zondag 7 mei 2017

Mijn moestuin (april 2)

April kan te boek als een  erg koude, natte maand. En dat terwijl het zo mooi begon. Ach... daarom heb ik in de moestuin niet zoveel gedaan. Ik doe maar even rustig aan, wat vandaag niet komt, komt morgen wel.......
Ondertussen groeit, wat al gezaaid is, rustig door.
En er valt ook te oogsten. Al die regen is namelijk goed voor rabarber, eigenlijk een moerasplant.
Een fles rabarbercello staat al in de kelder..... dat gaat goedkomen.
Wat is dat toch een super makkelijke plant: slakken lusten het niet, elk jaar komt de rabarber weer op (pas na een jaar of 10 moet je de plant eens gaan vervangen), nieuwe rabarber krijgt je gemakkelijk door de wortelstok te scheuren en wat een prachtige rozerode kleur heeft de rabarber.
Naast likeur kun je er prima limonade, ijsjes, taart en cake mee maken. En ik heb nu nog twee potjes rabarberjam en rabarberchutney (mmmm!) van vorig jaar staan.
De rabarbermoes is aan mij niet besteed, maar dát is dus geen probleem.

Wat ook goed groeit met al die regen, is het onkruid.
Wat is eigenlijk een goede definitie van onkruid?
Déze kwam ik tegen:
"De beste manier om bij het wieden zeker te weten dat je een onkruid en geen waardevolle plant verwijdert, is er aan trekken. Als hij gemakkelijk uit de grond komt, wás het een waardevolle plant!"
Ha, ha....... Hier bij het spinaziebed raak ik wel in de war.
Natuurlijk laat je gewenste en gezaaide plantjes tegelijk opkomen met onkruid. Maar de spinazie groeit erg langzaam en het onkruid erg hard met die regen.  Dus als ik ga wieden, trek ik er vaak de gewenste spinazie uit.... :(

Zonder gekheid: jij als tuinder bepaalt of iets onkruid is of niet! Soms zijn aardbeienplantjes, braamscheuten en aardappelplanten op sommige plekken dus onkruid. Niet daar gezaaid of gepoot en erg ongewenst. Tegelijk ben ik blij met een bepaalde hoeveelheid brandnetels en zevenblad, omdat ik dat af en toe oogst om te eten. Dus het is nog al dubbel. Voor de meeste mensen zijn paardenbloemen, klavers en brandnetels natuurlijk onkruid, maar.......  de tuinder bepaalt!!
Deze maand waarin mijn niet getekende tuinplan steeds vastere vormen aanneemt, werk ik graag met lege vakken, zonder spontane, 'zelfdenkende'  planten.  Die vakken komen namelijk vanzelf vol; het liefst met rijen.
Een rij met voorgezaaide plantjes, een rijtje wortels en raapstelen die ik zaai, rijen pootuitjes......  Want op een rij mag het er 'saai' uit zien, het is wel veel makkelijker onkruid wieden.


De tuintjes van de kinderen beginnen er steeds gezelliger en voller uit te zien. Ze mogen hier lekker hun gang gaan, het hoeft niet op mijn manier, als ze maar plezier in het tuinieren hebben. Veel plantjes die ik over heb, komen her en der in deze tuintjes te staan. Munt, sla, aardbeien, een bessenstruik.... hun lievelingsgroente wordt gezaaid.
En tot nog toe zijn ze gemotiveerd om te kijken en vooral 'water te geven'. Ha, ha...
Ondanks mijn tip die ik zelf vorige keer hier deelde, is het noodlot voor mijn kiwiplant toegeslagen.
Het was met die paar keer nachtvorst toch te koud en de plant is bevroren......
Geen kiwi's dit jaar voor mij....... snik!
Wel sla, verwacht ik. Die kan gelukkig best tegen een nachtje vorst.
Rode sla is minder aantrekkelijk voor zowel vogels als slakken.
Ik heb ze met krantenpapier-potje en al geplant.
Ik ben heel benieuwd of dit bevalt ;)
De andere slaplanten staan voorlopig in de kas, zodat ze iets sneller groeien.
Zijn ze te oogsten (binnen nu en twee weken) dan wordt hun lege plekje opgevuld met echte kasplanten: komkommer, tomaat, kousenband, rode peper en aubergine.
Het kan prima om binnen één seizoen verschillende planten achter elkaar op één stukje tuin te zetten.
Doe bij de aarde een beetje verse compost of biologische mest en je benut je tuin optimaal!
Zo kreeg ik tot mijn verrassing een zakje compost bij de Ikea, een plek waar ik het niet verwachtte.
Een geweldig gezond recycle idee van deze winkel.
Alle restanten groen uit het restaurant werden opgeslagen en gecomposteerd, wat resulteert in zakken vol vruchtbare compost. En natuurlijk mogen de klanten meegenieten. Goede, navolgenswaardige actie van Ikea!

De moestuintjesactie van de AH is inmiddels weer afgelopen.
Wat een super leuke actie, waardoor veel hobby-tuinders zijn begonnen met een stukje moestuin. Heel leuk dat ik als blogger ook van alle kanten moestuintjes, zaad, plantjes en dergelijk krijg.
Meestal kan ik het goed gebruiken: in mijn eigen tuin of in de schooltuinen.
En anders geef ik het door of ruil ik het met anderen.

Mijn kleine stukje wijk-moestuin is al vol: twee rijen aardappelen, een rij doperwten langs een hekje en vol is 10 m2. Nou, vooruit, nog wat slaplantjes onder het net, vlak langs het hek met peultjes......

Ik vrees dat ik dit jaar weer té veel plannen en plantjes heb en te weinig vierkante meters grond.
Want ik wil dit jaar heel graag weer witlof gaan telen, de wintergroentes moeten ook in de grond, die langzame groeiers. Ik wil voldoende pompoenen, mais en allerlei soorten bonen gaan zetten.
Ik vrees dat ik keuzes moet gaan maken.
En de eerste keuze is snel gemaakt..... niet alles vandaag doen.
Want......  morgen is er weer een dag!

