dinsdag 3 mei 2016

Spinazie met quinoa

De spinazie was weer aangegroeid, voor de derde keer volgens mij. Dus vanavond was het  spinazietijd. Ik oogstte ruim een halve kilo, genoeg voor een roerbakgerecht van spinazie, wat ik at met quinoa.

Ik hou het simpel, hier komt het recept:

Geroerbakte spinazie met quinoa

Ingrediënten:
  • 300 g quinoa
  • 450 g verse spinazie
  • 6 el olijfolie
  • 2 rode uien
  • 375 g winterwortel
  • 300 g quorn stukjes (of gebruik Valess roerbakblokjes of gekruide tofu)
  • 3 el pijnboompitten
  • 4 el rozijnen
Hoe maak ik het klaar:
Bereid de quinoa volgens de aanwijzingen op de verpakking. Rooster alvast de pijnboompitten in een droge koekenpan, zonder olie.   Laat afkoelen op een bord. Snipper de uien, maak de wortels schoon en snijd ze in plakjes. Verhit 3 el olie in een wok of grote hapjespan op middelhoog vuur en bak de ui en wortel 10 minuten. Bak in een andere pan in de resterende olie, de vegetarische quorn-stukjes  in ongeveer 5  minuten. Je kunt naar smaak variëren met de vega-blokjes.  Eet je vegan, gebruik dan tofu en kruid deze zelf naar smaak. Voeg de quorn stukjes en de rozijnen aan de wokgroente toe.






















Was de spinazie goed en laat haar op hoog vuur in delen roerbakkend slinken.
Serveer de quinoa er apart bij of maak er een pilav-gerecht van en schep de warme quinoa door de spinazie. Breng op smaak met versgemalen peper en zeezout.
Schep de pijnboompitten er over heen en serveer direct.























Ik at tien jaar geleden ook al quinoa, voordat het een 'superfood' werd. Quinoa is geen graan en bevat daarom ook geen gluten. Het is een bron van eiwit en de mineralen koper, fosfor en magnesium. Verder bevat quinoa vezels, B-vitamines, vitamine E en ijzer. In het 'jaar van de quinoa' (2014) werd de vraag naar de supergezonde en glutenvrije graansoort zó groot en de prijs dusdanig hoog, dat de boeren in Zuid Amerika, die het spul al eeuwen verbouwden en aten, het zich zelf niet meer konden veroorloven. Sinds dat jaar worden er proeven gedaan met quinoa telen in Nederland en dat lukt. De smaak is zacht en nootachtig en combineert met bijna alles. Je eet het zoals je pasta of rijst eet. Als alternatief kun je kiezen voor het graan 'gierst', wat ook glutenvrij is en eveneens veel eiwitten bevat. Het is een stuk goedkoper, omdat het overal groeit, zelfs onder zeer droge en hete omstandigheden.
Het is wereldvoedsel voor heel veel mensen, vooral in de armere Afrikaanse en Aziatische landen.


Hoe het ook zij...... de quinoa met de kraakverse spinazie, smaakte me erg lekker!
Laat je het me weten als je dit recept een keer hebt klaargemaakt? 

 

zondag 1 mei 2016

Mijn moestuin (17)

Als het al niet regende of hagelde, waaide het deze week zo vreselijk hard, dat werken in mijn moestuin niet bepaald een fijn vooruitzicht was.
Ik heb het dan ook gewoon niet gedaan! Het moet niet perse elke dag......
Het meeste zaad heeft twee maanden de tijd om gezaaid te worden.
En soms kun je plantjes nog best even in hun potje laten staan, voordat je ze uitplant....

Dus:
Ik ben veel binnen geweest, lekker bij de kachel die voorlopig nog niet uit gaat......

En heb me verwonderd over wat er allemaal groeit in mijn verwarmde binnenkas (oftewel op de vensterbank van de huiskamer). Wat wonderlijk! Hoe alles begint te groeien.









Elk plantje op z'n eigen manier: venkel begint met een sprietje, pompoen en courgette bijna gelijk met grote, groene bladeren. Kousenband gelijk op een hoog steeltje, andijvie met kleine blaadjes.....

Mijn werk bestond uit toekijken, verwonderen, water geven en draaien. Ja, dat laatste is eigenlijk wel logisch, maar zal ik even toelichten. De plantjes groeien naar het licht toe, maar met hun dunne stengeltjes groeien ze op deze manier helemaal scheef.

