maandag 21 november 2016

Mijn moestuin (45 & 46)

Na een week stilte, omdat het domweg zo veel regende dat ik bijna niet op de tuin kwam, is er weer nieuws uit mijn tuintje!
In mijn kas had ik rucola gezaaid, zo'n drie weken geleden..... èn   h e t   k o m t   o p!!   
Het lijkt wel voorjaar met dat frisse groen.
Maar aan de basilicumplant in de hoek, zie je toch wat anders.
Die is kapot gevroren..........
Want kas of geen kas, de temperatuur binnen is eigenlijk hetzelfde als buiten.
Alleen warmt het sneller op, onder invloed van zonlicht èn de plantjes staan beschut tegen wind en regen.
Wat dat laatste betreft, mocht ik ondanks die vreselijk natte dagen, toch met een gieter in de weer. De jonge, kleine plantjes moeten tòch water hebben om te groeien......          
En dan hier weer een herfstig plaatje: ik kon bijna de kas niet binnen lopen.
Daar was een prachtig web geweven, over de hele breedte van de deur.
Ja, natuurlijk: Sebastiaan had ook een beschut plekje in gedachten.
Mooi hè?!
Voorzichtig er onderdoor, met de gieter......
en zó kon ik toch water geven.
Ben benieuwd wanneer ik deze rucola (raketsla) zou kunnen oogsten.
In mijn moestuin groeit het nog steeds, maar dat is net een paar extra stappen lopen.
En in de stromende regen, laat ik dat soms maar even zitten.
Ik ontdek in ieder geval dat rucola tegen lichte vorst kan èn dat slakken er niet dol op zijn.

Wat die vorst betreft: het is weer tijd voor boerenkool!
En omdat 'de vorst erover gegaan is', is ze beter (lees: zoeter) van smaak.
Hoef ik ze niet eerst te oogsten en voor gebruik in de vriezer te stoppen.
Jammer alleen dat de boerenkool veel last van witte vlieg heeft.
De witte vlieg is een schadelijk beestje wat uiteindelijk de plant beschadigt. Eigenlijk is de witte vlieg een soort mot die eitjes legt, waar larven uit komen. Na verloop van tijd gaan de larven van de witte vlieg honingdauw afscheiden.

Hierop groeien schimmels, die er zwart uitzien, roetdauw genaamd.

Op deze foto zie je dat goed, boven mijn duim. Het is hier nog een klein plekje, wat je gemakkelijk weg kunt snijden.
Een beetje witte vlieg is niet erg. Het probleem is dat grote aantallen witte vlieg de planten bevuilen door honingdauw, waarop dan de roetdauwschimmel gaat groeien.
Hier zie je een blad, voor meer dan de helft aangetast door deze schimmel. Vaak zijn dit de onderste bladeren van de boerenkoolplant. De bovenste bladeren groeien en vernieuwen nog.
Dit blad is niet meer te eten en gooi ik weg.

Omdat ik biologisch tuinier, spuit ik niet tegen witte vlieg of schimmel.  Het beste is om de boerenkool niet te lang te laten staan. Vroeg oogsten houdt de plaag binnen de perken. Als er een tijdje geen koolgewas in de tuin staat, gaat de witte vlieg vanzelf weer weg.
Maar ja, ook in de broccoli, de bloemkool, de palmkool en de spruitkool komen die vliegjes.....

Ik oogst de boerenkoolbladeren, schud of klop ze ´uit´, zodat er al zoveel mogelijk vliegjes opvliegen en vervolgens laat ik de bladeren zo´n half uur tot een uur in een emmer water met zout staan.
Daarna was ik de bladeren grondig en wrijf ze schoon.
Een deel gebruik ik meteen, een deel vries ik in. Boerenkool uit de vriezer wordt niet alleen zoeter van smaak, ook de bladeren vriezen kapot, zodat je ze niet meer hoeft te snijden voor gebruik. Gemak dient de mens.
Hoewel je boerenkool ook rauw kan eten in een salade, verhit ik haar, waardoor ik zeker weet dat niemand  schimmel of beestjes binnenkrijgt. Klinkt een beetje onsmakelijk, maar dat is het leven van een moestuinier. Geen schoongemaakte, netjes voorgesneden en voorverpakte groentes, maar alles zelf doen. Met als grote voordeel dat je weet waar het vandaan komt, hoe het gegroeid is en vooral: dat je het supervers op je bord kan hebben! 


Nog een voordeel van die paar nachten vorst: het onkruid is bevroren!!
Is dat niet leuk?!
Hier stond heel veel zogenaamd knoopkruid, wat boven mijn groenbemester uitgroeide.
Maar terwijl de klaver nu nog mooi groen erbij ligt, is het onkruid wat er niet hoorde, vanzelf aan het weggaan.
En dit was precies de reden, waarom ik in de herfst niet ijverig aan het schoffelen ging en mijn tuin zo keurig netjes bijhield. Als je even wacht, wòrdt het voor je gedaan! ;)

En als laatste een blik op mijn spruitjes.
Ze groeien gelukkig beter als vorig jaar en ik heb ook wat meer planten staan.
Terwijl veel mensen misschien griezelen bij de gedachte aan spruitjes op je bord, heb ik het altijd een lekkere groente gevonden. En ook mijn kinderen vinden het geen straf om spruitjes te eten. Het ligt er maar aan hóe je het klaarmaakt (en welk verhaal je erbij vertelt).
Nu eet ik het niet vaak, maar met zo'n tien planten, hoop ik er deze winter wel verschillende maaltjes af te halen.
Spruitjes groeien in de bladoksels, tegen de stevige plantstengel aan.
Kleine kabouterkooltjes die beschutting zoeken...... :)
De bovenste top heb ik er bij sommige grotere planten al uit gehaald.
Als de groeikracht niet meer naar de top gaat, gaat die naar de spruitkooltjes toe.
En als die groter worden, hebben we meer om te eten!
Maar eerst is het zaak dat de plant de hoogte in groeit.  Immers, hoe hoger de stengel, hoe meer spruitjes hier tegenaan kunnen groeien.