Tot gauw in mei!

vrijdag 5 mei 2017

Slakken in en uit de tuin

Ik wil vandaag eens inzoomen op slakken in de moestuin. De schrik en plaag van elke tuinder.
Ik heb dit voorjaar al een aantal keer de vraag gekregen "Tamar, wat doe jij tegen slakken? Wat helpt het beste tégen slakken in de (moes)tuin?"
Voordat ik hierop antwoord, eerst wat meer over de slak. Want als je een vijand hebt, moet je hem kennen om te kunnen bestrijden. Toch?!
Slakken of buikpotigen zijn weekdieren. De gespierde onderzijde van het langwerpige lichaam, de buik, zorgt voor de voortbeweging.
Het lichaam van een slak bestaat voor het grootste deel uit water. De slijmerige huid zorgt er bij landslakken voor dat ze niet uitdrogen. De belangrijkste functie van het slijm is echter de voortbeweging. Het zorgt er voor dat de weg geplaveid wordt, waardoor het
dier zich al glijdend gemakkelijk kan voortbewegen. En als een slak verticaal moet bewegen, wat meer grip vereist, wordt een ander soort slijm afgescheiden.  Dit glinsterende slijmspoor zorgt er ook voor dat je precies weet dat er slakken in je tuin zijn (geweest).
De meeste soorten slakken leven in zee, een deel leeft in zoet water. En dan, als grote uitzondering voor weekdieren heb je ook nog landbewoners. Helaas voor ons moestuinders...... Slakken kun je grofweg indelen in twee groepen:
  • slakken met een huisje (huisjesslakken)
  • slakken zonder huisje (naaktslakken)
Natuurlijk zijn er nog veel meer indelingen, kijkend naar hoe slakken ademen, wat slakken eten en ook in eetbare slakken voor de mens. Maar dát laat ik heel graag aan anderen over.......

Lang niet alle naaktslakken leven bovengronds. Sommige tuinslakken leven ook ondergronds en vreten dan aan wortels en knollen.

Slakken zijn erg gevoelig voor de vochtigheidsgraad in hun omgeving,  maar ook licht, temperatuur en het zoutgehalte zijn erg belangrijk voor een slak.
In mijn moestuin gebruik ik loopplanken om overal te kunnen komen. Daaronder blijft het donker, vochtig en beschut. Draai ik zo'n plank om, dan zie ik slakkenslijm  en heel wat slakken, klein en groot zitten. Zie je ze in de rondjes?!
Dit is dus een heel klein stukje plank en zo heb ik wel tien planken in de tuin.

Slakken hebben een rasp-achtige mond die bestaat uit vele duizenden kleine hoornachtige tandjes. Hiermee worden dunne laagjes weefsel van het voedsel geschraapt. De grootte, vorm en aantal tanden is dan ook aangepast op het voedsel van de slak. Jammer is dat! Slakken in de moestuin hebben dus speciaal aangepaste sla- en kooltandjes..... :(

Om het nog erger te maken: slakken leggen per jaar zo'n 600 eitjes. Daar hebben ze niet eens een andere slak voor nodig, want de meesten zijn tweeslachtig.
Ze leggen hun eitjes in groepjes van 15 tot 50, in de bodem of onder plantafval. De eitjes zijn rond, enkele millimeters in doorsnede en doorzichtig. De eitjes komen uit als het lekker warm en vochtig is. Maar tot het zover is kunnen ze een lange periode overleven.
In een 'normaal' jaar zijn er twee generaties slakken. Maar tijdens natte zomers worden dat er makkelijk drie of vier.

De grootste vijand van de slak is misschien wel de moestuinder, alleen zit die soms met de handen in het haar.
Hoe bestrijd je slakken in de tuin, zodat je zelf nog een ongeschonden slakropje kan oogsten?
Om nog maar niet te spreken van Chinese kool of basilicum.......

Natuurlijke vijanden van landslakken zijn vooral vogels en dan met name lijsters. Ik moet zeggen dat mijn eigen kippen er gewoon hun neus voor optrekken. In ieder geval voor zo'n dikke naaktslak. Die laten ze liever liggen.
Sommige slangen en hagedissen eten slakken, waaronder de in Nederland voorkomende slangachtige hazelworm.. Duizendpoten, kikkers, padden en egels lusten graag slakken.  Sommige dieren eten het liefst naaktslakken, andere hebben liever huisjesslakken, zoals mijn kippetjes.


Deze dieren kun je natuurlijk proberen hartelijk welkom te heten in je tuin en ervoor te zorgen dat ze ook blijven. Zo hadden we op de wijktuin een egel rondlopen. Maar volgens mij kon die de slakkenhoeveelheid van vorig jaar niet aan. Of de egel lust geen naaktslakken. Lijsters lokken in je tuin lukt alleen als je dicht struikgewas of een bosachtige tuin  hebt. Hoe onopvallender de plek, hoe beter voor een lijsternestje.
Een egelvriendelijke tuin, een aantrekkelijke plek voor hagedissen en lijsters maken..... dat kan niet in elke tuin, maar is wel een beginnetje.....

Wat kun je nog meer doen om slakken te bestrijden?
Alle tips die ik tegenkom en ook zelf geprobeerd heb, kun je onderverdelen in vier categorieën:
  1. Maak je moestuin onaantrekkelijk voor slakken
  2. Lok de slakken en vang ze
  3. Hou ze tegen, door barrières
  4. Maak ze dood



  1. Zet minder aantrekkelijke planten in je tuin. Daar komen geen slakken naar toe. Slakken hebben een hekel aan munt, venkel, geraniums, knoflook, tijm en vingerhoedskruid: daar blijven ze vanaf. Vandaar dat er in mijn kruidentuintje weinig slakken te vinden zijn. Munt zet ik nu echter ook op verschillende plekken in de moestuin......
    Moestuinbakken zijn beter bestand tegen slakken dan de gewone moestuin en vooral beter te beschermen tegen slakken. Zie ook punt drie. Maar dan moet je niet het jaar rond uit je tuin willen eten ;) Dan heb ik in ieder geval te weinig tuinoppervlak.
    Zorg ervoor dat het grondoppervlak droog is in je tuin, beperk het vocht. Dit kan natuurlijk maar ten dele. Als het regent kun je er niets tegen doen. Slakken gedijen op vocht en zullen dan ook meer te voorschijn komen. Maar bij water geven moet je zuinig zijn en alleen de planten water geven die het nodig hebben.
    Je kunt ook houtsnipperpaden aanleggen of paadjes van grind of schelpen. Dit kan ook rondom de planten zelf. Als het niet hoeft, gaat een slak daar liever niet overheen. Denk bij deze tip verder dan alleen dit jaar. Wat zijn je plannen voor volgend jaar? Wil je dan dezelfde paadjes en anders: hoe krijg je weer 'schone' grond om opnieuw te gaan zaaien?

