woensdag 18 oktober 2017

Wassen met kastanjes

Als ik op de fiets zit, terwijl prachtig gekleurde herfstblaadjes om mijn hoofd dwarrelen en 
een knisperend geluid onder mijn fietsbanden maken, plopt er soms zomaar 
een oud kinderliedje in mijn hoofd op.
Van "herfst, herfst, wat heb je te koop" tot   "Zie je de kastanjes aan de bomen, 
zie je alle eikels op het mos"
Heerlijk! Herfst!!
Na een weekend wandelen op de Veluwe, is het tijd om wat te doen met al die herfstschatten, 
die gewoon naar beneden vallen.

Ik ben deze herfst - opnieuw - aan de slag gegaan  met kastanjes. 
Wat ik ervan maakte, was vooral praktisch......
Ik maakte wasmiddel!!

Toen ik vorig jaar een nieuwe wasmachine nodig had, besloot ik gelijk het roer om te gooien 
wat betreft wasmiddel. 
Welke wasmachine ik kocht en waarom, heb ik beschreven in dit blog.
Ook mijn prille avonturen met alternatief wassen, beschrijf ik hier.
Ik kocht Seepje, wasnootjes uit Nepal. Toen ik me verdiepte in dat verschijnsel, 
kwam ik uit bij de werkzame stof Saponine, die in heel veel planten aanwezig is, 
in wisselende concentraties.
Dat vond ik interessant.... en ik merkte dat lang niet alle producten vanuit 
Verweggistan hoeven worden ingevlogen. Zeer ongewenst voor het milieu immers: 
al die vliegkilometers. Ook in ons land groeien planten en vruchten,
 met een goed werkzame concentratie Saponine erin.

Saponinen worden ook wel zeepstoffen genoemd en zijn een speciale groep secundaire plantenstoffen die tot de glycosiden behoren. Men vermoedt dat planten saponinen produceren als bescherming tegen insectenvraat en groei van bacteriën en schimmels. 
 De naam saponine is afkomstig van het Latijnse woord sapo dat zeep betekent. Dit verwijst naar de eigenschap van saponinen om opgelost in water (na schudden) een zeepachtig schuim te veroorzaken. Bij sommige saponinen is dit zachter dan bij gewone zeep en heeft het een reinigende werking, die echter wel minder is dan die van zeep.

Saponinen komen wijdverbreid voor in het plantenrijk. Men schat dat in drie van de vier plantensoorten saponinen voorkomen. Men vindt ze zelfs in groenten als sojabonen, erwten, spinazie, tomaten, aardappels en knoflook. Nooit geweten! Heb het gelukkig ook nog nooit in mijn pan zien schuimen ;)
Het gehalte saponinen kan variëren van 0,1 tot zelfs 30%!
Planten waarin saponinen in hoge concentraties voorkomen zijn onder andere lelies, agaven, zeepkruid (Saponaria officinalis), paardenkastanje en in de vruchten van de zeepnotenboom die in India en Nepal groeit. De bast van de Zuid-Amerikaanse zeepboom Quillaja saponaria is één van de allerrijkste bronnen. De meeste saponinen vindt men echter in de Yucca Schidigera, die in Baja California groeit.

Er valt goed op plantaardige wijze te wassen, voor mensen over de hele wereld!

En ook hier in Nederland, juist nu, in de herfst, komt het wasmiddel zogezegd, 
gewoon uit de lucht vallen......
Hoe leuk is dat??
Die prachtig glimmende kastanjes.....
En niet alleen kinderen vinden kastanjes mooi om mee te spelen. Weet je nog 
wat we er vroeger allemaal van maakten? Een pijpje, een spin - met of zonder web -, 
een evenwichtspoppetje..... je maakt het allemaal van kastanjes!
En nu maak ik er dus wasmiddel van.
Schuimend, goed voor het milieu èn je kleding en het kost je helemaal niets!!
Wat wil je nog meer?
De werkwijze??  Okay, komt 'ie:

Wasmiddel van paardenkastanjes

Wat heb je nodig:
  • 10 kastanjes
  • water (gewoon koud uit de kraan)
  • glazen fles
Hoe maak je het:

Snijd de pas geraapte kastanjes in vieren.
Paardenkastanjes zijn de 'gewone' kastanjes die je overal kunt rapen. Deze zijn niet eetbaar.
Wel eens eerder zó gezien?
Het schilletje zit er nog strakker omheen, als ze net uit de boom gevallen zijn.
Doe de kastanjes in een glazen fles van 1 liter.
Vul de fles met water tot bijna bovenaan.
Schudt de fles een aantal malen flink.
Het aanwezige saponine in de kastanjes gaat schuimen doordat het in contact met water komt.
En dit gaat heel snel...... kijk maar!
Na twee dagen zie je ook bezinksel wat er wit-zeepachtig uit ziet.
Gaaf hè?!
Je kunt er nu al mee wassen. Laat de kastanjes gerust in de fles zitten,
hoewel je ze er ook uit kunt zeven.
Pas op dat ze niet in je wasmachine terecht komen, anders raken de leidingen verstopt.
Deze literfles is genoeg voor zo'n 12 tot 15 wasbeurten.

Om het hele jaar door met de kastanjes te kunnen wassen, kun je de kastanjes het beste op 
een iets vochtige plek bewaren. Bijvoorbeeld in een vochtige, plastic zak gewoon buiten.
Controleer regelmatig of de kastanjes niet gaan schimmelen of gaan 'uitlopen', 
of je moet zelf graag een kastanjeboom in je tuin willen planten (en er ruimte voor hebben;))
Heb je weer nieuw wasmiddel nodig, dan hak je de iets vochtige kastanjes in vieren.
Zijn de kastanjes gedroogd, dan worden ze keihard en wordt het zelfs voor een keukenmachine
 een onmogelijke zaak om ze fijn te krijgen. 
Zo kun je wel zo'n driekwart jaar vooruit. 
En als de kastanjes op zijn, maak je van een stuk zeep makkelijk je eigen wasmiddel (klik)

Hoe gebruik je dit wasmiddel?

