woensdag 6 december 2017

Varkentjes-in-de-modder-taart

De hype van de varkentjes-in-de-modder-taart is een jaar of vier geleden begonnen. Op social media kun je regelmatig foto's voorbij zien komen van deze taart en dat is de reden dat mijn dochter voor haar verjaardag deze taart wilde hebben.


Dus ik maakte deze taart! Waarom ook niet?! 
Ik vond allerlei recepten en maakte hier een eigen versie op.

Maar dat 'ie zo goed zou lukken en zó lekker was, wist ik van tevoren ook niet!
Bij bakrecepten denk ik altijd: als ik het kan, kan een ander het ook.
Wil je deze ook eens proberen?
Ik probeer mijn recept zo duidelijk mogelijk, stap voor stap te beschrijven.

Snel klaar ben je trouwens niet!
Goedkoop is het uiteindelijk ook niet, maar het is zó leuk om te maken en zó lekker!
Vooruit, het is niet elke dag feest!!

Varkentjes-in-de-modder-taart

          voor een taart van 22 cm doorsnede en 12 - 16 personen

Ingrediënten:
          Biscuittaart
  • 5 eieren
  • 150 g witte basterdsuiker
  • 90 g bio tarwebloem
  • 30 g maïzena
  • 1,5 g zout
  • springvorm van 22 cm
        voor de (botercrème)-vulling
  • 125 g roomboter
  • 230 g poedersuiker
  • 20 g cacaopoeder
  • 3 el water
  • 5-6 el friszure jam
  • taartzaag of broodmes
         voor de chocolade-moddersaus
  • 250 ml sojaroom
  • 200 g melkchocolade (evt. een deel puur)
         Taartafwerking en varkentjes
  • 3 keer een five-pack KitKat 
  • 250 g (licht)roze marsepein 
  • lint
  • mesje of satehprikker
Hoe maak ik het klaar:
Begin het liefst een dag van tevoren met het bakken van het biscuitgebak.
Zo'n drie jaar geleden besloot ik niets meer  aan koek of taart uit de supermarkt te kopen.
En wat dan?? Alles zelf bakken dus! En niet alleen snel-klaar koekjes of healthy muffins. Hier horen ook echte verjaardagstaarten bij.
Maar nooit eerder heb ik zelf biscuitgebak gemaakt. Ik wist niet of ik het kon.....
Ik las verschillende recepten, tips en aanwijzingen door. 
Kenmerkend voor een luchtige biscuit is dat er geen boter in zit en dat alle ingrediënten op kamertemperatuur of handwarm zijn. Lang, heel lang mixen van de eieren is noodzakelijk en tot slot moet de bloem goed gezeefd worden. Tijdens de oventijd mag de oven niet geopend worden en op het laatst moet het baksel in een geopende oven afkoelen. Nou, dat moet te doen zijn!

Verwarm de oven voor op 180 graden. Vet een springvorm van 22 cm dik in met boter en bestuif met wat extra bloem.
Begin met de eieren te scheiden. Klop de eiwitten in een vetvrije kom stijf.
Doe de dooiers met de suiker in een andere kom en klop deze ongeveer 10 minuten.
Voeg dan de beide eiermengsels bij elkaar en mix voorzichtig.
Weeg de bloem en maïzena af en zeef deze drie keer. De laatste keer in de beslagkom met de eieren.
Niet meer mixen! Schep de bloem luchtig door de eiermassa tot er geen bloem meer te zien is.
Voeg het zout toe.
Schep het beslag in de ingevette vorm en zet in de warme oven. Bak de taart in zo'n 45 minuten lichtbruin. De taart is gaar wanneer ze veerkrachtig aanvoelt.
Laat de taart in de oven afkoelen. Verwijder daarna de springvorm en laat rusten.

Hij is bij mij super gerezen en dat komt door het lang kloppen van de eieren en  het zeven van de bloem.
Je kunt de taart verder gaan verwerken, maar ook eerst de varkentjes van marsepein maken.
Ik had geen lichtroze  marsepein 

en gebruikte een pakje rode en witte marsepein.
De verhouding moet zijn: twee keer zoveel wit als rood.
Daar kwam ik dus achter ;)
Bij diverse recepten las ik dat het boetseren van de varkentjes net zoiets is als het kleien op de basisschool. Je probeert en doet maar gewoon wat.
Nou, dan doen we dat.
Billen van in de taart-duikende varkentjes zijn niet zo moeilijk. Een halve bol met een streepje in het midden. Een dun reepje tussen je vingers rollen en vervolgens in elkaar draaien. Dát is het staartje.

