woensdag 12 april 2017

Bij-na imker

Het begint er nu echt op te lijken:  i k   w o r d   i m k e r!!


Spannend hè?! Vind  ik zelf wel! Voor sommigen is dit misschien een droom die uitkomt, maar ik heb hier als kind helemaal niet over gedroomd ......

Toch volg ik vanaf februari een cursus imkeren. In maart heb ik mijn complete imkeruitrusting en gereedschap aangeschaft en .....dit weekend was ik alweer voor de derde keer tussen de bijen te vinden.

  Ja, ja.... met een Roodkapjes-mand aan mijn arm; zónder koekjes maar mét tabak. Zónder verwennerij voor grootmoeder, maar mét handschoenen, een beitel en een beroker.
Want er komt heel wat bij kijken, wil je bijen houden.

Maar waarom word ik imker?
Honing is lekker, maar daar doe ik het niet speciaal voor.
Nee, het begon zo'n drie jaar geleden toen ik voor het eerst mijn eigen calendulazalf ging maken. Hier had ik bijenwas voor nodig. Ik ontdekte een imker die haar kasten op het wijktuinencomplex heeft staan. Zij was zo vriendelijk om me restjes was te geven, die ze niet gebruikt.
En toen ging ik een keer met een uitrusting van haar, kijken bij de bijen waar die was vandaan kwam. Léuk!!

Ik kwam opeens overal imkers tegen. Ik sprak verschillende imkers (op de foto in Archeon) op verschillende plekken.
Inmiddels was er  het 'jaar van de bij', aandacht voor het welzijn van de bij en de daarbij horende paniek: want het ging niet goed met de bij! Nog dieper drong het besef bij me door dat bijen zó belangrijk zijn als je je eigen fruit en groente teelt. Vindt er geen natuurlijke bestuiving plaats, dan heb je òf geen vruchten òf je kunt alles zelf met een kwastje gaan bestuiven. Nou, dat laatste zie ik mezelf  niet doen. Ik zit niet bepaald verlegen om werk, zeg maar.

Dus bijen zorgen voor de bestuiving en ik krijg meer opbrengst: ik zie een kringloop! Tuinders met fruitbomen, die een imker vragen om kasten in de boomgaard te zetten, wéten het wel. Die krijgen 30% (!) meer opbrengst!  
Bijen produceren was, dat kan je prima gebruiken om zelf zalf en crème van te maken.
Bijen maken honing  en daar kun je weer van alles mee doen. Weet je dat de honing die je eet van de omgeving waarin je woont, ervoor zorgt dat je minder allergische klachten krijgt?
Een oude wijsheid tegen hooikoortsklachten is: neem dagelijks een theelepel honing. In honing zitten  kleine hoeveelheden pollen. Door hier dagelijks bijvoorbeeld een theelepeltje van in je thee te doen, zul je juist wennen aan de pollen.

En wat zijn bijen bijzonder sociale insecten die in grote groepen samen leven met een uiterst gedifferentieerde taakverdeling.Wat een wonderlijk proces van voortplanting en honing maken, bijvoorbeeld. Hier wil ik meer van weten, hier wil ik met mijn neus boven op zitten!
En dan heb ik nog niet eens propolis, mede (honingwijn) en pollen genoemd....... ;)


Inmiddels begint het steeds leuker te worden. Ik volg een cursus in mijn eigen woonplaats en theorielessen en praktijklessen wisselen elkaar af. Dat ik dit jaar nog zelf imker ga worden, neemt steeds meer vaste vorm aan. Zeker nu ik vorige week van mijn lief twee prachtige, ambachtelijk gemaakte spaarkasten heb gekregen.

Ik ga hier niet over uitweiden: zelf bijenkasten maken is vakwerk!
Mijn lief verdiepte zich hier heel wat avonden in, legde een map aan met maten en informatie, ging op jacht naar het geschikte hout en langzamerhand zag ik kasten verrijzen.
Aan mij vroeg hij dan hoe het er uit moest zien en hoe sommige dingen zaten. Maar ondertussen, hoewel hij geen cursus volgt, was hij al verder in de materie dan ik.
Maakt niet uit, we vullen elkaar goed aan!

Je kunt kasten verven, maar met olie behandelen is ook prima en geeft een natuurlijke look.

Met dit als resultaat! Ik vind ze prachtig!!


Wat heb ik inmiddels geleerd?
Bijen horen tot de insekten en hebben twee paar vliesvleugels.