Vervolgens kan de top eruit!
De bladeren hiervan, lusten de cavia's weer, zodat ik niks hoef weg te gooien.
Nu nog een tijdlang rustig afwachten, want de spruitjes zijn nu nog veel te klein.

Hoewel mijn tuin al een stuk leger raakt, heb ik als wintergroenten nog  staan:
spruitkool, palmkool (een oude soort smalbladige boerenkool), boerenkool, 1 prei, aardperen, snijbiet (tot het te koud wordt), bloemkool (ik weet niet of die winterhard is...... spannend), eeuwig moes en schorseneren. Schorseneren zijn een echte wintergroente, waarvan ik geen idee heb hoe het ondergronds groeit, hoe het eruit ziet, laat staan hoe het smaakt.
Dit zijn de leuke verrassingen van een moestuinier.
Ik vind het heerlijk om nu lekker binnen te zitten, maar wat ben ik ook blij met mijn tuin!!

Vanaf nu ga ik mijn moestuinserie per twee weken plaatsen.
Er is in de winter toch net wat minder te doen in de tuin, dan in de andere seizoenen........

Leuk dat je weer mee las!

donderdag 17 november 2016

Minimaliseren, ik ben aan 't leren!

De november minimalisatie-challenge waar ik aan mee doe, is al over de helft! Elke dag 10 dingen wegdoen, is hierbij mijn streven! Tegelijk mag ik van mezelf compenseren. Soms iets minder, andere dagen (véél) meer.

Al veel eerder was ik van plan een update te geven van mijn pogingen, maar de reden dat ik niet eerder schreef is juist goed.
Want ik heb het druk.  Ik heb het héél druk....... vooral met minimaliseren, oftewel ontspullen en ontrommelen. 
Want ja,  het is ècht leuk.
Ik vind mezelf een snelle leerling......
De verandering in mijn denken was al eerder gestart.

Het is zelfs verslavend. Eigenlijk zoals het omgekeerde:  hoarding.....
Maar nee, dat is niet zomaar een verslaving, maar een psychiatrische  aandoening.
Ik definieer het even, zoals ik het heb gevonden op www.yourganize.nl.

Je spreekt van Hoarding of Verzameldwang als de volgende vier kenmerken voorkomen:
1. Je verzamelt en/of bewaart grote hoeveelheden spullen, die in de ogen van anderen weinig tot geen economische of emotionele waarde hebben
2. Je hebt bijzonder veel moeite om afstand te doen van je spullen of bent hiertoe niet in staat
3. Je woonruimte is zo vol, dat normaal gebruik niet meer mogelijk is (bijvoorbeeld koken, slapen, douchen, bezoek ontvangen e.d.)
4. Je lijdt aan stress en wordt ernstig beperkt in het dagelijks leven

Gelukkig herken ik mezelf hierin helemaal niet, maar achteraf gezien had ik wel een schoonzus die hieraan leed. Vreselijk voor haar! Ik ben natuurlijk ietwat erfelijk behept met zuinig-zijn en dingen bewaren dus soms is wegdoen wel een dingetje.
Maar het is wat anders als dit ziekelijke vormen aanneemt.
Alleen opruimen is dan niet voldoende, psychische hulp en begeleiding is noodzakelijk.

Maar.... als ik even door filosofeer:
Is het eigenlijk ook niet een luxe om een levensstijl aan te nemen die draait om minder?! Dat ik het me kan veróórloven om 'nee' te zeggen tegen overvloed?!
Hoe het ook zij, al is deze levensstijl geboren uit luxe, het is nog geen onzin!
Mensen kennen meer stress dan ooit, in onze maatschappij. Moet je niet altijd, overal en van alles in de wereld op de hoogte zijn? En daarbij ook nog een zinnige mening over alles kunnen formuleren? Wat ligt de druk dan hóóg!!  Neem het mensen eens kwalijk dat ze in tijden van hoge prestatiedruk, oneindig veel mogelijkheden en ook wel economische onzekerheid op zoek gaan naar dát wat er echt toe doet.
Rust in je hoofd  is  zó belangrijk. En rust in je huis is daarbij een eerste stap in de goede richting!

En daar ben ik dus hard mee bezig geweest.
Niet alles beschrijf ik, maar misschien inspireer ik je, door hoe ik sommige dingen aanpak!

Wanneer je trouwens echt rigoreus wilt minimaliseren en ontspullen, dan moet je eigenlijk verhuizen. Wat blijkt er dan veel weg te kunnen. Oh ja.... en ga dan van groot naar klein natuurlijk!
Ik ben benieuwd hoe mijn zusje en mijn ouders dat komend jaar doen......

