dinsdag 3 oktober 2017

Minimaliseren: kinderspel??!

Zin in een spelletje?? Ik wel! Zeker als het resultaat een opgeruimd huis beloofd en daardoor ook een opgeruimd hoofd.......
Vorig jaar begon ik in het voorjaar met een zelf-in-het-leven-geroepen-challenge. Tijdens de 40dagentijd voor Pasen wilde ik vasten met spullen: oftewel dingen wegdoen, ontspullen of ontrommelen....  you name it!

Maar zo simpel en tamelijk onvoorbereid als ik begon, bleek het niet te zijn.
Nee, ontspullen of minimaliseren is niet alleen een trend van dit moment, het is ook een manier van denken.
Denken over spullen, bezit, materialisme, omgaan met grondstoffen, omgaan met afval, omgaan met het milieu.
Werkelijk! Er ging een nieuwe wereld voor me open, die toch erg blijkt aan te sluiten bij mijn leefstijl en hoe ik mijn leven wil inrichten.
Ik vond en vind het ge-wel-dig!
Mijn doel was om voor Pasen 100 spullen weg te doen. Dat bleek een lachertje: binnen twee weken had ik dit al gehaald, dus verdubbelde ik de inzet. Lukte óók!
Na de 40dagentijd had ik de smaak te pakken.
In de zomer heb  ik het te druk met buitenleven en in de tuin werken, maar in november deed ik mee met de Novemberchallenge, samen met de Fb groep "minimaliseren kun je leren".
Leuk!!
Bovendien was mijn doel heel concreet: een wandvullende kast moest weg om plaats te maken voor een houtkachel.
En dat zette me op scherp! Want ik kreeg ook een deadline.
Wat heb ik hard opgeruimd en wat ging het goed!
Ik wilde het hele huis wel aanpakken
Heb ik uiteindelijk de 1000 dingen gehaald?
Niet helemaal, ik kwam uit op ruim 800.
Maar ik heb wel die hele kast weggeminimaliseerd.
Als je hier meer over wilt lezen of foto's wilt zien, klik dan hier en hier

En..... ik ben niet meer gestopt met minimaliseren. Logisch, als het een way-of-life  wordt.

Begin dit jaar las ik het inspirerende boek van Marie Kondo, een Japanse opruimgoeroe die met haar strategie veel mensen op weg helpt naar een opgeruimder huis en een opgeruimder leven.
Ik kreeg het van mijn vriendin als verjaardagscadeau: bedankt lieve Linda!
Handig als naslagwerk.
Behalve dat Marie uitlegt hoe zij er toe gekomen is, legt ze ook uit dat het streven naar perfectie best mogelijk is. Als je je doelen maar goed stelt.
Bovendien beschrijft ze een heel handig stappenplan qua volgorde van dingen wegdoen.
De allereerste stap is dat je alle spullen van één categorie bij elkaar legt in één ruimte.
Dan zie je pas goed hoeveel je van iets hebt.
Vervolgens laat je alles door je handen gaan en bedenk je erbij of je er (nog) blij van wordt.
Zoniet, dan mag het weg. Ben je er vroeger blij mee geweest, dan bedank je het voorwerp voor bewezen diensten. Maar om de herinnering levend te houden, hoef je iets niet te bewaren.
Marie deelt alle spullen in een huis in, in vijf categorieën:
  • kleding (incl. schoeisel en accesoires)
  • boeken
...... goh, waar is dat boek nu toch gebleven??!! De rest van de categorieën (waar ik nog niet aan toegekomen ben) kan ik hier nu niet opschrijven. Ik weet alleen dat de laatste categorie 'papieren' betreft. Emotionele, nuttige, belangrijke papieren die je wilt of moet bewaren, of misschien ook niet.
Ach, nou ja...... lees het boek zelf maar. Iedere bibliotheek leent het uit.
Het enige nadeel aan het hele verhaal is, dat Marie Kondo alleen woont. Ze heeft geen huisdieren, ze heeft geen kinderen en ze heeft geen echtgenoot.
Wat betekent dat die ook nooit rommel ergens neerleggen als zij dit net zelf heeft opgeruimd.
Dus helemaal één op één te gebruiken, is haar methode helaas ook weer niet.
Dit is de achterkant van Marie Kondo's boek "Opgeruimd":
Opgeruimd!

De voorkant is opgeruimd, oftewel spierwit, dus die foto kan ik hier achterwege laten.

Deze zomer stond het minimaliseren opnieuw op een erg laag pitje.
Maar nu..... nu is het tijd voor een nieuwe ronde.
Tijd voor een spel!
Tijd voor de oktoberchallenge: een heuse opruimbingo!!
Oktober is bij uitstek de ideale maand hiervoor. Zo net na de zomer,
als je weer veel meer in huis wilt zijn. Cosy in een warm en mooi huis!
En doe je het samen, dan motiveer je elkaar.
Wil jij ook nog meedoen?
Het spel gaat als volgt: teken voor elke dag van de maand een voorwerp of hokje. Het kan ook met een lijst op je telefoon, net wat bij je past.
Mijn dochter hielp met tekenen en handletteren.
Elke dag krijgt een nummer en elke dag ga je iets opruimen. De hoeveelheid spullen die je wegdoet,  vink je af of daar kleur je het voorwerp van in.
C`est simple!
Het hoeft niet op volgorde, net wat per dag lukt.
En....... een snel rekensommetje leert dat dit aan het eind van oktober dus 496 dingen zijn.