Op deze foto, eens genomen tijdens een fotocursus, zie je dit goed. Je hebt vele bijenrassen. Ik kwam laatst de term 'knuffelbij' tegen. Gezellig voor in je tuin. Ik stond met mijn oren te klapperen. Het gaat bij een zogenaamde 'knuffelbij' om een solitair levend metselbijtje die een hol of nest maakt in een steen met gaatjes, zo'n insectenhotel. Ze metselen deze gaatjes ook weer dicht, vandaar de naam. Hoe de term 'knuffelen' hier bij gehaald is, is me niet geheel duidelijk. Net als honingbijen zijn ze vredelievend en zullen nooit zomaar gaan steken, maar zitten ze in het nauw, dan kunnen ze dat zeker wel!

De honingbij leeft niet solitair, maar in een groot volk. Een gemiddeld volk telt zo'n 25.000 tot 50.000 bijen. Hebben ze genoeg ruimte, dan kan het zelfs oplopen tot 70.000 bijen.
Die bijen hebben allemaal één moeder, de zogenoemde moer of koningin. Haar taak is, na de bevruchting als zeer jong bijtje, om haar hele leven lang eitjes te leggen. Dit kan in de zomer oplopen tot zo'n 3000 (!) eitjes per dag. De meeste van deze eitjes zijn vrouwelijk en deze bijtjes worden werksters genoemd.
Soms legt ze in grotere cellen, darreneitjes. Hier komen mannetjes (darren) uit. De mannetjes zijn voornamelijk goed voor de bevruchting van de koningin. Voor de rest lijkt hun taak afgelopen.....
De werksterbijen vervullen verschillende taken. Vanaf haar geboorte is een werkster eerst huisbij, vervolgens is ze schoonmaakster, voedster, cellenbouwer en portier. De laatste drie weken van haar bestaan, besteedt ze aan het halen van water, propolis, nectar en stuifmeel. Ze is een haalbij geworden en kan zo'n 800 (!!) km vliegen, tot letterlijk haar vleugels rafelig en versleten zijn. De lente- en zomerbijen worden door hun drukke bezigheden zo'n zes weken oud. Najaarsbijen kunnen het rustiger aan doen en overleven tot maart-april van het volgend voorjaar.
Hoewel alle bijen in één kast dezelfde moeder hebben, hebben ze niet allemaal dezelfde vader. De koningin zorgt ervoor door minimaal vijftien darren te worden bevrucht. Dit zaad slaat ze op in een soort spermatank en zo blijft er voldoende afwisseling en gezond bloed in de bijenkast.

Ik heb geleerd hoe bijen vroeger werden gehouden en hoe toen honing werd gewonnen.
Maar het leukst zijn de praktijklessen.
 
Met imkeruitrusting aan, de bijen in.
Een imkeruitrusting bestaat uit een kap (hoed met gaas) die vastzit aan een jack of overall. Je kunt ook een losse kap nemen.
Leren handschoenen die ruim over je mouwen heenvallen, zijn prettig, hoewel het ook zonder kan.
Verder moet je dichte schoenen aan doen en de sokken over je broekspijpen trekken.
Anders kan een bij via de grond en je schoenen, je been oplopen.

Vroeger rookten alle imkers om de bijen rustig te houden. Tegenwoordig kun je kiezen uit een imkerpijp (die je niet kan inhaleren) of een losse beroker.

Dit is mijn beroker.
Afgekeurde tabak (de restanten van wat versneden is voor sigaretten en shag) en een speciaal brandbaar kruidenmengsel, zorgen voor de brand. Met een knijpgedeelte wordt zuurstof toegevoegd en via een speciale tuit komt er rook vrij. Rook die de bijen een beetje bedwelmt en ze laat weggaan van het raam of de plaats waar je wilt werken.
Het aansteken is niet zo moeilijk, maar moet even geoefend zijn.
En het is handig om de beroker voordat je begint, goed aan te hebben.

Waar begin je mee, als je de 'bijen in gaat'?
Eerst inspecteer je de voorkant van de kast, de vliegplank met de vliegopening.
Je staat dan in de zogenaamde aanvliegroute van de bijen.
Dat kan best, maar je moet heel rustig bewegen en opletten op het gezoem van de bijen.
Ik heb er nog geen ervaring mee, maar het is te horen als ze boos of steeklustig worden.
Je kunt ook goed zien of bijen nectar mee de kast in nemen. Dit zijn donkergele pakketjes die aan hun achterpoten kleven. Op de foto zie je dit niet.

