zaterdag 14 november 2015

jam koken met kinderen


Ik had er heel wat voorbereiding aan, maar wat is het leuk om te koken met kinderen! Om ze enthousiast te maken voor het koken en inmaken van fruit.
Een paar keer per jaar hebben de kinderen van 'onze' basisschool een zogeheten 3D middag. Op deze middag mogen alle kinderen kiezen uit een breed aanbod van workshops. Ik verzeker je: een ècht feestelijke middag voor ze! Deze week konden ze kiezen uit onder andere:
  • een herfstkrans maken
  • een bibberrobotbeestje maken
  • een klok maken
  • een workshop elektro
  • een aardbeientoren voor in de nieuwe tuin maken
  • appelcompote of vruchtenjam maken
  • etc.
  • etc.
En ik mag de workshop 'appelcompote of vruchtenjam maken', verzorgen!

Mijn voorbereiding bestond uit een aantal delen:
Eerst naar de winkel en kijken wat voor fruit betaalbaar en voorhanden is.
Ik kocht appels en stoofperen..... en keek nog even naar de aardbeien. Oeps, een doosje van 250 gram kost nu 3,29......  Dat is al te gortig en helemaal niet passend bij de tijd van het jaar. Nee, voor jam moet ik iets anders verzinnen.

Deel twee: een jamrecept zoeken wat past bij novemberfruit...
Natuurlijk kun je van bijna alles jam maken! Zo heb ik dit jaar courgettejam en aardbeien-rabarberjam gemaakt. En op mijn to-do-list staat nog appel-lavendeljam en goudsbloemenjam....
Appeljam is goedkoop om te maken, maar  moet ruim drie uur koken..... veel te lang!
Na wat zoeken en googlen kom ik uit bij........... stoofpeertjesjam.
Tenminste, als de kinderen dit willen, want ze mogen zelf  kiezen. Willen ze appelcompote maken, stoofpeertjes inmaken of een potje jam maken.

Deel drie van de voorbereiding:
Weer naar de winkel, voor al deze opties moet ik genoeg ingrediënten hebben. Enneh, beter te veel dan te weinig! Ik hoor dat zeven meisjes voor mijn workshop hebben gekozen.
Deel vier: de (drie) recepten uittypen, printen en kopiëren.
Doordat ik de avond tevoren naar een lezing ging, werd het 's avonds tien uur dat ik de jampotjes uitkookte in sodawater. .. dat was het vijfde deel in de voorbereidingen.
De volgende ochtend stond ik heel vroeg op om alle benodigdheden in te pakken. Ik had twee grote bigshoppers en een plastic tas vol. Dat was het laatste deel van mijn voorbereidingen. Met het fruit, een vergiet, weegschaal, pan,  potjes, etiketten, servetten, glasstiften, dunschillers (bij de buren geleend), aardappelschilmesjes, schorten etc.
Alles in de bakfiets, kind erbij en naar school......

Eerst werkte ik 's morgens op de peuterspeelzaal, daarna overblijven op school en daarna vliegensvlug de spullen voor de workshop klaar zetten.
~
Zo..... ze kunnen komen!

In een verloren minuutje schilde ik alvast wat peertjes, die natuurlijk lang moeten koken....
Ik hoop dat het gaat lukken binnen twee uur ....
Toen de meisjes kwamen, het waren er toch zes, was het 'even inkomen': opeens appels en peren moeten schillen...... zouden ze misschien liever rekenen?!
Na het proeven van een paar klaargemaakte stoofpeertjes, die ik had meegenomen, kozen ze unaniem voor de stoofpeertjesjam. Zo'n zoete smaak, daar kan niets fout mee gaan...
Het ijs was gebroken! 