Net als 'gewoon' wasmiddel kun je dit in het zeepbakje van de wasmachine schenken.
Ik doe het tegenwoordig gewoon in een doseerbakje in de wastrommel.

Dit wasmiddel kun je gebruiken voor de was van 20 tot 90 graden.
Ik vind het zelf het meest geschikt voor de bonte was, omdat de witte was er niet spierwit van wordt.
Deze ervaring had ik ook met Seepje, de wasnoten die je in de winkel koopt.
Er komt op een gegeven moment een soort grauwe sluier op je wasgoed te liggen.
Wil je dit oplossen of beter gezegd voorkomen, dan kun je soda toevoegen in het voorwasbakje van de wasmachine.

Als je overstapt van regulier wasmiddel naar een natuurlijk wasmiddel zoals dit, zul je wel moeten wennen aan de geur, of beter gezegd: het ontbreken van de parfumgeur die we zo gewend zijn. 
Als je de was lekker buiten kunt laten wapperen, komt er vanzelf een frisse wind (en geur) doorheen, maar je kunt er ook voor kiezen om in het wasverzachterbakje een paar druppels etherische olie te druppelen voor de geur. Kies zelf een geur die je fijn vindt.
Van appelazijn als wasverzachter wordt je was trouwens fijn zacht. En de azijngeur? Die ruik je helemaal niet.


Waarom zou je kiezen voor het wassen met kastanjes?
Nou, laat me je een paar redenen geven:
  1. Het is gratis, dus goed voor je portemonnee
  2. Het is goed voor het milieu: er komen geen wasactieve stoffen, ontharders, vulmiddelen, geurstoffen (parfum), bleekmiddel en schuimregelaars in het afvoerwater terecht.
  3. Je kunt op alle programma's, alle temperaturen en alle standen wassen
  4. Om het te verzamelen, kom je lekker buiten in de frisse herfstlucht: goed voor je!
  5. Hoe grappig (en lekker alternatief) is het om mensen te vertellen dat je met kastanjes wast


Zeker met dit mooie nazomerweer hangt de was bij mij nog fris aan de lijn te drogen.
Puur en lekker schoon!

Heb jij het wel eens geprobeerd: alternatief wassen?
Laat eens weten wat jouw ervaringen zijn...

Tegenwoordig doe ik ook regelmatig de was met klimop-wasmiddel.
Wast krachtig schoon en klimop is het jaarrond verkrijgbaar.
Ook eens proberen? Klik dan hier!
Ik ben er erg tevreden over!

dinsdag 10 oktober 2017

Mijn moestuin (herfst)

Noem het vermoeidheid of een bloggerdip, het was in ieder geval een moment van bezinning wat ik nodig had.... En dat is de reden dat mijn moestuinblog zeer lang op zich liet wachten....

Voorjaar, zomer, herfst, winter.... de seizoenen  wisselen elkaar af, maar soms klopt het weer niet met wat je zou verwachten......
Na een kort, maar 'representatief' onderzoek op het schoolplein, (ik vroeg twee moeders naar hun mening) stel ik voor dat we de seizoenen wat eerder laten beginnen.
De herfst mag gerust al in augustus beginnen, als de dagen toch steeds korter worden en vooral ook steeds natter. 
En dan genieten we meer van de zomer in mei, want vaak is het dan prachtig weer.
En laat die winter ook maar komen in november, toch?! Dan gaat 'ie misschien ook weer sneller ervan door.

In mijn moestuin was het in augustus nog even droog en warm, maar ook opeens nat, heel nat..... en díe hoeveelheden regen, zijn nu ook weer niet goed voor de tuin. 
En vooral niet bevorderlijk voor het wegwerken van mijn glibberige en slijmerige vijand 'de slak'.
En voor het werk in de moestuin........
Natuurlijk oogst ik echt dagelijks uit m'n tuintje en eten we smakelijk van alles wat het ons te bieden heeft..... ;)

Niet alleen groentes, maar ook fruit: herfstframboosjes, bramen, druiven voor de wijn, munt voor de thee.....  Een plaatje, is het niet?!

Maar onkruid wieden, wat ook al lang op m'n to-do-list staat - zij het helemaal onderaan - , dat gebeurt dan weer niet of nauwelijks, hè?!

Ik geef maar gewoon een tuinimpressie, zonder volledig te zijn......

Ook al regent het nog zo hard en zo veel, water geven moet ik toch.
Want in de kas regent het niet.

Wat komen er trouwens prachtige vruchten uit mijn kas.

Komkommers, tomaten en rode pepers in overvloed.......
De pepers deel ik uit, vries ik in, ik maak er sambal van...... ik kan geen peper meer zien. ;)
De komkommers en tomaten verwerk ik gelijk, die worden niet bewaard.

Ik heb trouwens ook buiten de kas, in de vollegrond, tomaten geplant.
Dat kan heel goed gaan.

Mits het een warm en zonnig najaar wordt.....
en het vooral niet teveel regent.
Dat gaat dit jaar dus net even anders dan gehoopt......
Links zie je de planten al verdorren en de tomaten bruin worden.

En dit is een niet zo fris plaatje van de gevreesde tomatenziekte.
Ik heb er al eerder over geschreven: tomaat en aardappels komen van dezelfde familie en phytophthora, de aardappelziekte, kan uitbreken als je het gewas lang laat staan.
Meestal aan het eind van het seizoen - aan het eind van de plant - rijpen de vruchten niet goed meer.
En dit komt zeker door teveel vocht en te weinig luchtcirculatie.
Het nare is dat deze ziekte in de grond gaat zitten en daar wel vier jaar blijft.......
Andere gewassen hebben hier gelukkig geen last van, maar aardappels of tomaten moeten hier niet meer komen.

Van de courgettes werd ik deze zomer heel blij.
Wat heb ik ze in overvloed kunnen oogsten. Heerlijk!
Ik heb er fijn veel ingevroren, zodat ik in de winter nog lekker zomers smakende
gerechten kan bereiden.
Sperziebonen waren er ook veel! En ook daar zit een voorraadje van in de vriezer.
Ons aller favoriete groente!