Dus draai ik ze in het raamkozijn! Zodat ze daarna de andere kant op gaan en weer 'recht' groeien. (Waarom zie ik ineens een parallel met kinderen?! Ook zij moeten in hun groei (lees jeugd!) gecorrigeerd worden om scheef groeien te voorkomen....)

Wat kun je doen als het veel regent?
Lekker binnen klusjes doen en fijn regenwater opvangen, voor drogere tijden!
Regenwater is in principe beter voor planten omdat ze minder kalk bevatten en meer sporenelementen ( oligo- elementen ) en mineralen.
De voordelen van regenwater zijn:
  • De temperatuur van regenwater is natuurlijker en daarom aangenamer voor tuinplanten.
  • Regenwater bevat nauwelijks kalk wat beter is voor de (pot)planten in je tuin. Ook laat regenwater in tegenstelling tot kraanwater geen witte kringen achter.
  • Regenwater is gratis, het valt vanzelf, je moet het alleen opvangen.
  • Sommige gemeentes verschaffen subsidies bij de aanschaf van een regenton, omdat de riolen hiermee worden gespaard.
De nadelen van kraanwater:
• Tuinplanten houden niet van koud kraanwater. Je zou dit water eerst in de zon kunnen opwarmen.
• De meeste planten houden niet van een hoge dosis kalk.
regenwater voor planten
Wat kies jij? In de meeste gevallen kun je het beste kiezen voor regenwater voor planten. Als je hiervoor gaat kun je denken aan een handige regenton om regenwater op te vangen.
Wij hebben in de tuin een wijnvat als regenton staan en hebben daar een mooi kraantje bij uitgezocht.

Hij staat op een autoband, omdat er dan onder het kraantje gemakkelijker een emmer of gieter past.
Inmiddels hebben we onze regenton al een aantal jaar, wat je kunt zien aan de verweerde plekken. Stiekem kijken we al uit naar een nieuwe, ze gaan helaas niet -tig jaar mee.
Vooral deze week is er weer veel regenwater opgevangen. Je kunt het maar vast hebben.

Ik laat nog even zien hoe ik in mijn moestuin mijn planten water geef.
Dat is echt heel nostalgisch en lijkt wel uit een sprookje te komen......

Ik put water uit een echte, ouderwetse regenput.
Sinds vorig jaar is er een deksel voor gemaakt, voor de veiligheid.
Hoe het helemaal precies zit, is voor niemand duidelijk, maar het schijnt dat het regenwater van het huis en de schuur worden getransporteerd via goten en regenpijpen naar een groot ondergronds reservoir. En daar put ik mijn water.
Nostalgisch en leuk, hè?!
  Heerlijk helder en fris regenwater! 

Maar waarom schrijf ik hier over?
Nou, ook al heeft het elke dag geregend, toch moeten de planten in de kas, in bakken of potten en in een verticale tuin altijd water krijgen.
Potten en bakken hebben te weinig opslagcapaciteit voor vocht en de grond droogt te snel uit. Ze hebben wel twee keer per dag (extra) water nodig. En binnenshuis of in een kasje, spreekt het voor zich.
Toch moet ik er altijd even aan denken, want door de regen lopen en water geven, klinkt niet logisch ;)!
Nog even een tip over water geven aan sla. Geef zoveel mogelijk water bij de wortels. Bij déze slakrop had ik een paar keer van bovenaf water gegeven, het vocht kan niet weg en trekt in het hart en vervolgens krijg je bruine randjes en 'rot' binnen in de slakrop.
Zonde en gemakkelijk te voorkomen!

Ik merkte aan mijn regenlaarzen dat het erg nat was. Er zat namelijk een grote scheur in mijn laars en dat lekte. Tijd voor nieuwe!
Hoewel ik ze niet bij een tweede hands winkel op de kop kon tikken, kocht ik ze wel.
Gloedje nieuw in opvallend felle kleuren. Bij de Aldi, dubbel afgeprijsd......  en ik vind ze gewoon leuk!

En toen..... na een hele week van kou, regen (hagelbuien zelfs) en harde wind, werd het zaterdag nog een mooie dag.
Net op de valreep van april, deed ik wat ik me al lang had voorgenomen.