Ik zette ze allemaal aan het schillen! Vervolgens de peren doormidden snijden en klokhuizen verwijderen. Dat is best lastig. Wat zijn die stoofpeertjes keihard!! Tijdens het schillen en snijden liet ik ze de verschillende specerijen zien en ruiken. Lekkere geurtjes, hoor! Anijs, kruidnagel, kaneel.....  
                                                  
Natuurlijk waren sommigen het eerder zat dan anderen. Ik liet één meisje het recept doorlezen, water en (mijn zelfgemaakte) bessensap afmeten. Dit kan alvast in de ene pan, samen met de specerijen en de suiker. Vanwege tijdsdruk zette ik het vuur al aan. Ondertussen weeg ik ongeveer een kilo geschilde peren af. Iedereen deed wat peertjes in de pan bij het sap dat al goed heet is. Nog even roeren en dan het deksel op de pan. Nu maar sudderen.
We doen nog een pan, ik had toch 3 kilo stoofpeertjes gekocht. Ik besluit één pan stoofpeertjes klaar te maken met diverse specerijen (zie recept hieronder) en één pan met alleen kaneelstokjes.
Nadat ook deze pan klaar stond en de tafel schoongeveegd was, mocht iedereen een potje uitkiezen.
Dit konden de kinderen versieren. Ik had krijtbordetiketjes, stickers, gewone etiketten, glasstiften in allerlei kleuren en labeltjes meegenomen.

Voor de deksels zijn er stickers, een servet of een kanten taartkleedje. Genoeg keus. Ik leg uit hoe ze het materiaal en het potje kunnen gebruiken.
De tekening van de glasstiften is afwasbaar, maar het gaat er niet meer af  als je de potjes even 'bakt' in de oven (een half uur op 160 graden). Dit kunnen de kinderen thuis doen als de jam opgegeten is.... 
En als een volwassene je helpt met een stanleymesje, kun je een gleuf in de deksel maken en het potje als spaarpot gebruiken..... of als vakantie-ideeën-briefjes-pot.....

Ze gaan lekker aan het fröbelen en er verschijnen mooi versierde potjes. Ondertussen praten we gezellig over allerlei serieuze zaken.
Na een uurtje kijk ik of de stoofpeertjes al zacht zijn. Ja!! Ze zijn wel niet rood (dat krijg je pas vanaf 3 uur koken....), maar wel zachtroze èn zacht dus.
We vissen de specerijen eruit en daarna mogen de meisjes om de beurt met de staafmixer de peertjes met het vocht, fijnmaken. Dit is een leuk werkje... en blijft er een stukje peer in zitten, is dat helemaal niet zo erg, hoor!
In een andere pan wegen we de perenmoes af. Ik heb geleisuiker halfzoet meegenomen.
Ik meet tot een kilo moes af en iemand van de meisjes weegt  400 gram halfzoete geleisuiker af. Een ander schenkt dit er bij. Dan weer op het vuur en aan de kook brengen. Nu komt het gevaarlijkste gedeelte. De jam moet 1 minuut koken, maar gaat ondertussen borrelen en omhoog spetteren, tijdens het koken. Omdat we nu een elektrisch plaatje hebben en ik thuis op gas kook, is het even wennen met het temperen van de warmte. Maar het gaat goed.
Ondertussen spoel ik de versierde potjes af met kokend water. Na één minuut schenk ik de jam in de potjes. De meisjes blijven bij deze handeling een beetje uit de buurt, want jam is kokend heet!!
Het gaat goed, totdat ik merk dat sommige deksels doordraaien. Dat is jammer. Zeker omdat ik één potje toch probeer om te draaien en de jam er vervolgens uitstort (op een theedoek gelukkig).
Vroeg er één: "Juf, wordt u nu zenuwachtig?" Nou ja, leuk is het niet en het wordt zo'n knoeiboel, hè?! Gelukkig had ik wat reservepotjes meegenomen.
En met de tweede pan erbij, is er gelukkig meer dan genoeg jam. Ook genoeg voor een klein potje voor de opa van Leonne, die ook altijd jam maakt, maar vast nog nooit stoofperenjam heeft geproefd....
Ondertussen proeven wij al wat van de gemorste jam op een toastje. Een pak toastjes is altijd belangrijk bij het koken met kinderen, want je moet natuurlijk wel proeven. Of het nu jam of kruidenboter is..... En de meisjes moeten 'zoet' blijven.
Ook mijn 'bramenjam-van-de-vakantie' valt in de smaak. Als er maar gesnoept kan worden.....
We zijn met de tweede pan iets later klaar, de school is al uit, maar het is dan ook een leuke en geslaagde workshop!!
Jammer dat de meisjes de potjes niet gelijk kunnen meenemen. De potjes moeten nog op de kop afkoelen en ondertussen kunnen de deksels vacuüm trekken. Daardoor worden de potjes tot ongeveer één jaar houdbaar.
De volgende ochtend kunnen de meisjes hun potje, met de recepten van appelcompote, stoofpeertjes en natuurlijk de stoofpeertjesjam, ophalen.