    Houd je planten in de gaten. Zie je vraatschade of glinsterende slijmsporen, grijp dan in. Hoe sneller je erbij bent, hoe beter.
  2. Slakken kun je bewust lokken met iets wat ze heel lekker vinden.
    In elk artikel over slakkenbestrijding lees je over het bakje met bier dat je moet ingraven. De beesten vallen erin en verdrinken. Dat is tenminste de bedoeling. Bij anderen kan dit best werken, maar bij mij doet het dat niet!  De bedoeling is dat je de bierval 's morgens en 's avonds controleert en regelmatig ververst. Heeft iemand daar goede ervaringen mee? Sommige slakken gaan nóg vrolijker en beschonken, gewoon door met plantjes oppeuzelen.
    Je kunt bewust bepaalde planten neerzetten en als feestmaal voor de slakken houden. Laat ze dan maar één plant kaal vreten, als de rest maar blijft staan. Dit kun je doen met Chinese Kool of Hosta. Het probleem bij mij is, dat slakken niet zo 'plantvast' zijn en gerust nog even de buurkrop andijvie of de hele rij kolen tegelijk aanvreten..... Zo had ik eens 83 Chinese kolen, waarvan ik er toch wel twintig hoopte te kunnen oogsten. Maar nee, mijn oogst bestond uit één (!) Chinese kool......
    Lokken met bijvoorbeeld een meloenschil kan ook. Ze vinden de geur heerlijk zoet en eten alle restjes vruchtvlees plus de schil op. Ze zitten eronder als schuilhut.....  en 's avonds pluk je ze daar vandaan en verwijder je ze uit de tuin.
    Wat werkt met meloen, kan zelfs met een bananenschil, halve sinaasappel en ander fruit. Deze tip ga ik dit jaar nog proberen....... Ben benieuwd!
    Paneermeel en legmeel (kippenvoer) vinden slakken zo mogelijk nog lekkerder. Hier kun je ze goed mee lokken.
    Probleem is als je ze gaat voeren, dat er waarschijnlijk meer slakken zullen komen. Misschien gaan ze zelfs meer eitjes leggen in deze 'rijke' vruchtbare omgeving.  maar vervolgens moet je ze blijven weghalen. En zet je ze niet ruim twintig meter verder neer, dan zijn ze er vrolijk de volgende dag weer. Met een slakkengangetje, dat wel, maar ze komen.
  3. Werp barrières op, zodat de slakken helemaal niet komen bij je plantjes. Dit klinkt goed en wordt door tuinders ook volop gedaan, maar wat werkt nou echt geweldig en afdoende?
    Bij slakken in huis is een laagje zout strooien heel effectief, daar kan het weekdier de slak, echt niet tegen. Maar zout in de tuin strooien is zeer schadelijk voor de bodem en voor bepaalde planten. Dus wat kun je gebruiken als barriere?
    Eierschalen rondom de plantjes....... dat werkt niet!
    Andere barrières van scherp materiaal zoals dennennaalden, schelpengrit, cacaodoppen..... werkt ook niet echt!
    Kopertape bevat giftige stoffen voor een slak en daar zal 't ie echt niet overheen gaan. Dit heb ik nog nooit geprobeerd en als kanttekening zou ik zetten: komt er niet ook wat kopergif in de bodem?
    Je kunt koffiedik strooien, de geur vinden slakken niet fijn. Maar ik ken deze tip vooral als tip tegen katten die in je tuin komen  poepen.
    Twee jaar geleden is er een speciale slakkenborstel op de markt gebracht. Slakken zouden hier nooit overheen durven kruipen..... Maar ja, de praktijk blijkt nog weerbarstiger dan die borstel.


    Zet slak-aantrekkelijke plantjes in een plastic omhulsel. Hier kunnen slakken moeilijk bij komen. De randen zijn te glad en zeker als je deze bakjes ook nog eens insmeert met vaseline. Gebruik bijvoorbeeld lege limonadeflessen (zonder statiegeld!) waar je de bodem uitknipt of plastic toetjesemmers. Helemaal afdoende is deze tip echter ook niet. En nogal arbeidsintensief als je een wat grotere tuin hebt.
    Ik ben benieuwd hoe het mijn krantenpapierpotjes vergaat (zie foto).
    Tegenwoordig is er ook slakkenschrikdraad..... 69 euro voor 20 m...... Ik weet wel wat dan goedkoper is: je groentes kopen of toch zelf verbouwen ;) Het moet wel leuk blijven!
    Wel eens gehoord van Nematoden? Dat zijn piepkleine aaltjes die in de grond op zoek gaan naar slakken, binnendringen bij de slak en zich daar voortplanten.
    Ze parasiteren op de slak, die daardoor stopt met eten en sterft. Ze werken vooral goed tegen naaktslakken omdat deze zich overdag op of onder de grond schuilhouden.
    Puur natuur dus: keihard! Ik heb het nog niet geprobeerd, maar kwam het op verschillende plekken tegen. Het klinkt goed, het lijkt logisch en wat ik erover lees: het werkt! Als ik het ga gebruiken, laat ik het hier weten.
  4. En als laatste, maak de slakken (zelf) dood. En hoewel ik al jarenlang vegetarisch eet en ik nooit een slak op mijn menu zal zetten, ben ik nou niet teerhartig als het gaat om mijn slijmerige vijand uit de moestuin. Een dode slak is weer een plantje meer in de moestuin. De meest 'vriendelijke' manier om slakken te doden, is om ze in te vriezen. De dieren zakken langzaam weg in een rusttoestand, en vervolgens bevriezen en sterven ze. Ik heb wel een extra vriezer in de schuur staan, maar die is niet bepaald voor de slakken bedoeld. Slakken kun je ook voeren aan dieren (zie hierboven). En je kunt ze in de groene container gooien, waar de vuilophaaldienst het werk voor je afmaakt.
    Je kunt ze verdrinken.
    Gebruik geen zout, dat is enorm pijnlijk en gemeen. Een slak wordt langzaam van binnenuit weggevreten, wat je kunt vergelijken met zoutzuur op je huid.
    En slakken gif? Je hebt slakkenkorrels in rood en groen (wel of niet waterbestendig) en je hebt ze zogenaamd biologisch oftewel gezond. Maar gif is gif en wat je op de bodem rond je plantjes strooit, trekt ook in de bodem, komt in het grondwater terecht waar vervolgens de plantenwortels het opnemen.  Gevolg: je sla of andijvie of welke groente dan ook, bevat een klein beetje gif. Koop dan maar gewoon je groentes bij de supermarkt en doe dit vooral niet biologisch!
    Nee, een bewuste moestuinder gebruikt toch geen gif bij z'n plantjes?! Bovendien, denk verder: slakkenetende vogels of andere dieren krijgen al dat gif ook binnen en zo komt het hoger in de voedselketen terecht waar het zorgt voor problemen. Niet doen dus! 

Het beste is om verschillende van de hierboven geschreven tips te combineren tegen de slakken in je tuin.

Maar als ik de vraag krijg: "Tamar, wat werkt het beste tegen slakken? Hoe krijg je ze weg uit je moestuin?" geef ik meestal het simpele, doch irritante antwoord: "Er bestaat geen afdoende middel tegen slakken, anders zouden ze nu niet meer bestaan, toch?!"