Maar ook het kopje is niet zo moeilijk als je een plaatje voor je hebt.
De oren maakte ik uit één stuk met de kop. Met een mesje of satéprikker maak je de oogjes en de binnenkant van de oortjes. Het neusje plak je er los op.
Ach, verzin gerust je eigen varkentjes.....
Bewaar ze in de koelkast tot verder gebruik.


Snijd de biscuittaart overlangs doormidden. Een scherp broodmes of taartzaag is noodzakelijk.
Als je biscuit voldoende gerezen is, kun je de taart in drie lagen verdelen. Maar als je het één keer middendoor snijd, is het ook goed.

Maak nu de botercrème zelf. Dat is super simpel zelf te maken.
Doe de boter, in kleine stukken gesneden samen met de poedersuiker en het cacaopoeder in een kom.
Voeg wat water toe en  mix tot de boter zacht is en de suiker heeft opgenomen. 
Ik sneed de biscuittaart in drie lagen. 
Op de tweede laag smeerde ik een friszure jam. 
Ik nam een potje courgette-citrusjam. Je kunt ook marmelade gebruiken of rabarberjam.
Ach, eigenlijk combineert alles wel met chocolade, toch?!
Op de onderst laag smeerde ik de botercrème.
Deze hoeveelheid botercrème is erg veel en ik smeerde ook de zijkanten van de taart rondom dicht met de crème.

Maak nu de chocoladesaus.
 
Heel simpel........ Verwarm de sojaroom in een kleine pan.
Breek de chocolade in stukjes erboven.
Verhit de sojaroom langzaam en blijf roeren, totdat de chocoladestukjes gesmolten zijn.
Verhit verder zodat de saus wat indikt.
Dit duurt een minuut of tien.
Begin ondertussen aan het volgende klusje.


Breek de Kitkat repen tot enkele repen.
Vrijwilligers in huis willen nu vast graag de 'mislukte', gebroken stukken helpen opruimen ;) 
Neem een deel van de chocoladesaus en verdeel deze met een lepel of mes over de zijkanten van de taart.
Zet de reepjes rondom tegen de taart aan. Ze blijven nog niet voldoende plakken, dus zet ze een beetje schuin.

Als alles staat, bind je  het lint om de taart heen, om de Kitkats op hun plek te houden.
Je kunt ze tegelijkertijd met het straktrekken van het lint, rechtop zetten.
Verdeel de rest van de chocoladesaus over de bovenkant van de taart als modderpoel.
En dan komen de varkentjes weer om de hoek kijken.
Verdeel de varkentjes erop zodat het lijkt alsof ze in de modder liggen.
Zet de taart minimaal een half uur in de koelkast zodat de chocoladesaus opstijft.
Hoewel het geen perfecte taart is, was mijn jarige dochter toch blij verrast met het resultaat.

Een heerlijke taart, bomvol chocolade!
Voor echte chocolovers of chocaholics!
In deze dagen na Sinterklaas, kun je er zelfs heel wat restanten chocoladeletters in verwerken.
(Het is maar een idee!)
Wij verdeelden de varkentjes in de moddertaart  in 16 stukken waardoor je 2 of 3 Kitkat reepjes bij een stukje krijgt.
Want het vult wel.

En natuurlijk mocht de jarige 'm aansnijden!!
Sweet thirteen!
Mjammie! Smullen!

zondag 3 december 2017

Cannelloni met knolselderij en kastanjechampignons

Heerlijk herfstig...... of winters, zo je wilt!
Dit vegan hoofdgerecht uit de oven maakte ik klaar voor Kevin en Daniëlle.
Opgerolde lasagne wordt canneloni met een vulling van kastanjechampigons en knolselderij....
Het is best een bewerkelijk gerecht,  geschikt om eens goed uit te pakken.
Maar niet alleen het oog wil wat, ook de smaak is verrassend!
Deze cannelloni kun je gelukkig een paar uur van te voren bereiden.
Beter zelfs, dan trekken de smaken nog meer in.
Ik denk dat dit ook prima zou passen bij een vegan kerstdiner  :)
Wat denk jij? Probeer het alvast eens uit.....
De knolselderij komt nog uit mijn tuin en is nu een echte seizoenstopper!