Hier komt het recept van de heerlijk-zoete-jam:

Stoofpeertjesjam


Benodigdheden:
  • 1,5 kilo stoofperen
  • 1 dl bessensap
  • 1 dl water
  • 3 eetlepels rietsuiker
  • 2 kaneelstokjes
  • 1 steranijs
  • 3 pimentkorrels
  • 3 kardemompeulen
  • 3 kruidnagels
  • 400 geleisuiker halfzoet

Hoe maak ik het klaar:



Schil de peertjes en verwijder het klokhuis.
Meet 1 dl water en 1 dl bessensap af in een pan. Doe er 3 eetlepels rietsuiker bij. Voeg alle overige specerijen en de in kwarten gesneden peren bij. Breng aan de kook en laat de peertjes daarna op zacht vuur doorkoken tot ze zacht zijn (drie kwartier) of tot ze rood zijn (4 uur).
Neem de pan van het vuur en pureer de peertjes, samen met het stoofvocht. Meet de moes af en voeg per kilo moes 400 gram  geleisuiker toe. Laat het 1 minuut borrelend doorkoken.
Schenk de jam dan in gesteriliseerde potjes, die nog even zijn omgespoeld met kokend water.
Draai de deksel goed vast en laat de potjes op de kop afkoelen.

Best een mooi kleurtje, niet?!

Heerlijk op de boterham, een beschuitje of toastje.
Lekker bij een kaasplankje of een bolletje vanille ijs.
Test het zelf maar....

vrijdag 13 november 2015

Zom(e)aar herfst

Tussen de stormachtige windvlagen door, scheen de zon rond lunchtijd,  uitbundig. 
Ik kreeg spontaan trek in een salade en liep even naar m'n tuin voor wat laatste jonge snijbiet blaadjes.  Zou ik binnen op de bank in het zonnetje gaan zitten? Niet zo handig met een salade.....

Weet je wat ook kan? Buiten zitten in de zon. Nog wat vitamine D meenemen.... de winter duurt straks nog lang genoeg!
En je gelooft het, of niet, maar vandaag, 13 november zat ik buiten te lunchen!! 
In de schaduw wijst de thermometer 14 graden. ... ik maak mezelf wijs dat het in de zon heel wat graden warmer is. En met een trui aan, kan het ook best! Heel eventjes in ieder geval.....

donderdag 12 november 2015

Appelcrumbletaart

Zaterdagavond kreeg ik een tasje goudrenetten en na wat appelflappen te hebben gebakken, 
is nu mijn appelcrumbletaart  aan de beurt. En die is super lekker!! 
Dus ik deel het recept graag hier....
Je maakt de taart met appelmoes of appelcompote.

Ik maakte die vers!  Geschild zet ik de appels en op met wat water, suiker en kaneel. 
Ondertussen maak ik het beslag en de crumblelaag klaar. Mijn timing is goed, 
het is beiden tegelijk klaar. Ik gebruik voor deze taart een vierkant bakblik. 
De taart kun je vervolgens in vierkantjes snijden, 


Appelcrumbletaart in de herfst

      voldoende voor 20 stukken


Ingrediënten:
  • 400 gram roomboter (ja, ja... dat is veel, maar je snijd dan ook kleine stukjes!)
  • 200 gram rietsuiker + 125 gram
  • 2 eieren
  • 1 tl vanille-extract
  • 12 gram wijnsteenbakpoeder
  • 180 gram volkoren meel (bio)
  • 160 gram bloem (bio)
  • 0,5 gram (zee)zout
  • 150 ml sojamelk
  • appelcompote van 8 grote appels, of twee potjes van samen ongeveer 800 gram
  • 180 gram havervlokken (of havermout)


Hoe maak ik het klaar:
Vet eerst het bakblik in, bekleed het met bakpapier en knip dit wat bij.
Handig, anders verbrandt het in de oven.
Warm de oven voor op 180 graden.
Zet  alvast de helft van de boter in een steelpannetje op een heel laag vuurtje. Dit is voor de topping: de crumblelaag.