Leuk om hier even de Tiny houses te noemen. Een uit Amerika overgewaaide rage van kleine huisjes. En dan bedoelen ze ècht klein!  Heb je daar al eens van gehoord? Ik zag er een documentaire over en was gelijk enthousiast! Kijk even hier als je wilt weten wat een Tiny house is. Ook het zelfvoorzienend leven hierbij, vind ik geweldig klinken!  Dat is niet te realiseren met vier opgroeiende kinderen thuis, maar wie weet..... als die de deur uit zijn...... Over een jaar of achttien...... ;)

Tweede tip om goed te minimaliseren: doe een kast weg. Bij voorkeur een hele grote kast en zet daar (nog) niet een andere kast voor in de plaats.
Dit heb ík dus de afgelopen twee weken gedaan!
In de huiskamer zat (ja, ja, inmiddels verleden tijd!) een wandvullende kast. En als ik wandvullend zeg, bedoel ik: 2.55 m hoog bij 3.50 m lengte. De diepte mat maar (!) 35 cm.

  • Natuurlijk was het een luxe toen ik tien jaar geleden deze kast kreeg.
  • Natuurlijk zaten er veel nuttige dingen in, zoals de stofzuiger, de radio en de televisie (die met een handig uitklapsysteem schuin de kast uitdraaide, zodat je gemakkelijk vanaf de bank tv kon kijken).
  • Natuurlijk deelde ik alle overige kastruimte heel praktisch en netjes in.
Maar....... wat verzamelde ik een hoop, achter die zes grote, witte deuren, waar visite gelukkig niet achter kon kijken.

Dus de kast ging weg. Wat een uitdaging.
Ik begon bijvoorbeeld met dit:


Naast mijn mandje met nuttige bureauspullen (je weet wel, een nietmachine of drie, potloden, lijm en tipp-ex) stond een mandje met stickers. Nou ja, links zie je bijna geen mandje, want werkelijk alle stickers in huis bewaarde ik. Voor het geval ik de kinderen een beloningsstickerkaart geef of een aftelkalender voor hun verjaardag. Maar lieve help! Waarom bewaar ik er dan zóveel??!
Rechts is het mandje weer tevoorschijn gekomen en ik heb nog steeds stickers genoeg. Want tot nog toe, heeft niemand een stickerkaart nodig hier in huis. Of ik moet zelf een beloningsstickerkaart krijgen voor deze challenge....... :)

En zó pakte ik stapje voor stapje alle kastplanken aan.





















Mijn doel werd niet alleen de spullen wegdoen en herplaatsen, maar ook om de lege planken uit de kast te halen en tegen deze lege muur (waar eerst mijn wand sfeerhaard hing, die via Marktplaats verkocht is) te zetten.
Na een week had ik vier planken........ nog 42 te gaan.

Omdat ik geen nieuwe kast wil, was het zaak om alles een nieuw plekje te geven. Dus ook andere kasten kregen een metamorfose.
Het gekke is, dat sommige andere kasten in huis, gewoon nog heel veel ruimte bleken te hebben.

Mijn bureauspullen kwamen, hoe logisch, bij het bureau terecht in een ladekast, waar, hóe vreemd: wol en haakspullen lagen.
Al mijn naaispullen èn haak- èn breispullen, gaan naar de zolder, naar mijn slaapkamer.
In een nis voor het raam, knutselde mijn lief een werkplank/bureau en daar kan ik alles kwijt.
Alléén........ ik kan er niet meer aan werken ;)  Ach, een mens moet niet teveel willen in één keer!
Hier zie je een kastdeel vol spelletjes. Wij zijn een ècht spelletjesgezin.
We hebben één vaste spelletjesavond per week en het liefst worden er nog vaker spelletjesmomenten georganiseerd. Natuurlijk heel gezellig onder het genot van een drankje en een chippie......  Wat knus!
Maar deze kast........ is niet de enige plek waar spelletjes opgeborgen liggen.
We hebben ook nog een grote plank boven de voordeur, die zeker voor de helft vol ligt met bordspellen. Daarnaast staat een mand met strijkgoed. Wát een combinatie.......
De strijkmand, die ik toch ècht eens vaker moet legen, gaat naar boven bij de naai-, stoffen- en wolletjesverzameling. Op de één of andere manier 'klinkt' dit logisch in mijn hoofd.
En dan eens kritisch kijken naar al die spellen.
Gelukkig, alle kinderen zijn het dominospel van Winnie the Pooh en het kwartet van Mega Mindy ontgroeid.
Maar verder....... 
Een week nadat ik drie leuke kinderspellen op Marktplaats heb gezet - we spelen ze nooit - heb ik ze toch maar naar de Kringloop gebracht.
En gelukkig, met kritisch kijken, konden er nog zo'n 20 (!) spellen de deur uit.

Daarnaast is de plank met vazen.
Nu houd ik erg van bloemen en ik vind het echt een luxe, ze voor mezelf te kopen.
Helaas denkt mijn lief er net zó over, dus als ik twee keer per jaar een boeket van hem krijg, is dat veel.
Wat doe ik dan in vredesnaam met zo'n vijfentwintig vazen?
Hup, daar kan zeker de helft van weg.
En die overige vazen? Een plankje in de schuur is genoeg. Daar passen ze op!

Waar ik niet eens een foto van heb (durven) maken, zijn de twee kasten daaronder.
Eén kast voor cadeautjes op voorraad. In de aanbieding gekocht en soms ook wel eens iets gekregen wat niet past of aansluit bij de jarige ontvanger. Oeps, shame on me!?!  Of zijn we gewoon beleefd en slim.........
En de kast daarnaast bevat een kaartenbak, cadeauverpakkingen, feestartikelen en feestversieringen.
Op vier planken gestouwd, waardoor het ook elke keer eruit rolt als de kast opengaat........
Ik kan een lang verhaal heel kort maken.
Ik heb alles door mijn handen laten gaan, véél kon er weg en.......