Maar kies gerust een ander antwoord uit bovenstaand verhaal.
En probeer niet om slakken volledig uit te roeien, dat lukt toch niet!
Combineer een aantal maatregelen die eenvoudig  zijn en bij je passen. En wees tevreden met een relatief succes - een 'aanvaardbare plaagdruk'.

En vergeet dit jaar niet, ondanks slakken, te genieten van je moestuin!


dinsdag 2 mei 2017

Sneeuwwitte bloemkool

Dit bijzondere bloemkoolrecept - spierwit op je bord,op de basilicumblaadjes na -
is perfect om als hoofdgerecht te serveren voor bijvoorbeeld Bevrijdingsdag. Met een rood voorgerecht en een blauw nagerecht eet je de kleuren van onze nationale vlag. Hóe leuk is dat?!  Zeg ik wat geks? Een blauw nagerecht?? Dat kán best, maar eerst dit lekkere gerecht met bloemkool uit eigen tuin. Daarna tips om er een waar Bevrijdingsdag-driegangendiner van te maken!

Serveer je dit gerecht op een wit bord, dan zie je bijna niet wat je eet.
Maar proeven doe je des te meer!


Sneeuwwitte bloemkool

               Voor 4-6 personen
Ingrediënten:
  • 1 bloemkool
  • 375 g mihoen (rijstvermicelli)
  • 1 el olijfolie
  • versgemalen zeezout naar smaak
  • 50 g roomboter
  • 2 teentjes knoflook
  • 250 ml sojaroom
  • 1 bosje verse basilcium
  • versgemalen zwarte peper
Hoe maak ik het klaar:
Maak de bloemkool schoon, verdeel ze in roosjes

en stoom ze in een stoompan of met een stoommandje in 5 tot 10 minuten beetgaar. Door het stomen verlies je geen waardevolle voedingsstoffen die bij het koken wel verdwijnen tijdens het afgieten. Breng een grote pan met water aan de kook. Voeg de olie toe en zeezout naar smaak. Als het kookt, voeg je de mihoen toe. Roer goed door en kook nog 2 minuten door. Laat de mihoen goed uitlekken en roer er 20 g roomboter door. Smelt de rest van de roomboter in een koekenpan. Pers de teentjes knoflook uit en fruit ze in de boter. Laat de boter niet bruin worden! Voeg de room toe en breng het geheel aan de kook. Roer er versgemalen zeezout naar smaak door. Voeg de bloemkoolroosjes toe en verwarm ze in de saus. Knip de basilicumblaadjes wat kleiner en voeg ze op het laatst toe. Schep de bloemkoolsaus door de mihoen.




Bestrooi met versgemalen zwarte peper
en dien direct op.
 
Heerlijke, zachte, romige smaken.
Heb je ooit eerder bloemkool zó geproefd?!


Oh ja, om de nationale driekleur in een gezond menu te vangen, eet je vooraf een bord krootjessoep oftewel Borsjt. Dit recept deel ik hier later dit jaar. Je kunt ook tomatensoep serveren, maar meestal is die wat meer oranje van kleur.
Als nagerecht bak je lekkere muffins, met blauwe bessen.
Voor een extra blauw effect bestrooi je deze muffins met blauw maanzaad.
Puur en natuurlijk en toch blauw!

Geniet ervan!
Eet smakelijk.

zondag 30 april 2017

Rabarbercello

Ik oogstte de eerste knalrode en zachtroze stengels rabarber die weelderig in mijn tuin groeien.  Heerlijk!
Als variant op limoncello kun je rabarbercello maken. En dat maakte ik vandaag van mijn eerste oogst!


Zoals alle likeuren moet ook deze cello enkele weken tot maanden trekken, dus er kan maar beter alvast een fles in de maak staan op m'n verder steeds leger wordende kelderplanken.
Van de winter dronk ik deze rabarbercello met kaneel; heerlijk on the rocks. Niet alleen de zachtroze kleur drinkt mooi weg, ik vond het erg lekker.

Heb je (nog) geen rabarber in de tuin? Het is een sierlijke plant en misstaat niet in een sierborder bij je huis. Elk jaar komt rabarber vanzelf weer op. Gelukkig nu ook op de groenteafdeling te koop.

Naast deze lekkere cello, die heel simpel te maken is, kun je ook heerlijke taarten bakken met  rabarber. Daar ga ik deze week mee aan de slag.
Hier volgt de.......




Rabarbercello

Ingrediënten:
  • 750 g rabarber
  • 300 g witte suiker
  • 2 kaneelstokje
  • 7 dl wodka (of zoveel tot de rabarber onder staat)


Hoe maak ik het klaar:
Neem de rabarber, was ze schoon  en snijd ze in stukken.

Zorg voor een schone, grote pot van ongeveer 1,5 tot 2 liter.
Doe de rabarber in deze pot.
Voeg de suiker en de kaneelstokjes toe.
Schenk de wodka erbij.
Ik gebruikte 0,7 liter, je kunt ook schenken tot alle rabarberstukjes onder staan.

Dek de pot af en zet deze op een donkere plek.
Door het donker, blijft de kleur goed behouden.
Hier op mijn vrijwel lege kelderplank, staat 'ie goed.
Laat de rabarbercello zes weken trekken, tot de suiker is opgelost in het drankje.
Zeef de drank, die nu lichtroze is geworden. Gooi de kaneelstokjes weg, bewaar de rabarberstukjes voor in een taart of cake, bijvoorbeeld deze lekkere rabarbertaart.
Schenk de likeur in een mooie karaf of fles.
 
Laat de rabarbercello nog drie maanden rusten, daarna is ze goed om te drinken.
Het is niet alleen leuk om zelf likeur te maken, maar je weet ook precies wat erin zit: geen kunstmatige toevoegingen dus.
Made in Holland.

Niet alleen lekker als ijskoud aperitief of digistief, maar rabarbercello leent zich er ook voor om te mixen in cocktails of mousserende wijnen.
Nog even geduld.......  en dan:

Proost!

 

vrijdag 28 april 2017

Het gras bij de buren......

Wat hebben we al veel geprobeerd om ons gazon een nét gazon te laten worden. Wat zèg ik.... nèt?
Ik bedoel: dat het er überhaupt als een gazon uit blijft zien.
En als we het dan hebben over het gras bij de buren, wordt het heel triest.

Want de groenstrook voor ons huis, is het vergelijkingsmateriaal. Dat is van de gemeente. Wordt tegenwoordig één keer per twee of drie weken gemaaid, er wordt elke dag een hondenhoop bij  gelegd, er zit wat onkruid in, er lopen mensen overheen, èn toch..... is het altijd groen! Mooi groen!
Hoewel ik er niet overheen durf te lopen vanwege die verwenste hondenhopen.....