In één mengkom weeg je het meel, de bloem, het bakpoeder en het zout af. Roer dit goed door elkaar.

In een andere mengkom mix je 200 gram boter met 200 gram rietsuiker, tot een zachte, smeuïge massa. Voeg daarna het vanille-extract toe. Klop de eieren stuk voor stuk los en voeg ze toe. Mix ze goed door het beslag.
Voeg een paar lepels van het meel toe aan het beslag en daarna een scheutje melk. 
Dan weer meel en zo door tot alle meel en melk op èn goed gemixt zijn.

Doe dit beslag in de ingevette en beklede bakvorm. Doe hier bovenop de appelcompote.
Ik heb deze keer erg warme appelcompote gebruikt. Dit werkt niet helemaal handig, 
het was misschien wat te dun of zo.... dus de volgende keer laat ik het eerst afkoelen.
   
De boter in het steelpannetje is al lang gesmolten, voeg hier de havervlokken en
 de 125 gram suiker aan toe. Roer dit door elkaar en verdeel vervolgens 
deze crumblelaag  over de appelcompote.
Schuif de taart in de oven. Leg een laag bakpapier onder de taart. 
De appelcompote of het deeg komt wel eens over de rand heen.....

Na 45 minuten is de taart als het goed is, klaar. 
Prik door de bovenste lagen heen om te controleren of het deeg gaar is.  
Laat de taart een half uurtje afkoelen.
Laat hem dan op een groot bord of taartbodem glijden. 
Haal het bakpapier van de onderkant af en keer de taart weer om.
Snijd in 20 vierkantjes en je kan even vooruit met deze heerlijke, herfstige appelcrumble taart.
Eigenlijk heeft deze taart niks meer nodig, alleen applaus!!
Maar voor de echte snoeperds kun je nog wat (soja)slagroom loskloppen met kaneel.

Eet smakelijk!

zaterdag 7 november 2015

Wat te doen met groene tomaten....


Dit jaar groeiden er veel tomaten in mijn moestuin, in mijn kasje en een paar op mijn balkon. Ik spreid de planten graag,  want als er een tomatenziekte in komt, ben ik niet alle tomaten kwijt. En ik speel met zonlicht, warmte en de voedingsbodem.  Ik hoopte op genoeg tomaten om ze lekker te kunnen inmaken en er extra's mee te kunnen doen. Ik heb één keer lekker tomaatjes gedroogd (nog zonder mijn voedseldroger.... in de oven gaat het ook) en ik heb een kilo tomaten gebruikt voor een tomaten-courgette chutney. Verder hebben we ze veel gegeten. Maar mijn oogst viel nog wat tegen, doordat het tomatenkasje in mijn tuin met de zomerstorm kapot waaide. Met al die regen in de nazomer, rotten de tomaten gewoon weg.....

In mijn glazen kas, bij ons huis, groeien de tomatenplanten wel goed. Maar hoewel  de kas op het zuiden staat, staat hij toch niet op de juiste plek. Hij staat achter een hoge heg en dat geeft veel schaduw. De tomatenplant die aan de zonkant staat, heeft mooie, rode tomaten opgeleverd. De plant aan de 'hegkant' heeft erg weinig opgebracht, in ieder geval kleurden de weinige tomaten daar niet rood.

En nu, aan het eind van de zomer, wat zeg ik, het is november en al bijna winter, is het echt einde verhaal voor alle tomatenplanten. Maar ik heb nog wel groene tomaten hangen, tenminste, daarnet nog. Nu heb ik ze maar geplukt, want hoe zonnig het nog kan zijn, ze rijpen ècht niet meer. In de vensterbank lukt het rijpen nog een beetje. Ik heb tenminste nog rode tomaten liggen, maar de smaak gaat erg achteruit. Ze zijn  gerijpt aan de plant veel lekkerder.
Maar goed, de groene tomaten die ik nu nog heb, daar ga ik wat mee doen .
Weggooien is zonde. I love food and hate waste!
Hoewel groene tomaten giftig zijn, net als groene aardappelen en groene vlierbessen, (ze behoren bij de nachtschade familie) zijn ze wel te eten. Je moet ze alleen bewerken, lees verhitten.