Daarna loop je om de kast heen, schuift de bodemplaat eruit en bekijkt die.
Je kunt hier een hele analyse op los laten, maar zo ver ben ik nog niet.
Soms zie je een mijt, je ziet pollen, wasdekseltjes.......
Nog een paar keer oefenen!

En zo ziet onze les er dan uit. Allemaal bijna-imkers aan het kijken bij een bijenkast met ramen meer of minder vol met bijen.
Er hangen tien ramen in een standaard bijenkast en de bijen plakken de zijkanten vast met propolis.
Er zijn verschillende redenen om in de bijen te gaan werken.
Inspectie is een belangrijke reden.
Je kunt een voorjaarsinspectie houden. Je kunt kijken of er voldoende broed is en een extra broedkamer plaatsen. Je wilt weten of bijen gaan zwermen of de neiging daartoe vertonen.
Als bijen al honing gaan maken, kun je een honingkamer op de kast zetten.
Regelmatig kijken is belangrijk!
Wij leren om bijzonderheden af te lezen en leren hoe je ramen moet bekijken, optillen, draaien......
Als je één raam bekijkt, dek je de rest van de ramen af met een doek.
Dit is om de warmte vast te houden (het kan ruim 35 graden binnenin de kast zijn) en de bijen rustig te houden.
Wat je op het raam ziet, kan broed zijn: cellen met eitjes, larven of dichte cellen.
Je kunt cellen met voedsel zien: nectar, honing of stuifmeel.

Hier zie je duidelijk een heleboel dichtgemaakte gaatjes. Dit is broed.
Je ziet ook een paar witte gaatjes. Dit zijn opgerolde larven. Een klein puntje is een eitje.
Alle stadia van groei kun je tegelijkertijd waarnemen.
Mooi, hè?!

Ik vind het werkelijk niet eng om zo'n raam vast te houden.
Sterker nog, ik merk dat ik er rustig van word.
Je moet natuurlijk rustig en kalm werken om het bijenleven niet ingrijpend te verstoren.
Maar het omgekeerde begint ook te werken.


Wat  bij een andere praktijkles aan bod komt, is zelf ramen maken.
Van vier latjes, 6 oogjes, verschillende spijkertjes, lijm en ijzerdraad, maak ik in een handomdraai (of acht) een bijenraampje.
De afmetingen van broedramen en honingramen zijn verschillend.
Maar de werkwijze is hetzelfde.
En eerlijk gezegd is een middagje of avondje timmeren ook erg leuk om te doen.
Al is het maar voor de afwisseling.

Door de oogjes aan de zijkanten, rijg je het dunne ijzerdraad.
Aan dit ijzerdraad kun je de wasplaat (op maat voorverpakt) bevestigen, door deze erin te laten verzinken met behulp van een warmtebron.
Hier is een kant en klaar raam, waar bijen heel graag op gaan uitbouwen.
Dit was een leeg raam, die we twee weken geleden hebben opgehangen in de kast, dus zonder wasplaat en ijzerdraad.
De bijen mogen hier zelf aan het bouwen gaan.
En wat een geweldige foto is dit geworden!!
Dit is een zogenaamd darrenraam.
De cellen zijn groter, omdat een dar meer ruimte nodig heeft.
Als bijen darrenbroed gaan maken en verzorgen, geeft dit ook weer een speciale boodschap af aan de imker.
Wat een drukte!
Maar tegelijk, wat een sociale en ijverige diertjes.
Ik wil hier nog heel veel meer over leren.
Nu mijn kasten klaar zijn, hoop ik binnenkort een eigen volk te verwelkomen.

Ik heb er, als bezige bij, een geweldig nieuwe hobby bij.
Of moet ik zeggen: "ik leer een ambacht"?
Bijen, ze komen heel dichtbij.
Ik ben bij-na imker!

woensdag 5 april 2017

Bananenpindataart

Yeah! It was my birthday! En ik maakte deze schandalig lekkere, healthy Bananenpindataart.

Je hoeft hem niet te bakken, het is suikervrij, lactosevrij en volledig vegan.
Eerlijk en heerlijk!
Echt mijn taart!  Is het ook wat voor jou?
Zal ik het recept maar delen dan??