Dat groen wil ik in de tuin ook.
Elk jaar is het aan het eind van de winter een zwarte boel, op de plek waar het gazon zou  moeten liggen. Elk jaar heb ik weer een discussie met mijn lief over kunstgras, betegelen of met houtsnippers bestrooien, waarbij ik voet bij stuk houd. Ik wil een ècht, groen gazon! Waarop je in de zomer lekker op je rug kan liggen om naar de wolken te staren.

Vorig jaar was het niet anders, eerder erger.
Zie hier het resultaat van een veel te natte winter..... waarbij er veel over het gras gelopen werd. Alle grond is platgetrapt en de grassprietjes hebben geen lucht om te groeien.....

Een goed gazon heeft onderhoud nodig. Maar om elke keer bij nul te moeten beginnen.......
Mijn lief geeft me de keuze: iets bedenken voor het gazon, zodat het nu eens blijvend goed gedaan wordt òf hij voert zijn 'snode plannen' uit.
Hoewel, daar is hij toch te lief voor. 
Voordat ik de kans kreeg om me te verdiepen in een gezond gazon, werd er al actie ondernomen.

Alles werd omgespit. Alles........ dat betekent: alle overgebleven, miezerige grassprietjes.
Het doel is om de bodem los te maken, zodat er lucht in de aarde komt.
En dit gebeurde vorig jaar eind maart,  begin april. Het voorjaar is hier de uitgelezen tijd voor.
De volgende stap is, om er turfmolm over of door te verdelen.
Een zachte, potgrondachtige laag, die de grond een luchtige structuur geeft.
Daarna hebben we graszaad gezaaid.
De kippen hebben een apart deel van het gazon gekregen. Daar hoeven we niets te zaaien, want kippen graven alles onder.

Gras heb je in vele soorten en met vele benamingen.
Een siergazon bestaat vaak uit een mengsel van gewoon struisgras en roodzwenkgras. Voor een speelgazon wordt vaak een mengsel van Engels raaigras en roodzwenkgras gebruikt. Soms wordt bij een speelgazon ook veldbeemdgras toegevoegd
Om het voor de consument makkelijk te maken kun je kiezen uit bijvoorbeeld een speelgazon, een schaduwgazon etc. 
Wij kozen voor beiden en hopen dat dit krachtig, sterk zaad is.

Natuurlijk kun je ook kiezen voor het leggen van graszoden, maar hoewel je gelijk een groen resultaat hebt, is dit een stuk prijziger. Ik vind het zelf meer iets om  randen waar graszaad niet (goed) groeit, te helpen.

Na het zaaien komt het wachten, wachten en nog eens wachten. Hebben we iets verkeerd gedaan? Zijn we iets vergeten??
Waarom duurt het zo lang ??
Gras wortelt ongeveer 10 cm diep en groeit onder invloed van daglicht, een goede bodem en natuurlijk regen.

Gelukkig, na zo'n zes weken komen daar de eerste sprietjes. Niemand durft over het gras te lopen,  iedereen gebruikt de handige staptegels. Niemand stapt er naast.....

En  begin juni kon ik voor het eerst maaien. Jippie!  
Dat is mijn favoriete klusje!  Het ruikt zó lekker! 
En ik ben niet de enige...... zo las ik laatst dat je een flesje met de geur van versgemaaid gras kunt kopen om het hele jaar van deze geur te genieten......

Afgelopen winter was het spannend..... blijft het gazon deze keer goed?
Je moet niet te kort voor de winter nog maaien, maar met die prachtige herfst, heb ik dat toch nog begin november gedaan.
Het kippenverblijf verhuisde in de herfst en het vrijgekomen stuk hebben we niet meer ingezaaid, maar met graszoden bedekt.
Nou, dat is een verschil: dat gras groeit veel dichter dan het gezaaide gras.
In ieder geval is het goed aangeslagen en dat geldt ook voor de rest van het gazon dat ingezaaid is.


Trouwens, gras heeft het best moeilijk in een gazon, hoor!
De bodem is vaak niet in orde: of te vast, of te droog, geen goede zuurgraad of te weinig meststoffen. Verder groeit er graag en makkelijk mos tussen het gras en als je dan net je kop boven het maaiveld wilt steken, word je pardoes gemaaid. Mag je weer niet hoger gaan.
Om nog maar niet te spreken over de uitdrukking 'onkruid' wat gelijk gebruikt wordt als je buiten de gebaande gazongrenzen wilt groeien. Tussen de tegels of in een moestuin....
Nee, gras heeft geen gemakkelijk leventje!
Maar mijn gazon ga ik vertroetelen......

Wat doe ik in het voorjaar?
  1. In het voorjaar begin je met verticuteren om de bodem luchtig te krijgen. Dit kan eenvoudig met een verticuteerhark. Hieraan zitten scherpe punten die de grond openwerken. Haal tegelijk jong onkruid eruit, dat gaat nu nog makkelijk, als het klein is.
  2. Door het verticuteren kunnen er kale plekken ontstaan. Zaai kale plekken in en kijk bij randen om bij te zaaien. Ook ontstaan kale plekken als er langer dan vier dagen een voorwerp op het gazon staat. Bijvoorbeeld een plantenpot of speelgoed.
  3. De bodem kan te zuur zijn oftewel geen goede Ph waarde hebben. Dit kun je meten met een Ph bodemtest. Je kunt organische kalk over het gazon verdelen. Als ik eieren gebruik, gooi ik tegenwoordig de eierschalen niet meer weg, maar was ze schoon, droog ze en mix ze fijn. Zo heb ik een potje kalkpoeder bij de hand. Gezond voor mens, dier en gazon.
  4. Voor de eerste keer bemest je in maart of april. Een goed gazon heeft gedurende het jaar wat extra voeding nodig. In speciale gazonmest zit alles wat gras nodig heeft. Omdat ik geen gras eet, hoeft het niet perse biologisch te zijn, wel graag organisch. Toen ik in verschillende winkels keek, was ik er snel van overtuigd dat ik 'vegetarische' mest wilde hebben. Huh? Ik zag één verpakking waar gemalen runderbeendermeel in zit........ dit gaat me te ver.
  5. Maaien! Bemest gras groeit harder, waardoor je vaker moet maaien. Je begint in het voorjaar om het gras zo'n 5 cm hoog te houden en vanaf mei kun je wekelijks maaien. Dat scheelt weer een flesje kopen met de geur van pasgemaaid gras.
In het voorjaar krijgt gras echt een groeispurt en groeit hard.
Verticuteren is best intensief voor je gazon, doe dat maar één keer per jaar. In plaats van in het voorjaar, kun je dit ook in het najaar doen.


Zaaien kun je doen zolang het gras groeit, dus dat kan zelfs tot oktober. Hopelijk groeit het in één keer goed.
Kalk toevoegen is optioneel en maar één keer per jaar nodig.
Bemesten mag drie keer per jaar. In het voorjaar is de eerste keer, dan mag het in juni/juli nog een keer en als laatste in de herfst: september/oktober.  Door het maaien verdwijnen er voedingsstoffen uit het gras. Door te mesten krijg je een mooi dicht, groen gazon.