Waar ik momenteel genoeg van te oogsten heb, is bleekselderij.
Wat een verrassende, lichte en frisse groente is dat toch.


Ik had ooit een dieetboek waarin de volgende regel stond:
"Dank God en geef de bleekselderij even door!"
Oftewel, je eet ervan, maar het levert zo weinig calorieën op, dat door het kauwen
en verteren je meer energie verbruikt. Alleen door op bleekselderij te kauwen, val je al af.
Bleekselderij is enorm veelzijdig.
Het is heerlijk in salades of smoothies, om mee te dippen, in een ovengerecht met aardappels of pasta, in een hartige taart, in de stamppot.......  Gewoon mmmmmmm!
Dit jaar is ze voor het eerst echt goed gegroeid in mijn tuin.
Maar om nu te zeggen dat ik dan gelijk een prachtige bos bleekselderij kan oogsten.......
Nou, nee. Dat is wat teveel gevraagd.
Sommige planten zijn samen gegroeid, met veel te dunne stengels.
Maar ik oogst ze gewoon los en snijd ze één voor één weg.

De stengels op de foto zijn van minstens drie planten.
Maar dat geeft niks. 
Dat is juist weer het gemak van een eigen tuin.
De stengels die overblijven, groeien weer door en zijn later te oogsten.
Het uitbundig groene blad gooi ik overigens niet weg.....

Je hebt speciale bladselderij, maar dit blad heeft ook een prima selderijsmaak,
Ik snijd het heel klein, stop het in een ijsklontjesvorm en druk het goed aan.
Ik vul het bij met water en vries het in.

Wanneer ik het bakje leeg, bewaar ik de blokjes in een zakje in de vriezer.
Ideaal om zo een blokje selderij aan je gerecht toe te voegen.
Heerlijk voor roti-vulling, door de nasi, door de soep.....
Nou ja, overal waarbij je maar aan selderij moet denken.
Ook andere verse kruiden kun je op deze manier bewaren.
De najaarsframboosjes vries ik ook snel in.
Natuurlijk snoep ik er altijd een paar, maar ik heb niet genoeg  framboosjes om er gelijk taart of ijs van te maken.
En dat hoeft ook niet.
Met diepvriesfruit kun je ook prima bakken en andere heerlijkheden klaar maken.
En deze mooi rode herfstframbozen gaan zó lekker lang mee.

En ja, ik moet het nog even laten zien.
Deze goudgele, dure, mooie groente.


Van mijn twee maisplanten, oogstte ik drie maiskolven.
Jammer dat het er niet meer waren.
Des te meer jammer dat ik bij mijn tuinbuurvrouw er wel 17 zag hangen, die allemaal uitdroogden en niet meer te eten waren.
Als het 'haar' van een maiskolf bruin en verdroogd is, is de maiskolf klaar om te oogsten.

En wat oogstte ik nog meer?
Soms zijn het maar kleine beetjes groente. Zeker aan het eind van het seizoen
kan ik er niet altijd meer hele maaltijden van maken.
Maar daar doe ik gewoon andere dingen mee.


Zo maakte ik een voorraadje  groente-bouillonpoeder.
Hier gaat bijvoorbeeld wortel, bloemkool, wat sperziebonen, courgette of pompoen en Spaanse peper in. Alles kan.
Op de foto  zie je de lade uit mijn droogkastje en daarop een dikke, smeuïge pasta.
Dit wordt ongeveer een dag lang gedroogd en vervolgens tot poeder vermalen.
In een eerdere blog beschrijf ik hoe ik dat doe. Klik hier voor de werkwijze en het recept.
En vervang de zakjes voor ongeveer 600 tot 750 g verse groente
Zelfgemaakt is deze bouillon vegan, glutenvrij, lactosevrij en E-nummer vrij. Wat wil je nog meer?!


Het najaar is de  beste tijd om een fruittuin aan te leggen. Bessen, frambozen en ander fruit, laat zich nu makkelijk planten of verplaatsen.
Ook is het nu de goede tijd om fruitbomen te snoeien.
Appels en perenbomen, maar ook pruimenbomen kun je snoeien.
Denk bij het snoeien aan licht en lucht.
En snoei niet meer dan een derde deel van een tak en van de boom als geheel weg.
Vorig jaar volgde ik hierover een cursus en dat was erg leerzaam.

Mijn geoogste en inmiddels gedroogde uien gaan in de opslag......
...... in de schuur.
Op een vorstvrije, donkere plek met voldoende luchtcirculatie en een temperatuur van ongeveer tien graden is het ideaal voor uien.

Ik kan het in onze 'gewone' schuur niet garanderen.......
Maar ik kom erachter dat ze niet naast aardappels bewaard moeten worden.
Aardappels bevatten veel vocht, dat ervoor zorgt dat uien sneller gaan rotten.

Over aardappels gesproken.....

Soms gaan ze er zó  uit zien.
Je kunt hier twee dingen mee doen (weggooien is geen optie!), gewoon wegsnijden en gebruiken.
De smaak is namelijk niet aangetast of verkeerd.
Of je kunt ze in de tuin poten...... okay, in het voorjaar, dát wel ;)
Wist je dat aardappels minder snel kiemen krijgen als je er een paar rijpende appels bij legt?
Het ethyleengas dat de appels afgeven, remt de groei van deze kiemscheuten.