Tadáá!
Alles past opeens op drie plankjes in een schuin kastje onder de zolderbalken.
Bovenin de cadeautjes en onderin de slingers en de opblaascijfers voor de leeftijd van de jarige.....
Ik vind dat ik een sticker verdiend heb ;)


En dan kom ik opeens, ongemerkt aan déze hoeveelheid kastplanken.
Wow!

Nou moet ik erbij zeggen, dat het inmiddels weekend werd en er vele helpers in huis bij zijn gekomen.
En wat zie je op deze foto ook goed, dat de kast geen achterwand heeft, wat resulteert in muren die vochtig werden, zonder ventilatie.
Het wéér zit erin, kun je netjes zeggen. Maar het is gewoon ordinair schimmel in huis.
Wat een ongezonde lucht ademen we dan met elkaar in.....
Blèh!

Dit is geen volkomen verrassing voor me, dus een volgende klus dient zich aan als de kast eindelijk leeg is.
Van minimaliseren gaan we naadloos over in het volgende project: schoonmaken en verbouwen!!
Deze verrassing bijvoorbeeld, kwam ook tevoorschijn. Te weinig nieuwe vloer, dus is er nog een randje oud zichtbaar....... Oeps! Alsof je veel te grote schoenen aan hebt. Beetje onhandig en niet mooi.
Maar dát is (ook) voor een volgende keer!

De kast is weg!
Het meest moeilijke om op te ruimen, vond ik mijn knutselspullen en mijn EW-dingen.
Ik heb alles nog eens door mijn handen laten gaan.
Lieve kaartjes van vriendinnen toen ik een high tea gaf voor mijn verjaardag lagen in de kast.
Gelukkig maar dat ik alles bekeek.......

......... want daar kwam ik dit nog tegen.
Echt leuk! Een cadeautje tweeënhalf jaar later.... :)
En deze ga ik fijn zelf besteden!


Oh ja..... tip nummer drie als je wilt minimaliseren mèt kinderen in deze tijd voor Sinterklaas.
Als de kinderen hun schoentje zetten, kunnen ze best wat krijgen, maar......
"Heb je nog drie stuks speelgoed op je kamer die Piet voor jou aan de arme kindjes kan geven?" was mijn vraag....... en ja hoor! Dat was helemaal geen punt.
Sterker nog...... het ging heel gemakkelijk!
Ze wilden zelfs vaker dan één keer per week hun schoentje zetten (nou, nou!) en dan zouden ze elke keer drie dingen van hun kamer weggeven.
Ik ben overtuigd. Prima!
En drie dingen keer vier kids, zijn toch mooi weer twaalf dingen die het huis uit kunnen!
Zó leren kinderen spelenderwijs mee minimaliseren.
De AH sluit hier trouwens naadloos bij aan met hun goedzakken.
Deze plastic tas kun je vullen met goed speelgoed, wat vervolgens naar  kinderen gaat die het minder hebben of van wie de ouders geen cadeautje kunnen kopen.
Een win-win situatie!


Ik zal nog even de eindstand doorgeven op deze dag 17 van de challenge.
Een snel rekensommetje leert, dat ik nu al 170 spullen minder in huis zou moeten hebben.
In werkelijkheid is dit iets meer: ik heb nu al 310 dingen weggedaan!
En daarbij moet ik zeggen dat ik 'afval' niet meetel. Eigenlijk vooral de 'goede' dingen die bijvoorbeeld naar de basisschool of naar de Kringloop gaan, tel ik.
En als ik vijf haarspeldjes wegdoe, zijn dit geen vijf dingen, maar tel ik het voor één.
Nog een tijdje zó doorgaan en dan haal ik dit jaar inderdaad nog de 1000 (!) dingen.
Wow! Die kast wegdoen was in ieder geval een goede zet.
En wat er voor in de plaats komt?
Dat laat ik volgende week zien.

Het is me (weer) niet gelukt om te minimaliseren met woorden, in deze blog.
Maar toch vind ik dat ik een sticker verdiend heb.......... ;) 

zondag 13 november 2016

Appelstroop zelf maken

Tweede ronde, nieuwe kans: vorig jaar maakte ik geen appelstroop, maar een soort appelcement. Dus hoog tijd om dit jaar een nieuwe poging te wagen om 'smeerbare' appelstroop te maken!
Het maken is niet zo moeilijk, maar het inkoken duurt gewoon er-rug lang.

Ik heb nog (val)appeltjes genoeg om appelstroop van te maken.

En in één klein potje stroop gaan echt een he-le-boel appels.
Elk jaar zoek en raap ik veel valappels met wildplukken. En daardoor ben ik weer op zoek naar creatieve manieren om van deze beschadigde appels nog wat lekkers te maken.
Prima appeltjes voor in de appeltaart of om er appelmoes van te maken. Maar hoe heerlijk ook, elke dág appeltaart gaat tegen staan. Deze valappels zijn prima geschikt voor appelstroop. En natuurlijk staat appelstroop-maken op mijn to-do-list, want het moet dit jaar goed gaan!
Heb je zelf geen appelboom? Ga eens bij een tuinder langs en vraag of je wat valappels mag rapen. Of lees mijn blog over wildplukken. Appels langs de kant van de weg, worden niet bespoten.  Dus een win-win situatie: ze zijn gratis èn bovendien onbespoten !!!








Maar waarom zou je appelstroop zelf maken?