Het maaien is een feestje! Het gras wordt afgesneden en dat stimuleert de groei van uitlopers, waardoor het gras dichter wordt. Maaien mag in de zomer wekelijks en soms zelfs twee keer per week. Onder de juiste omstandigheden groeit gras snel.
Maai altijd als het droog is, dat is beter voor het gras, omdat het anders in hoopjes blijft liggen.
Naast het gazon maaien, is het ook goed om de kanten bij te werken.
Met een speciale schaar, is dat makkelijk te doen.

Mijn gazon is niet zo groot, dus ik doe dat met de hand, op m'n knietjes.
Het gras mag je gerust na het maaien op het gazon laten liggen, als een mulchlaag.
Dit is  natuurlijke compost voor het gazon.
 
 

Maar gras is ook gezond en een lekkernij voor dieren.
Dus de cavia's krijgen af en toe wat.


En de kippen, die de kalk leveren voor het gazon,  zijn er dol op.
We verdelen het gewoon eerlijk.

Dit jaar heb ik al twee keer het gazon  kunnen maaien.
En raad eens..... het wordt steeds groener.
Wie weet, het is dadelijk nog groener dan het gras bij de buren.......

En deze zomer beloof ik mezelf dat ik af en toe op het gras ga liggen
- mijn eigen gazonnetje - om naar de wolken te staren.
Om olifanten, herten en monsters te zien,
maar vooral om het gras op mijn blote huid te voelen kriebelen
en de geur op te snuiven........

Heb  jij ook een gazon?
Geniet ervan!

maandag 24 april 2017

Eenpans bloemkoolpasta

Dit is een heerlijk bloemkoolgerecht wat je op één pit kunt klaar maken.


Onwillekeurig moet ik aan mijn eerste primitieve kampeerervaringen denken. De eerste jaren dat ik met mijn lief kampeerde was dit in een tweepersoonstentje met weinig spullen. Mijn keuken bestond uit één campinggasbrandertje, een koekenpan, een iets grotere pan, een schilmesje en wat lepels. En ondanks die primitiviteit kan ik me herinneren toch voedzame maaltijden te hebben gekookt. Hád ik dit recept toen maar gekend: lekker simpel, veel groente en alles past op één pitje.
De rijke kaassaus maak je au-bain marie klaar op de grote pan waarin je de bloemkool en de pasta tegelijk gaar kookt.
Het gerecht klinkt simpel en dat is het ook!
Maar het werd hier aan tafel met gejuich ontvangen, zelfs door de kinderen die niet van kaas houden.
Het is lekker snel klaar.
En uit mijn tuin presenteer ik met trots.........  de bloemkool


............... en het bosje selderij, wat ik op het allerlaatste moment uit mijn kruidentuintje pluk.



Eenpans bloemkoolpasta

              voor 4-5 personen

Ingrediënten:
  • 1/2 bloemkool
  • 500 volkoren fusilli
  • 300 g geraspte belegen kaas
  • 200 ml sojaroom (Alpro)
  • versgemalen nootmuskaat
  • versgemalen zeezout en zwarte peper
  • bosje verse selderij

Hoe maak ik het klaar:
Zet een grote pan met water op het vuur en breng aan de kook. Maak ondertussen de bloemkoolroosjes (ongeveer 400 - 500 g) schoon.
Als het water kookt, voeg je de pasta en de bloemkool toe.
Breng weer aan de kook. Ondertussen doe je de geraspte kaas in een schaal of kleine pan.


Vermeng dit met de sojaroom en hang het in de pan met pasta en bloemkool. Zet er een deksel op.
Als het geheel aan de kook komt, zet je het vuur lager. Roer regelmatig in de kaas, deze zal au-bain marie smelten tot een mooie, gladde, romige saus. Snijd ondertussen de selderij fijn.
Na 7 minuten giet je de bloemkoolroosjes en de pasta af.

Rasp wat nootmuskaat over de kaassaus. Roer ook de fijngesneden selderij erdoor.
Roer de saus door de bloemkool-pasta.
Voeg er aan tafel naar smaak zout en versgemalen peper aan toe.

Simpel, snel klaar en heel erg lekker!

  En..... hoewel het nu vakantie is, moet ik niet denken aan kamperen.
Wat is het buiten koud!
En dat hele primitieve kamperen ligt gelukkig ook in een ver verleden.
Maar af en toe supersnel en makkelijk koken, is niet verkeerd toch?!

Eet smakelijk!

zaterdag 22 april 2017

Mijn moestuin (april 1)

In april kun je de meeste groentes al in de vollegrond zaaien. Echt warmte-minnende gewassen of sommige wintergroentes mogen later. Sperziebonen en snijbonen, courgette, tomaten: die mogen pas na ijsheiligen de grond in. IJsheiligen is de periode van 11 - 15 mei. Daarna is de kans op nachtvorst vrijwel miniem. Veel groente zaai ik toch al voor en dat is de reden dat mijn vensterbanken bomvol staan met potjes, kweekbakken en dienbladen vol bakjes.

Gelukkig ben ik jarig in april en dat heeft zo z'n voordelen. Vlak voor mijn verjaardag zag ik een erg leuke tuingadget die ik wel wilde hebben: een potjesmaker!
Mijn lief, immer creatief en net als mij graag aan het besparen, maakte deze gadget zelf.
Ik deel het hier, dan kan iederéén hem maken (en 15 euro uitsparen!).
De bedoeling is om niet meer met bakjes, wc-rolletjes en eierdozen in de weer te gaan, maar je plantenpotjes gewoon zelf te rollen, wanneer je ze nodig hebt.
Jawel...... gewoon van een oude krant.

Dus dat kreeg ik voor mijn verjaardag: een oude krant!
Oh ja..... en een schoongemaakt blikje zonder bodem en -het houdt niet op-  een stuk bezemsteel.

Ha ha.... dit was niet het enige cadeau, hoor.
En ik was er best blij mee!
Ik zal uitleggen wat ik met deze drie losse attributen doe.
Neem een oude krant.
Ik wil nog steeds de 'nee-nee deursticker' bestellen, maar los daarvan, hebben we wekelijks kranten over van de krantenwijken die de oudste kids lopen.
Scheur een bladzijde van de krant, vouw dubbel of in drieën en wikkel strak om het blikje heen.


Zorg dat een derde deel uitsteekt.
Doe dit aan de scherpe, smalle kant van het blikje.
Vouw het uitstekende deel naar binnen toe, maak een scherpe vouw op de rand.
Gebruik nu de 'stamper' en maak simpelweg een bodem door de krant aan te stampen.
Et voilà: klaar is je potje!
C'est simple!