Bananenpindataart

            voor 10-12 stukken
Ingrediënten:
                    voor de bodem:
  • 120 g rozijnen
  • 70 g zonnebloempitten
  • 80 g sesamzaad
  • 100 g amandelen
  • 120 g ontpitte dadels
  • kaneel
  • nootmuskaat
  • 3 el water
          voor er bovenop:

  • 10 bevroren bananen
  • 3 el citroensap
  • 3 el ahornsiroop
  • 350 g pindakaas (!) met stukjes noot
  • 100 g geroosterde, zoutloze pinda's
  • kaneel
Hoe maak ik het klaar:
Gebruik voor dit recept een taartvorm van 24 cm doorsnede.
Doe de amandelen in een keukenmachine/food processor en maal ze fijn. Voeg daarna de pitten toe en maal erdoor. Voeg de rozijnen en dadels toe. Meng alles tot er een stevig 'deeg' ontstaat. Voeg wat water toe, als het te droog blijft.
 
Druk het deeg in een ondiepe, ronde taartvorm. Duw de randen omhoog, zodat het tot de bovenkant van de vorm komt.
Bestuif de vorm met kaneel en versgemalen nootmuskaat.
Zet de bodem in de vriezer en laat hard worden.

Maak dan de vulling.
Ik heb altijd een voorraad bevroren bananen in de vriezer. Heb je dit niet? Zorg dat je een dag van tevoren de bananen, eventueel in stukken gesneden, invriest.
Laat de bananen een beetje zacht worden en doe ze in de (goed schoongemaakte!) keukenmachine.
Maal tot je een luchtig en romig mengsel hebt gekregen. Eigenlijk heb je nu bananenijs gemaakt, zo simpel is dát.  Errug lekker, maar wel voor een andere keer!!
Voeg voor de taart het citroensap, de ahornsiroop en de pindakaas toe. Meng tot er een homogene, romige massa ontstaat. Haal de bodem uit de vriezer.
Schep de vulling op de taartbodem en maak glad.
Bestrooi weer met wat kaneel.
Hak ondertussen de pinda's grof.
Ik gebruikte hiervoor een vijzel.
Strooi de fijngehakte pinda's over de bovenkant van de taart.
Bestrooi met nog wat kaneel.
Zet de taart in de vriezer en haal hem er 10 minuutjes voor het aansnijden uit.



Bevroren bananen worden snel bruin. Om dit te voorkomen bij deze taart, snijd je hem snel aan. Het overblijvende deel zet je weer koud, in koelkast of vriezer.......

Oh ja..... snijd niet te grote punten. Het is een machtige taart!

En een heerlijke, healthy taart!
I love it!

maandag 3 april 2017

Krootjesrisotto

Voor een goede risotto kun je me 's nachts wakker maken. Dít  is  zo'n goede risotto. Heerlijk zacht en romig, met een verse bite èn een prachtig rode kleur!

Krootjesrisotto! 
Ik dacht eerst dat 'krootjes' streekdialect was voor 'rode bietjes'. Maar dat is niet zo, het is een gewone, gangbare naam. Het stamt af van het Franse 'carotte' wat wortel betekent. Ik blij, want krootjes zijn mijn lievelingsgroente. Rode bietjes vind ik echter maar zo-zo ;).  De krootjes staan al bijna in mijn tuin (heb net vandaag gezaaid), maar de rucola in dit recept, komt echt al uit de tuin.
Het wordt tijd om dit gerecht niet langer voor mezelf te houden.
En oh ja.......  ik heb er een heerlijke variatie op!

Krootjesrisotto

             voor 6 personen
Ingrediënten:
  • 60 g roomboter (kies bio)
  • 3 kleine uien
  • 300 g vega spekreepjes  òf 250 g feta kaas
  • 425 g risottorijst (rondkorrelige rijst)
  • 250 ml droge rosé
  • versgemalen zwarte peper
  • 600 g krootjes of rode bietjes
  • 40 - 50 g rucola
  • 1,2 l groentebouillon van bouillonpoeder
Hoe maak ik het klaar:
Neem de uien. Pel en snipper ze fijn Smelt de helft van de boter in een wok en fruit de ui 1 minuut. Voeg de vegetarische spekreepjes (Tivall) toe en bak 3 minuten mee. Voeg de rijst toe, roer goed zodat de korrels glanzen. Dit duurt ongeveer 1 minuut. Schenk de wijn erbij. Mijn zelfgemaakte wijn van vorig jaar, is uitermate geschikt voor deze risotto. Want om zó te drinken is 't ie eigenlijk uitermate ongeschikt. ;) Roer goed door, op middelhoog vuur. Laat de rijst alle wijn opnemen. Zodra dit gebeurd is, schenk je een scheut hete bouillon erbij tot de rijst net onder staat. Herhaal dit tot de rijst gaar is. Dit duurt ongeveer 20 minuten.