Ik zaaide asperges!
In de winkel lagen ze al (en daar koop ik ze nooit, omdat ik ze zo duur vindt...)
Maar ik snap het wel. Pas over vier jaar zal ik, als alles goed gaat, de eerste asperges kunnen oogsten. En vervolgens staan deze planten zo'n 6 à 7 jaar op dezelfde plek in de tuin.
Om asperges te zaaien maakte ik een nieuwe pootlijn. Die van vorig jaar, was kapot gegaan, het touw verweerd... Een pootlijn is iets wat de meeste moestuinders gebruiken.
 Het is om je zaai- en plantgoed recht op een rij te zetten.
Twee stokken, in mijn geval haken, en een touw ertussen, helpen enorm als je geen timmermansoog hebt. En ik ben geen timmerman.....
Ik maakte helemaal achterin mijn tuin een zaaibed klaar voor de asperges en met de pootlijn zette ik uiteindelijk drie rijen uit.
Ik ben benieuwd. 
Het is in ieder geval een gewas om veel geduld bij te hebben.
Ik kom er nog wel eens op terug.....
Wel leuk dat vanavond een tuinvriend langs kwam om te vertellen dat hij voor het eerst asperges heeft gegeten.  Uit zijn eigen tuin! Super, toch?!

Aan oogsten kwam ik deze week niet heel veel toe.
Ik gebruikte wat sla- en spinazieblaadjes om een heerlijk veggie broodje te maken.
Met wat andere ingrediënten en een warme groenteburger, had ik weer een maaltijd.
Maar voor de rest is het even geduld hebben.
Het echte oogstseizoen is nog niet aangebroken.

Paddenstoelenolie























Hoewel mijn eigen experiment om oesterzwammen te kweken dit jaar mislukte, hield het me niet tegen om te genieten van paddenstoelen. En wat mij betreft is dat niet alleen voorbestemd voor in de herfst. Paddenstoelen kunnen het hele jaar door en die smaak wil ik 'vangen' in een potje.



Ik kocht deze week doosjes vol biologische (kastanje)champignons en oesterzwammen  voor de helft van de prijs.
Op het afgeprijsde etiket bij de Hoogvliet (mijn super) staat altijd: 'samen tegen verspilling' en daar ben ik het helemaal mee eens! (Mits het product in mijn 'gezonde straatje' past).

Ik weet wel wat ik met grote hoeveelheden paddenstoelen aan moet.
Ik maak een pan champignonsoep en bak meer dan een bakje champignons op, om warm op getoast brood te eten. Alle andere paddenstoelen gaan mijn droogkastje in.

Terwijl ik me met andere klussen bezig houdt (zoals een kinderkamer uitmesten), snort het kastje er lustig op los. En dat geeft een goed gevoel, ik ben toch óók bezig met 'eten'.
Het droogproces (op 55 graden) duurt een uur of vijf.
Wil je het zelf eens proberen? Je kunt ook een oven gebruiken.
Zorg dat de paddenstoelen ongeveer even dik gesneden zijn. Leg ze op een plaat naast elkaar en droog ze, tot ze goed knapperig zijn.
Soms zijn ze nog wat zacht, dan zit er nog vocht in. Doe je ze vervolgens in een potje, dan gaan alle paddenstoelen schimmelen (heb ik ook gehad;( ) Droog de paddenstoelen opnieuw en langer.






















Maar wat doe ik met zoveel gedroogde paddenstoelen?

Goed gedroogd, zijn ze ruim een jaar houdbaar. Door ze even te wellen in wat warm water, heb je altijd paddenstoelen/champignons bij de hand. Met een volle, krachtige smaak. En deze smaken heerlijk in soepen, stoofpotten en risotto 's. Vandaag voegde ik ze toe aan een lasagne..... lekker!

Maar ik had nog een plan........  ik maak mijn eigen paddenstoelenolie!
Zoals je ook kruidenolie kunt maken, moet je ook dít kunnen maken.

Ik maakte een infusie van de olie met de paddenstoelen: een mengsel van goed gedroogde (kastanje)champignons, eekhoorntjesbrood en oesterzwammen...... 
Een infusie is het laten intrekken van smaakstoffen in vloeistoffen of vaste producten. De bekendste infusie is misschien wel het laten trekken van theeblaadjes in warm water (infusion betekent thee in het Frans). Maar ook wanneer je een bouillon maakt, wordt de smaak van de toegevoegde ingrediënten door de vloeistof opgenomen.

Het beste kun je hiervoor de vloeistof wat verwarmen, waardoor de infusie beter verloopt.


Ik besluit te experimenteren met de paddenstoelenolie. Wat levert de beste smaak op?
Een paar weken terug heb ik een eerste potje klaargezet met onverwarmde, extra vierge olijfolie en paddenstoelen erin.