Het maken van appelstroop is een manier om appels langdurig te bewaren. De Germanen kenden deze methode al. Zij maakten appelstroop door niet-houdbare appels in brede, ondiepe potten te koken tot alle vocht verdampt was. Wat overbleef was een moes die een suikergehalte kon bereiken van 50%, waardoor de moes lang houdbaar werd. Deze moes werd eeuwenlang gebruikt om maaltijden te zoeten. Het past goed in sommige stoofschotels of ovengerechten. Velen kennen het als broodbeleg.
Voor de verwerking tot stroop wordt vaak suikerbietensap toegevoegd. Bij een onderzoek van de consumentenbond een paar jaar terug,  bleek dat appelstroop vaak voor meer dan de helft uit bietenstroop bestaat. Zelfs bij biologische appelstroop is dit toegevoegd........
Dat appelstroop zovéél ijzer bevat is geen fabeltje, maar het komt eigenlijk uit de rauwe suikerbieten........

Je ziet ook vaak op potjes staan: rinse appelstroop.
Ik dacht lang dat 'rinse' een soort merknaam van appelstroop is, maar dat is het niet. Rins geeft een smaak aan. Het is een complexe smaak die bestaat uit licht zuur (van de appels), heel licht bitter en enigszins zoet (van de suikerbieten).

Het principe om appelstroop te maken, is simpel. Appels moet je inkoken tot ze de gewenste dikte hebben. De suikers in de appels bepalen hoe zoet je appelstroop zal worden. Wil je geen suiker toevoegen, zorg dan voor voldoende zoete appels. Je moet de stroop langer inkoken om de gewenste dikte te verkrijgen en er blijft minder appelstroop over. Wel wordt deze appelstroop net zo donker van kleur.
Onrijpe appels zijn minder zoet en hebben de suiker nodig voor een goed resultaat. De meeste valappels of appels van oudere rassen, zijn vaak niet rijp als ze van de boom komen. Door het vallen kneuzen ze en jammer genoeg bevatten deze appels ook minder sap.

Je hebt de traditionele manier om kilo's appels in te koken tot moes en vervolgens de appels 24 uur te laten uitlekken om het sap daarvan op te vangen. Een langdurig proces en ik besloot het anders aan te pakken.
Ik heb een sapcentrifuge en daarmee maak ik gemakkelijk sap, puur natuurlijk en onverhit. Dat laatste maakt voor appelstroop-maken niks uit, want je gaat het daarna toch verhitten om in te koken, maar ik ben erg tevreden met mijn old fashioned sapcentrifuge. En maakte er in een moeite lekker verse smoothie mee.
Je hoeft de appels niet te schillen en klokhuizen verwijderen hoeft ook niet.
Natuurlijk zijn de appeltjes wel schoon gewassen en zitten er geen rotte plekjes meer aan.
De binnenkant van de sapcentrifuge bevat een ronde, metalen rasp die de appels in kleine stukjes raspt, terwijl ondertussen een voortdurende, snel ronddraaiende beweging wordt gemaakt.
Datgene wat geen sap is, wordt tegen de zijkant aan geslingerd en opgevangen in de speciale zeef.
.
De droge, stevige appelpulp kun je misschien nog gebruiken om er appelazijn van maken, 
maar ik gooi dit weg... lekker voor de kippen.
Ondertussen is het sap naar beneden gestroomd, wat ik opvang in een maatbeker.

Binnen no-time heb ik een liter appelsap.
En ondanks de soort appeltjes die ik heb, smaakt de appelsap lekker en licht zoet.
Ik ben dik tevreden met mijn apparaat, al komt het bij de kringloop vandaan.

Maar goed, die liter appelsap is de basis voor mijn appelstroop.
Voor de zekerheid voeg ik er suiker aan toe, maar dat hoeft dus niet.
Mijn recept:

Appelstroop

Ingrediënten:
  • 1 l versgeperst appelsap
  • 100 - 200 g bruine basterdsuiker of rietsuiker


Hoe pak ik het aan:
De appels heb ik ontsapt met de sapcentrifuge. Wil of kun je dit niet, doe het dan door middel van inkoken, zoals hierboven beschreven.
Doe het sap in een kleine pan. Heb je redelijk zoete appels, dan kun je het sap ook inkoken zonder suiker toe te voegen. De smaak wordt intenser, de kleur wordt even donnkerbruin!
Breng het sap aan de kook en laat het daarna op middelhoog vuur, zónder deksel op de pan, inkoken. Dit inkoken duurt enkele uren. Bij mij drie tot vier uur.
Als het sap begint te bruisen en er kleine belletjes omhoog komen, dan is het appelsap voldoende ingedikt en begint het stroop te worden. Hier komt mijn fout van vorig jaar.... ik was er niet op tijd bij om het uit de pan te halen en toen werd de appelstroop té dik. Smeerbaar was een woord dat er niet op van toepassing was, vandaar appelcement ....... ;)
Hoe kun je ook nog zien dat het de gewenste dikte heeft?
Neem een koud schoteltje, wat je in de koelkast hebt gezet, en doe daar een drupje sap of stroop op. Kijk hoe het afkoelt. Als stroop of jam namelijk afkoelt, dikt het nog verder in.
Ik wachtte deze keer niet te lang en vulde twee goed schoongemaakte potjes. Werk altijd schoon met inmaken. Ik kook mijn potjes altijd uit met sodawater en vlak voor gebruik spoel ik ze nog een keer om met kokend water.
Een klein potje van ongeveer 200 ml en een heel klein potje van 50 ml appelstroop bleven er over.
Ik ben tevreden, want het is mooie, donkere appelstroop geworden. Niet rinse, want suikerbietenstroop zit er niet doorheen......
Ik kan voorlopig vooruit, want het wordt niet zoveel gegeten.....

...... dacht ik.
Want zo'n nieuw potje ziet er toch wel erg aanlokkelijk uit.
In ieder geval is deze appelstroop helemaal goedgekeurd!




