijn wijktuin. Ik begin bij de randen en kijk wel welke planten er nog meer een plekje nodig hebben. Eén hoekje van m'n tuin (2 m2 ofzo) krijgen mijn jongste twee kinderen. Wat waren ze daar blij mee. Ze waren bijna niet meer mee te krijgen. En wat zag de grond er in dát hoekje mooi bewerkt en fijn uit. Goed gedaan!

's Middags was er (weer) een leuke kinderactiviteit: bloempotjes verven en versieren en daarna een moestuintje erin zaaien.
De wijktuinen werden door Albert  Heijn gesponsord met alle overgebleven moestuinpotjes. Twee bananendozen vol, werden afgeleverd. Samen met een paar flessen aanmaaklimonade en een paar zakken spekkies. Goede actie, zeg!

Er kwamen zo'n twintig kinderen op deze activiteit af en die hebben erg veel plezier gehad.
Allemaal gingen ze met een mooi geverfd potje met daarin een gezaaid  'moestuintje' naar huis, ook mijn kinderen!
Wat een super leuke middag. 

Oogsten:
Deze week oogstte ik ècht de laatste raapstelen en at het met spaghetti.
Wat een verrassing toen ik dacht daarna een lege kas te hebben. Er waren spontaan plantjes gaan groeien van wat er vorig jaar had gestaan. Koriander kwam her en der op. Mmmm.....  wat ruikt dat toch lekker! En ook een plukje postelein komt spontaan op. Dat gaat er natuurlijk niet uit........ eens kijken wat ik ermee kan.
Ik zie het als een belofte voor als ik het zevende jaar mijn tuin en grond rust ga geven. Ook dan zal ik kunnen oogsten, terwijl de grond niet bewerkt wordt......

En ik oogstte mijn eerste krop sla.
Ik at het lekker als een grote lunchsalade op. Wat smaakte dat goed, buiten in het zonnetje.

Een paar madeliefjes erop! Een feest voor het oog!
Ik voel me niet alleen gezond maar ook super energiek hierdoor!
Donderdagmiddag was het niet koud en in mijn kasje staat een thermometer. Zie jij wat ik zie?
In april, achter enkel glas, deze temperatuur........ 
 
Mijn appelboompje die al twee keer verplant is, staat nu mooi in bloei. Zou er dit jaar eindelijk een appeltje aan gaan groeien?!

Weer een week voorbij! Dat gaat snel!
Ik zie weer uit naar wat er de komende week op mijn tuin te beleven valt.....



zaterdag 23 april 2016

Daslook



Heb je wel eens gehoord van daslook? Ik heb het nu een paar jaar in mijn tuin staan, gekregen van een vriendin.  Dit voorjaar zag ik zelfs plantjes te koop bij de Intratuin. Dus tijd voor een 'daslook'-logje.

Wat is daslook?
Daslook is één van de vroegste lenteboden. Zoals de naam al zegt, hoort het thuis bij de 'look'-familie. Wij kennen hiervan bieslook, knoflook, ui enzovoort.























De blaadjes pluk je in april en mei. Ze zijn wat breder en groter dan op mijn foto, maar hier is net van geoogst.
Daslook bezit geneeskrachtige eigenschappen en is uitermate geschikt voor een voorjaars-ontgiftingskuur. Ze drijft afvalstoffen uit, werkt heel gunstig op de maag en darmen. Het helpt chronische huidziektes bestrijden.  Het geeft nieuwe energie en levenskracht en zeg nu zelf: wie kan dat niet gebruiken?!

Waar groeit daslook?
Daslook groeit op humusrijke, vochtige weiden, in schaduwrijke en vochtige dalen, onder kreupelhout, in loof- en bergbossen. Nog voordat je het plantje ziet, ruik je de sterke knoflookgeur. Het wordt daarom ook wel 'wilde knoflook' genoemd.
Het vermeerderen werkt hetzelfde als bij andere bolgewassen. Je steekt bolletjes weg en plant ze ergens anders.
Ik ben blij dat ik een plantje in een schaduwhoekje in de tuin heb staan.