Hoe ga ik dat aanpakken?
Wat is een handige manier?
Lukraak door het huis rennen en weggooien wat je irriteert, is niet echt zinvol en helpend.
Lade voor lade, kast voor kast, kamer voor kamer aanpakken, is wat ik wil gaan proberen.
En dan nog het liefst de volgorde van Marie aanhouden.

Handig, want in oktober is het dé tijd voor de kledingwissel.
Dat komt dubbel goed uit, want Marie Kondo zegt niet voor niks om met kleding te beginnen. Dat blijkt in de praktijk het gemakkelijkst om weg te doen. Bovendien is het ook weer gemakkelijk aan te vullen, indien nodig.
Het doel bij mijn eigen kleding is, om alles in mijn ene kast kwijt te kunnen.
Ik heb nu nog een dekenkist, waar de dikke vesten en wintertruien in liggen.
Die kist moet weg, dus dat is een duidelijk doel.
Ik kom hier nog (met voor en na foto's) op terug.

De kinderen zijn afgelopen zomer allemaal flink gegroeid en passen heel veel kleding niet meer. Dit valt nu vooral op bij lange broekspijkpen en lange mouwen-shirts.
Dus: fijn uitzoeken en passen en wat niet meer past, mag weg.
Tenminste van de jongste kinderen. De kleding van de oudste twee, bewaar ik weer voor de jongsten.

Verder ga ik, nu het herfst is, wat meer werk maken van het schoonmaken van mijn huis.
Naast mijn emmertje sop, zet ik ook een grote bigshopper bij de deur klaar, waar heel veel in kan.
En ik ga elke dag een kastje of laatje meenemen.
Mijn rommellade in de keuken.......
Het medicijnkastje......
De lades van het kleine, witte dressoir.....
De badkamerkast......

Ook een heel handig begin is om een inventaris te maken van alle planken, laatjes, kastjes en hoekjes in huis waar zich spullen bevinden. Schrijf die letterlijk allemaal op en vink af wanneer je daar bent geweest en als je daar hebt opgeruimd.
Ik kwam nog een lijst tegen van vorig jaar: die besloeg drieënhalf A-4tje.
En dan heb ik echt niet zo'n groot huis.......

Even als voorbeeld, mijn eerste kastje:

Ik ben maar (weer) eens begonnen met de cd's uit te zoeken.
Er konden er zo 26 weg en dan heb ik er nog heel veel over!
Bovendien is mijn cd-speler kapot, dus waarom bewaar ik zoveel cd's??
Van de weeromstuit staat er nu een kleine, prinsessen roze cd-speler van mijn dochter in de keuken.
Want ik 'moet' nu wel cd's luisteren, als ik er zoveel heb ;).
Nog een paar cd's gaan in de cd-wisselaar in de auto om onderweg te beluisteren.
Is het niks meer, dan gaan ze daarna echt weg.

Oh ja.... wegdoen is niet hetzelfde als weggooien. Het betekent bij mij zeker niet dat alles de kliko in gaat.
Nee, juist niet. Dat vind ik zonde!
Dus dat vraagt van mij soms even creatief denken waar ik bepaalde spullen kan laten.
Ik maakte een lijstje, die je uiteraard zelf kunt aanvullen met je eigen ideeën:
  • Heel veel spullen kunnen naar de Kringloopwinkel. Bij ons in town wordt 'ie bemand door vrijwilligers en gaat de opbrengst naar het goede doel.
    Geloof me, tijdens de (beperkte) openingstijden kun je regelmatig over de hoofden lopen.
  • Sommige spullen kunnen op Marktplaats, hoewel dat niet meer is, wat het geweest is.
  • Het kan ook op een eigen Facebook pagina.......
  • Te kleine kinderkleding kan soms naar de peuterspeelzaal, een kinderdagverblijf of school, waar ze graag wat reservekleding willen hebben voor ongelukjes.
  • Speelgoed zoals puzzels en constructiemateriaal zijn daar ook welkom of kunnen naar een speel-o-theek
  • Boeken kun je verkopen,  in een mini-bieb zetten, als zwerfboek ergens laten liggen of weggeven. Weggeven als cadeau, voor een schoolbibliotheek, in een bejaardentehuis of voor in de recreatieruimte van een camping, etc.
  • Levensmiddelen of wasmiddelen die je niet (meer) gebruikt kunnen naar de voedselbank, of je maakt je eigen kerstpakket voor iemand die het minder heeft
  • En mijn cd's? Wel, een hele stapel cd's met gospelmuziek legde ik in de hal van de kerk neer. Met daarop een briefje "gratis mee te nemen, voor wie wil"
    De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik een paar weken geleden van datzelfde tafeltje ook wat cd's heb meegenomen naar huis, maar de stapel die er van mij ligt, is hoger ;)
    Maar je kunt ook een vogelverschrikker voor in de moestuin maken, ermee knutselen of de cd's als wanddecoratie in een tienerkamer gebruiken
  • Houten speelgoed, stoelen of kasten kun je, mits onbehandeld, gebruiken als stookhout (of laten ophalen als stookhout)
  • Kapotte kleding, lakens of handdoeken kun je nog hergebruiken voor nieuwe naaiprojecten. Althans, dat is wat ik ga proberen. En helemaal aan het eind (?) ga ik mijn lapjesmand minimaliseren ;)
  • Etc. Etc. Etc.