En dan nu een plaatje van een molen.
Dit is vlak bij ons huis overigens en ik kwam daar deze zomer een paar keer langs.
Ik trof er de molenaar aan het werk en hij legde ook graag uit
hoe alles werkt.
Sterker nog: mijn 'mannen' werden ingeschakeld om de kap te verplaatsen om de molen aan het draaien te krijgen.
Een zware klus!
Super leuk, al hoor ik je denken:
"Wat heeft dit met de moestuin te maken??"
Even geduld,  kom ik zo op......
Ik ben zelfs helemaal boven in de nok geweest, waar normaal gesproken geen bezoekers mogen komen. Uiteraard draaide de molen toen niet.
De molenaar was van alles aan het uitleggen en zo kwam ik erbij om te vertellen over mijn moestuin, mijn slechte aardappel- en tomatenoogst......
En toen plopte er in mijn hoofd het idee: "Wat als ik nu volgend jaar eens mijn eigen graan ga verbouwen?" Moet kunnen......
Ik besprak het gelijk met als resultaat.......


Tadaa!!
Ik kreeg een zakje tarwekorrels voor mijn experiment.
Vers geoogst dit jaar. Er wordt genoeg vermalen, dus dit kan gemist worden.
Zou het niet geweldig zijn, als ik mijn eigen tarwe kan verbouwen,
het ga oogsten, malen en vervolgens verwerken tot brood of taart??!
Helemaal super leuk!!
Ik ga het volgend jaar gewoon proberen.
En...... ik ben heus ook realistisch: op 4 (!) vierkante meter groeit ongeveer genoeg graan
voor één brood! 
Dus dat zullen niet heel veel broden worden......... :)

Nog even een kijkje terug in de tuin bij mijn wintergroentes.......


De knolselderij kan bijna geoogst worden.
Het is het broertje van de bleekselderij.
Een lekker aromatische groente en super gezond.
Ik moet alleen opletten bij nachtvorst, want daar kan deze knol niet tegen.

En de spruitjes......
Ze groeien al flink, maar om de spruitjes een groeispurt te geven,
verwijder ik de bovenste top uit de plant.

Zo gaat er meer energie naar de groei van de spruiten.
Spruitjes mogen juist wel vorst krijgen, daar worden ze zelfs zoeter van.

Zo ben ik met een tuin altijd aan het terugkijken en vooruit kijken.
Maar voor nu, vind ik het genoeg.

woensdag 4 oktober 2017

Ode aan de komkommer en Atjar komkommer

Een ode aan de komkommer:

Wonder-
groene vrucht
Langs sierlijke kronkels
Fris knapperig, dorstlessend lekker
Komkommer

Komkommers! Wie houdt er nu niet van?
En heb je al eens goed het verschil geproefd tussen een biologisch exemplaar en een 'gangbare' komkommer? Die eerste bevat naast vocht ook vezels en is vol van smaak. Dat kan van de gangbaar geteelde komkommer niet gezegd worden, vaak proef je daar alleen maar water.
Mijn komkommerplant staat in de kas en die doet het écht fantastisch. Ik denk dat ik al zo'n 20 (!) komkommers ervan af heb gehaald.
Het begon eind juli en gaat door tot nu.
Natuurlijk mede dankzij mijn bijtjes.

Je kunt komkommers altijd en overal eten.
Wist je dat je komkommer ook kunt roerbakken? En dat je van komkommer soep kunt maken?
Of dat je komkommer in een smoothie of in ijs kunt verwerken?
Mijn kinderen nemen soms een groot stuk komkommer mee voor in de pauze.
En schijfjes op een boterham met pindakaas, is mijn dochters favoriet.

Maar het lekkerst vinden ze hier zelfgemaakte raita of atjar komkommer als bijgerecht.

We aten van de week Indonesisch met zeer pittige gerechten. Deze Atjar komkommer was lekker verfrissend en met wat pit paste het goed bij het geheel.

Atjar Komkommer

Ingrediënten:
  • 1 komkommer
  • 1 dl appelazijn of natuurazijn
  • 1/2 el (vruchten)suiker
  • 1/4 rode peper
Hoe maak ik het klaar:
Meng de azijn met de suiker. Roer goed door zodat de suiker oplost in de azijn.
Snijd de komkommer overlangs door en snijd er vervolgens flinterdunne plakjes van. Schaven is nog mooier.
Meng het in het zoetzure mengsel. Snijd het pepertje in hele kleine ringetjes











en verdeel die er overheen. Zet koel en laat de smaken minstens een uurtje intrekken.



Een paar jaar geleden hebben we ons huis eindelijk een naam gegeven.
Het is gedoopt tot......
Een ode aan de komkommer??

Niet helemaal.

Het is nog wel eens wennen als we mensen in de buurt horen zeggen:
"Oh, je woont in de 'komkommerin'?"
Uh..... ja.
En goed lezen blijkt ook nog wel eens lastig ;)
Maar er zitten nog een paar betekenislagen in.

Wat zie jij er nog meer in?


P.S. eindelijk een blogje, ik minimaliseerde met woorden ;)

dinsdag 3 oktober 2017

Minimaliseren: kinderspel??!

Zin in een spelletje?? Ik wel! Zeker als het resultaat een opgeruimd huis beloofd en daardoor ook een opgeruimd hoofd.......
Vorig jaar begon ik in het voorjaar met een zelf-in-het-leven-geroepen-challenge. Tijdens de 40dagentijd voor Pasen wilde ik vasten met spullen: oftewel dingen wegdoen, ontspullen of ontrommelen....  you name it!

Maar zo simpel en tamelijk onvoorbereid als ik begon, bleek het niet te zijn.
Nee, ontspullen of minimaliseren is niet alleen een trend van dit moment, het is ook een manier van denken.
Denken over spullen, bezit, materialisme, omgaan met grondstoffen, omgaan met afval, omgaan met het milieu.
Werkelijk! Er ging een nieuwe wereld voor me open, die toch erg blijkt aan te sluiten bij mijn leefstijl en hoe ik mijn leven wil inrichten.
Ik vond en vind het ge-wel-dig!
Mijn doel was om voor Pasen 100 spullen weg te doen. Dat bleek een lachertje: binnen twee weken had ik dit al gehaald, dus verdubbelde ik de inzet. Lukte óók!
Na de 40dagentijd had ik de smaak te pakken.
In de zomer heb  ik het te druk met buitenleven en in de tuin werken, maar in november deed ik mee met de Novemberchallenge, samen met de Fb groep "minimaliseren kun je leren".
Leuk!!
Bovendien was mijn doel heel concreet: een wandvullende kast moest weg om plaats te maken voor een houtkachel.
En dat zette me op scherp! Want ik kreeg ook een deadline.
Wat heb ik hard opgeruimd en wat ging het goed!
Ik wilde het hele huis wel aanpakken
Heb ik uiteindelijk de 1000 dingen gehaald?
Niet helemaal, ik kwam uit op ruim 800.
Maar ik heb wel die hele kast weggeminimaliseerd.
Als je hier meer over wilt lezen of foto's wilt zien, klik dan hier en hier

En..... ik ben niet meer gestopt met minimaliseren. Logisch, als het een way-of-life  wordt.