 
Ik was nog wat sceptisch bij het watergeven, maar werkelijk: het werkt!!
De krant is stevig genoeg als potje, de aarde absorbeert het water snel genoeg om niet het krantenpapier te doordrenken.
En hoe stop je het plantje straks in de grond?
Dit kan met krant en al, want het verteert na verloop van tijd vanzelf.
En hoe zit het met die drukinkt? Dat weet ik nog niet....... ga ik uitproberen!
Yes! Al die stapels potjes in de winter in de schuur, tot ergernis van mijn lief, dat is vanaf nu verleden tijd......

Hier staan de tomaten in bakjes op mijn vensterbank.

Deze foto is van begin april en inmiddels zijn ze al weer gegroeid.
Maar een plantje groeit niet door als 't ie niet genoeg ruimte krijgt.
Dan gaat de wortelgroei stilstaan en uit-ein-de-lijk zal het plantje het niet overleven.
Dus de volgende stap is het overplanten of verspenen.
Alle plantjes gaan in een grotere pot.

Ik zaai veel plantjes per twee stuks in een potje. Dan moeten de worteltjes voorzichtig van elkaar worden losgemaakt.
Hier bij de peultjes kun je heel goed zien, hoe de wortels te weinig ruimte hebben en toch door willen groeien.
Ze gaan door het potje heen, vervlechten zich met elkaar.....
Het is zaak om heel voorzichtig te werk te gaan. Een enkel worteltje kan wel gemist worden, maar dit kan de plant ook een groeiachterstand geven.

Dan moeten de plantjes gaan harden.
Zijn het plantjes die echt veel warmte nodig hebben, dan laat ik ze nog binnen staan.
Anders gaan ze in de kas, van de grond af.
Harden betekent langzaam laten wennen aan kou, dus dat is de eerste twee, drie dagen heen en weer slepen met potjes.
Want overdag gaan ze naar buiten, 's nachts weer naar binnen.
Na een paar dagen blijven ze ook 's nachts buiten staan (let hierbij op de nachttemperatuur!).
En dat is dat!



Omdat ik vorig jaar al een heel verhaal over peultjes heb geschreven, doe ik het nu kort aan de hand van deze foto's. Peultjes en doperwten kunnen goed tegen de kou en heb ik buiten in de kas voorgezaaid. Vanaf februarikunnen ze gerust buiten in de volle grond gezaaid worden.
Ik plantte de plantjes deze maand buiten en dat was wel nodig ook, voor de groei. Tussen elk plantje, zaaide ik tweemaal. Zo spreid ik de oogst wat.
Bij het zaaien maak ik graag gebruik van datgene wat ik bij me heb, om de plantafstand te meten. Dit leer ik de kinderen in de schooltuin ook. Je gaat natuurlijk niet met een centimeter erbij, de plantjes op de juiste onderlinge afstand zetten. Hier gebruik ik mijn hand. Rechtop is dit zo'n 10 cm afstand.
Soms gebruik ik een plantstokje of een schrepel...... net wat uitkomt en nodig is.
Waar peultjes niet tegen kunnen, is vogelvraat. En laten de vogels nu juist dol zijn op de tere blaadjes.
Peulen en doperwten zijn klimplanten. Ze hebben een hekwerk nodig om langs te groeien.
En daarnaast dus een vogelnet als bescherming.
Ik heb twee opstaande hekwerken en vier rijen peulen en doperwten gezet.
Een passend net was nog moeilijk te vinden. Uiteindelijk heb ik er twee gebruikt en is het mooi afgedekt.

Begin van dit jaar heb ik de frambozenstruiken rigoureus teruggesnoeid.
En met rigoureus bedoel ik ook echt rigoureus.
Gelukkig komen er nu weer heel voorzichtig en teer wat blaadjes groeien onderaan de takken.

Is natuurlijk altijd weer spannend......

Frambozen gaan woekeren tijdens het groeien, dus die lange stengels moeten geleid worden.
Vorig jaar miste ik wel wat oogst, doordat ik sommige framboosjes niet opmerkte of erbij kon om ze te plukken.
Een hekwerk is goed, maar een simpele draad waarlangs de ranken geleid kunnen worden, volstaat al.

Mijn zoon zou me wel even helpen.
Paaltjes waren snel gevonden en met een houten hamer konden die de grond in worden gemept.
Nou ja.... nog even een gat in het worteldoek maken, dan.

En dan simpelweg ijzerdraad van het ene paaltje naar het andere wikkelen.
En nu maar hopen dat ik niet te rigoureus heb gesnoeid en dat ik eind van de zomer,  fijn frambozen kan oogsten.

Over oogsten gesproken...... de tijd van groente in de supermarkt kopen, is alweer voorbij.
Het is geweldig en ik heb hier al een recept gedeeld, maar ik oogst dus......

bloemkool!!
Niet één, niet twee, maar vijf op een rij.
En dan te bedenken dat ik ze een paar weken geleden nog uit de grond wilde trekken.
Want er wilde maar niets groeien.
En nu opeens groeit het fantastisch!
Ik vind dat ik mezelf nu een 'goede' tuinder mag noemen. Dit is namelijk de eerste keer dat ik bloemkool kan oogsten. En ik vind het bijzonder.
Ik heb er veel geduld voor moeten hebben


..... en slakken en vogels moeten weghouden.
En zonlicht op de bloemkool zelf.
Dit laatste doe je als de bloemkool echt groeit door de bladeren van de kool eroverheen te spreiden.
Als zonlicht op de bloemkool komt, treedt het proces van fotosynthese in werking en wordt de bloemkool groen.
Het is gelukt!
Ik heb inmiddels vijf keer bloemkool gegeten en het verveelt niet, moet ik zeggen.
Eén keer als Hollandse curry met raita, een sneeuwwitte variant met mihoen, een keer met pasta en kaassaus, een keer met couscous en een keer met pasta, tomaat en mais. En mijn inspiratie is nog lang niet op.
Dus ik heb gelijk nieuwe bloemkoolplantjes geplant en ga er nog meer zaaien.
Heerlijk!

Verder oogst ik nog steeds rucola, spinazie en zevenblad.
Binnenkort ga ik weer brandnetelsoep maken.
En van mijn buurvrouw mag ik pastinaak helpen oogsten :).
Genoeg groentes en genoeg afwisseling.

En voor ik het weet is de eerste sla alweer klaar......
Omdat mijn kasje nog maagdelijk leeg stond, heb ik hier allerhande slaplantjes in gezet. Ze kunnen al prima buiten en ook tegen de kou, maar binnen groeit het nog wat sneller.
Van mijn broer die bij een kwekerij werkt, kreeg ik een heleboel slaplantjes.
IJsbergsla, eikenbladsla, friseé sla, lollo rosso..... er zijn vele soorten!
Dit kan alvast mooi groeien.