Wees creatief, maar bewaar ook niet eindeloos die tas met spullen. Op een gegeven moment is weg gewoon weg.
Ga trouwens ook nooit meer opnieuw in die tas kijken èn laat zeker geen huisgenoten meebeslissen. Want dan kan alles weer terug de kast in, als ze niet exact hetzelfde denken als jij.

Nog even een heel simpele tip, waar je zelfs als je niet thuis bent, mee kunt beginnen:
            de damestas!

Ziehier mijn  tas.
Mijn tas is echt mijn maatje..... gaat overal mee naar toe en kan ik blindelings pakken.
Het moet ook heel wat nuttige spullen bevatten, maarrrr......
Ik behandel mijn tas nu regelmatig op deze manier: gewoon omkiepen en dan alles weer eens door mijn handen laten gaan.
Er kan ook altijd weer heel wat weg!

Ik heb er deze maand heel veel zin in.
Dit spel gaat me zeker weten wat opleveren.
En stel je toch eens voor als mijn hele huis opgeruimd is,
wat ik dan voor leuke dingen allemaal kan doen.
Hoe ik rustig en cosy kan genieten van mijn hobby's (of weer nieuwe hobby's ga leren), zittend op een warm plekje vlakbij onze houtkachel.......

  Ik denk zelfs dat ik aan één maand niet genoeg heb.....
Maar dat kan geregeld worden natuurlijk.
Heb jij zin om aan de slag te gaan?
Neem de uitdaging aan en doe (nog) mee......

zondag 1 oktober 2017

Wijnmaken 2017 (1)

De bijen zijn ingewinterd, de moestuin - hoewel nog niet winterklaar - is een aflopende zaak, alle jams, chutneys, zoetzuren etc. zijn ingemaakt.
Dan is het nu tijd voor.........  tromgeroffel.......
WIJNMAKEN

Het is inmiddels zo'n twee jaar geleden dat ik mijn eerste, aarzelende stappen zette op het pad dat 'wijnmaken' heet.

Omdat ik zoveel druiven krijg aangeboden, leek dit me een logische stap: zelf wijn maken.
En het leuke is, dat dit gewoon kan met de druiven die hier groeien.
Van druivensap en rozijntjes-met-pitjes had ik inmiddels genoeg.
Maar, zoals bij elke nieuwe hobby, moet je kennis opdoen en materiaal en grondstoffen aanschaffen.
Hier begon ik dus twee jaar geleden mee.

Mijn wijnmaakspullen stonden - in een stoffig krat - ook dit jaar op me te wachten.
Lege, schoongemaakte wijnflessen, kurken, krimpcapsules, trechters, handleiding en wijnmaakboekje, etiketten etc. etc.

Maar de eerste stap is het plukken van de druiven.

Al eerder schreef ik over de enorme afmetingen van de druivenstruik van buurman Teun. Hoewel hij niet alleen prachtig groeit, geef hij ook een overvloed aan druiven. Hijzelf gebruikt de druiven nauwelijks en zijn vrouw heeft andere kwaliteiten dan iets uit de moestuin omtoveren tot iets bijzonders. Dus ik mag ermee doen wat ik wil. En wat ben ik er blij mee!

En om het allemaal voor mezelf wat beter te onthouden, schrijf ik hier mijn stappenplan op van hoe ik wijn maak. Wat je nodig hebt, in welke volgorde je wat doet en waar je op let.
Uiteraard zijn er variaties en kunnen andere wijnmakers het anders aanpakken, dus dit is mijn persoonlijk verhaal.
Steeds meer mensen hebben één of meerdere druivenplanten in hun tuin die jaarlijks, zeker in een zomer met genoeg zonuren, een flinke oogst oplevert. Ik heb ook drie druivenplanten in de tuin staan, maar die leveren alleen blad op :(.
Nederlandse druiven zijn, hoewel niet zo zoet als in zuidelijke landen zoals Frankrijk of Spanje, toch geschikt om wijn van te maken.
Dus...... geniet van de vruchten die uit je tuin komen. En geniet van een lang proces waar je daarna nog meer plezier van krijgt.

Het begin wat te maken heeft met grondsoort, bodem en druivensoort sla ik over. Wil je je daarin verdiepen, google er gerust op los.
Ik ga uit van een overvloedige, mooie druivenoogst.

Wanneer pluk je de druiven?
Dat is een heel belangrijke vraag en veel mensen beginnen veel te vroeg.
Druiven rijpen nooit meer na, als ze eenmaal geplukt zijn. Ze worden niet roder, niet zoeter en niet sappiger.

Dus pluk druiven nooit te vroeg!!
Het is beter om tot oktober te wachten of om in twee keer wijn te gaan maken, door eerst de (over)rijpe druiven aan de zonkant te oogsten (en dat kan soms al eind augustus) en weken later, de andere druiven die iets meer in de schaduw hangen.
Ik ben dit jaar iets vroeger begonnen, omdat een goedbedoelende kennis een deel druiven alvast voor me geplukt had. Ja, dan moet ik wel......
Maar omdat het tegelijk te weinig was voor een emmer vol, heb  ik toen ook buurman Teuns druif leeggeplukt. He-le-maal leeg.
En dat leverde bij elkaar vier bigshoppers vol druiven op.  Toen ik, uiteindelijk met hulp van de kids, alle druiven heb ontdaan van takjes en slakjes, bleek dat ruim 40 (!) kilo druiven te zijn.
Oh ja, ook de groene en lichtrode druiven deed ik weg. Die geven straks maar een zure smaak aan je wijn. Gekneusde, overrijpe druiven mochten er juist wel bij. De druiven moeten toch kapot om het sap eruit te krijgen.
Dan heb  ik nog wat druiven apart gehouden, zo'n kilo of drie, vier denk ik en die ontsapte ik. Met een handige sappan, maak je in een handomdraai puur druivensap, zonder toegevoegde suikers.