Oh ja, bewaar de appelstroop gewoon in het keukenkastje, in de koelkast wordt het te snel te stevig.
En ik kan weer iets van mijn to-do-lijstje strepen.
Appelstroop:  ✔Gelukt!

woensdag 9 november 2016

Soup-in-a-cup zonder zakjes!

Cup-a-soup, wie kent het niet?
Ik maak het zelf en maak het gezond: soup-in-a-cup! 

Voor de hartige trek òf  om lekker warm te worden, òf om je maaltijd een simpel voorafje te gunnen!

Ik maak het liefst zelf mijn bouillonpoeder, dus je begrijpt dat de zogenaamde 'cup-a-soup' in een zakje niet mijn favoriet is! Ik kook al jarenlang zonder (kant en klare) zakjes en pakjes. Het gemak heeft voor mij geen toegevoegde waarde. Het is vaak niet eens echt sneller en de smaak is altijd heel anders dan vers.

Maar ja, het is wèl lekker: een warm soepje voor of tijdens het eten
En ja, het is ècht lekker: voor de hartige trek een warm en pittig tussendoortje
En zeker: het is gemakkelijk: heet water, een zakje erin en klaar is kees!

Maar....... wat krijg je met dat zakje nog meer allemaal binnen?

Ik bekijk de verpakkingen van Unox cup-a-soup in drie smaken. En ik zie op de verpakking braaf vinkjes staan:
  • zonder kunstmatige kleurstoffen
  • zonder conserveermiddel
  • zonder toegevoegde smaakversterker; bij twee van de drie
Wees ervan overtuigd dat het zonder bovenstaande rijtje nog steeds geen gezond product is. Want staat er geen vinkje, dan zit het er gelijk wél in!
Zo zie ik bij de currysoep een wel heel foute smaakversterker (E361) staan. Zie meer hier over in mijn blog over bouillonpoeder zelf maken.
En bij elke verpakking zit suiker. Suiker in de soep!
Nu ben ik niet tegen suiker op zich, want ik gebruik het als een conserveermiddel bij het maken van siroop en jam, maar ik vind het niet thuishoren in soep. Dit is een verborgen manier om (te) veel suiker binnen te krijgen.
Let op: omdat veel consumenten kritischer zijn geworden over E-nummers, worden deze tegenwoordig op de verpakkingen vaak vervangen door de volledige naam. Maar als je iets leest als 'maltodextrine' of 'antioxidant huppeldepup'  dan weet je ook wel dat dit niet uit de moestuin komt. Wat het dan ook te betekenen heeft.

Maar genoeg hierover:
Ik heb een heel gezond alternatief wat niet heel veel meer werk is, dan een zakje opentrekken.


Mijn alternatief is het woord recept bijna niet waard, zo simpel is het.
Maar het is gezond èn lekker èn snel klaar!


Courgettesoup-in-a-cup

(voor 1 cup)

Ingrediënten:
  • klein stukje courgette
  • 1 tl biologische bouillonpoeder
  • 200 ml kokend water
  • evt. 1 of 2 ringetjes rode peper
Hoe maak ik het klaar:
Rasp de courgette en vul hiermee een kom voor een derde deel. Doe de theelepel bouillonpoeder erbij. Voeg kokend water toe en klaar is je gezonde Soup-in-a-cup!
Wil je wat meer pit: snijd dan een ringetje van een peper, snipper dit fijn en voeg dit toe. Lekker joh!

Ik gebruikte voor de bouillon mijn zelfgemaakte versie.
Vind je dat te veel gedoe, kies dan voor een biologische bouillonpoeder bijvoorbeeld van Zonnatura (in de supermarkt) of bij de Natuurwinkel.

Variaties

De courgette voor dit soepje, kwam nog uit mijn tuintje. Als je een courgette koopt en een pepertje, kun je er wel een hele week mee doen.
Ik kan me voorstellen dat je ook eens een ander smaakje soep wilt.
Spinaziesoup-in-a-cup
Neem bijvoorbeeld een handje verse spinazieblaadjes, snijd dit wat fijner. Voeg met het water evt. een scheutje kokosmelk of sojaroom toe.

Boerenkoolsoup-in-a-cup
Of maak eens een boerenkoolsoepje. Neem jong, fijngesneden boerenkoolblad en maak het verder op dezelfde manier klaar. Vervang het verse pepertje eventueel door een paar druppels tabasco....

Ik heb ook een soepje gemaakt met geraspte wortel en stukjes gember. Die vond ik zelf niet zo lekker. Neem een groente die snel zacht (gaar) wordt.
Maar ga lekker zelf aan het variëren en bedenk een gezond alternatief voor dat kant en klare zakje uit de supermarkt.


You can do it!
  
 

maandag 7 november 2016

Mijn moestuin (44)

Ik begin, in deze regenachtige week even met een zonnig, verrassend plaatje. Zo eindigt het trouwens niet........

Het kon al zeker een maand eerder, maar deze week was ik ervoor in de mood: de fruitstruiken snoeien! De herfstframbozen kunnen tot de grond toe worden afgeknipt. Door hun enorme groeikracht, lopen ze weer helemaal uit in het voorjaar en is het ook gemakkelijk om ze te leiden langs een raster.