Nee, ik ga tomaten pekelen en op die manier inmaken. Dit gebeurt ook veel in Oost-Europese landen, heb ik me door een Russische vriendin laten vertellen.

Ik heb een receptje gevonden en ga de tomaatjes gelijk op twee manieren kruiden.
1. ingelegde dilletomaatjes
2. ingelegde kerrietomaatjes

Eerst was ik de tomaten goed en snijd ze in 4 tot 8 stukjes.
Ik kook water met azijn en zout. Ik neem 250 ml azijn, 250 ml water en  20 g grof zeezout.

Ondertussen maak ik in twee aparte schaaltjes de specerijenmengsels.
Ik neem voor de dilletomaatjes:              
4 g dillezaadjes                                         
3 g zwarte peperkorrels
2 kleine laurierblaadjes
3- 4 teentjes knoflook

En ik neem voor de kerrietomaatjes:
2 g kerrie
47 g rietsuiker
1 g komijnzaadjes
6-8 pimentkorrels
klein stukje verse gemberwortel.

Ik kom erachter dat ik geen (met sodawater) uitgekookte potjes meer heb. Dat moet ook nog gebeuren. Na het uitkoken en uitlekken, spoel ik de potjes nog twee keer goed uit met schoon kokend water. En weer laten uitlekken.
Kijkend naar de hoeveelheid tomaatjes die ik heb, vul ik drie potjes met het ene specerijenmengsel en vier met het andere mengsel. Vervolgens doe ik de tomatenstukjes in de potjes. Ik druk ze even stevig aan, zodat er veel inpassen.
De tomaatjes zijn nog niet verhit, maar dan schenk ik er het kokend hete azijnwater met zout overheen. Ik draai de deksel stevig op de potjes. 

Nog even de tomaatjes doorkoken. Leg op de bodem van een kleine pan een theedoek, vul de pan halfvol met water en kook vervolgens de potjes 10 minuutjes ....  en dan op zijn kop wegzetten. Zijn de deksels vacuüm gezogen, dan kun je ze zeker een jaar bewaren. Laat de tomaatjes vier weken staan, voordat je ze gaat consumeren.
Ik ben echt heel benieuwd naar de smaak, maar ook ik moet nog even wachten......

donderdag 5 november 2015

Wijn maken deel 3

Begin vorige week moest ik suiker toevoegen aan mijn tweede lichting wijn; de most dus. Je mag niet gelijk suiker toevoegen aan druivenmost. Eerst moet de suiker uit de druiven zelf aan het werk.  Toen ik de beschrijving nog eens goed las, kwam ik er achter dat ik waarschijnlijk bij mijn eerste lichting veel te weinig suiker heb toegevoegd. Wat nu?




Zie hier de 50 jaar oude beschrijving.....
Ik ging uit van 9 liter most, maar gebruikte de berekening van het suiker toevoegen voor de kilo's druiven. Dus heb ik ongeveer 1/3 deel te weinig suiker toegevoegd. Zou je denken.....Natuurlijk heb ik niet precies opgeschreven wat ik heb gedaan......  oh, oh, niet handig!


Ik besluit nog even te wachten, met mijn lieve buurtvrouw het probleem te bespreken èn nog een keer alles door te rekenen.
Woensdag moet ik de most van open gisting naar gesloten gisting brengen. Oftewel van de emmer in de fles!
Ik besluit nog één dag te wachten .... [kan dit wel?|] en dan de wijn van de eerste lichting, waarin de droesem al mooi op de bodem te zien is, gelijk over te hevelen in een kleinere fles. Het waterslot bovenop de fles geeft  al aan, dat het proces van gisting eigenlijk klaar is.

Oftewel de suiker is, onder invloed van de gist, omgezet in alcohol.
Dan kan de nieuwe lichting wijn in de grootste fles van 20 liter.
Volgen jullie het nog?
Terwijl ik dan de wijn overhevel, ga ik gelijk nog wat suiker toevoegen....
Maar eerst proeven! Ik heb een hydrometer gekocht, maar begrijp niet goed hoe ik hem moet gebruiken en aflezen. En proeven kan ook. Zo gezegd, zo gedaan.
Gelijk in een mooi wijnglas........
Ieeuw...... dit is echt heel zure, dunne wijn. Het lijkt eerlijk gezegd op een kruising van azijn en waterig druivensap. Volgens mij zit er amper alcohol in.
En in spijt van het bovenstaande [punt 7 van veelgemaakte fouten bij beginners: voeg nooit suiker toe als de gisting snel is afgelopen] besluit ik toch suiker toe te voegen.
Is ook een beetje een gemis in de omschrijving, want je moet wel proeven of de wijn goed wordt, maar vervolgens staat er geen 'stappenplan' beschreven, wat je moet doen indien dit niet het geval is.