Dit sap heb ik nodig tijdens het wijn maken, maar dat komt later.
Natuurlijk is het super belangrijk om schoon te werken.
Zorg voor schoon materiaal en werk hygiënisch.
Bij wijnmaken betekent dit dat alle spullen die je gebruikt even worden omgespoeld met sulfietwater.

Op een halve liter handwarm water los je een halve theelepel sulfiet en een halve theelepel citroenzuur op. Zo krijg je het benodigde zwaveldioxide. Dit is onder andere een conserveermiddel waardoor wijn zijn frisheid behoudt.

Even iets meer over sulfiet.
Mijn doel is een sulfietvrije wijn te maken, maar helemaal lukken gaat dat niet.
Bij de gisting komt er namelijk vanzelf sulfiet vrij en dus zit er van nature in elke wijn sulfiet,  zelfs als de wijnmaker het niet gebruikt.
Maar goed, het streven is er.
Ik maak alleen maar schoon met sulfiet, de wijn komt er dus mee in aanraking, maar ik voeg er niets aan toe.
Sulfiet is een verzamelterm voor alle stoffen met zwavel.
Het wordt toegevoegd tijdens het wijn maken, omdat het twee functies heeft.
Ten eerste beschermt sulfiet de wijn tegen oxidatie, waardoor deze fris en fruitig blijft.
Ten tweede voorkomt het de groei van ongewenste bacteriën en schimmels, wat de wijn zuiver houdt.
Voor sommige astmapatiënten kan sulfiet in wijn al in een hele lage dosering averechts op de luchtwegen werken.
Daarom moet op het wijnetiket altijd vermeld staan: ‘bevat sulfiet’.
De meeste mensen hebben er echter geen last van. Behalve als je te veel drinkt en de volgende ochtend een kater hebt. De hoofdpijn die je dan voelt, wordt veroorzaakt door de sulfiet.
Het toepassen van sulfiet in wijn is gelukkig aan strenge regels gebonden.
Voor rode wijn mag maximaal 150 mg/l worden gebruikt en voor witte wijn en rosé maximaal 200 mg/l. Witte wijn oxideert namelijk sneller, vandaar dat er meer sulfiet kan worden toegevoegd.
De meeste wijnen bevatten echter véél minder dan deze maxima.
En biologische wijn moet nog 30 tot 50 mg minder bevatten.
Meer dan de helft van alle wijnen bevat minder dan 80 mg/l sulfiet, ofwel ongeveer de helft van het wettelijk maximum.
Maar er zijn dus geen wijnen helemaal zonder sulfiet.

Hoe ga ik verder?
 Ik maakte eerst twee grote emmers van 25 liter grondig schoon en spoelde ze om met sulfietwater.
Als de druiven zijn schoongemaakt en voorzichtig afgespoeld met water, gaan ze in de emmer en maak je ze fijn.
Een houten druivenstamper is heel geschikt hiervoor. Druiven mogen nooit met metaal in aanraking komen tijdens het hele proces.
Mijn houten druivenstamper was incompleet, oftewel: ik kon de steel niet vinden. Maar dat geeft niet......
Want voetenwerk is  veel natuurlijker: puur en het voelt goed!
En natuurlijk 'trad' ik de wijn met hele schone voeten.

Nadat de druiven zoveel mogelijk zijn gekneusd door het fijnstampen, voeg je pecto-enzyme toe.
Per tien liter voeg je drie gram toe.
Pecto enzym zorgt er nog eens extra voor dat de celwanden worden afgebroken, waardoor de kleur en smaakstoffen vrijkomen en de wijn helder wordt.
Dek de emmer af met een doek, tegen stof, vuil en vooral om fruitvliegjes af te weren.
Dat is wel het belangrijkste om op te letten, want fruitvliegjes, die op de geur van rijp of rottend fruit afkomen, dragen vaak de azijnzuurbacterie bij zich. Als dit in je druivenmengsel komt, kun je het hele wijnmaken wel vergeten. Je krijgt dan azijn en never nooit ontstaat er meer wijn.
Heb je de kapot geperste druiven afgedekt, dan heb je most en deze eerste fase noem je ook wel  de open gisting.
Dit betekent dat er nog uitwisseling van zuurstof plaatsvindt, in tegenstelling tot de gesloten gisting, de fase die hierna komt.

Dezelfde dag maak je een giststarter, die je na ongeveer 24 uur toevoegt.
Deze giststarter bevat gist en suiker. Gist produceert o.a. enzymen die sucrose splitsen in glucose en fructose. Kies altijd voor een echte wijngist. Deze kan langer doorgisten en een hoog alcoholpercentage verdragen. Wijngist zorgt voor een stevige droesemlaag en dat is makkelijk bij het klaren en overhevelen. Bovendien is met wijngist de kans op een bijsmaak kleiner.

Het recept voor de giststarter is als volgt en hier heb ik al wat druivensap voor nodig.

