startpagina; recepten; kinderen; verzorging;

zaterdag 17 maart 2018

Imker in de winter

Ja, wat doet een imker eigenlijk in de winter?
Dat was voor mij nog een vraag, deze eerste winter als imker!

De bijen nemen namelijk rust, maar ze slapen niet!
Ik zal eerst wat meer vertellen over hoe bijen in de winter leven.
Het valt je vast op dat je bijen vooral in de zomer ziet vliegen.
Op warme, zonnige dagen vliegen ze ook in het voor- en najaar, maar niet in de winter.
Veel te koud en bovendien is er geen nectar en stuifmeel te vinden.
Maar bijen gaan niet in winterslaap, ze gaan in winterrust!
Ze laten de buitenste ramen voor wat het is en gaan tussen de ramen in, als groep bij elkaar hangen.
De bijen drukken hun kop krachtig naar binnen, zodat een compacte, kogelvormige tros ontstaat. 
Dit wordt de wintertros genoemd.
Hierin overleven bijen de koudste maanden van het jaar.


               En dat ziet er van bovenaf ongeveer zó uit!

De bijen moeten warm zien te blijven en dat doen ze niet in hun eentje.
Bijen functioneren als volk en zullen geen acties in hun eentje uitvoeren. 
Ze geven als het nodig is, hun leven in het belang van het volk.
Individualisme is niet doorgedrongen bij het bijenvolk en dat zal ook niet gebeuren.
Samen staan ze sterk en...... heel belangrijk in de winter: blijven ze warm!
De bijen die nu overwinteren zijn bijna een ander 'soort'. Het verschil zit 'm met name in de leeftijd.
Waar zomerbijen zo'n zes weken leven en passend bij hun leeftijd speciale taken en rollen vervullen, leeft een winterbij daarentegen wel 6 maanden! Ze hebben ook andere taken, want de moer of koningin legt in de winter geen eitjes. Er is dus geen broed te verzorgen.
De belangrijkste taken van de winterbij zijn warm blijven (en warmte afgeven), eten om in leven te blijven (en voedsel doorgeven aan de anderen) en de koningin beschermen.
Ach, de eerste twee zaken zijn niet zo verschillend van wat wij mensen in de winter doen, toch?
Warm blijven en eten....


Omdat ik nogal nieuwsgierig ben, heb ik afdekplaten van plexiglas laten maken. Ik hoef nu alleen het dak maar op te tillen en ik kan zien hoe het met het volk gaat en waar ze zich bevinden.
Wanneer de buitentemperatuur onder de 15 graden komt, is het niet goed om de kast open te maken.
Dan komt er veel kou binnen, terwijl de warmte die de bijen zelf produceren en vasthouden,  juist ontsnapt. Nieuwsgierigheid van een imker of onderzoeker kan noodlottige gevolgen krijgen.
Door het plexiglas kan ik genoeg zien.

Verdere informatie haal ik van de bodemplank.
Deze plank bevindt zich onder een bijenkast en is eruit te schuiven.
Daarop zie ik waar het volk zich als tros in de kast bevindt.
Want de bijen hebben wel minder taken in de winter, maar het knagen van was gaat altijd door.
En dat wasmul  (afval) valt op de bodemplank.

Bij dit bijenvolk bevindt de tros zich vooraan, bij de vlieggatopening, middenrechts.
Bijen kiezen voor hun wintertros de warmste plek in de kast uit.
Bij deze kast, die op het oosten staat, kan dat kloppen. De ochtendzon (en het licht) komt vanuit het oosten.

Ik schrok wel van de hoeveelheid vocht die aan de binnenkant van de plaat als condens blijft hangen.
Zou dit wel goed gaan? Ik stelde deze vraag aan mijn mede-cursisten van vorig jaar. Samen vormen we een soort intervisiegroep. We stellen elkaar vragen, houden elkaar scherp en moedigen elkaar aan. Want net als bij het halen van je rijbewijs, (je gaat pas echt leren rijden door het te doen) is het ook zo bij imkeren. Door het doen krijg je ervaring en je leert steeds bij.
Als er teveel vocht in de kast blijft, kan er schimmel ontstaan op het hout, de raten of zelfs het voedsel.
Maar een kleine hoeveelheid vocht hebben de bijen nodig om te drinken.
Ze gaan in de winter, onder de 12 graden, immers de kast niet uit.
Dus of het gaat schimmelen of niet, dat kan ik nu niet bekijken. Dus hoop ik maar dat het goed gaat.
Bijen houden dus warmte vast, produceren het zelfs. En dat gaat zó wonderlijk vernuftig in zijn werk.