Deze proefde ik op een toastje om de smaak te testen. Ik vergeleek deze olie met gewone olijfolie.
Mmmmm.... lekker, die paddenstoelenolie! Ik proef duidelijk het aardse van de paddenstoelen in de nasmaak.

Vandaag gebruik ik kastanjechampignons, net gedroogd en doe ze in een pan met goede olijfolie.
Langzaam verwarm ik de olie met de paddenstoelen.

Daarna zeef ik de helft van de olie en doe ze in een flesje.

Bij het andere deel van de olie wil ik het smaakeffect nog vergroten. Ik haal de paddenstoelen er niet uit, maar mix ze er doorheen met een staafmixer. Deze olie wordt donkerbruin en troebel van kleur.  Ik verwacht dat deze de sterkste smaak gaat afgeven.
Maar is die ook een jaar houdbaar? Ik weet het niet......

Natuurlijk kun je deze olie gebruiken om in te (roer)bakken  of.......




Nog even en ik kan deze olie bijna proeven in een eenvoudige dressing....... bij een kropje verse sla..........    Puur!


                                          Gek, bij deze gedachte, loopt het water me in de mond......


zaterdag 30 april 2016

Wijn maken deel 5


Het is lange tijd stil geweest rondom mijn wijn-maak-project...... en dat klopt! Wijn heeft tijd nodig om te rijpen en om haar smaak goed te laten ontwikkelen.......
En natuurlijk staat mijn laatste 10-literfles op een veilig plekje, niet in het zicht.

In de tussentijd ben ik wel met deze hobby van me, bezig geweest. Vooral met het verzamelen van spullen.
Het grappige is, dat dit op de meest vreemde plekken en tijden gebeurde.
Bijvoorbeeld tijdens een orthodontie-afspraak van mijn dochter, of tijdens het maken van een kerststukje met de vrijwilligers van het NME.
Daar vertelde ik over mijn wijnmaakperikelen. Toen wist iemand zich te herinneren dat hij nog wijnmaakspullen en flessen had staan, die ik mocht hebben. Super!
De flessen nam ik over voor een klein bedrag: het waren er drie van 10 liter elk.
Omdat ik geen wijnflessen meer over had (ik kon niet eens gaan hevelen), was ik daar erg blij mee. Gelijk ben ik er voor aan het haken geslagen, zodat ze straks eveneeens beschermd staan.
Dit is het resultaat:

Wat bollen textielgaren zonder doel, bleken hier heel geschikt voor.  Ik gebruikte ongeveer één bol per fles ......


En daarbij kreeg ik twee houten kratjes vol met bruikbare, mooie wijnmaakspullen.  Lucky me!
Bijvoorbeeld: een vinometer, een hydrometer, een hevelslang, drie soorten etiketten, champagnekurken etcetera, etcetera.
Het meeste had ik inmiddels wel, maar deze spullen zagen er goed en netjes uit.
Helemaal geweldig! Maar het meest blij was ik met een boekje over wijn-maken. Hoewel het geschreven is, toen ik nog op de kleuterschool zat (ach, maar een beetje gedateerd). verandert het wijn-maken niet zomaar. Het is een heel oud proces wat in de Bijbel al beschreven wordt.
Werkelijk alles wat je nodig hebt en het hele proces, wordt beschreven. Ik vind een lijst met do's en dont's inclusief foutoplossingen.....  en tig recepten van wijn maken van allerlei andere vruchten.
Hoewel...... wijn komt van het woord 'vino' en betekent 'druif'. Kun je dan wel bessenwijn of rabarberwijn maken? Ik begin en houd het voorlopig bij 'gewone' wijn. Als dat al gaat lukken.....

Het vreemde is dat er op internet erg weinig over (het proces van) wijn-maken wordt beschreven. Je kunt prima online wijn kopen en wel benodigdheden bestellen (zoals bij de 'Brouwmarkt') maar een beschrijving...... hó maar!

Dan probeer  ik mijn eigen (wijn-maak)proces maar duidelijk te beschrijven.
Ik geef geen handleiding, maar beschrijf wat ik zélf doe, meemaak en wat het oplevert.


Zelf verzamelde ik wijnflessen, allemaal van dezelfde soort (dat is natuurlijk het mooist!) En dát was zwaar werk, al die flessen legen  ;)

Dan moeten al die flessen schoongemaakt worden, van binnen en van buiten. Ik ben er nog niet mee klaar voordat ik ze kan gaan gebruiken voor mijn eigen wijn ;)
 
De schroefrand is er af, nu nog alle etiketten (plus lijm) eraf weken.........
En dan met een sulfietoplossing in warm water de flessen zuiver maken.........