Daslook en ik  (even een anekdote):
Toen ik net had kennisgemaakt met daslook, gingen we in de meivakantie naar de Ardennen. Het huisje waar we regelmatig vakantie vierden, was van mijn pa. Het ligt tegen een berghelling aan, op de grens met Frankrijk. Als je het doodlopende weggetje verder verkent, stuit je op een kronkelig voetpad, wat het smokkelaarspaadje heet. Vroeger werd er vanuit België naar Frankrijk en vice versa, flink gesmokkeld via deze route. Dat spreekt natuurlijk erg tot de verbeelding.
Als gezin lopen we dit paadje elke keer dat we er zijn. En de kinderen willen het verhaal erbij, elke keer opnieuw horen. Deze keer liep ik echter niet alleen op te gaan in het verhaal, maar ik keek ook met vernieuwde kennis en belangstelling naar de frisgroene blaadjes die overal tegen de helling groeiden. Wat leuk! Zou hier overal daslook groeien? Een begroeide berghelling, schaduwrijke plek: ja, dat is heel geschikt! Wat een geluk, die geneeskrachtige, gezonde daslook groeit in de Ardennen overal! Ik hoef het alleen maar elke dag te oogsten en we gaan heel fit en energiek na een weekje vakantie weer huiswaarts!  En dat ik dat nou nooit  geweten heb?!!
Gek dat ik de knoflookgeur niet zo duidelijk ruik, maar misschien ligt dat aan mijn neus(verkoudheid). Ik besluit niet gelijk van alles te plukken, maar een klein stukje blad te proeven!
Vreemde smaak.....
Na een minuut of wat, begint mijn tong te tintelen en te prikken. Voor mijn gevoel wordt hij dikker en dikker. Onmiddellijk hoest ik, wat ik nog in mijn mond heb, op en spuug het uit.
Oh...... dit is niet goed!  Ik ren naar huis en probeer te spugen.
Bij het huisje drink ik wat water. Doe een paar ijsklontjes in mijn mond, om die dikker-wordende keel te laten slinken.
Hoestend en proestend en water drinkend zat deze 'kruidenvrouw-in-spé' op het terras.
De kinderen om me heen, met grote verschrikte ogen.
Na een half uur was het rare gevoel weg en voelde alles weer normaal.
Gauw een kruiden/plantengids erbij gepakt.
Wát had ik in vredesnaam gegeten?
Oh nee....... ik had 'dalkruid' geproefd. Het groeit daar overal, maar is dus licht-giftig.
Nou, ik vond de reactie bij mezelf nogal heftig voor licht-giftig.
Ik mag nog blij zijn dat ik geen blad gegeten had van het 'lelietje-van-dalen' dat er ook op lijkt. Dat is niet licht-giftig, maar zwaar-giftig en werkt verlammend op de hartspier.
Voorlopig ben ik voorzichtiger als ik denk een plantje te kennen. Eerst het boekje erbij, dan pas proeven of oogsten!! En anders roepen mijn kids me wel tot de orde!

Want als ik het nu, een paar jaar later over daslook heb, hebben mijn lief en de kinderen het natuurlijk altijd over dit voorval! Tamar met haar geneeskrachtige kruiden........

Hoe gebruik je daslook?
De blaadjes kun je niet drogen, dan verliezen ze hun geneeskracht. Gebruik ze om gerechten op smaak te maken, als je peterselie gebruikt. Of gebruik de bladeren als spinazie of sla. Ik doe heerlijk een paar blaadjes op de boterham, of op een cracker of toastje, wat blaadjes door de sla of door de pasta(saus).

Je kunt daslookgeest maken, wat ik ook van mijn vriendin kreeg. Je overgiet bladeren of knolletjes met jenever, laat dit trekken en daarna neem je de druppels dagelijks in, met een glas water. Het verheldert het geheugen, voorkomt aderverkalking en vele andere kwalen.

En volgens mijn 'geneeskrachtige kruidenboek' (echt een aanrader!) kun je ook daslookwijn maken. Kook de bladeren in witte wijn en zoet deze wijn met honing. Drink slokje voor slokje als geneesmiddel tegen bronchitis en moeilijkheden bij het ademhalen. Het laat zelfs vast slijm loskomen.

Bij moeilijk genezende wonden kun je de plek inwrijven met vers looksap.
Wauw!