Ondertussen rasp je de gekookte krootjes. Neem de rucola, was ze en snijd eventueel wat kleiner.
Roer de geraspte krootjes en de rest van de boter door de risotto. Breng op smaak met zwarte peper.
Kies je voor de variatie met feta kaas, dan bak je de uisnippers eerst 2 minuten en daarna voeg je de rijst toe. De feta snijd je in blokjes en roer je er op het laatst door. Ook de helft van de rucola schep je door de risotto.
Schep de risotto op borden en serveer met de overige rucola.

Dit is 'm: een overheerlijke risotto!
Beide variaties zijn bij mij favoriet. Helaas, de feta-variant komt minder op tafel, omdat mijn kinderen hier iets anders over denken.

Had ik al gezegd dat ik deze risotto verrukkelijk vind en dat je me er voor wakker mag maken? ;)


zondag 2 april 2017

Mijn moestuin (maart 2)

Yes! Ik heb gewéldig leuke dingen over mijn moestuin te melden. Geweldig in meerdere opzichten. Ik had in ieder geval geweldig veel werk in de tuin. Want in het voorjaar start alles op in de moestuin. Maar ik ben ook een nieuw project begonnen met schooltuinlessen. Vernieuwend, spannend en super leuk!
Wow!!
Naast de school van mijn kinderen ligt een geweldige natuurtuin.
En één stukje hiervan, netjes omheind, bevat een paar kale bakken.
En een aardbeientoren, zoals je ziet.
Hier komt niet zo heel veel van de grond.
En dat is eigenlijk wel de bedoeling.
Op het officiële schooltuincomplex, waar ik al zeven jaar les heb gegeven,  ga ik dit voorjaar even geen lessen geven.
Maar met de 28 (!) kinderen van groep vijf van deze school, ga ik een hele lessenserie uitwerken.
Beetje hetzelfde, beetje anders als wat ik gewend ben. Niet elk kind krijgt een eigen tuintje, maar daarentegen kunnen we ook in de winter op de tuin werken en oogsten.
Ik heb met de juf van groep vijf overlegd en ze ziet mijn plan helemaal zitten.
Elke week ga ik een uurtje deze klas begeleiden in de schooltuin.
En.........de eerste les zit erop. Onkruid wieden en een half afgebouwde kruidentoren weer afbreken.
Dat stond op het programma.
Vele handen maken licht werk, het was in een mum van tijd gebeurd!

En deze eerste les, zaaide een groepje kinderen, in lege eierdozen, kropsla.
In de vensterbank in de klas, mag deze sla rustig groeien. Een paar kinderen krijgen de taak om water te geven. Ben benieuwd hoe snel het met hun goede zorg begint te ontkiemen.
Volgende week beginnen we met het aflezen van de temperatuur en de regenmeter. Onontbeerlijke meetinstrumenten voor een tuinder en het geeft kinderen inzicht in hoe het weer (en vervolgens de plantjes) zich ontwikkelt.
Het was erg leuk om les te geven en te merken dat de kinderen dolenthousiast werden.
Het is ook leuk om met je handen in de aarde te werken en om met de klas even naar buiten te gaan in een eigen tuintje.
Volgende week mogen de kinderen hun eerste aardappel poten.
En o ja! Na het tuinieren, gaan we met de producten uit de tuin ook aan de slag in de keuken.
Van aardappels kunnen we chips bakken. Van kruiden zetten we thee of maken we kruidenboter. Van diverse groentes maken we groentetosti of groentesoep.
Geweldig om deze drie dingen, die echt mijn hart hebben, te kunnen combineren!
Kinderen les geven, tuinieren en koken.
Dit wordt een topjaar!
En mijn eigen zoon uit groep 5?
Hij zei vrijdagmiddag: "Ik wilde dat het al maandag was en ik weer een nieuwe schooltuinles van je krijg, mam!" Een mooier compliment kan ik me niet wensen.

Naast mijn moestuin, zit een geweldige tuinbuurman. Hij is niet alleen goed in frezen, uitlenen van gereedschap en het geven van tips, maar hij had ook een stukje tuin over, wat vol met rommel lag. Na het weghalen van deze rommel, bleek het om ruim twintig vierkante meter te gaan.
Rechts van het paadje, achter de boom tot aan de groene bamboestruik

Daar kun je heel wat planten op kwijt. En...... guess what? Ik mag het dit jaar gaan benutten.
Dank je wel, buurman Teun! Ik ben er super blij mee!

Netjes gefreesd, herken je het rommelstuk niet meer terug. Er kwamen heel wat stenen uit en takken af, maar ik ga het fijn gebruiken. Ik zie er al pompoenen groeien!
Misschien dat ik nu het jaarrond uit de tuin kan eten?!