Deze week heb ik alles weer opgezocht en me opnieuw in het wijn-maken verdiept.
Het was een beetje weggezakt, zeg maar.
Hierboven in het linker glas zie je mijn zelfgemaakte wijn, het lijkt wel een rosé.
Er zit zelfs een klein tinteltje in (wie weet gaat het op een JP Chenet lijken...... Hoera!)
Rechts is de kleur van biologische rode wijn uit Spanje.
En dan het proeven.......
Mijn wijn bevat zeker alcohol, maar smaakt nog behoorlijk zuur en is dun, waterig van smaak.....
Moeilijk om er woorden voor te vinden, maar het verschil is nog erg groot, met wat ik een lekkere wijn noem! 
Dan komt het spannendste deel, dat wat ik al zo lang heb uitgesteld.
Ik ga het alcoholpercentage meten met de vino-meter.
De omschrijving is in het Duits, maar ik kom er uit.
De vinometer is een ontzettend smal buisje met schaalverdeling in het midden.
 
Eerst maak je het minuscule binnenste schoon, door uitzuigen of doorblazen van water.
Zorg daarna dat het weer droog wordt, want water verdunt.

Vervolgens doe je er van bovenaf wat wijn in. Laat een paar druppels erdoor heen lopen.
Als het hele buisje gevuld is met de wijn, schenk je de overige wijn die bovenin zit, weg en zet je de vino-meter op zijn kop, op een platte ondergrond.
De wijn zakt en vervolgens kun je iets aflezen op de schaalverdeling.
Het cijfer dat je afleest, is het alcoholpercentage. 
Je kunt het hier op de foto zien. Het grijze streepje is in het echt net zo vaag!
Mijn wijn valt in de categorie 'hoofdpijnwijn' met een alcoholpercentage van 8%.
Hoewel, misschien valt het mee, want ik heb geen sulfiet toegevoegd!
Hè, hè....... nu weet ik het percentage.
Maar wat nu?

Ik probeer alle informatie die ik in het wijnmaak-boekje lees te ordenen.
Ik kom tot twee belangrijke vragen:
1. hoe krijg ik de wijn beter van smaak, lees zoeter en voller?
2. hoe krijg ik het alcoholpercentage omhoog?

Hoe krijg ik de wijn beter van smaak
In alle boekjes of informatie die ik tot nog toe onder ogen heb gekregen, staat dat de grootste fout van beginnende wijnmakers is, dat ze teveel suiker toevoegen.
Nou, ik doe het natuurlijk gelijk in één keer goed, dus daar trapte ik niet in, dacht ik.
Waarschijnlijk heb ik er daarom eerder te weinig suiker in gedaan. Vandaar de 'wrange' smaak.
Dit kun je natuurlijk simpelweg goed maken, staat er in het boekje, door het toevoegen van suiker.
Maar ik lees nergens wanneer dit het goede moment ervoor is.
Suiker wordt in het wijnproces namelijk omgezet in alcohol.
Als je dit in het begin toevoegt, is dit prima. De wijn gaan door de suiker gisten, wat je terugziet in de belletjes van het waterslot. Maar mijn wijn staat inmiddels bijna zes maanden.
Als ik nu nog suiker toevoeg, gaat de wijn dan opnieuw gisten? En gaat er dan ook wat met het alcoholpercentage gebeuren?  Dát zou helemáál niet erg zijn.
Dan zou ik door het toevoegen van suiker twee vragen in één keer positief beantwoorden.