Cannelloni met knolselderij en kastanjechampignons

                         voor 4- 6 personen
Ingrediënten:
  • 20 lasagnevellen (volkoren en spinazie)
  • 1 knolselderij
  • 300 g  kastanjechampignons
  • 1 ui
  • 2 teentjes knoflook
  • 2 takjes rozemarijn
  • 300 g tofu
  • 1 el tamari
  • 2,5 dl sojaroom
  • versgemalen zeezout
  • versgemalen peper
  • olijfolie

Hoe maak ik het klaar:
1. Maak de knolselderij schoon, schil hem en snijd door de helft. Snijd één helft in blokjes van 1 cm. Snijd de andere helft in grove stukken.
2. Breng ruim water aan de kook in een grote pan. Kook de lasagnebladen door ze met drie tegelijk in de pan onder water te houden. Na 2 minuten haal je ze uit het hete water met een schuimspaan. Laat ze afkoelen op een theedoek en druppel er wat olijfolie overheen.
3. Verwarm de oven voor op 220 graden.
4. Doe de grove stukken knolselderij in een bodempje water, voeg wat versgemalen zeezout toe en kook ze gaar in ongeveer 10 minuten. Giet dan af en pureer fijn met een staafmixer. Laat staan.

5. Pel de ui en de knoflook en snipper deze fijn.
Veeg de champignons schoon en snijd ze in plakjes. Gebruik gerust eens andere paddenstoelen zoals oesterzwammen.
Ris de naaldjes rozemarijn van de takjes af en snijd ze heel fijn.
Verwarm twee eetlepels olie in een koekenpan en bak hierin de ui en knoflook tot ze glazig zien.
Voeg dan de blokjes knolselderij toe en bak vijf minuten met het deksel op de pan.
Raak niet in de war, je hebt wel vier pannen nodig.....
6.  Snijd de tofu in kleine, rechthoekige reepjes. Verwarm in een derde kleine koekenpan twee eetlepels olijfolie. Bak de tofureepjes op hoog vuur. Voeg zeezout en peper toe naar smaak en de helft van de rozemarijn. Blijf regelmatig omscheppen en bak zo'n tien minuten. Blus daarna af met de tamari (zoute ketjap).
7. Voeg de gebakken tofu toe aan de knolselderijblokjes, samen met de rozemarijn en de paddenstoelen.
Bak nog even op hoog vuur zo'n vijf minuutjes.


8. Voeg daarna het overgrote deel van de gepureerde knolselderijpuree toe. Houd twee eetlepels over. Breng het groentemengsel op smaak met zeezout en peper.
9. Doe twee eetlepels olie in een kleine steelpan, voeg hier twee eetlepels bloem aan toe. Roer goed door. Voeg de sojaroom in scheutjes toe en breng aan de kook. Voeg er de twee eetlepels knolselderijpuree aan toe.
Zet apart.

10. Schep nu op elk lasagneblad in het midden twee eetlepels knolselderij-paddenstoelenmengsel. 


Rol het blad in de breedte op tot cannelloni.
Ga zo door met alle vulling en rol alle lasagnebladen op dezelfde manier op.
11. Doe wat olie in een ruime, lage ovenschaal.
Leg de rolletjes er naast elkaar in.


Schenk dan het roommengsel over de cannelloni heen.
Zet de schaal in de voorverwarmde oven en bak de cannelloni's zo'n 10 minuten.

Rooster de bovenkant iets door de grill nog een paar minuten aan te zetten.


En dan...... eet smakelijk!
En geniet van dit bijzondere recept.








 Je kunt dit ook als voorgerecht serveren. 
Schep dan niet meer dan twee cannelloni's op het bord.

Laat je me weten als je dit eens hebt geprobeerd?!
Vind ik leuk.


donderdag 30 november 2017

Adventsstuk

Advent betekent verwachten en dat is precies wat we in deze donkere dagen gaan doen.
Hoewel Sinterklaas nog niet het land uit is - altijd een beetje lastig, die 'dubbele dagen' - begint Advent ongeveer vier weken voor Kerst. Dit jaar is op 3 december de eerste Adventszondag.