Begin dit jaar las ik het inspirerende boek van Marie Kondo, een Japanse opruimgoeroe die met haar strategie veel mensen op weg helpt naar een opgeruimder huis en een opgeruimder leven.
Ik kreeg het van mijn vriendin als verjaardagscadeau: bedankt lieve Linda!
Handig als naslagwerk.
Behalve dat Marie uitlegt hoe zij er toe gekomen is, legt ze ook uit dat het streven naar perfectie best mogelijk is. Als je je doelen maar goed stelt.
Bovendien beschrijft ze een heel handig stappenplan qua volgorde van dingen wegdoen.
De allereerste stap is dat je alle spullen van één categorie bij elkaar legt in één ruimte.
Dan zie je pas goed hoeveel je van iets hebt.
Vervolgens laat je alles door je handen gaan en bedenk je erbij of je er (nog) blij van wordt.
Zoniet, dan mag het weg. Ben je er vroeger blij mee geweest, dan bedank je het voorwerp voor bewezen diensten. Maar om de herinnering levend te houden, hoef je iets niet te bewaren.
Marie deelt alle spullen in een huis in, in vijf categorieën:
  • kleding (incl. schoeisel en accesoires)
  • boeken
...... goh, waar is dat boek nu toch gebleven??!! De rest van de categorieën (waar ik nog niet aan toegekomen ben) kan ik hier nu niet opschrijven. Ik weet alleen dat de laatste categorie 'papieren' betreft. Emotionele, nuttige, belangrijke papieren die je wilt of moet bewaren, of misschien ook niet.
Ach, nou ja...... lees het boek zelf maar. Iedere bibliotheek leent het uit.
Het enige nadeel aan het hele verhaal is, dat Marie Kondo alleen woont. Ze heeft geen huisdieren, ze heeft geen kinderen en ze heeft geen echtgenoot.
Wat betekent dat die ook nooit rommel ergens neerleggen als zij dit net zelf heeft opgeruimd.
Dus helemaal één op één te gebruiken, is haar methode helaas ook weer niet.
Dit is de achterkant van Marie Kondo's boek "Opgeruimd":
Opgeruimd!

De voorkant is opgeruimd, oftewel spierwit, dus die foto kan ik hier achterwege laten.

Deze zomer stond het minimaliseren opnieuw op een erg laag pitje.
Maar nu..... nu is het tijd voor een nieuwe ronde.
Tijd voor een spel!
Tijd voor de oktoberchallenge: een heuse opruimbingo!!
Oktober is bij uitstek de ideale maand hiervoor. Zo net na de zomer,
als je weer veel meer in huis wilt zijn. Cosy in een warm en mooi huis!
En doe je het samen, dan motiveer je elkaar.
Wil jij ook nog meedoen?
Het spel gaat als volgt: teken voor elke dag van de maand een voorwerp of hokje. Het kan ook met een lijst op je telefoon, net wat bij je past.
Mijn dochter hielp met tekenen en handletteren.
Elke dag krijgt een nummer en elke dag ga je iets opruimen. De hoeveelheid spullen die je wegdoet,  vink je af of daar kleur je het voorwerp van in.
C`est simple!
Het hoeft niet op volgorde, net wat per dag lukt.
En....... een snel rekensommetje leert dat dit aan het eind van oktober dus 496 dingen zijn.

Hoe ga ik dat aanpakken?
Wat is een handige manier?
Lukraak door het huis rennen en weggooien wat je irriteert, is niet echt zinvol en helpend.
Lade voor lade, kast voor kast, kamer voor kamer aanpakken, is wat ik wil gaan proberen.
En dan nog het liefst de volgorde van Marie aanhouden.

Handig, want in oktober is het dé tijd voor de kledingwissel.
Dat komt dubbel goed uit, want Marie Kondo zegt niet voor niks om met kleding te beginnen. Dat blijkt in de praktijk het gemakkelijkst om weg te doen. Bovendien is het ook weer gemakkelijk aan te vullen, indien nodig.
Het doel bij mijn eigen kleding is, om alles in mijn ene kast kwijt te kunnen.
Ik heb nu nog een dekenkist, waar de dikke vesten en wintertruien in liggen.
Die kist moet weg, dus dat is een duidelijk doel.
Ik kom hier nog (met voor en na foto's) op terug.

De kinderen zijn afgelopen zomer allemaal flink gegroeid en passen heel veel kleding niet meer. Dit valt nu vooral op bij lange broekspijkpen en lange mouwen-shirts.
Dus: fijn uitzoeken en passen en wat niet meer past, mag weg.
Tenminste van de jongste kinderen. De kleding van de oudste twee, bewaar ik weer voor de jongsten.

Verder ga ik, nu het herfst is, wat meer werk maken van het schoonmaken van mijn huis.
Naast mijn emmertje sop, zet ik ook een grote bigshopper bij de deur klaar, waar heel veel in kan.
En ik ga elke dag een kastje of laatje meenemen.
Mijn rommellade in de keuken.......
Het medicijnkastje......
De lades van het kleine, witte dressoir.....
De badkamerkast......

Ook een heel handig begin is om een inventaris te maken van alle planken, laatjes, kastjes en hoekjes in huis waar zich spullen bevinden. Schrijf die letterlijk allemaal op en vink af wanneer je daar bent geweest en als je daar hebt opgeruimd.
Ik kwam nog een lijst tegen van vorig jaar: die besloeg drieënhalf A-4tje.
En dan heb ik echt niet zo'n groot huis.......