Giststarter voor wijn

Ingrediënten:
  • 250 ml ongezoet, puur druivensap
  • 2 tl rietsuiker
  • 1 mespuntje gistvoedingszout
  • per 10 liter 2 gram wijngist
  • schoongemaakte wijnfles
Hoe maak ik het klaar:
De wijngist en het gistvoedingszout, evenals sulfiet en pecto-enzyme, kun je in een speciale winkel of apotheek kopen, maar is ook makkelijk online te bestellen. Zo kocht ik alles bij www.brouwmarkt.nl
Neem het druivensap, of gebruik puur en ongezoet appelsap en doe dit in een goed schoongemaakte - met sulfietwater omgespoelde - wijnfles.
Voeg de suiker en het mespuntje gistvoedingszout toe.
Niet schudden, maar zwenken zodat de ingrediënten oplossen in het sap.
Verwarm de fles door de buitenkant in warm water te houden. Breng de temperatuur in de fles op tenminste 20 graden.
Als de fles warm is, voeg je de wijngist toe.
Kies altijd voor een echte wijngist.  Ook al geeft bakkersgist een heviger effect, het komt de wijn niet ten goede.
Omdat ik twee emmers met druiven heb, maakte ik twee giststarters.
De hoeveelheid toegevoegde wijngist is het enige verschil.

Ik nummerde hiervoor mijn giststarters. Dek de fles af met aluminiumfolie.
Laat het één uur rusten en zwenk de fles dan enkele malen.
Herhaal dit zwenken vervolgens elk uur.
Na enkele uren zullen er koolzuurbelletjes langs de wanden van de fles omhoog komen.

Hier kun je dit een beetje zien. De bovenste laag gaat schuimen.
De giststarter is na 24 uur klaar om in de most te brengen.
De giststarter kan ook tot maximaal een week in de koelkast worden bewaard.
Daarna moet ze opnieuw worden opgewarmd tot 20 graden en moet de suiker en de wijngist opnieuw worden toegevoegd.

De most gaat naar gist ruiken.... de eerste gisting begint in de pulp.
Er worden al lagen gevormd.
De druivenschillen komen bovendrijven, de onderste laag bevat voornamelijk pitten en bezinksel.
En in het midden bevindt zich het sap.
Roer de most enkele keren per dag door, zodat alles zich goed vermengt.
Deze open gisting met de schillen er in, wordt ook wel pulpgisting genoemd.
De most begint te schuimen en je kunt de opstijgende belletjes zelfs horen knisperen.
Geweldig, is het niet? Het lijkt of het leeft!

Door de rode schillen van de druiven te laten zitten, ontstaat de rode kleur van de wijn.
Hoe korter de schillen met de wijn in aanraking komen, hoe lichter van kleur de wijn wordt.
Je kunt dus ook prima witte wijn van rode druiven maken.  (andersom dus nooit ;) ).
Ik heb deze gisting het maximaal aantal dagen laten staan.
Acht dagen voor een, hopelijk mooi, dieprode kleur.

Ik vind het echt geweldig?!
Wijn maken wordt al in het eerste boek van de Bijbel (bij Noach) beschreven en is echt een super oud beroep.
Voordat Napoleon in Nederland de macht overnam, werd hier al volop wijn gemaakt. Maar omdat deze Franse overheerser bang was voor concurrentie, ruimde hij alle wijnstokken in ons land.
Tegenwoordig is wijnmaken in Nederland weer populair en ik doe er dus aan mee.
En wie weet, als je veel druiven hebt, dan kun je het ook eens gaan proberen.

Ben jij ook benieuwd hoe mijn wijn gaat worden?
Hoe ik de open gisting naar flesgisting oftewel gesloten gisting breng, beschrijf ik de volgende keer.
Ook wanneer, hoeveel en hoe ik suiker toevoeg, komt dan aan bod.
Lees je mee in mijn volgende blog over wijnmaken?!

donderdag 28 september 2017

Quasadilla met courgette

Ah, jammer!  De zomer is voorbij.
Maar met dit heerlijke gerechtje, proef je 'm nog wel!
Het is een mix uit zonnige landen met de laatste courgettes van deze zomer.
Wat was  het trouwens overvloedig oogsten dit jaar van m'n courgetteplanten.
Wat heb ik ervan genoten en er veel van gemaakt........

Ik at dit gerechtje met de lunch. Het kan ook prima in een lunchtrommeltje mee naar school of werk.
Maar je kunt dit eveneens bij een buffet of feestje serveren, of op een zonnige namiddag als borrelhapje.
Maar hoe of wanneer je het ook eet: je wordt er vrolijk van, met zomerse smaken op je tong!
Als je een tortilla niet oprolt maar 'plat' serveert, heet het een Quasadilla.
Leuk woord voor galgje ;)

Quasadilla met courgette

         als borrelhapje: 16 stuks
         als lunchgerecht: 2 -3 personen

Ingrediënten:
  • 4 biologische tortillawraps
  • 1 kleine courgette
  • 4 el tomatentapenade
  • 30 g harde geitenkaas (of belegen kaas)
  • olijfolie
Hoe maak ik het klaar:
Het leuke van dit gerechtje is dat het super snel klaar is. Dat proef je er niet van af natuurlijk, dus dat is makkelijk scoren.

Bestrijk de vier tortilla's met de tomatentapenade.

Schaaf hele dunne lengteplakjes van de courgette.

