Posts tonen met het label streekgerecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label streekgerecht. Alle posts tonen

woensdag 23 maart 2022

Kruisbessenvlaai met meringue toplaag


 AU!!!  Een gil van schrik volgde, toen ik dit weekend in de tuin bezig was
 en een scherpe prik in mijn been voelde.  
Dát was de stekelige reminder van de kruisbes.  En ja... da's waar ook! 
Voordat ik weer verse kruisbessen kan oogsten, 
kan ik beter de vorig-jaar-geweckte kruisbessen (klik) gaan verwerken....

Een lekkere vlaai met zoete schuimtopping staat al een tijd op mijn to-bake lijstje 
en door deze stekelige reminder besloot ik 'm te gaan maken.
Ik maakte al eerder een kruisbessenvlaai, een echte Limburgse Kroaasjele.... 
maar volgens Peter gebruik ik veel te weinig suiker. Hij smaakt lekker, maar niet zoet genoeg.
Houd je van zuur en weinig suiker? Kijk dan eens bij deze vlaai klik!
Deze kruisbessenvlaai met een zachtzoete toplaag van meringueschuim, 
moet de smaak een flink stuk in balans brengen....
En dát doet het zeker!
Ik ben reuze blij met mijn verse voorraad eitjes van eigen kippen en mijn geweckte kruisbessen!
Dit is de vlaai die ik er van maakte....
Het is geen snel klaar recept, maar ik beloof je dat het de moeite waard is!!


Kruisbessenvlaai met meringue toplaag


        voor 12 punten

Ingrediënten:

                Voor de vlaaibodem:
  • 200 g bloem
  • 50 g volkoren meel
  • 2 zakjes gedroogde gist  (14 g) of 30 g verse gist
  • 1 dl sojamelk
  • 30 g boter
  • 20 g rietsuiker
  • 1 ei
  • 2 el water
  • 1 mespunt zout
       voor de vulling
  • 1 literpot geweckte kruisbessen of 750 g verse kruisbessen
  • 2 el maïszetmeel of arrowrootpoeder
  • 2 el paneermeel
       voor de toplaag
  • 4 kleine eieren
  • 250 g poedersuiker
  • 1 tl appelazijn

Hoe maak ik het klaar:
Begin met het maken van de vlaaibodem. Doe de twee soorten meel in een kom en roer de suiker erdoor. Verwarm de boter en melk in een pannetje. Maak een kuiltje in het midden en strooi hierin de gedroogde gist of maak de verse gist aan met wat lauwwarme melk en schenk dat erin. Doe er de gesmolten boter, de (overige) lauwwarme melk en alleen de eidooier bij. Bewaar het eiwit voor de meringue toplaag. Roer vanuit het midden goed door. Begin met kneden als het deeg niet te droog is. Voeg anders wat water toe. Is het deeg te nat, voeg dan wat bloem toe. Kneed het deeg 10 minuten om de gluten op te rekken. Doe dit door vouwen en strekken. Leg de deegbal in een kom en dek af met een theedoek die met heet water is doordrenkt en zet het deeg op een warme, tochtvrije plaats om te rijzen. Op zo'n dag als vandaag liet ik mijn deeg lekker in de kas rijzen, waar de thermometer bijna 40 graden aanwees.
Laat het deeg zo'n 30 tot 45 minuten rijzen tot het twee keer zo groot is geworden.
Verwarm de oven voor op 220°C.
Bestrijk een vlaaibodem met ruim boter en druk het deeg erin.
Doe er weer de natte theedoek over en laat nog eens 20 minuten rijzen.
Prik gaatjes in de deegbodem en bestrooi met paneermeel.


Breng de geweckte kruisbessen met het vocht aan de kook en bind het vocht met een maïsmeelpapje.
Bij gebruik van verse kruisbessen hoef je ze alleen goed schoon te wassen.
 Schenk de geweckte kruisbessen over de deegbodem of leg de verse kruisbessen erop. 
Schuif de vlaai in het midden van de hete voorverwarmde oven en bak in 15 minuten goudbruin.

In de tussentijd scheid je de eieren. De dooiers kun je bewaren voor een half recept advocaat (klik)
Klop de vier eiwitten, samen met het eiwit dat je overhad van de bodem met een mixer stijf.
Voeg dan onder voortdurend kloppen  lepel voor lepel de poedersuiker toe. 
Voeg pas een volgende hoeveelheid suiker toe als de vorige is opgenomen.
Voeg er op het laatst de appelazijn aan toe. Hierdoor krijgt het eiwit een mooie glans.

Schakel de oven terug naar 140°C.