Bij het planten kwam ik nog een vreemd knolletje tegen.....
oh ja, mijn gemberwortel die ik had geplant.
De goede tijd om gemberwortel te planten zal dan toch februari zijn en niet in de herfst.....
experiment niet gelukt!
Over een experiment gesproken.......
de groene rups die door dochterlief werd verzorgd en in een potje gestopt, vormde een cocon.
En op een dag, toen niemand het in de gaten had, knabbelde ze een gat in de cocon, kroop naar buiten en was........

een nachtvlinder oftewel mot geworden!
Jammer dat ze geen prachtige kleuren heeft, maar toch een wonder!
We hebben haar maar vrijgelaten.  
Tot ziens!

De antiek-oude pruimenboom loopt uit: tere witte bloesems beloven voor straks weer  pruimen.
En ook de geënte appelboompjes  bloeien voor de eerste keer: met rozerode bloesem.
Prachtig!
Maar wat is het weer in april tegelijk ontzettend onvoorspelbaar.
Waar we aan het begin van de maand heerlijk buiten leefden: barbecueden, mijn verjaardags-high tea buiten hielden en de zomerkleding tevoorschijn kwam, sloeg het weer opeens  om.
Het vroor en het hagelde.
En voor sommige struiken en bomen, die in de winter hier goed tegen kunnen, kan dit nu funest zijn.
Door de sapstromen in de takken, die uitlopen in tere blaadjes en bloesems, kan een boom nu flink beschadigen. Of een oogst kan vernietigd worden.....
Ik heb het zelf niet geprobeerd, maar las deze tip van de week:
Je kunt bloesems beschermen door ze 's avonds, bij kans op nachtvorst, te vernevelen met water en een plantenspuit.
Dit dunne waterlaagje zal de bloesems beschermen. Dit kan ook bij de aarde rondom de boom: flink natmaken! Het vocht houdt de temperatuur vast en daardoor blijft het warmer.


Toen ik in de tuin aan het werk was, was een warm soepje wel fijn.
Ik maakte een eenvoudige picknick klaar.
Een theelepel zelfgemaakte bouillonpoeder, wat fijngesneden spinazieblaadjes uit de tuin...... lekkerrrr!

Nog even wat over zaaien.
Zaaien in de moestuin kun je op twee manieren doen.
Breedwerpig oftewel op een zaaibed, òf op regels.
Regels zijn rechte rijen die je het makkelijkst afmeet met touw.



Je maakt het touw vast aan twee haken of stokjes.
Vervolgens zet je aan de ene kant van je stuk tuin een stok en aan de andere kant. Het touw maakt een rechte regel.
Hierlangs kun je nu gemakkelijk met een schrepel of schepje de grond losmaken en een richel vormen.

Vervolgens zaai je hierin en dek je de regel weer toe.
Plantstokjes erbij en je weet waar je wat gezaaid hebt.
Ik vergeet het wel eens, maar het grote voordeel van netjes op regels zaaien, is dat je straks tussen de regels door, prima het onkruid kunt verwijderen.
Op een zaaibed is dit veel moeilijker; zeker in het begin is het verschil tussen onkruid en een gewenst plantje, moeilijk te zien.
Dus moeten ze samen opgroeien en wordt het onkruid groter en sterker voordat je het kan verwijderen. En dat wordt dus ook moeilijker.
Ik werd vorige maand opeens voor 'vieze tuinder' uitgemaakt.
Het onkruid bijhouden op deze manier, maakt het makkelijker voor jezelf.

In de kindertuintjes wordt ook hard gewerkt.
Slaplantjes die ik over heb, worden geplant, munt en aardbeienplantjes staan er inmiddels.
Wel gezellig. De slaplantjes krijgen een vogelverschrikker erbij.
Met behulp van oude cd's is dit in een wip gebeurd.
Doordat het (zon)licht erop schijnt en ze aan een touwtje heen en weer draaien, geeft het een spiegeleffect.
Dit  felle licht schrikt vogels af.

Ook de schooltuinlessen waren weer gaaf.
Heerlijk om al die enthousiaste kinderen te zien.
Ze willen zo graag meehelpen.
In hun eigen tuintje, maar ook met onkruid weghalen, met vegen en allerhande werkzaamheden. Deze maand moest een nieuwe bak in gebruik worden genomen.
Ik had aarde besteld en dat moest daarheen gekruid worden.

Met één kruiwagen.

Uiteindelijk hebben nu alle kinderen uit groep vijf een tuintje. Per vier kinderen is er één bak als tuin.
En in alle tuintjes staat inmiddels:
  • 2 aardappels
  • 4 uien
  • 2 sjalotten
  • 1 knoflook
  • 4 slaplantjes
Hebben ze hard gewerkt of niet?
Het is nu vakantie en hopelijk groeit het goed.
Een groot nadeel van deze schooltuin is, dat het openbaar gebied is. De tuin mag niet worden afgesloten en dat betekent dat buurtbewoners er mogen rondlopen. Maar ook dat kinderen uit de buurt uit baldadigheid plantjes kunnen beschadigen of zelfs groentes kunnen wegnemen of oogsten.
Aan mij de taak om ook met het kiezen van de soort gewassen hier rekening mee te houden. Dus ik laat geen prachtige pompoenen, sappige courgettes en mooie tomaten in de tuin zetten. Nee, wat ondergronds groeit of niet zo duidelijk waarde heeft, blijft wel staan en gaan we zelf oogsten.
De voorgezaaide plantjes: andijvie en rode bietjes, zijn met een paar kinderen mee naar huis gegaan om ook in de vakantie goed verzorgd te worden.
Na de vakantie kunnen die dan worden geplant.
Tuinieren kost tijd en geduld. Wat waardevol om kinderen dit nu al te leren.
Zodat ze leren hoe iets groeit en hoe lekker verse groente smaakt.


In het midden is een stukje tuin over en daar plant ik rabarber.
Ik had zelf een wortelstok afgebroken (gescheurd) en die loopt weer uit.
Met rabarber kun je veel doen: taart bakken, limonade maken, ijsjes maken..... leuk voor de kinderen.








En wat werd ik blij verrast door een tuinminnende schooltuinouder.
Ik kreeg zomaar een bosje daslook cadeau.
Heerlijk!
Als je meer wilt weten over daslook, maar ook mijn grote vergissing toen ik mezelf bijna vergiftigde, kun je deze blog lezen. Als ik het terug lees, is het toch wel hilarisch!

 
Ik sluit af met een knieval.
Heerlijk, deze lentemaand en al die uren die ik buiten kan doorbrengen.
Zeker met dit vrolijke kniekussentje, wat ik ook voor m'n verjaardag kreeg.
Geniet van de lente!!