Leg deze op de tortilla.
Schaaf de kaas in plakjes en leg die bovenop de courgettelaag.
Verwarm een drupje olijfolie in een hapjespan en leg de eerste tortilla, met courgette en kaas, in de pan. Dek af met een andere tortilla en tomatentapenade.
Leg het deksel op de pan en bak op laag tot middelhoog vuur de tortilla aan de onderkant licht knapperig. Draai een keer om...... en tadaa!!
Klaar is je heerlijke courgettewrap.





























Dit gerechtje doet me denken aan onze zomervakantie.
Al waren we niet in Mexico, toch aten we iets soortgelijks op een trendy plein in Luxemburg.
Dus dat proeft dubbel zomers.

Geniet ervan!

 

maandag 25 september 2017

Imkeren en honing-ciderazijn

Yes! Ik ben geslaagd voor mijn imker examen!
Na elk weekend, vanaf het voorjaar, les te hebben gevolgd, ben ik nu officieel imker.
Nou ja, imker is een vrij beroep en iedereen mag zichzelf zo noemen,
maar ik vind het wel erg gaaf dat ik dit jaar zoveel heb geleerd.
In theorie, maar vooral in de praktijk.
Bij de bijen van mijn lerares èn mijn eigen bijen.
Voor het praktijkexamen haalde ik zelfs een 10!!
De theorie kon wat beter, maar ach...... informatie opzoeken kan altijd.
Met de super leuke cursusgroep, blijf ik contact houden om ervaringen uit te wisselen
en van elkaar te leren.
Leuk, toch?!

En nu, in het najaar, is het rustig bij de bijen.
Ze zijn ingewinterd en hebben hun rust ook verdiend.
Dat betekent niet dat ze werkeloos zijn, wel dat alles in een wat rustiger tempo gaat.
Als het echt te koud wordt, komen ze niet meer buiten, maar houden ze zichzelf warm in de wintertros.

Om mijn blijde gevoel te delen, heb ik nog een klein en fijn ideetje om te maken.

Ja, ik wilde toch echt wat doen met die hele kleine hoeveelheid honing, die ik dit jaar kon oogsten van mijn bijtjes.
Ik zag in de bijenwinkel een flesje honing-ciderazijn staan.
Ik bekeek het van alle kanten en dacht toen: "dat ga ik zelf maken!"
Ciderazijn is precies hetzelfde als appelciderazijn en laat ik dat nu net opnieuw gemaakt hebben.
Een paar verse potten stonden alweer even op m'n aanrecht te wachten totdat ze 'klaar' waren.
Hoe je appelazijn maakt? Klik hier en vind ook informatie over het gebruik van appelazijn: gezond en helend!

Dan nog een stukje honingraat. Dit ga ik natuurlijk niet zomaar uit de kast halen en dat kan ook niet.
Maar toen, totaal onverwacht, ging in augustus nog volk zwermen. Na een hachelijke onderneming om ze te vangen en na het terugzetten in de kast waar ze vandaan kwamen (.....) begonnen ze overijverig in de extra ruimte, raten te bouwen.
En die vulden ze gelijk met honing, zodat na een kleine week sommige raten al bijna vol met honing zaten.
Voor echte raathoning, moet je zelfgebouwde raten hebben. Geen raten die zijn gebouwd op kunstraat.
Maar..... deze overijverige bijen moesten weer even in het gelid worden gebracht...... en ik moest deze honingraten afbreken en meenemen. Er was geen plaats voor in de bijenkast.

Maar nu had ik verse, prachtig gebouwde honingraat.
De honing liep er gewoon uit. Heerlijk......

De raat sneed ik in een paar stukjes, wat een lekkere en gezonde traktatie is.


Eén stuk honingraat stopte ik in een mooi weckflesje, special voor dit doel gekocht.
Vervolgens schonk ik de appelciderazijn erbij et voilà!

Klaar is mijn zelfgemaakte honing-ciderazijn. Mooi hè?

Ik ga het gebruiken om dressings op smaak te brengen.
Maar wilde het even hier laten zien.

Raathoning kun je kopen bij een imker en kost ongeveer 4 tot 5 euro per 100 gram.
Je hebt voor dit recept maar een klein stukje nodig.

Ik ben eigenlijk nog even benieuwd naar reacties.
Wie vindt het leuk om over mijn bij-avonturen te lezen?
Vind je het leuk als ik volgend jaar hier elke week een blog over plaats,
zodat je een inkijkje in de wondere wereld van een bijenvolk krijgt?
Ik hoor het graag met een reactie hieronder of via Facebook.
Dank je wel.....


zondag 24 september 2017

Frambozenijs, suikervrij

Eigenlijk wilde ik mijn herfstframboosjes gebruiken om er heerlijke haverkoekjes met witte chocolade van te bakken. Dat recept kwam ik bij een collega-blogger tegen.
Maar het wordt nu nog lekker najaarsweer èn  ik moest een speciaal, lactosevrij dessert hebben voor Jenny, die kwam  eten.


En ach, dan doe ik niet moeilijk: ik maakte gewoon zelf ijs, van verse frambozen.


En maar gelijk suikervrij dan.
De romige smaak komt van de kokosmelk, die lactosevrij is!
Hier volgt mijn recept.