Even als voorbeeld, mijn eerste kastje:

Ik ben maar (weer) eens begonnen met de cd's uit te zoeken.
Er konden er zo 26 weg en dan heb ik er nog heel veel over!
Bovendien is mijn cd-speler kapot, dus waarom bewaar ik zoveel cd's??
Van de weeromstuit staat er nu een kleine, prinsessen roze cd-speler van mijn dochter in de keuken.
Want ik 'moet' nu wel cd's luisteren, als ik er zoveel heb ;).
Nog een paar cd's gaan in de cd-wisselaar in de auto om onderweg te beluisteren.
Is het niks meer, dan gaan ze daarna echt weg.

Oh ja.... wegdoen is niet hetzelfde als weggooien. Het betekent bij mij zeker niet dat alles de kliko in gaat.
Nee, juist niet. Dat vind ik zonde!
Dus dat vraagt van mij soms even creatief denken waar ik bepaalde spullen kan laten.
Ik maakte een lijstje, die je uiteraard zelf kunt aanvullen met je eigen ideeën:
  • Heel veel spullen kunnen naar de Kringloopwinkel. Bij ons in town wordt 'ie bemand door vrijwilligers en gaat de opbrengst naar het goede doel.
    Geloof me, tijdens de (beperkte) openingstijden kun je regelmatig over de hoofden lopen.
  • Sommige spullen kunnen op Marktplaats, hoewel dat niet meer is, wat het geweest is.
  • Het kan ook op een eigen Facebook pagina.......
  • Te kleine kinderkleding kan soms naar de peuterspeelzaal, een kinderdagverblijf of school, waar ze graag wat reservekleding willen hebben voor ongelukjes.
  • Speelgoed zoals puzzels en constructiemateriaal zijn daar ook welkom of kunnen naar een speel-o-theek
  • Boeken kun je verkopen,  in een mini-bieb zetten, als zwerfboek ergens laten liggen of weggeven. Weggeven als cadeau, voor een schoolbibliotheek, in een bejaardentehuis of voor in de recreatieruimte van een camping, etc.
  • Levensmiddelen of wasmiddelen die je niet (meer) gebruikt kunnen naar de voedselbank, of je maakt je eigen kerstpakket voor iemand die het minder heeft
  • En mijn cd's? Wel, een hele stapel cd's met gospelmuziek legde ik in de hal van de kerk neer. Met daarop een briefje "gratis mee te nemen, voor wie wil"
    De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik een paar weken geleden van datzelfde tafeltje ook wat cd's heb meegenomen naar huis, maar de stapel die er van mij ligt, is hoger ;)
    Maar je kunt ook een vogelverschrikker voor in de moestuin maken, ermee knutselen of de cd's als wanddecoratie in een tienerkamer gebruiken
  • Houten speelgoed, stoelen of kasten kun je, mits onbehandeld, gebruiken als stookhout (of laten ophalen als stookhout)
  • Kapotte kleding, lakens of handdoeken kun je nog hergebruiken voor nieuwe naaiprojecten. Althans, dat is wat ik ga proberen. En helemaal aan het eind (?) ga ik mijn lapjesmand minimaliseren ;)
  • Etc. Etc. Etc.

Wees creatief, maar bewaar ook niet eindeloos die tas met spullen. Op een gegeven moment is weg gewoon weg.
Ga trouwens ook nooit meer opnieuw in die tas kijken èn laat zeker geen huisgenoten meebeslissen. Want dan kan alles weer terug de kast in, als ze niet exact hetzelfde denken als jij.

Nog even een heel simpele tip, waar je zelfs als je niet thuis bent, mee kunt beginnen:
            de damestas!

Ziehier mijn  tas.
Mijn tas is echt mijn maatje..... gaat overal mee naar toe en kan ik blindelings pakken.
Het moet ook heel wat nuttige spullen bevatten, maarrrr......
Ik behandel mijn tas nu regelmatig op deze manier: gewoon omkiepen en dan alles weer eens door mijn handen laten gaan.
Er kan ook altijd weer heel wat weg!

Ik heb er deze maand heel veel zin in.
Dit spel gaat me zeker weten wat opleveren.
En stel je toch eens voor als mijn hele huis opgeruimd is,
wat ik dan voor leuke dingen allemaal kan doen.
Hoe ik rustig en cosy kan genieten van mijn hobby's (of weer nieuwe hobby's ga leren), zittend op een warm plekje vlakbij onze houtkachel.......

  Ik denk zelfs dat ik aan één maand niet genoeg heb.....
Maar dat kan geregeld worden natuurlijk.
Heb jij zin om aan de slag te gaan?
Neem de uitdaging aan en doe (nog) mee......

zondag 1 oktober 2017

Wijnmaken 2017 (1)

De bijen zijn ingewinterd, de moestuin - hoewel nog niet winterklaar - is een aflopende zaak, alle jams, chutneys, zoetzuren etc. zijn ingemaakt.
Dan is het nu tijd voor.........  tromgeroffel.......
WIJNMAKEN

Het is inmiddels zo'n twee jaar geleden dat ik mijn eerste, aarzelende stappen zette op het pad dat 'wijnmaken' heet.

Omdat ik zoveel druiven krijg aangeboden, leek dit me een logische stap: zelf wijn maken.
En het leuke is, dat dit gewoon kan met de druiven die hier groeien.
Van druivensap en rozijntjes-met-pitjes had ik inmiddels genoeg.
Maar, zoals bij elke nieuwe hobby, moet je kennis opdoen en materiaal en grondstoffen aanschaffen.
Hier begon ik dus twee jaar geleden mee.

Mijn wijnmaakspullen stonden - in een stoffig krat - ook dit jaar op me te wachten.
Lege, schoongemaakte wijnflessen, kurken, krimpcapsules, trechters, handleiding en wijnmaakboekje, etiketten etc. etc.