Oh ja...... waar het idee opeens vandáán kwam??  Van jong tot oud, wilden mijn kinderen ook een eigen stukje tuin. Nu ja, opeens! Elk voorjaar willen ze het en elke zomer moet ik concluderen dat er alleen maar onkruid groeit.
Maar toch...... jong geleerd is oud gedaan en het is zó leerzaam en leuk voor kinderen.
Dus ik heb ieder maar weer een stukje gegeven. Hoe zou het dit jaar verlopen?


In ieder geval ben ik ze hiermee een klein stapje voor, hoop ik. Hi, hi......

Zaaien
Maart is dé voorjaarsmaand, waarbij je al veel kunt zaaien voor je moestuin. Je kunt voorzaaien in huis in kweekbakjes, maar je kunt ook buiten in de volle grond zaaien.

Hoe start je een moestuin? En hoe begin je?
Je begint met het uitkiezen van datgene wat je in je tuin wilt hebben, wat je lekker vindt om te eten. Simpel! Hiervan koop je zaad bij een tuincentrum, of je besteld het bij een online bedrijf.
Je kunt je ook laten verrassen door de moestuintjesactie van de Albert Heijn, die deze week weer gestart is.
En dan?
Je kunt op al die zakjes kijken wanneer en hoe wat gezaaid dient te worden.
Makkelijker is het om een zaaikalender te gebruiken, zodat je snel een overzicht krijgt.
Kies hiervoor een goede (online) zaaikalender, bijvoorbeeld deze!
Deze maand zaaide ik buiten in de kas of vollegrond:
  • kervel
  • doperwten
  • peulen
  • radijs
  • veldsla
  • kropsla
  • zomerwortelen
Binnenshuis in een zaaibakje:
  • paksoi
  • ijsbergsla
  • kropsla
  • bleekselderij
  • knolselderij
  • venkel
  • tomaten
  • rode peper
  • aubergine
Bij de Aldi kocht ik een zakje veldsla met zaaiband. Dit ziet er zó uit. De zaadjes zitten netjes verdeeld over het lint en je kunt ze eenvoudig in een geultje in de grond leggen. Vervolgens  doe je er wat aarde overheen en geef je veel water.
Ik houd niet zo van zaaiband, want meestal komen de zaadjes niet goed op en krijg je hele gaten in je rijtje. En......... ze komen meestal niet goed op bij mij. Ach, give it a chance. 
Ik kocht het vooral, omdat het gelijk de grond in kon.
En oogst je een bepaalde groente vroeg, dan kun je de vrijgekomen plaats nog een keer benutten in hetzelfde seizoen.
Ik zaaide alvast een rij wortels. En voor alle wortelgroentes geldt, dat de grond luchtig genoeg moet zijn. Dit bereik je gemakkelijk door er zand doorheen te werken. Welk zand, maakt niet zoveel uit. Kleigrond, gemengd met zand, wordt luchtiger en losser. En hierdoor krijgen de wortels meer ruimte om te groeien.


Planten en poten
Hoewel het wat vroeg is, poot ik de eerste vroege aardappels.
En het stukje tuin wat ik daarvoor gereserveerd had, heeft een metamorfose ondergaan.

Dit is de vóór-foto.
Aan de linkerkant zie je  heel veel zevenblad groeien
Aan de rechterkant komt de rabarber boven de grond.
Er lag de hele winter gronddoek overheen, zodat het meevalt met het onkruid.
Hoewel.....
De tuinder die hiervoor deze moestuin beheerde, had op deze plek een composthoop en niet alleen tuinafval ging er op. Ik vond ontzettend veel stenen, stukjes glas, panty, touw en plastic.
Bah......

Dit is de na-foto.
Omdat de frees hier niet kon komen, heb ik dit allemaal met de hand opgeruimd.
Schrepel en schepje in de hand, emmers voor het vuil onder handbereik.
En toen mochten de aardappels er van mij al in.
Een vroeg ras, wat over 100 dagen geoogst kan worden.
Hoewel ik bijna alle groentes zelf zaai, koop ik zonder voorafgaand plan, ook wel eens een plantje. Zoals deze, waar ik in de supermarkt tegenaan liep. Spitskool en bloemkool kocht ik.
Deze kolen zijn al afgehard en daarom zette ik ze snel in mijn tuin.
Ze groeien in een zogenaamd potje, een klein geperst vierkantje tuinaarde. Dit droogt snel uit en wil je ze een goede start meegeven, dan kun je ze het beste op de volgende manier in je tuin zetten.
Maak een gat. Doe hier wat (biologische!) koemestkorrels in en schenk het gat vol met water.
Zet dan het plantje erin, lekker stevig, iets dieper dan nodig lijkt.
Maak het gat dicht en het kleine plantje heeft gelijk genoeg water en voedingsstoffen om hard te kunnen groeien.
Op koolplantjes zijn vogels (en trouwens ook rupsen) helemaal dol. Om nog wat voor jezelf te kunnen overhouden, moet je de - vooral jonge - plantjes, hiertegen beschermen.