Bijen kunnen, ook al vriest en sneeuwt het buiten, de temperatuur binnen in de kast op een constante temperatuur houden van zo'n 20 graden.
In de buitenste laag van de tros ontwikkelen bijen warmte door het ritmisch samentrekken van de vleugelspieren in het borststuk. Hierdoor produceren ze warmte en heerst er in het midden van de tros een temperatuur van zo'n 20 tot 22 graden Celsius.
Aan de buitenzijde van de wintertros zitten deze 'verwarmings'bijen dicht tegen elkaar aan zodat het in de kern van de tros 20 – 22 graden is. Maar ook aan de buitenzijde van de tros mag de temperatuur niet beneden de 7 à 8 graden zakken omdat dan deze bijen zullen verkleumen en sterven. Om dit te vermijden bewegen de bijen cirkelvormig van buiten naar binnen. De buitenste bijen bewegen zich langzaam en regelmatig naar binnen toe om warm te worden, waardoor een nieuwe buitenste laag van verwarmingsbijen de temperatuur vasthoudt en warmte produceert.
Wonderlijk, hè? Zó mooi!
Met voedsel halen en eten gaat dit op dezelfde manier.
De buitenste bijen gaan naar de voorraad opgeslagen honing die vooral aan de randen van de ramen zit of in de buitenste ramen is opgeslagen. Ze zuigen zich vol en geven dit vervolgens door aan de bijen in de tros. Dit gaat letterlijk van mond tot mond tot het in het binnenste van de wintertros aankomt. Daar in het midden zit de koningin of moer. Iedere bij krijgt op deze manier te eten en door de suikers (energie) houden de bijen de warmte vast.
Maar als de winter erg lang duurt of erg streng is,  kan het gebeuren dat de voedselvoorraad op raakt.
Dit kan ook gebeuren als de imker teveel honing heeft geoogst of als het volk zwak of te klein is.
Hier kan de imker helpen.
Er bestaat speciaal bijenvoedsel, een soort witte suikerpasta, die je kunt geven
Het voedsel zit in een plastic zak wat op de dekplank, de plank waarmee je de kast afsluit, direct boven het volk, gelegd wordt. In een dekplank zit altijd een cirkelvormig gat. Het afdekplaatje kan er af. De zak, waar de imker een grote snee in heeft gegeven, wordt er bovenop gelegd. Zo kunnen de bijen de zak binnenkruipen en het suikervoer opeten. Uiteraard eten ze niet alleen voor zichzelf, maar nemen ze in hun maagje ook weer voedsel mee voor de andere bijen in de tros.
Als imker weet ik echter niet precies wanneer de bijen nu wel of niet te weinig voedsel hebben. Je kunt dit 'voelen' door de kast op te tillen. Aan de hand van het gewicht (honing weegt zwaar!) kun je bedenken of ze nog genoeg of te weinig voer hebben. Ik heb deze methode niet toegepast, maar weet dat ik twee sterke volken heb, met aan het einde van de zomer een zeer ruime hoeveelheid voedsel. Waar ik niets van weggenomen heb;)
En ik heb twee kleine, zwakkere volken die waarschijnlijk niet genoeg voedsel hebben als de winter lang duurt. Deze twee volken heb ik bijgevoerd met Fondabee suikerpasta.
De zakken worden helemaal leeggegeten, dus de bijen hebben het wel nodig. Twee zakken op voorraad werden zelfs in mijn schuur al leeggegeten. Ook muizen blijken er dol op te zijn...... :(
Een imker doet de bijenkast in de winter niet open! We werken niet 'in de bijen'.
Maar er zijn nog genoeg dingen die een imker wel kan doen
Een aantal taken van de imker in de wintermaanden zet ik op een rij:
  1. nieuwe kennis op doen via studiedagen, workshops, cursussen, vakbladen en boeken
  2. inventariseren van de benodigdheden voor het komende jaar
  3. schoonmaken en eventueel repareren van gereedschap en ander imkermateriaal
  4. raampjes timmeren of klaarmaken voor het nieuwe seizoen
  5. inventariseren van drachtplanten in de omgeving van de bijenvolken
1. Ik heb deze winter twee studiedagen gevolgd. Dit deed ik samen met de andere imkers van de cursus van afgelopen jaar. Op zo'n studiedag krijg je meestal een lunch, zijn er meerdere workshops en lezingen en allerlei stands.
Op de studiedag in Boskoop was er een stadsimker uit Rotterdam die vertelde hoe hij met 100 bijenvolken in de binnenstad van Rotterdam werkt. Zijn kasten staan op daktuinen en leegstaande terreinen. Hij werkt het liefst zonder beschermende kleding om mensen niet het gevoel te geven dat bijen gevaarlijk zijn. Op de Rotterdamse markt verkoopt hij zelf zijn stadse honing. In een workshop leerde ik wat over de koninginneteelt en dat ben ik ook gelijk weer vergeten. Ik geloof niet dat ik dit ooit ga doen.
Er was een speciale honingkeurmeester en mensen konden hun potje honing hiervoor aan het begin van de dag inleveren. Aan het eind van de dag werd over de kwaliteit wat verteld. In de pauze gingen we naar een geweldig grote tuin, waar niet alleen een complete kruidentuin, een uitgebreid insectenhotel en kippen rondscharrelden. Ook een moestuin, een ooievaarsnest en een vijver waren aanwezig. In de zomer, met een schoolklas kinderen, wil ik hier nog wel eens gaan kijken.  Tot slot was er een loterij met imkerbenodigdheden en Joke won een drachtplant.
De tweede studiedag was van de BD-imkers (biologisch dynamisch)  in Zeist. Het was een hele belevenis, er was een lezing in het Duits, er was heerlijke soep bij de lunch en de sfeer was heel relaxed. De workshops waren heel divers en gingen niet alleen over bijen. Er was een workshop over moestuinieren, tuingereedschap slijpen en creatief werken met was. Ik volgde een workshop over BD-imkeren en moestuinieren. Ik heb er niet veel van geleerd. Wel ga ik nadenken over de bestrijding van de varroamijt en of ik dat nog wel wil blijven doen.
Het allerleukste en meest intrigerende van de dag vond ik eigenlijk deze stand waar een bijzondere hangkorf te zien was. Een bevlogen mevrouw vertelde er van alles over. Ze vertelde over de natuurlijke neiging van de bijen tot rondbouw en hoe imkers met kasten juist hier tegenin gaan. Deze hangkorf is niet te koop, je moet 'm zelf maken. Maar eerst moet je al kunnen korfvlechten.  Ik vind deze hangkorf echt geweldig!
Volgende winter wil ik gaan leren korf vlechten en wie weet wanneer ik dan deze mooie korf ga leren maken.
2. De bijenwinkel in Naaldwijk waar ik regelmatig kwam, gaat ermee stoppen, hoorde ik. Dat is jammer! Ik heb er deze winter nog bijenvoeding gehaald en ik kocht er een tweede imkerpak speciaal voor Peter, die me af en toe wil helpen in de bijen. Ach, voorlopig heb ik genoeg benodigdheden en anders kan ik ook in Rotterdam of Wageningen terecht.
3. Het belangrijkste gereedschap van een imker bestaat uit een raampjesbeitel, een bijenveger en een beroker.
Met de beitel kun je de dekplank openen, die elke keer opnieuw weer vastzit. Bijen hebben namelijk de gewoonte om alle kieren en spleten van hun huis dicht te smeren met propolis. Met deze beitel worden ook de raampjes gelicht, oftewel opgetild bij een open kast inspectie.
Nu heb ik de beitel schoongebrand, zodat niet alleen de propolis, maar ook eventuele ziektekiemen of bacteriën verdwenen zijn.
De veger is bedoeld om de bijen met zachte dwang van een raampje of van jezelf af te vegen. De haren zijn zo zacht dat je de bijen niet beschadigd. Maar ook de wasmul kun je ermee van de bodemplaat vegen. Deze veger maak ik schoon in een sodasopje.