 Ik probeer nog een keer de hydrometer te gebruiken. Ik  heb dit al eens in oktober gedaan, maar omdat ik de Engelstalige gebruiksaanwijzing maar half snapte en het niet juist kon aflezen, heb ik dit maar gelaten voor wat het was.  Ik kom er in ieder geval nu achter, dat dit een meet instrument is, om in de eerste fase van het wijn-maken te gebruiken. De cijfers die je afleest hebben te maken met het verwachte alcoholpercentage, wat je verkrijgt bij het toevoegen van de juiste hoeveelheid suiker. Het is nu te laat in het proces om de hydrometer te gebruiken, realiseer ik me. Dus berg ik het ding weer op. Voor over een half jaar........
Ik besluit suiker toe te voegen om de smaak te verbeteren. Ik zie wel wat er vervolgens gebeurt. Suiker voeg je altijd opgelost toe. Ik maak een suikerstroop door de hoeveelheid suiker die ik ga toevoegen, in warm water op te lossen. Ik gebruik rietsuiker, omdat ik dit altijd in huis heb en ik dat een beter alternatief vindt dan suiker van suikerbieten. De hoeveelheid water maakt niet zoveel uit.
Je hebt allerlei ingewikkelde berekeningen om te bepalen hoeveel suiker je moet toevoegen. Volgens een vreemde berekening zou ik nog 825 g suiker mogen toevoegen, maar dat lijkt me toch rijkelijk veel. Ik kom er niet uit. En ik neem een gok: ik voeg 250 g suiker toe.  Ik proef over een week wel weer. Dan kan er altijd nog meer bij......
Een ander probleem dient zich aan: ik heb de wijnfles van 10 liter vol zitten en niet alle suikerstroop past erbij. Moet ik voor een klein beetje suikerstrooptoevoeging een nieuwe fles gebruiken?
Ik schenk er een glas uit.... en schenk zoveel suikerstroop erbij dat het net in de fles past.

Hoe krijg ik een hoger alcoholpercentage in de wijn
Ik hoop dat het alcoholpercentage een beetje stijgt door de toevoeging van de suiker. Daar ga ik een week op wachten.....
Ondertussen kom ik naast allerlei tabellen om percentages en grammen te meten en te berekenen ook het vierkant van Pearson tegen.......

Het lijkt wel hogere wiskunde (ha, ha, dat was niet mijn favoriete vak vroeger!)
Je vult alle percentagegetallen in het vierkant in en met de berekening komt eruit hoeveel alcohol je kunt toevoegen, mengen eigenlijk om het alcoholpercentage (kunstmatig) te verhogen. Ik heb nog een halve fles brandewijn staan. Maar volgens mijn berekeningen moet ik eigenlijk 1,75 liter  (!!)brandenwijn (van 35%) toevoegen, om het alcoholpercentage van 8%  naar 12% te krijgen.

Ergens vind ik dit geen fair plan. Ik wil zelf wijn maken en niet cheaten door wodka of brandenwijn toe te voegen. Ik laat eerst de suiker zijn werk doen en ga voorlopig géén sterke drank  toevoegen.


Vier dagen later, vandaag dus, ga ik de wijn opnieuw testen. Ik zet alvast een nieuwe fles klaar, voor als ik de wijn verder wil vermeerderen met suikerstroop of alcohol......
En besluit het alcoholpercentage nog eens te meten met de vinometer.

Ik test zeker wel een keer of acht, want ik vind nog een andere vinometer en gebruik deze ook.
Vreemd, ze geven allebei een ander percentage aan.
En het hele wijn-maken is al zo duidelijk.... :(

Ik test gelijk de vinometer op de biologische, Spaanse wijn die ik drink, waarvan op het etiket een alchoholpercentage van 13% staat. Bij de ene meter klopt dit, maar bij de andere niet.....
Ik kom er niet meer uit. Ik gebruik de vinometer goed, maar toch blijft de uitkomst verschillend.

Dan nog maar een paar slokjes proeven, samen met mijn lief. Twee proeven meer dan één.

De smaak is al wat verbeterd door het toevoegen van de suikerstroop. En hij is nog niet té zoet. Ik voeg het restant suikerstroop toe, wat er nog stond.

En ik sluit de fles af met het waterslot.
Er gebeurt wel iets.
Dat zie je hier op de foto: de wijn gaat licht schuimen (aan de rand) en komt omhoog.

Als ik naar de mooie, lichtrode kleur kijk, zou het best wel eens een lichte rosé wijn kunnen worden.
Wat betreft 'tintelend':  dat is een degustatieterm en zo noem je een wijn waarin een restje koolzuur is achtergebleven. Het komt het meest voor bij lichte, frisse, zowel rode als witte jonge wijnen.
Als je die lekker koud serveert op een warme zomerdag, lijkt me dit geen straf om te drinken.......

De moderne tendens is het produceren van lichte en frisse wijnen, lees ik ergens (èn niet in mijn boekje uit de jaren '80)
Zou ik nu gelijk een heel moderne wijn 'geproduceerd' hebben?!

Dan is het wachten alleen nog op mooie, warme dagen. Toch?!


woensdag 27 april 2016

Bouillonpoeder zelf maken

Als smaakmaker in de soep gebruik je meestal een bouillonblokje of bouillonpoeder. Ik maakte deze week zelf bouillonpoeder! Niet zo moeilijk te maken, zeker niet met een voedseldroger.
De gangbare bouillonblokjes (niet biologisch dus) zijn misschien niet zo duur, maar de voornaamste reden voor mij om dit zelf te maken, is weten wat er in zit. Weet jij wat je allemaal binnenkrijgt met het gebruik van een bouillonblokje?