Schep met een lepel het eiwitschuim over de warme kruisbessenlaag.
Of gebruik een garneerspuit om het eiwit mooi te verdelen over de taart.
 Wanneer de eiwitten goed stijf gebleven zijn,

 kun je  ze met pieken erop scheppen. 

Schuif de vlaai voor de tweede keer in de matig warme oven.
Bak de vlaai in 40 minuten  en voel voorzichtig of de meringuelaag vast en stevig is.

Laat de taart afkoelen en haal dan voorzichtig uit de vorm.

Serveer in grote punten en geniet van de verrassend zoete en tegelijk zure smaak.
De deegbodem vind ik erg goed gelukt: stevig, zoet en een beetje knapperig.

Deze stekelige reminder van het begin transformeert in een enthousiaste 'Mjammmie'-uitroep.

De meringue toplaag is bij mij op meerdere plekken gescheurd en gebroken 
en de vulling loopt er uit, maar man, man..... wát is dit lekker!
Ook al ziet het er niet super gelikt uit!
Je zou zó een grote punt als lunch kunnen eten: zó lekker en voedzaam!
En volgens mij heb ik nog een paar potten geweckte kruisbessen staan....  
Ik weet al wat ik daar mee ga doen!!  

dinsdag 4 januari 2022

Zeeuws sukadebrood

 Vroeger vond ik dit het lekkerste brood en wanneer ik bij mijn moeder in Zeeland ga eten, 
zorgt ze er steevast voor dat er sukadebrood in huis is... voor mij.
Van de overdadige oliebollen die ik bakte had ik een bakje sukade over en ik dacht: 
nu is het dé tijd om zelf sukadebrood te bakken.

Iedereen is gezellig thuis, buiten is het donker en guur,  manlief verbouwt de badkamer en ik.... 
ik bak brood. Wat is er lekkerder dan de geur van versgebakken brood die door het huis trekt 
en iedereen watertandend doet verlangen naar de lunch. En met alle kinderen thuis 
is de kans groot dat er niets tot morgen overblijft!
's Morgens steek ik eerst de houtkachel aan, vervolgens maak ik het brooddeeg wat twee keer 
een uur bij de kachel gaat rijzen. Ondertussen heb ik tijd om andere dingen te doen.
De eerste week van de vakantie bakte ik samen met jongste dochter twee heerlijke
 (volkoren) vloerbroden met pitjes.
En vandaag bakte ik dus een sukadebrood.... een Zeeuws sukadebrood.

Weet jij wat sukade precies is? Ik zocht het voor je op:
De sukade zoals wij die kennen is de gesuikerde schil van de cederappel. Dit is de vrucht van een boom die in Mediterraanse landen zoals Griekenland, Cicilië en Corsica en Midden Amerikaanse landen zoals Suriname en Puerto Rico groeit. Aan de Sukadeboom [Citrus Medica] groeien citrusvruchten die met verschillende namen worden aangeduid, zoals Cedercitroen, Cedraat, Muskuscitroen of Sukadecitroen.
De vrucht bestaat voor het grootste deel uit schil en heeft wat weg van een sinaasappel of citroen.
Wanneer de vrucht geplukt is, wordt deze eerst een maand gepekeld en dan gekonfijt in suikerstroop. De kleur is doorschijnend geel- of groenachtig. Goede sukade smaakt licht naar sinaasappelschil maar dan niet bitter en ze is zacht.
Weetje:
het rundvlees met de naam sukadelappen is afgeleid van de sukadevrucht. Dit komt omdat het gare vlees net als sukade doorschijnend zachte (bindweefsel)randjes heeft. 

Zeeuws sukadebrood

      voor 1 brood

Ingrediënten:
  • 500 g tarwebloem, biologisch + 1 tl
  • 8 g fijn zeezout
  • 40 g verse gist of 17 g gedroogde gist
  • 25 g witte basterdsuiker
  • 100 ml vers sinaasappelsap
  • 1,75 dl ongezoete sojamelk
  • 60 g roomboter
  • 100 g sukade
  • 1 el anijszaad
  • snuf geraspte nootmuskaat
  • 1 tl rietsuiker

Hoe maak ik het klaar:
Onthoud allereerst dat je op tijd begint!
Wil het brood om 12 uur vers en warm uit de oven op tafel staan, dan is half 9 voor míj wel zo'n beetje de juiste starttijd!
Zorg dat de gist, de melk en de boter op kamertemperatuur zijn.
Verwarm 1 dl sojamelk tot lauwwarm en roer hiermee de verse gist los. Vermijd metaal: neem een glazen schaaltje en gebruik een houten lepeltje.
Laat op het vuur in een kleine steelpan de boter smelten.
Doe de tarwebloem, het zout (goed afwegen) en de suiker in een grote kom en vermeng.
Maak een kuiltje in het midden en voeg het gistmengsel toe.
Gebruik je gedroogde gist, roer dit dan gewoon door het meel voordat je het vocht toevoegt.
Pers één of twee sinaasappels uit tot je 100 ml vers sap hebt. Vul dit aan met de rest van de melk. 