Frambozenijs, suikervrij

              genoeg voor 4 à 5 bolletjes

Ingrediënten:
  • 250 g framboosjes
  • 50 ml agavesiroop
  • 150 ml romige kokosmelk
  • 1/2 el arrowrootpoeder



Hoe maak ik het klaar:
Was de framboosjes en doe ze samen met de kokosmelk en de agavesiroop in een mengkom. Pureer alles fijn met de staafmixer. 
Doe de arrowrootpoeder in een schaaltje en meng het met drie eetlepels water. Roer goed door. Verwarm dit mengsel even in een steelpannetje en blijf roeren. Arrowrootpoeder is verkrijgbaar bij een Natuur- of reformwinkel en komt van de Pijlwortelplant die in de Regenwouden groeit.
Het is een natuurlijk bindmiddel en een goede vervanger voor het niet-vegetarische gelatine, wat vaak gemaakt is van bindweefsels, oftewel huiden van varkens of kalveren.
Roer het arrowrootmengsel  door het frambozenmengsel.

Zet het mengsel in een  bakje in de vriezer.
Zet een wekker of timer op een half uur. Roer daarna het ijsmengsel goed door.
Vooral aan de randen zul je ijsafzetting bemerken. Herhaal dit stevig-doorroeren vervolgens elk uur. 
Je kunt ook een keer de staafmixer gebruiken om de ijskristallen, die zich vanzelf vormen, kapot te mixen.
Na een uur of vijf is het ijs klaar voor gebruik.

Lekker koud, friszuur en prachtig rood.

Dit recept maakte ik in het voorjaar met aardbeien. Die zijn uit zichzelf wat
zoeter van smaak......
Dus voegde ik bij dit frambozenijs wat extra agavesiroop toe.

Wat voor temperatuur het ook is........

geniet van je ijsje!!


zondag 17 september 2017

Kappertjes van vlierbessen

Wist je dat je 'kappertjes' zelf kunt maken? Ik bedoel niet de kappertjes die je plukt van de kappertjesplant, die met name in Spanje, Frankrijk of Italië groeit. Nee, want dan gaat het over de Capparis Spinosa, de kappertjesplant waar je de ongeopende bloemknopjes van gebruikt. Deze plant groeit hier niet, maar je kunt wel van andere planten op dezelfde manier, kappertjes inleggen in azijn, of conserveren in zout.
Kappertje komt trouwens van het Griekse woord kapto (κάπτω), dat 'bijten' betekent.

Mijn favoriete wildplukboom of beter gezegd struik, is met stip de vlier. In het voorjaar slaat het vliervirus toe en gebruik ik de vlierbloesem voor thee, pannenkoeken etc.
Eind van de zomer is het de tijd om de vlierbessen te gebruiken. Heerlijk gezond om sap, siroop of jam van te maken.

Maar ja, waarom rijpen die bessen nu niet mooi gelijkmatig zodat ze gemakkelijk te verwerken zijn?
Nu, misschien wel om je uit te dagen ook iets met die groene besjes te doen?
Dat deed ik in ieder geval wel.
Maar, vraag je jezelf misschien af, die groene besjes zijn toch giftig?
Ja, dat klopt. De rijpe, bijna zwarte besjes en de bloesem bevatten geen gif en zijn zó te gebruiken.
Maar de andere delen van de vlier bevatten oa sambunigrine, wat licht giftig is.
Veel dieren krijgen na het eten van de onrijpe vlierbessen bijvoorbeeld diarree. Als wij ze eten, kunnen we misselijk worden of braakneigingen krijgen.
Echter door ze te verhitten, maak je dit gif onschadelijk.

De onrijpe vlierbesjes behandelde ik op dezelfde manier als kappertjes en legde ik in met azijn.
Hoe ik dat deed?

Dat ga je nu lezen......

Kappertjes van groene vlierbessen

Ingrediënten:
  • 5 bloemschermen met onrijpe, groene vlierbessen
  • 1/2 el gemalen zeezout
  • 4 dl witte wijnazijn of appelazijn
  • 1/2 teentje knoflook
  • 1/2 tl gemalen peper
  • klein stukje foelie
Hoe maak ik het klaar:
Pluk de groene besjes en haal de steeltjes er allemaal af. Ga hier maar even voor zitten, want dat is wel een werkje! Je kunt ook de groene besjes van de bloemschermen nemen als je toch de zwarte besjes gebruikt om bijvoorbeeld jam of sap te maken.

Doe de schoongemaakte besjes in een halve liter water met een halve eetlepel zeezout. Zet de besjes twee dagen weg. Het liefst in de koelkast: donker en koel.
Vul de azijn aan met water tot een halve liter en verwarm dit in een pannetje. Voeg de peper, de foelie en nog een halve theelepel zeezout toe. Snijd het knoflookteentje in een paar plakjes en breng alles tegen de kook aan.
Voeg de groene besjes toe en kook ze heel zachtjes voor ongeveer twee minuutjes.
Zet schoon uitgekookte potjes klaar en spoel deze nog even om met heet water.
Schenk de vlierbeskappertjes inclusief het vocht in een potje en zet het omgekeerd weg.
Het deksel zal op deze manier vacuüm trekken.
Zet ze drie tot vier weken weg voor gebruik. Daarna zijn de smaken goed op elkaar ingewerkt en kun je ze gebruiken.
Het smaakt lekker. Natuurlijk iets anders dan de echte kappertjes, maar het gebruik is hetzelfde.
En zó leuk dat je ze ook in ons land zelf kunt 'oogsten'.
Dit is een nog erg onbekend recept in Nederland, maar zeker leuk om eens te proberen.