Maar toen ik deze ene framboos ook wilde snoeien, zag ik tot mijn verbazing nog prachtig rode framboosjes zitten. En lekker waren ze ook!!
Ik vind het bijzonder: nog in de eerste week van november. Maar ik was er blij mee.
En zoals je ziet, heb ik deze week echt vuile handen gemaakt..... ;)
Oh ja, nog goed om hier even te noemen: het verschil tussen zwarte en rode bessen in groei is als volgt:  rode bessen groeien aan nieuw hout en zwarte bessen groeien aan oud hout. Houd daar rekening mee, als je aan het snoeien bent.

Omdat er vorst voorspeld is, heb ik alle niet winterharde groentes uit de tuin gehaald.
De laatste courgetteplant moest eruit. Ik oogstte nog twee courgettes van gemiddelde grootte en nog drie kleintjes. Lekker, hoor!
Alle knolselderij ging uit de grond.
Met knollen en wortels vind ik het altijd spannend, want je ziet immers niet hoe het onder de grond is gegroeid.  Zo was ik vorig jaar beslist optimistisch toen de knolselderij geoogst moest worden. Maar dat werd een grote telleurstelling. Ze waren zó klein.....
Nu zag ik al wat contouren van knolselderij net boven de grond en gelukkig:
dit jaar waren ze een stuk groter. Ik heb ze op goed bemeste grond geplant en heb nog twee keer bijgemest. Ik ben blij met het resultaat.
Ik vind knolselderij een heerlijk aromatische groente, die ontzettend veel gebruiksmogelijkheden kent.   Echt niet alleen in de erwtensoep, hoor!
Ook het groene blad kan nog gebruikt worden als het kruid selderij Ik ga het fijnsnijden en invriezen, zodat ik het later in het jaar kan gebruiken.


Op deze rommelige foto zie je, min of meer een rij wortelen.
Het zakje zaad wat ik gebruikte, had geen Nederlandse tekst, dus ik weet niet of dit zomer- of winterwortelen zijn. Volgens mij zijn het zomerwortelen, dus ik haal ze er maar uit.
Ik heb al veel kunnen oogsten en verwacht niet nog heel veel wortels uit te kunnen graven.
Bovendien ben ik erg eigenwijs: het uitdunnen van de wortels doe ik niet. Het is dan net alsof ik bepaalde wortels niet een kans geef en anderen wel. Ik wil niet discrimineren..... ;)
Dus het uitdunnen verloopt bij mij op natuurlijke wijze, pas tijdens het oogsten.
Wat schetst mijn verbazing: er zijn nu nog heel veel wortels en echt niet alleen kleintjes. Er zitten hele mooie grote bij.

Als ik het moet schatten is het een kilo of vijf.
Geen mooi gelikt plaatje erbij, want schoonmaken is (nog) niet nodig.
Ik moet ze immers bewaren.
Hoe bewaar je knol- en wortelgroentes nu het best?
Het antwoord is simpel: in zand.
Dit deden mijn vader en opa ook al en dat werkt prima.
Zorg dat het zand niet te droog wordt en niet te nat is.
Ik neem een grote emmer van 20 liter en vul die met zand.
Zet de emmer op een plek waar het ongeveer 5 tot 10 graden is.
Uiteraard mag het daar niet vriezen.
Het loof snijd ik van de groente af.
Als het loof blijft zitten, gaat het namelijk doorgroeien en gebruikt het de knol of wortel als voedsel. Hier worden dan sappen aan onttrokken: het loof blijft (een tijdlang) frisgroen, maar de wortel wordt slap en droogt uit. Zonde!
In zand bewaard, kun je de knollen en wortels wel enkele maanden goedhouden.
Wat een makkelijke en goede manier van bewaren, toch?!

Ik heb ook de aardperen gesnoeid. Ze hebben weer uitbundig gebloeid en waren erg hoog en wild gegroeid.
Een stukje van de stengel laat ik boven de grond uitsteken, zodat ik weet waar ik straks moet graven om de lekkere knolletjes boven te krijgen.
Aardperen zijn winterhard en blijven nog lekker ondergronds.
Na een heleboel snoeiwerk, kreeg ik deze stapel. Natuurlijk past dit voor geen meter in de compostvaten, dus  leg ik het tijdelijk achterin de tuin neer, waar nu een stuk worteldoek ligt.
Ja, het is echt waar: de meeste planten sterven nu (zichtbaar) af.
Toch blijft onder de grond, de levenskracht van veel planten bewaard.
Dat is ook de reden dat ik toch nog wat gezaaid heb.
Dit is in mijn lege kas, de temperatuur dáár, gaat mee met de buitentemperatuur, maar de opwarming gaat sneller.
Ik ben benieuwd of dít nog gaat groeien. 
Ik heb rucola gezaaid, een lekkere, pittige slasoort met kleine blaadjes. Winterhard is het niet, maar wie weet......
En tot slot het plaatje van de tuin, ná al het werk wat ik heb verzet.
De foto is een beetje wazig, maar de frambozen en aardperen zie je niet meer. De wortels zijn gerooid.
Wat je nog ziet staan links is: de zwarte bessenstruik(en), het aardbeienbed, een rijtje spruitkool, een rij boerenkool en naast de zwarte grond wat bladeren van de schorseneer.
Schorseneren zijn winterhard en kunnen tot februari prima in de grond blijven zitten.
Ik heb ze nog nooit gezien en nog nooit gegeten.
Dat blijft voorlopig nog een verrassing!

vrijdag 4 november 2016

Shepherds pie




Dit is een echt cosy comfort gerecht. Ovenwarm, herfstig door de champignons en met, voor één keertje, een dubbele hoeveelheid koolhydraten.
Niet geschikt voor paleo-volgers dus. Wel lekker vegetarisch. Behoorlijk bewerkelijk, maar het is zó de moeite waard!
Deze keer kookte ik met de laatste bleekselderij uit mijn tuin. Ik had één struik nodig, maar het waren bij elkaar geloof ik wel een stuk of zes planten die ik gebruikte. Het stelde niet veel meer voor, deze laatste oogst. En dat na alle moeite met zaaien in het voorjaar, bij deze langzame groeiers.....
Maar in dit gerecht paste het prima en zie je niet dat de groente er eigenlijk helemaal niet zo smakelijk uit ziet.
Dunne en slappe stengels, af en toe wat bruin...... ach, wat doet het er toe? Het is super vers en biologisch. Zelf gezaaid en met liefde heb ik het op zien groeien...... Het smaakt verrukkelijk!