Hier staan de kleine plantjes, samen met de grote bloemkoolplanten, onder een vogelnet.
Vlinders kunnen hier nog wel doorheen, daar heb je een nog fijnmaziger net voor nodig.
Ik los het eerst even op deze manier op.

Oogsten:
De winteroogst is gedaan. Deze periode moet ik even overbruggen, met het kopen van groentes. Mijn doel om het jaar rond uit de tuin te eten, is ook dit jaar niet helemaal gehaald. Op naar het volgend jaar.
Maar......... ik heb wel iets geoogst. Ik oogstte rucola. Midden in de winter gezaaid en al een tijdlang oogst ik er telkens kleine beetjes van. Hoewel ik het al zo vroeg gezaaid had, zie ik duidelijk dat het pas de laatste weken goed groeit, met grotere, hogere blaadjes. Dit komt toch door het lengen van de dagen en de warmte.

Het leuke is, dat na de eerste oogst het nog zo'n drie keer aangroeit. Trek het dus niet uit de grond, maar snijd of knip het af. Dan heb je er meer aan.
Hetzelfde geldt voor spinazie. Ook die groeit goed en kan ik nu, eind van deze maand, oogsten.
Pas nu, met meer licht en warmte, krijgt de spinazie een groeispurt. En ook spinazie kun je meerdere keren oogsten, als je het afsnijdt.
Onder het motto "if you can't beat it, eat it", oogstte ik zevenblad. Aan de randen van mijn tuin mag dit daarom  nog even groeien. Ik maakte er een lekkere pesto  van. Genoeg voor twee maaltijden. Mijn kids vinden het heerlijk door de pasta en wist je dat zevenblad goed is tegen jicht? Dat is dan weer mooi meegenomen.
Ik oogstte nog meer 'onkruid': ook brandnetels haalde ik uit mijn tuin. De mooie, jonge topjes zijn prima te gebruiken als groente. Tot nog toe droogde ik ze om er thee van te maken.

Even wennen aan de smaak, maar brandnetel hoort echt thuis in een lentekuur als je je lichaam wilt ontgiften en reinigen voor het voorjaar. Brandnetel is bloedzuiverend.
En binnenkort als de tuinkruiden nog wat meer zijn gegroeid, kan ik tuinkruidenrisotto eten.
De andere groentes zullen eerst flink moeten groeien en ik zal geduld oefenen.

Hoewel....... dit groeit werkelijk heel goed



Bloemkool! Een heerlijke groente!! En wat worden die kleine kooltjes, nu ze afgedekt tegen de vogels staan, langzaamaan groot. Dat wordt bloemkool eten in april, als dit zo doorgaat. Wow! Zoals bij meerdere groentes, heb je variaties in zomer, herfst en winterrassen. Dit heb je bij wortels, prei en bloemkool. Maar omdat ik vorig jaar de bloemkool al zo vroeg had gezaaid, dacht ik dat er nooit meer wat eetbaars zou groeien. Dit is echter geen herfstbloemkool en  geen winterbloemkool, maar overblijvende voorjaarsbloemkool. Never heard of it!

Maar stiekem ben ik er wel een beetje trots op! En bij bloemkool geldt, dat het witte gedeelte volledig van de zon afgeschermd moet zijn. Dit doe je het beste door er een groot blad overheen te vouwen of erover te leggen. Doe je dit niet, dan wordt de bloemkool groen. Onder invloed van zonlicht vindt er fotosynthese plaats en maakt de plant bladgroenkorrels aan, vandaar.