Maar wat verwachten we precies?
We verwachten licht,  het Licht dat van God komt.
Vier kaarsen symboliseren de vier weken voor Kerst.
Hoe meer lichtjes aangestoken worden, hoe dichterbij Kerst.
Kerst, het feest van het Licht, het feest van het Kind van het Licht: Jezus die op aarde kwam!
Ik geloof dat Jezus Christus Gods Zoon is, God werd mens en Hij brengt Licht in een donkere wereld en Licht in donkere levens.
Dat is zo'n levensveranderende en belangrijke gebeurtenis, dat de jaartelling opnieuw begint.
Het jaar 0 verdeelt de tijd in vóór en na Christus. Of je nu gelooft of niet, het feit dat we in 2017 zeggen te leven, komt al door Hem.

Wij vieren Advent!
Met de hoop dat er altijd een einde komt aan duisternis.

Om deze verwachting te laten zien, maakte ik een mooi Adventsstuk: decoratief  en eenvoudig zelf te maken.


En als je het op een centrale plek in je huis zet, weet iedereen dat Kerst er bijna aan komt.
Vind je dit ook leuk?
Hier volgt een DIY......


Adventsstuk

Wat heb je nodig:
  • 4 lege conservenblikken (400 g)
  • 4 (lange) kaarsen
  • oase, 1 groot stuk
  • decoratieve, kronkelende tak (ik gebruikte kienhout)
  • houten deco-letters
  • houten labels
  • potlood
  • zwarte stift
  • handvol gedroogd mos of tillandsia
  • tuintouw
  • dik touw eventueel
  • lijmpistool
Hoe pak je het aan:
Maak eerst de decoratieve tak die je straks voor de blikken legt.








Ik heb gekozen om er het woord 'Advent' op te maken. Je kunt ook alvast het woord 'Kerst' gebruiken.
Ik kocht houten decoratie-letters, maar je kunt ook letters van karton maken. Of je gebruikt letters van het spel Scrabble.

Voor het hout kocht ik een stukje kienhout wat in aquariums gebruikt wordt. Het is grillig gevormd hout en ik vind het erg decoratief. Je kunt ook een tak van een druif gebruiken of een tak in het bos zoeken. Kies wat je mooi vindt en wat bij je huis past. Verdeel de letters op de tak en lijm ze vast met wat drupjes van het lijmpistool.
Je kunt na gebruik de letters weer losbreken en als je scrabble letters gebruikt, er gewoon weer mee spelen.


Maak nu de labels.
Ik gebruikten houten labels, maar deze kun je ook zelf maken van karton. Doe er bijvoorbeeld wat bruin pakpapier omheen voor een leuk effect. Vorig jaar had ik krijtbordlabels: makkelijk om te beschrijven. Maar ik heb ze in de loop van het jaar allemaal weg gegeven bij cadeautjes. 
Schrijf op de labels de cijfers 1 tot en met 4. Voor elke week dat we dichter bij Kerst komen.
Doe er een stukje tuintouw doorheen, zodat je ze straks om de blikken kunt knopen.

Maak de lege blikken goed schoon.
Verdeel de oase in vier stukken en doe ze in de blikken.

Zorg ervoor dat ze net onder de rand blijven. Heb je te weinig oase? Doe dan een prop krantenpapier onderin. Maak in het midden een rond gat, zodat je de kaars er straks gemakkelijk in steekt.
Bevestig de labels aan de blikken. Als het niet goed blijft hangen, kun je eventueel een drupje lijm bij het touw of het label gebruiken.

Zet nu de vier kaarsen in de blikken. 
Al een paar jaar wil ik zelf Adventskaarsen maken, maar ook dit jaar ben ik niet op tijd en komt het er niet van.
Ik ga gewoon een keer op mijn gemak, in januari kaarsen maken .... ;)
Maar ik heb wel echte bijenwaskaarsen gescoord.....   gemaakt door een andere imker. Ik denk dat die extra lekker ruiken bij het branden.

Verdeel rondom de kaarsen de mos en eventueel tillandsia, zodat je de oase niet meer ziet.


Zet de blikken op volgorde en leg de tak met letters ervoor.
Je kunt ervoor kiezen om een touw speels tussen en om de blikken te leggen.
Dit geeft verbinding en laat ook een tijdlijn zien.

Dit adventsstuk stond vorig jaar op tafel. Wat kleine verschillen: krijtlabels, touw en lange witte kaarsen.  
Op de eerste adventszondag steek je de eerste kaars aan, op de tweede zondag mag de tweede kaars ook branden en zo verder. 
Na de vierde zondag duurt het nog twee dagen voordat het echt kerst is.