Maar de eerste stap is het plukken van de druiven.

Al eerder schreef ik over de enorme afmetingen van de druivenstruik van buurman Teun. Hoewel hij niet alleen prachtig groeit, geef hij ook een overvloed aan druiven. Hijzelf gebruikt de druiven nauwelijks en zijn vrouw heeft andere kwaliteiten dan iets uit de moestuin omtoveren tot iets bijzonders. Dus ik mag ermee doen wat ik wil. En wat ben ik er blij mee!

En om het allemaal voor mezelf wat beter te onthouden, schrijf ik hier mijn stappenplan op van hoe ik wijn maak. Wat je nodig hebt, in welke volgorde je wat doet en waar je op let.
Uiteraard zijn er variaties en kunnen andere wijnmakers het anders aanpakken, dus dit is mijn persoonlijk verhaal.
Steeds meer mensen hebben één of meerdere druivenplanten in hun tuin die jaarlijks, zeker in een zomer met genoeg zonuren, een flinke oogst oplevert. Ik heb ook drie druivenplanten in de tuin staan, maar die leveren alleen blad op :(.
Nederlandse druiven zijn, hoewel niet zo zoet als in zuidelijke landen zoals Frankrijk of Spanje, toch geschikt om wijn van te maken.
Dus...... geniet van de vruchten die uit je tuin komen. En geniet van een lang proces waar je daarna nog meer plezier van krijgt.

Het begin wat te maken heeft met grondsoort, bodem en druivensoort sla ik over. Wil je je daarin verdiepen, google er gerust op los.
Ik ga uit van een overvloedige, mooie druivenoogst.

Wanneer pluk je de druiven?
Dat is een heel belangrijke vraag en veel mensen beginnen veel te vroeg.
Druiven rijpen nooit meer na, als ze eenmaal geplukt zijn. Ze worden niet roder, niet zoeter en niet sappiger.

Dus pluk druiven nooit te vroeg!!
Het is beter om tot oktober te wachten of om in twee keer wijn te gaan maken, door eerst de (over)rijpe druiven aan de zonkant te oogsten (en dat kan soms al eind augustus) en weken later, de andere druiven die iets meer in de schaduw hangen.
Ik ben dit jaar iets vroeger begonnen, omdat een goedbedoelende kennis een deel druiven alvast voor me geplukt had. Ja, dan moet ik wel......
Maar omdat het tegelijk te weinig was voor een emmer vol, heb  ik toen ook buurman Teuns druif leeggeplukt. He-le-maal leeg.
En dat leverde bij elkaar vier bigshoppers vol druiven op.  Toen ik, uiteindelijk met hulp van de kids, alle druiven heb ontdaan van takjes en slakjes, bleek dat ruim 40 (!) kilo druiven te zijn.
Oh ja, ook de groene en lichtrode druiven deed ik weg. Die geven straks maar een zure smaak aan je wijn. Gekneusde, overrijpe druiven mochten er juist wel bij. De druiven moeten toch kapot om het sap eruit te krijgen.
Dan heb  ik nog wat druiven apart gehouden, zo'n kilo of drie, vier denk ik en die ontsapte ik. Met een handige sappan, maak je in een handomdraai puur druivensap, zonder toegevoegde suikers.

Dit sap heb ik nodig tijdens het wijn maken, maar dat komt later.
Natuurlijk is het super belangrijk om schoon te werken.
Zorg voor schoon materiaal en werk hygiënisch.
Bij wijnmaken betekent dit dat alle spullen die je gebruikt even worden omgespoeld met sulfietwater.

Op een halve liter handwarm water los je een halve theelepel sulfiet en een halve theelepel citroenzuur op. Zo krijg je het benodigde zwaveldioxide. Dit is onder andere een conserveermiddel waardoor wijn zijn frisheid behoudt.

Even iets meer over sulfiet.
Mijn doel is een sulfietvrije wijn te maken, maar helemaal lukken gaat dat niet.
Bij de gisting komt er namelijk vanzelf sulfiet vrij en dus zit er van nature in elke wijn sulfiet,  zelfs als de wijnmaker het niet gebruikt.
Maar goed, het streven is er.
Ik maak alleen maar schoon met sulfiet, de wijn komt er dus mee in aanraking, maar ik voeg er niets aan toe.
Sulfiet is een verzamelterm voor alle stoffen met zwavel.
Het wordt toegevoegd tijdens het wijn maken, omdat het twee functies heeft.
Ten eerste beschermt sulfiet de wijn tegen oxidatie, waardoor deze fris en fruitig blijft.
Ten tweede voorkomt het de groei van ongewenste bacteriën en schimmels, wat de wijn zuiver houdt.
Voor sommige astmapatiënten kan sulfiet in wijn al in een hele lage dosering averechts op de luchtwegen werken.
Daarom moet op het wijnetiket altijd vermeld staan: ‘bevat sulfiet’.
De meeste mensen hebben er echter geen last van. Behalve als je te veel drinkt en de volgende ochtend een kater hebt. De hoofdpijn die je dan voelt, wordt veroorzaakt door de sulfiet.
Het toepassen van sulfiet in wijn is gelukkig aan strenge regels gebonden.
Voor rode wijn mag maximaal 150 mg/l worden gebruikt en voor witte wijn en rosé maximaal 200 mg/l. Witte wijn oxideert namelijk sneller, vandaar dat er meer sulfiet kan worden toegevoegd.
De meeste wijnen bevatten echter véél minder dan deze maxima.
En biologische wijn moet nog 30 tot 50 mg minder bevatten.
Meer dan de helft van alle wijnen bevat minder dan 80 mg/l sulfiet, ofwel ongeveer de helft van het wettelijk maximum.
Maar er zijn dus geen wijnen helemaal zonder sulfiet.