Ik heb ook keihard gewerkt om mijn tuin op een natuurlijke manier te kunnen bemesten.
Aan het eind van een droge week, was het hoog, hoog tijd om het kippenbuitenverblijf grondig schoon te maken.
Alles heb ik er uit geschept en vervolgens met twee overvolle kruiwagens naar de moestuin gereden.
Kippenmest bevat veel stikstof, fosfor en kalium. Het zijn drie essentiële voedingselementen die iedere plant nodig heeft. De samenstelling van de mest wordt onder meer bepaald door het feit dat bij vogels uitwerpselen en urine het lichaam samen en via dezelfde opening (de cloaca) verlaten.
De meest efficiënte manier om de waardevolle voedingselementen uit de kippenmest aan de moestuin toe te dienen, is het verwerken van de mest tot compost.
Omdat zuivere kippenmest te slap van structuur is en bovendien zuurvormend is, is bijmengen van structuurmateriaal noodzakelijk. Stro is een klassiek voorbeeld en dat zat er dan ook doorheen.

Op de tuin verdeelde ik de mest over vier vakken. Beetje uitharken. Ik ben benieuwd en probeer het gewoon uit. En mijn buurman bood aan deze kippenmest gelijk wat dieper erdoorheen te frezen. Nog een keertje de grond luchtig maken: geweldig!
Het was heel hard werken, maar wat een voldoening gaf dit: m'n eigen mest verzamelen. Het is mijn eigen kringloopje.

Ik heb mijn kruidentuintje eens flink onder handen genomen. Naast de laurierstruik, wat nu een laurierboompje is geworden, heb ik ook verder wat rust en orde proberen aan te brengen.
Wat overal tussendoor woekert is citroenmelisse en oregano. Zelfs in mijn gazon en tussen de tegels komt dit gewoon op.
Ik heb ze netjes overgeplant en nu zijn ze te koop.
Biologische, geharde kruidenplantjes voor in je eigen tuin.
Heb jij ook interesse? Laat het me even weten.
Ik heb meerdere plantjes!
Kruidenplantjes kun je goed bij tuincentra kopen, maar je kunt ze ook gewoon in de supermarkt kopen.
Daar zijn ze vaak een stuk goedkoper!
Kijk thuis, na je aankoop, gelijk even naar de wortels van de plant, om te weten of je ze in een grotere pot moet zetten.
De 'groenteman' in de supermarkt stelde ik de vraag of de biologische kruidenplantjes afgehard waren. Dit betekent dat ze aan de buitenlucht en koude gewend zijn, er hard voor zijn. Hun stengels zijn dan wat steviger, omdat de groei langzamer is gegaan.
De supermarktmedewerker keek me glazig aan, alsof hij die vraag nog nooit had gehoord (wat waarschijnlijk ook zo was). Uiteindelijk begreep hij wel wat ik bedoelde en dacht hij toch ook, dat ze niet gehard waren.
Geeft niet! Dit kun je ook makkelijk zelf doen.
Zet de plantjes overdag buiten en haal ze 's nachts binnen. Doe dit een dag of drie, vier en laat ze vervolgens ook 's nachts buiten staan. Doe dit van de grond af (op een pottafel ofzo). Na zo'n drie, vier nachten zijn de planten wel goed afgehard. Gaat het opeens keihard vriezen, begin dan weer  met de plantjes binnen te zetten.
Zo niet, dan kun je ze in de grond planten.
Ik heb lekker biologische peterselie en tijm in mijn tuin staan. Het kostte me maar één euro per plantje!

Als je veel in de grond bezig bent, kan het zijn dat je dit beestje tegen komt:

Wie weet wat dit is???

Dit is geen rups.
Het is een emelt of engerling. De larve van een langpootmug.
Kom je die in je tuin tegen, dan kun je deze het beste maar verwijderen. Gooi op de composthoop of in de groencontainer.
's Nachts leeft de emelt boven de grond, de rest van de dag leeft hij in zijn eigen holletje onder de grond. De schade die de emelten veroorzaken, komt door het eten van plantmateriaal wat bladgroen bevat. Zij bijten een deel van de plant af, die vervolgens wordt meegetrokken in het hol. Ook de ondergrondse delen (wortels) van de planten worden niet overgeslagen. De planten raken verzwakt en gaan dood of vallen om.
Met schoffelen kom je ze soms tegen.
Je weet nu wat je met ze kunt doen!

En wie weet wat hier gebeurd kan zijn?
Dit kwam ik opeens tegen in mijn moestuin.......
Een teken van eten en gegeten worden.

Als allerlaatste laat ik nog graag even dit paastuintje zien.
In de veertigdagen tijd voor Pasen, mogen de kinderen dit maken om bewust toe te leven naar het paasfeest.
Ze vinden het fijn om te doen en het heeft een diepe betekenis.
Voor een uitgebreide beschrijving en meer foto's klik hier!

En hiermee sluit ik dit overvolle moestuinblog af.
Het is weer mooi geweest voor deze maand.
Ik ga uitrusten!