Ik zou zeggen: aanschaffen zo'n plantje en lekker van genieten vanuit je eigen tuin!!
Dat is veiliger dan het te zoeken in park of bos  ;)


vrijdag 22 april 2016

Citroenmelissesiroop maken

Het is nog wat vroeg in het jaar, maar ik maakte deze week alvast een paar liter citroenmelissesiroop!  Ik had er zin in en m'n jongens nemen het verfrissende drankje graag mee naar school!
Iedereen met een kruidentuin weet dat er naast groenblijvende vaste planten (of moet ik 'zichtbare' vaste planten zeggen, zoals salie, rozemarijn, tijm) ook vaste planten zijn die ondergronds overwinteren.  Ze zijn er wel maar je ziet ze niet. 
Dat is o.a. met munt, maggi en citroenmelisse het geval. Deze komen in het voorjaar vanzelf weer op. Ook citroenmelisse komt alweer goed op. Het is een echte woekerplant en vermeerdert vanzelf.  Ze blijft nog wat laag, maar is al goed te gebruiken. Wat blad in een kopje thee of in verfrissend water.
Dus als ik genoeg kan plukken, kan ik er ook siroop van maken, dacht ik.
Zo gedacht, zo gedaan!
En hier komt mijn recept.

Citroenmelissesiroop

Ingrediënten:
  • 16-18 kleine takjes citroenmelisse
  • 5 citroenen
  • 100 gr citroenzuur
  • 2500 g rietsuiker

Hoe maak ik het klaar:
Zorg voor verse takjes citroenmelisse, was ze schoon in een vergiet en doe ze in een grote pan.
Overgiet ze met twee liter water en breng het even aan de kook. Zet dan het vuur uit en laat het een nacht staan.
De volgende dag heb je sterke citroenmelissethee. Zeef het blad eruit en doe het vocht terug in de pan. Voeg de rietsuiker toe. Pers de citroenen uit en zeef het sap. Voeg dit ook toe en verwarm het vocht langzaam. Roer regelmatig en zet het vuur uit als je merkt dat de suiker opgelost is in de citroenmelisse. Als je het laat koken, heb je kans dat het gaat geleren en dan krijg je geen siroop maar een dikke saus.


Laat het mengsel afkoelen. Doe in een apart kommetje het citroenzuur en een kopje warm water. Roer dit goed, totdat het citroenzuur in het water is opgelost. Laat dit ook afkoelen.
Voeg daarna het citroenzuur toe aan de citroenmelissesiroop.

Schenk de siroop in brandschone, gesteriliseerde flessen.
Door de hoeveelheid suiker en door het citroensap en -zuur, is deze siroop wel twee jaar houdbaar.






















Nog even iets over de hoeveelheid suiker.
Suiker is niet echt goed voor een mens, dat weten we inmiddels wel.
Toch gebruik ik hier een enorme hoeveelheid suiker. Hoe zit dat?
Suiker kun je met mate gebruiken. Zorg alleen dat je er niet teveel van binnenkrijgt, bijv. via soepen, sausen etc.  Ik kies altijd voor een 'gezondere' soort zoals (biologische) rietsuiker. En als je veel zelf maakt, weet je precies wat je ergens in doet. Gebruik in geen geval vervangers met chemische namen zoals aspartaam. Dat is echt schadelijk.
Deze siroop verdun je met water en gebruik je met mate. Zo krijg je niet veel suiker binnen.
En suiker heeft een conserverende werking, waardoor producten langer houdbaar blijven. Dit wordt niet bereikt met suikervervangers.

Citroenzuur gebruik ik ook. Het is een natuurlijk bewaarmiddel en zuurteregelaar/antioxidant. Je kunt hiervoor in de plaats altijd vers citroensap gebruiken. Citroenzuur of citraat zit niet alleen in citroen, maar ook in kiwi, ananas en passievrucht.Het wordt te pas en te onpas aan allerlei producten toegevoegd (jammer) en heeft daarom een E-nummer gekregen (E 330). Ik vind het passend in deze siroop. Het is een natuurlijke stof en bij 'gewoon' gebruik, onschadelijk. Daarom durf ik dit wel te gebruiken. Je koopt citroenzuur  bij een Surinaamse toko of je kunt het bij de drogist vinden.

Voor gebruik: leng de siroop aan met water in een verhouding van 1 : 7.
Het is ook heel lekker met bubbeltjeswater.
Ik vind de smaak wat weg hebben van Rivella. Anderen noemen Tintelfruit, waar het op zou lijken.

O ja, mijn moeder vond de smaak van limonade wat 'vreemd' en zij maakte er weer een citroensaus van die ze serveerde bij vis. Je kunt de siroop eenvoudig wat laten inkoken tot saus. Serveer het eens bij ijs of een ander nagerecht.

Hoe het ook zij: wij vinden het lekker om te drinken!
Laat de zomer maar komen.