Twee jaar geleden maakte ik ook op deze manier vlierbeskappertjes.
In de koelkast zijn ze heel lang houdbaar.
En ter geruststelling: ik heb nooit maagproblemen gekregen door de groene besjes - even verhit - in kleine hoeveelheden te eten.
Ik gebruik ze bijvoorbeeld in zelfgemaakte zwarte tapenade. Klik voor dit recept hier

De vlierbesjes zijn vanaf augustus tot ruim in de herfst te oogsten.
Ik zou zeggen: "Geniet van de vlier en wat die ons biedt.

donderdag 14 september 2017

Moussaka, vegan

Zeg je 'Grieks'  dan denk je eerst en vooral aan vlees, veel vlees. Dat dit niet nodig is, 
bewijst dit recept. Een Grieks gerecht, niet alleen zonder vlees, maar volledig vegan, dat kan echt!
Dit recept, wat aangepast door mij, komt uit het boek "De Veganistische Keuken" van Ben Klok.

Het verschil tussen vegetarisch (vega) en veganistisch (vegan) zal ik heel beknopt beschrijven.
Eet je vega, dan staan er geen dode dieren op je menu: geen vlees èn geen vis dus. 
Je gebruikt ook geen vleesbouillon etc.
Eet je vegan (met de nadruk op -n) dan eet en gebruik je helemaal geen dierlijke producten. 
Zo eet je geen vlees en vis, maar je gebruikt ook geen zuivel: geen kaas, boter, melk etc. 
Je eet geen eieren en honing en gebruikt geen leer en wol. Kortom: niets van een dier!

De dierlijke producten die ik gebruik zijn eigenlijk alleen boter, geitenkaas 
- helaas heb ik geen eigen geit- eieren van mijn eigen kippen en honing van mijn eigen bijen. 
Ik eet vega, alweer een jaar of zestien. En in de begintijd, 
heb ik  zo'n anderhalf jaar vegan gegeten......



Maar even terug naar mijn heerlijke, Griekse gerecht: Moussaka!

Oeps! Mijn foto's zijn mislukt, maar oh, wat smaakte deze vegan Moussaka me heerlijk! Wat een geweldige smaken: zoet en hartig tegelijk........ I love it!

En met alle groentes hiervoor vers uit eigen tuin, moet ik dit hier wel delen.
Geniet méé van echt comfortfood in een vegan gerecht en vertel me naderhand of je iets gemist hebt.......

Moussaka

        voor 4-6 personen

Ingrediënten:
  • 2 aubergines
  • 2 uien
  • 1 teentje knoflook
  • 600 g aardappels
  • 300 g wortel
  • 400 g bloemkoolroosjes
  • 8 verse tomaten
  • olijfolie
  • versgemalen zeezout
  • 2 tl kaneel
  • 1 tl piment
  • 3 el gistvlokken
  • versgemalen zwarte peper
         voor de witte saus
  • 3 el plantaardige margarine
  • 4 1/2 el tarwebloem
  • 6 dl sojamelk ongezoet
  • 1/2 tl versgeraspte nootmuskaat
Hoe maak ik het klaar:
Snijd de aubergine in schijven en bak ze in een ruime pan, aan beide zijden, korte tijd in een scheut olijfolie. Laat ze daarna uitlekken op keukenpapier.
Maak de overige groentes schoon. Pel en snipper de ui, pers het teentje knoflook uit, schil de aardappels en snijd ze in schijven. Was de bloemkool en verdeel in roosjes, was de tomaten en snijd in blokjes.
Doe in dezelfde pan waar de aubergine in gebakken werd, een scheutje olijfolie en fruit eerst de uisnippers en knoflook. Voeg er dan de aardappels, groenten en tomaten aan toe, samen met 1 dl water en laat 10 minuten zachtjes stoven, met het deksel op de pan.
Haal van het vuur en roer er kaneel, piment en naar smaak zout door. Voeg ook de gistvlokken en zwarte peper toe. Verwarm de oven voor op 200 °C.

Even tussendoor iets meer over gistvlokken.
Gistvlokken zijn vlokken van gedroogde en bewerkte gist, ze bevatten  veel B-vitamines en zijn een goede eiwitbron. De vlokken hebben geen 'rijzende' eigenschap meer.
Wel geven ze een hartige kaasachtige smaak, vandaar dat gistvlokken door veel veganisten worden gebruikt. Je kunt er bijvoorbeeld een prima kaassausje van maken.
Gistvlokken of anders gezegd, edelgist kun je online bestellen of bij een Ekoplaza of goed gesorteerde, grote supermarkt kopen.

Maak de witte saus door de margarine in een pannetje te smelten. Roer er de bloem doorheen, tot je een bal krijgt. Voeg dan scheutje voor scheutje de melk toe. Roer met een garde goed door voordat je een nieuwe scheut toevoegt. Breng het sausje aan de kook en laat iets indikken. Breng het op smaak met de nootmuskaat en wat versgemalen zeezout.

Vet een ovenvaste schaal in met wat olie en leg er een laag aubergine in.
Verdeel daaroverheen de helft van het groentemengsel en maak dan weer een laag aubergine. Verdeel de rest van het groentemengsel erover en schenk dan de saus erover. Zet de moussaka 30 minuten in de voorverwarmde oven.



Bak tot de bovenkant een krokant, bruin korstje krijgt.
Oh, wat is dit heerlijk verwarmend èn niet alleen voor je lichaam.
Want wist je dat kaneel je een geluksgevoel geeft?

Geniet er van!