Uit eigen tuin: aardappelen, bleekselderij, sjalotje, gedroogde tijm, oregano en salie en selderij.....
Leuk toch?

Het oorspronkelijke recept komt uit Schotland of Ierland en bevat lams- of schapenvlees.  Vandaar de naam. Ik denk gewoon aan de goede Herder èn eet dit lekker vegetarisch.
Houd je vast, hier komt het hele recept:

Shepherd's pie 

Ingrediënten:
                   Voor de vulling:
  • 2 el roomboter
  • 1 sjalotje
  • 1 middelgrote ui
  • 1 kop selderij
  • 1 bosuitje
  • 8 -10 volkoren boterhammen, liefst oudbakken of uit de vriezer
  • 2 tl salie
  • 1/2 tl marjolein of oregano
  • 1/2 tl dillezaad
  • 1/2 tl paprikapoeder
  • 1/2 tl versgemalen zeezout
  • versgemalen zwarte peper
  • 1 el verse, fijngehakte peterselie
  • 1/2 l groentebouillon
                     Voor de aardappelpureekorst:
  • 1200 gr aardappels
  • 1 struik bleekselderij met blad
  • 1 laurierblaadje
  • 1 knoflookteen
  • klontje boter
  • 1,5 dl sojaroom
  • 1/2 tl versgemalen zeezout
  • versgemalen peper
                       Voor de champignonroomsaus:
  • 5 el boter
  • 1 sjalotje
  • 500 g (kastanje)champignons
  • 3 el bloem of volkorenmeel
  • 3 dl water
  • 2 tl groentebouillonpoeder
  • 2 el sojaroom
  • 1/2 tl versgemalen zeezout
  • 1/2 tl knoflookzout

Hoe maak ik het klaar:
Schil de aardappels en doe ze in stukken in een pan met water. Maak de bleekselderij schoon en snijd deze in kleine stukjes, samen met het blad. Doe dit ook in de pan, samen met het laurierblad en de knoflook.  Breng het aan de kook. Laat 20 minuten koken tot de aardappels en bleekselderijboogjes gaar zijn.
Maak ondertussen de vulling.
Snijd het brood in blokjes. Ik gebruik meestal brood uit de diepvries en in bevroren toestand is dit snel en makkelijk te snijden. Snijd het sjalotje en de ui in fijne snippers en het bosuitje in ringetjes. Snijd de selderij fijn. Smelt de boter in een grote koekenpan. Voeg de ui, het sjalotje, bosuitje en de fijngesneden selderij toe. Bak een paar minuten tot de groentes zacht zijn.


Voeg de blokjes brood toe, samen met ......
de kruiden.
Roer alles goed door elkaar. Roer de bouillon door de vulling en zet het vuur zacht. Laat op een heel laag vuur de vulling 10 minuten sudderen onder geregeld roeren.
Verwarm de oven voor op 200 graden en maak intussen de aardappelpuree.
Verwijder het laurierblaadje uit de pan en giet de aardappels en groente af. Stamp de aardappels fijn en roer de boter en de sojaroom erdoor. Voeg naar smaak peper en zout toe en roer alles goed door elkaar.
Het leuke is dat de bleekselderij in dit gerecht voor de frisse en lichte noot zorgt. Bleekselderij bevat zo weinig calorieën dat het verteren meer inspanning kost dan dat het oplevert. Een perfecte groente om van af te vallen, dus. Hoe meer je het eet, hoe slanker je wordt. Juist daarom past het prima in deze wat zware ovenschotel.
Doe de broodvulling in een niet te diepe ovenschaal. Schep de aardappelpuree erop en bak de Shepherd's pie 20 tot 30 minuten in de oven,


tot de aardappels een goudbruin korstje hebben.
Maak ondertussen de champignon-roomsaus.
Veeg of borstel de (kastanje)champignons schoon en snijd ze in dunne plakjes. Snipper het sjalotje. Smelt twee eetlepels boter in een ruime koekenpan en voeg het sjalotje en de champignons toe. Bak op middelhoog vuur tot de champignons zacht zijn en een donkerbruin vocht hebben afgescheiden. Laat ze even staan.
Maak ondertussen een roux-saus. Smelt in een steelpan 3 eetlepels boter. Voeg daar de bloem aan toe en roer goed door. Giet het vocht in scheutjes erbij en blijf roeren tot de saus begint te binden.
Gebruik een garde om een goede klontvrije saus te krijgen. Roer het bouillonpoeder erdoor en tenslotte de room, het zout en het knoflookzout. Op dit moment kunnen de champignons aan de saus worden toegevoegd.

Ik vind dit een verrukkelijke saus die ik ook als ragout gebruik. En als er een restje overblijft (wat steeds minder voorkomt) eet ik het de volgende dag lekker op de boterham.
Serveer de champignon-roomsaus over of bij de Shepherd's pie

 
Een verwarmend gerecht waar je blij van wordt.
 Eet smakelijk!!