Kerst, het feest van het Licht!
Laat maar komen....



dinsdag 28 november 2017

Ondeugend herfsttaartje met pruimen

Ook nieuwsgierig hoe een taart nu ondeugend kan zijn??
Dit taartje is het écht! En nog veel meer:

lekker van smaak met kaneel, pruimen en steranijs.
Een echt herfstige smaak!
En dan die ondeugende toevoeging..... lees maar.


Ondeugend herfsttaartje met pruimen

                  voor een springvorm van 22 cm doorsnede
Ingrediënten:
  • 180 g boter
  • 200 g rietsuiker
  • 1,5 tl kaneel
  • mespunt kardemom
  • 2 g fijngemalen zeezout
  • 3 eieren
  • 110 g bio tarwebloem
  • 110 g volkoren meel
  • 1,5 tl bakpoeder
  • 200 g dronken pruimen (gedrenkt in wodka)
  • 4 el pruimenlikeur
Hoe maak ik het klaar:
Verwarm de oven voor op 170°.
Het ondeugende in dit taartje zijn natuurlijk de dronken pruimen. Na een overvloedige pruimenoogst deze zomer, heb ik ook enkele potten pruimenlikeur laten trekken. Kijk hier voor het recept en hoe ik dat deed. En ik moet zeggen, hoewel de alcohol grotendeels verdampt lijkt, dat het super lekker smaakt. De pruimen heb ik deze maand pas uit de likeur gezeefd. En omdat het zonde is om ze weg te gooien, verwerk ik ze in dit lekkere en ondeugende taartje.
Neem de pruimen uit de likeur.  Heb je geen pruimenlikeur, laat dan de pruimen een dag van tevoren trekken in wodka of rum met een schepje suiker en een mespuntje kaneel.
Doe de boter met de suiker in een kom en mix tot de boter zacht en schuimig is. Roer de eieren er één voor één door. Voeg een volgend ei pas toe, als er door het mixen een gelijkmatig en  luchtig beslag is ontstaan. Vermeng de bloem, het meel, het bakpoeder en het zout met elkaar. Voeg elke keer een flinke lepel toe aan het beslag en mix rustig door. Voeg een lepel likeur toe en vervolgens weer het meel. Ga door tot alle ingrediënten op zijn.



Snijd de pruimen in vieren en  schep de dronken pruimen voorzichtig door het beslag.
Neem een springvorm van 24 cm doorsnee en vet deze met wat boter in.
Verdeel hier het beslag in tot het ongeveer voor  3/4  deel gevuld is.
Zet de bakvorm in het midden van de oven en bak de taart 20 minuten op 170°. Schakel de oven daarna terug naar 160° en laat de taart nog 1 uur bakken tot ze goudbruin is.
Steek er een breinaald of priem in om te kijken of de taart van binnen gaar is. Komt de priem er weer schoon uit, dan is het goed.

Je kunt de taart zowel warm als koud serveren.

Tîkje ondeugend?
Ja, maar vooral erg lekker!
Geniet ervan.....

zondag 26 november 2017

Mijn moestuin (herfst 2)

Mijn moestuinblogs staan niet alleen op een laag pitje door de vele regen, maar ook doordat zoveel andere dingen mijn aandacht vragen.
Naast mijn imkerexamen in september, ging ik minimaliseren in oktober en hebben we een verbouwing in november......
En de dagen blijven maar 24 uur houden!

Maar ik heb in de tuin gewerkt, geoogst, plannen gemaakt, geëvalueerd en zelfs gezaaid. Je kunt niet goed genoeg vooruit plannen om toch verse groenten en fruit te kunnen oogsten.....

Wat heerlijk dat ik nog elke dag groentes uit de moestuin kan eten.
Deze foto is weliswaar van een maand geleden, maar nog steeds kan ik goudsbloemen, pepertjes, herfstframbozen en bleekselderij oogsten.