Mijn eens zo maagdelijk witte imkerjas, met witte hoed en kap eraan vastgeritst, moet in de was.
De hoed met metalen ring erin, kan in een sopje, mijn jas in de wasmachine.
Maarrrr......
helemaal wit krijg ik het niet meer. En ik ontdek dat propolis nergens meer uit gaat.
Dus een bolletje propolis in mijn zak stoppen, was niet zo'n handige actie ;).
4. Als je drie jaar dezelfde raampjes met was hebt gebruikt voor de bijen, kleurt het van zachtgeel naar donkerbruin. Er kunnen in oude was ziektes of ziekteverwekkers gaan zitten. Daarom is het belangrijk deze oude was regelmatig te vervangen. Omdat ik dit jaar pas begonnen ben, hoef ik nog geen wasraampjes te vervangen......  nieuwe raampjes timmeren is voorlopig ook niet nodig.
5. Op een studiedag hoorde ik meer over drachtplanten inventariseren. Drachtplanten zijn voor de bij aantrekkelijke planten, omdat ze òf nectar òf stuifmeel (pollen) òf beiden leveren. Hierdoor blijft een bijenvolk in leven. Dat er veel variatie is en genoeg voorraad is voor het aantal bijen, is hierbij belangrijk. Maar ja..... wat groeit er rondom de bijenkasten? Omdat ik een stadsimker ben en midden in een wijk zit, halen de bijtjes uit allerlei tuinen hun voedsel. Zij kennen geen grenzen. Om bij mensen aan te bellen en te vragen naar drachtplanten in hun tuin, gaat natuurlijk te ver. Gelukkig halen de bijen ook veel voedsel uit bomen en mijn moestuin en die van mijn twee medetuinders. Erg jammer dat er net vorige week zo'n vijftien (!) kastanjebomen zijn omgehakt hier vlakbij. En laten kastanjebomen nu net een geweldige leverancier van zowel nectar als pollen zijn. 
En in mijn eigen tuin staat de passiebloem die ook een geweldige drachtplant is. Maar of 't ie de vorst overleeft? Dat moet ik nog even afwachten......
Ach, ik ga niet alles in kaart brengen, ik merk het snel genoeg als de bijen genoeg voedsel binnenhalen. Ik moet ook maar een beetje vertrouwen hebben.

En nu maar hopen dat het spoedig echt voorjaar wordt!
Anders zitten zowel de bijen als ikzelf alleen maar binnen om warm te blijven.


En ondertussen, dat is dan weer het verschil tussen de bij en mij....
bak ik een heerlijk toepasselijke taart!
Een reactie posten