Ik maak het liever zelf, dan weet ik precies wat er in zit!! Puur en biologisch.
En............ mijn voedseldroger doet het meeste werk!

't Komt goed uit voor mijn warme wortelsoep op deze koude Koningsdag.

Zelfgemaakte bouillonpoeder

Ingrediënten:
  • 3 zakjes biologische soepgroenten
  • 2 uien
  • 10 teentjes knoflook
  • verse kruiden: bieslook, tijm, munt, rozemarijn, peterselie (die groeien gelukkig al overdadig in de kruidentuin)
  • 2 el gemalen zeezout
  • 2 el gemalen koriander
  • 1,5  el gemalen zwarte peper
  • 1 el gemalen piment





















Hoe maak ik het klaar:
Snijd de ui en knoflook in stukjes. Snijd of knip de verse kruiden fijn.
Doe alles in een grote kom, samen met de zakjes soepgroente (of gebruik verse groenten zoals: prei, wortel, paprika, bloemkool).






















Maak het fijn met een staafmixer.























Voeg het zout en de specerijen toe en mix dit er goed doorheen.
Je krijgt een smeuïge, dikke groenige pasta.






















Ik deed dit in mijn voedseldroger en verdeelde deze hoeveelheid over drie platen.
Omdat het mengsel behoorlijk vochtig is, deed ik er vetvrij papier onder.






















Ik zette de voedseldroger op de hoogste stand (70 graden) en liet het werk aan hem over.
Een heel kruidige geur vulde het huis. Ik vond het lekker, maar in het begin kregen de kinderen   tranen in hun ogen van de 'uien-lucht'.  ;)

Heb je geen voedseldroger, dan kun je ook de oven gebruiken. Verwarm die voor op 90 graden en zet na een uur de ovendeur op een kiertje om het vocht te laten verdampen. Schep het mengsel tussentijds regelmatig om.
Ik heb dit vorig jaar ook gedaan en het is, hoewel iets bewerkelijker, goed te doen.
Het grote voordeel van een voedseldroger is dat  hij veel goedkoper is. Een oven verbruikt ruim het dubbele aan energie, heeft veel meer kilowatt nodig om zichzelf te verwarmen. Een voedseldroger niet.
En je hebt er minder omkijken naar. Je hoeft in dit geval het bouillonmengsel niet om te scheppen.
Na een uur of zes is het mengsel (in ieder geval op de onderste plaat) helemaal ingedroogd. Kijk even of alles goed droog is, anders droog je de bouillonpasta op de andere platen nog wat langer.
Dit komt ook door het gebruik van het vetvrije papier, wat minder circulerende lucht door laat.
De bouillonpasta lijkt nu op een soort knapperige, chipsachtige plaat.
Ik verbrokkelde het in een grote kom.
En met mijn handen verpulverde ik het verder.

Lukt dit je niet, gebruik dan een staafmixer om het tot fijn bouillonpoeder te malen.

En klaar zijn mijn twee potjes bouillonpoeder.
Heerlijk, daar kan ik weer even mee vooruit.
Als je het donker en vochtvrij bewaart, is dit bouillonpoeder zeker een half jaar houdbaar.
Proef en experimenteer zelf in welke verhouding je dit bouillonpoeder gebruikt.


Bij gebrek aan smaakmakers en allerlei andere zaken, die bij merken zoals Maggi en Knorr wel worden toegevoegd, is dit niet precies dezelfde verhouding zoals je die misschien gewend bent.
Misschien kun je wel wennen aan een wat minder zoutige smaak. Zo goed is zout immers niet voor je.