Roer vanuit het midden en voeg  in scheutjes langzaam het overige vocht toe.
Roer de gesmolten roomboter door het deeg. 
Begin met kneden. 
Doe dit minstens 10 minuten. Let op dat je voornamelijk trekt en duwt, 
zodat je het deeg oprekt, er lucht in komt en de gluten worden uitgerekt.

Zet het deeg op een warme en tochtvrije plaats met een schone theedoek erover 
die met heet water is natgemaakt.
Vocht is essentieel bij het bakken van brood.
Laat het deeg een uur rijzen

Als het deeg mooi gerezen is, voeg je de vulling toe:
de nootmuskaat, anijszaad en de sukade.
Kneed opnieuw goed door en zorg dat de vulling goed verdeeld in het deeg zit. 
Kneed minstens vijf minuten en laat het voor de tweede keer rijzen. 
Deze rijs duurt weer ongeveer een uur.
Zet een broodblik klaar.
Het verschil tussen een cake- en een broodblik is de kleur.
Een broodblik is zwart en dit verdeeld de ovenwarmte beter.
Handig omdat de oventemperatuur veel hoger ligt bij brood (220°C ) dan bij cake (160°C)
Maar een brood in een cakeblik bakken, kan best een keer ;)
Vet het bakblik goed in met boter.
Neem een theelepel rietsuiker en een theelepel bloem en schud dit door het blik,
langs de zijkanten en de bodem.
Kneed het deeg nog een keer licht door en verdeel het in een broodblik voor een busbrood.
 
Laat het brood in het blik, met de hete natgemaakte theedoek erover voor de derde keer 
15 minuten rijzen.
Warm ondertussen de oven voor op 220°C.
Als het goed is, is het deeg weer gerezen.
Knip de bovenkant in met een schaar, zodat je een soort knipbrood krijgt.
Zet een schaaltje water in de oven en schuif het brood in de hete oven.
Bak het 20 minuten tot de bovenkant mooi goudbruin is.
Klop op de bovenkant van het brood en voel of de korst hard is en het brood hol klinkt. 
Als het goed is, laat het brood vanzelf  los van de bakvorm. 
Laat het brood een beetje afkoelen en keer het ondersteboven uit de vorm.
Snijd er voorzichtig een paar plakken af om te eten.
Als het brood nog warm is, druk je het gauw in, zodat de luchtigheid verdwijnt.
 Zonde van alle moeite van het kneden en rijzen.
Laat het brood helemaal afkoelen om het goed te kunnen snijden.
Dit brood smaakt als een gebakje.
Heerlijk met wat roomboter, meer heeft het eigenlijk niet nodig.
Niet alleen lekker bij de broodmaaltijd, ook lekker bij een kopje thee.

Ik vond dit brood een heel geslaagd experiment!
De smaak lijkt echt op die van de Zeeuwse bakker.
Hoewel... vers is mijn brood nog lékkerder!

Brood bakken, wat een heerlijke bezigheid.
Niet teveel nadenken en lekker bezig zijn!
Ik heb nog meer ideeën op mijn to do baklijstje staan, 
maar dat is voor een andere keer.

Ga jij dit sukadebrood een keer bakken?!
Let me know...

woensdag 11 maart 2020

De groentefilosoof

Op zoek naar inspiratie voor mijn weekmenu kan ik de tuin wel links laten liggen - 
leeg dat ze is - dus bladerde ik door een heel oud (en wijs) kookboek.
En daar kwam ik dé groentefilosoof tegen....


Tja.... na wat filosoferen besloot ik met 'm in zee te gaan.
En na het eten hoefde ik niet lang te filosoferen om te bedenken dat ik dit oude streekgerecht
 graag met jullie wil delen.... ;)
Mmm.... het smaakt gewoon naar meer!