De pepertjes hebben dit jaar zo'n gigantische opbrengst gegeven. Als je dit blog langer volgt, weet je wat ik er allemaal van heb gemaakt. Het merendeel van de oogst zit echter in de vriezer.
Heel makkelijk: heb ik wat nodig, dan pak ik een pepertje.....
En op deze manier zijn ze een paar jaar houdbaar.
Ik heb nu alle planten uit de grond getrokken.
Met weinig zon en warmte worden de groene pepertjes niet meer rood.
Maar ook groen zijn ze prima te gebruiken.
En..... de eerste twee jaar hoef ik geen Spaanse pepertjes meer te zaaien.
Zolang er nog geen nachtvorst is geweest, kan ik zelfs nog framboosjes oogsten.
Zomerzoet zijn ze niet, maar nog steeds gezond!
Ook hiervan zit een deel in de vriezer om te gebruiken in smoothies of gebak in de winter.......
De bleek- en knolselderij groeit nog prima in de tuin.
Wel moet ik het weerbericht in de gaten houden: wordt er nachtvorst voorspeld, dan moeten deze groentes er echt uit.
De bleekselderij, met z'n ienie-mienie-zaadjes en heel kleine plantjes, groeien toch te dicht op elkaar.
Ik oogst gewoon stengel voor stengel: van veel verschillende planten, neem ik de dikste stengels mee.
Dat is het voordeel van een eigen tuin!
Ondanks dat ik nog dagelijks groenten uit de tuin eet, word ik toch altijd wat mistroostig in de herfst bij de aanblik van mijn tuin.
Er staat vooral veel onkruid,  nog wat kleine hoeveelheden groente.
Maar het is nog lang wachten totdat het weer lente wordt......


Het is meer weer om nu 'at home' te zijn, dan in 'the garden'.
Maar op zonnige dagen trek ik toch de tuin in.
Er is nog genoeg te doen!


Zo maakte ik de kas leeg.
Zonder planten groeit er nog genoeg aan onkruid......

Hoewel ik blij was, dat ik dít zag!
  Klaver, dit ontbreekt nooit in een mengsel van groenbemesters.
Het is een nuttig plantje dat de stikstof in de aarde bindt.


Het was zo lekker zonnig en ik kreeg inspiratie, dus was het fijn om lekker door te gaan. Ik nam mijn kopje verse muntthee, met versgebakken kokoskoekje mee de tuin in.
Lekker warm, nadat ik niet alleen het kippenhok had uitgemest, maar de mest ook op de tuin heb gebracht. 
Fijn! Zo'n kringloop.


Ook in het compostvat is er hard, doch onzichtbaar doorgewerkt.
Het groente, blad en fruitafval is verwerkt tot mooie, donkere compost.

In een emmertje breng ik het naar de uitnodigende, lege grond in mijn kasje bij huis.
Het stinkt niet meer, het is heerlijke humusrijke grond geworden.





Hier zaai ik de winterveldsla.
Het is wat laat, want op het zakje staat dat dit te zaaien is tot september.
Maar ach, ik probeer het gewoon.
Ik heb straks zo'n zin in verse groene blaadjes.
Het zal vast wel opkomen.

Wat ook opkomt is de knoflook.
November is de juiste maand om knoflookteentjes, liefst doorgeschoten al, te planten.
Ik heb ontdekt dat als ik de knoflook in een afgesloten glazen potje bewaar, dat ze dan veel sneller doorschiet.
Wil je knoflook planten, dan kan dit nu, maar ook nog in februari/maart.
Hoewel knoflook tegen kou kan, zet ik ze nu in de kas.
Voor net dat beetje extra ondersteuning in de winter.
Je hoeft niet perse plantknoflook te gebruiken. Consumptieknoflook voldoet ook prima.
Beter zelfs als plantknoflook. Maar let er wel op dat de knoflook van biologische oorsprong is.
Dan is er tenminste niet mee gerommeld en weet je wat je in de tuin zet.
Ik heb er nog niet zo veel geplant, maar het rijtje is lang. Ik kan elke keer wat teentjes knoflook aan het rijtje toevoegen,

Wat iedereen, overal kan zaaien, is kiemgroente!
Je hebt er niet eens aarde voor nodig.
En allerlei groentes voldoen. Broccolispruiten, radijskiemen, linzenspruiten....... het kan allemaal.
Ik heb hier alfalfa gezaaid. op de bovenste foto zie je mijn speciale zaaibakje.
Maar ook op natgemaakte watten kun je prima deze kiemgroentes zaaien.
Zet het gezaaide op een lichte plek bij kamertemperatuur, maar niet pal in de zon.
Over vijf tot zeven dagen kun je oogsten!
Boven zie je een speciaal zaaibakje, maar ook op watten kun je prima zaaien.
Houd ze goed vochtig, maar ook weer niet te lang.

En toen Peter van een hout- en meubelbeurs thuiskwam, nam hij deze mooie kruidenstekertjes mee.
Speciaal uitgelaserd uit hout.
Ik krijg al weer zin in het voorjaar......

Tot dan met een nieuw moestuinblog.