Hoe ga ik verder?
 Ik maakte eerst twee grote emmers van 25 liter grondig schoon en spoelde ze om met sulfietwater.
Als de druiven zijn schoongemaakt en voorzichtig afgespoeld met water, gaan ze in de emmer en maak je ze fijn.
Een houten druivenstamper is heel geschikt hiervoor. Druiven mogen nooit met metaal in aanraking komen tijdens het hele proces.
Mijn houten druivenstamper was incompleet, oftewel: ik kon de steel niet vinden. Maar dat geeft niet......
Want voetenwerk is  veel natuurlijker: puur en het voelt goed!
En natuurlijk 'trad' ik de wijn met hele schone voeten.

Nadat de druiven zoveel mogelijk zijn gekneusd door het fijnstampen, voeg je pecto-enzyme toe.
Per tien liter voeg je drie gram toe.
Pecto enzym zorgt er nog eens extra voor dat de celwanden worden afgebroken, waardoor de kleur en smaakstoffen vrijkomen en de wijn helder wordt.
Dek de emmer af met een doek, tegen stof, vuil en vooral om fruitvliegjes af te weren.
Dat is wel het belangrijkste om op te letten, want fruitvliegjes, die op de geur van rijp of rottend fruit afkomen, dragen vaak de azijnzuurbacterie bij zich. Als dit in je druivenmengsel komt, kun je het hele wijnmaken wel vergeten. Je krijgt dan azijn en never nooit ontstaat er meer wijn.
Heb je de kapot geperste druiven afgedekt, dan heb je most en deze eerste fase noem je ook wel  de open gisting.
Dit betekent dat er nog uitwisseling van zuurstof plaatsvindt, in tegenstelling tot de gesloten gisting, de fase die hierna komt.

Dezelfde dag maak je een giststarter, die je na ongeveer 24 uur toevoegt.
Deze giststarter bevat gist en suiker. Gist produceert o.a. enzymen die sucrose splitsen in glucose en fructose. Kies altijd voor een echte wijngist. Deze kan langer doorgisten en een hoog alcoholpercentage verdragen. Wijngist zorgt voor een stevige droesemlaag en dat is makkelijk bij het klaren en overhevelen. Bovendien is met wijngist de kans op een bijsmaak kleiner.

Het recept voor de giststarter is als volgt en hier heb ik al wat druivensap voor nodig.

Giststarter voor wijn

Ingrediënten:
  • 250 ml ongezoet, puur druivensap
  • 2 tl rietsuiker
  • 1 mespuntje gistvoedingszout
  • per 10 liter 2 gram wijngist
  • schoongemaakte wijnfles
Hoe maak ik het klaar:
De wijngist en het gistvoedingszout, evenals sulfiet en pecto-enzyme, kun je in een speciale winkel of apotheek kopen, maar is ook makkelijk online te bestellen. Zo kocht ik alles bij www.brouwmarkt.nl
Neem het druivensap, of gebruik puur en ongezoet appelsap en doe dit in een goed schoongemaakte - met sulfietwater omgespoelde - wijnfles.
Voeg de suiker en het mespuntje gistvoedingszout toe.
Niet schudden, maar zwenken zodat de ingrediënten oplossen in het sap.
Verwarm de fles door de buitenkant in warm water te houden. Breng de temperatuur in de fles op tenminste 20 graden.
Als de fles warm is, voeg je de wijngist toe.
Kies altijd voor een echte wijngist.  Ook al geeft bakkersgist een heviger effect, het komt de wijn niet ten goede.
Omdat ik twee emmers met druiven heb, maakte ik twee giststarters.
De hoeveelheid toegevoegde wijngist is het enige verschil.

Ik nummerde hiervoor mijn giststarters. Dek de fles af met aluminiumfolie.
Laat het één uur rusten en zwenk de fles dan enkele malen.
Herhaal dit zwenken vervolgens elk uur.
Na enkele uren zullen er koolzuurbelletjes langs de wanden van de fles omhoog komen.

Hier kun je dit een beetje zien. De bovenste laag gaat schuimen.
De giststarter is na 24 uur klaar om in de most te brengen.
De giststarter kan ook tot maximaal een week in de koelkast worden bewaard.
Daarna moet ze opnieuw worden opgewarmd tot 20 graden en moet de suiker en de wijngist opnieuw worden toegevoegd.

De most gaat naar gist ruiken.... de eerste gisting begint in de pulp.
Er worden al lagen gevormd.
De druivenschillen komen bovendrijven, de onderste laag bevat voornamelijk pitten en bezinksel.
En in het midden bevindt zich het sap.
Roer de most enkele keren per dag door, zodat alles zich goed vermengt.
Deze open gisting met de schillen er in, wordt ook wel pulpgisting genoemd.
De most begint te schuimen en je kunt de opstijgende belletjes zelfs horen knisperen.
Geweldig, is het niet? Het lijkt of het leeft!

Door de rode schillen van de druiven te laten zitten, ontstaat de rode kleur van de wijn.
Hoe korter de schillen met de wijn in aanraking komen, hoe lichter van kleur de wijn wordt.
Je kunt dus ook prima witte wijn van rode druiven maken.  (andersom dus nooit ;) ).
Ik heb deze gisting het maximaal aantal dagen laten staan.
Acht dagen voor een, hopelijk mooi, dieprode kleur.

Ik vind het echt geweldig?!
Wijn maken wordt al in het eerste boek van de Bijbel (bij Noach) beschreven en is echt een super oud beroep.
Voordat Napoleon in Nederland de macht overnam, werd hier al volop wijn gemaakt. Maar omdat deze Franse overheerser bang was voor concurrentie, ruimde hij alle wijnstokken in ons land.
Tegenwoordig is wijnmaken in Nederland weer populair en ik doe er dus aan mee.
En wie weet, als je veel druiven hebt, dan kun je het ook eens gaan proberen.

Ben jij ook benieuwd hoe mijn wijn gaat worden?
Hoe ik de open gisting naar flesgisting oftewel gesloten gisting breng, beschrijf ik de volgende keer.
Ook wanneer, hoeveel en hoe ik suiker toevoeg, komt dan aan bod.
Lees je mee in mijn volgende blog over wijnmaken?!