Al in de 17 e eeuw wordt er melding gemaakt van een filosoof in Brabant en daar wordt dit gerecht
mee bedoelt en niet een wijsgeer. In een Tilburgs kookboek staat het recept.
Deze ovenschotel is bedoelt om restjes in te verwerken. Ja, onze voorouders wisten dat het not done
 was om voedsel te verspillen! Don't waste food lijkt nieuw, maar het is gewoon terug naar hoe het vroeger ging.
Restjes groente en vlees gingen in de groentefilosoof.
Je hebt ook de wat bekendere jachtschotel, waar eveneens restjes groente en vlees in gaan.
Het enige verschil wat ik heb kunnen vinden, is dat er bij een  jachtschotel ook appels in verwerkt worden.

Ik paste deze groentefilosoof wat aan. Meer van deze tijd en passend in een vegetarische leefstijl.
En echt iedereen vond deze filosoof lekker!
Maar.... hoe zit het nu met de naam?
Nou, dat is mij dus niet helemaal duidelijk..... bij het natafelen kun je het daar over hebben, 
of je besteedt gewoon een hele avond filosoferen hieraan....

Maarrrr…... eerst eten!!

Dé groentefilosoof

     voldoende voor 4-6  personen

Ingrediënten:
  • 750 g groenten naar keus: zoals koolraap, spruitjes, wortels, knolselderij, bonen etc.
  • 1400 g bio aardappelen
  • 2 el sojaroom
  • 300 g tofu
  • olie
  • 2 el tamari of zoute ketjap
  • boter
  • versgemalen zeezout
  • peper
  • nootmuskaat
  • paneermeel

Hoe maak ik het klaar:
Ik vond verrassend genoeg nog wat groentes uit de tuin: in een emmer zand zat mijn laatste knolselderij (heerlijk aromatisch in dit gerecht), wat wortels zaten in dezelfde emmer en tot slot een zakje met snijbonen uit de vriezer.
Maar kies gerust voor andere, stevige groentes.
Verwarm de oven met grillstand voor op 220 graden en lees verder hoe je de oven alvast gebruikt, tijdens het opwarmen....
Begin met het schillen van de aardappelen en snijd ze in stukken. Kook ze in een bodem water gaar in ongeveer 20 minuutjes en stamp er dan een puree van. Breng de puree op smaak met zout, peper en nootmuskaat. Roer er 20 g roomboter en de sojaroom door. Laat de puree staan.
Snijd de tofu in blokjes en bak ze onder voortdurend omscheppen op hoog vuur in zonnebloemolie. Als ze bruin en krokant zien, blus je ze af met de tamari of zoute sojasaus. Laat nog even doorbakken terwijl de blokjes de zoute marinade in zich opnemen. Zet het vuur dan uit en laat staan.
Snijd de groente in middelgrote stukken. Smelt ongeveer 30 g roomboter in een hapjespan en bak hier de groente even  in aan. Doe het deksel op de pan en laat de groente ongeveerd 10 minuten smoren tot ze zacht is.
Beboter een grote ovenschaal en verdeel daar de gesmoorde groente met de op smaak
 gemaakte blokjes tofu in. 

Schep hierop de aardappelpuree en verdeel hierover het paneermeel.

Wist je dat je paneermeel heel makkelijk zelf kunt maken?
De meest simpele manier is om een beschuit te verkruimelen, maar ook oud brood kun je goed laten indrogen.
Ik had dus geen paneermeel meer en droogde van tevoren wat boterhammen in mijn droogoventje. Wat je ook kunt doen is de boterhammen tijdens het voorverwarmen van de oven, laten roosteren en uitdrogen.
Mix ze vervolgens fijn (ik gebruikte hiervoor de staafmixer) en bewaar in een afgesloten potje. Als er geen vocht bij kan, is dit zeker een jaar houdbaar.

Verdeel kleine klontjes roomboter tussen het paneermeel bovenop de ovenschotel.
Schuif de groentefilosoof in de oven en bak in 15 minuten in de hete oven tot de bovenkant een goudbruin korstje heeft. 

Haal uit de oven en serveer.

Wat mij betreft mag dit oud-Nederlandse gerecht een come-back doormaken.
Ze is verwarmend, voedzaam en met dit gerecht gooi je zelfs geen stukje wortel meer weg. 
Want elke leftover kan gewoon in de groentefilosoof.
Trouwens, als je het recept kritisch hebt gelezen zie je wel dat mijn versie meer van deze tijd is, 
door de toevoeging van gebakken en gemarineerde tofu en door de sojaroom die ik door de aardappelpuree roer.
Wil je het echt eten zoals het vroeger was, dan kun je voor een nog steeds vegetarische groentefilosoof gebakken kaasplakken erbij geven of je doet er kaas, in blokjes gesneden doorheen. De sojaroom vervang je dan door melk....

Hoe ga jij een keer een groentefilosoof klaar maken?
Ik ben benieuwd..... let  me know