Net als al die andere stoffen trouwens, die aan het bouillonpoeder wat je in de supermarkt koopt, worden toegevoegd.  Ik zie toevoegingen zoals glucosestroop en suiker (??) (Huh, suiker in de soep?) en een aantal E-nummers.
E-nummers zijn (chemische) additieven (hulpstoffen) die door de EU zijn goedgekeurd voor het gebruik in voedsel. Additieven zijn toevoegingen aan levensmiddelen om de eigenschappen te verbeteren of te veranderen. Denk aan kleurstoffen, conserveringsmiddelen en voedingszuren. Hiermee ziet je eten er mooier uit, is het langer houdbaar en is de smaak intenser.
E 621 zit in bouillon en soep en in heel veel hartige producten (zoals chips). Het was eerst verboden in Europa, maar door belangenverstrengeling nu goedgekeurd. En het wordt op grote schaal gebruikt. Het zorgt er in ons lichaam voor dat onze hormoonhuishouding verstoord wordt en dat we honger krijgen. E621 is neurotoxisch (schadelijk voor de hersenen) en het heeft een eetlustverhogende werking omdat dit het endocriene systeem (hormoonhuishouding) ontregeld. Dit hormoonsysteem regelt namelijk je honger- en verzadigingscentrum.
Nu ik dit weet, wil ik dat toch niet meer binnenkrijgen en nog belangrijker: niet aan mijn kinderen geven!
En waar ik ook van schrok is dat er op het etiket van Maggi (de tuinkruidenbouillon) staat dat het vegetarisch is. Maar de  E627 en E631 worden gewonnen uit gist of uit sardines, of ander vlees. Bah!
Zwaar ongeschikt zelfs voor moslims, Joden en Hindoes en de voor he geldende spijswetten.....

Maar veel zelf maken is gelukkig iets, wat binnen mijn mogelijkheden ligt.
En anders is biologisch eten en (een aantal) producten bij de Natuurwinkel kopen, ook mogelijk.

Met dit blog wil ik je inspireren om zelf na te denken over je voeding en gezondheid. 
En handvatten aanreiken om dingen zelf te maken en daardoor te weten wat je binnenkrijgt.
Wees bewust van wat je eet!
Wat wil jij?
Wat vind jij belangrijk?





dinsdag 26 april 2016

Rabarber!

Yes! Het is weer tijd voor rabarber! De rabarber ligt van april tot eind juni in de winkels. En in mijn tuin staan wel acht planten! Er verschijnen al lange, rode stengels, klaar om geoogst te worden!

Voor ik verder schrijf, moet ik eerst iets opbiechten: eigenlijk vind ik rabarber niet zo lekker! Huh?
Nou ja, rabarbermoes dan. Dat prutje dat ik vroeger na mijn aardappelprakkie op mijn bord kreeg, of in mijn vanillevla...... Bah!

Met rabarber kun je gelukkig veel meer doen!
Vorig jaar bijvoorbeeld maakte ik:
  • rabarberjam, soms gecombineerd met andere vruchten of met kruiden
  • rabarberlikeur oftewel rabarbercello
  • rabarbersiroop, mooi roze van kleur. De smaak was echter zó apart. Ik hoop dat ik het recept weer tegenkom, zodat ik weet wat ik er in heb gedaan.
  • rabarbertaart, ik heb ze in zeker vijf varianten gebakken
En wie weet wat ik dit jaar met mijn rabarberoogst allemaal nog meer ga klaarmaken.
Om met het laatste te beginnen: ik maakte gisteren mijn rabarbercrumble! Een oud recept.......

Verrassende rabarbercrumble

Ingrediënten:
  • 750 g rabarber
  • 150 g vruchtensuiker (fructose)
  • 2 el rozijnen
  • 2 tl sinaasappelrasp
  • 100 g volkorenmeel
  • 1/2 tl kruidnagelpoeder
  • 125 g koude roomboter
Hoe maak ik het klaar:
                                                                                         Week de rozijnen in wat warm water. Rasp een stukje van de (liefst biologische) sinaasappelschil af.   Verwarm de oven voor op 160 graden. Was de rabarber, maak ze schoon en snijd ze in kleine stukjes. Schep 50 g suiker en de rozijnen erdoor. Vet een lage ovenschaal in met een eetlepel boter en verdeel  het rabarbermengsel in de schaal.
Roer de rest van de suiker, het meel, de sinaasappelrasp en het kruidnagelpoeder door elkaar in een kom.  Doe de koude boter erbij  en snijd die met twee messen door het meelmengsel.

Kneed het daarna met de vingertoppen snel door elkaar tot het een kruimelig deeg is. Verdeel dit over de rabarber en zet de schaal in de oven. Bak de rabarbercrumble in ca. 50 min. gaar en licht goudbruin. Door de sinaasappelrasp kleurt het mooi oranje. Leuk voor koningsdag! 



Geweldig als dessert. Zowel warm als koud lekker!
En bij een kopje thee smaakt het ook!
Serveer de crumble evt. met wat geslagen (soja)room of met een bolletje citrusvruchtenijs.



 Ziet het er niet lekker uit!?!