Suiker moet je oplossen in water. Dit doe ik in kokend water, zodat het oplossen zo snel mogelijk gaat, met zo min mogelijk water. Vervolgens moet het weer afkoelen tot 20 graden om het toe te voegen.
Terwijl ik de wijn van de eerste lichting overhevel van de grote fles in de kleine, staat het suikerwater af te koelen. Het is best veel, maar in overleg met mijn lief, besluiten we dat zoete wijn nog altijd beter smaakt dan azijnzure wijn met te weinig alcohol. Dus na het overhevelen voeg ik de suiker toe. Vervolgens bedenk ik dat de droesem eigenlijk de gist bevat die zorgt voor de omzetting van de suiker in alcohol. Ik besluit, behoorlijk tegenstrijdig na het 'schoon' overhevelen, toch een deel van de droesem er weer bij te doen.....
Ach...... we zullen wel zien wat het oplevert.


Vervolgens zeef ik weer, met hulp en ervaring, de most in een andere grote emmer. En vervolgens schenk ik die weer in de, opnieuw met sulfiet en citroenzuur schoongemaakte 20 liter fles.
 
 
 

Ja, ik heb echt nog meer wijn dan de eerste keer. Ik meet het voor de verandering eens netjes af. Het is 12 liter, precies. Wat had ik dat goed geschat. Maar omdat deze druiven nog rijper (en dus zoeter) zijn, gaat dit hele proces volgens mij beter en sneller dan de eerste lichting. 

Nog even wat over het waterslot. Dit steek je in de rubberen dop, half gevuld met water. Wanneer de wijn gaat gisten, ontstaan er luchtbelletjes die een uitweg zoeken. Dit gaat naar boven toe. Deze lucht duwt het water op,  zodat het water via de balletjes, omhoog gestuwd wordt. Totdat de lucht erlangs ontsnapt. Blubub.. hoor je dan. Ik heb een foto met geluid genomen, maar het lukt me nog niet deze hier te plaatsen....  Als er geen lucht meer uitkomt,  gaat het waterpeil zich verdelen en staat het water zowel links als rechts even hoog. En dan is het dus tijd voor de volgende stap.



 

En hier staan ze dan.... de twee flessen!!
In een warm, rustig hoekje.
Ik moet nog eens iets haken als flessenbeschermer ofzo....

Wordt vervolgd!

woensdag 4 november 2015

Koken in het ziekenhuis

Het leven heeft vaak verrassingen in petto. Soms leuke, soms minder leuke.  Wij zijn, als gezin dit weekend stilgezet, door de ziekenhuisopname van onze jongste zoon. Dat is de reden dat ik met sommige berichten wat achter loopt. Hoewel het ook weer leidt tot dit bericht.
Ons kind heeft een zwakke plek: zijn darmen! Hierdoor komen we regelmatig in het Sofia kinderziekenhuis in Rotterdam en weten we er al goed de weg.
Het is een prachtig, modern ziekenhuis, van alle gemakken voorzien. En er wordt nog steeds verbouwd en gemoderniseerd, dus komen we ook verrassingen tegen.

            


Dit weekend, terwijl we min of meer gedwongen  binnen zaten (en het wàs toch mooi herfstwéér!), waren het echter ook fijne verrassingen.....

Zo werden we ontzettend vriendelijk en ontspannen verwelkomt op het speeldek voor broertjes en zusjes van patiëntjes.
Dit hoort bij het Ronald Mc Donald huis, waar ouders kunnen overnachten. Wij wonen gelukkig dichtbij genoeg om heen en weer te rijden, maar het is super belangrijk dat het bestaat. Echt een verademing!

Zondagmiddag gingen we, bij wijze van gezinsuitje, met zijn allen naar het speeldek. Ook ons patiëntje mocht gelukkig mee, even weg van de afdeling!  We kregen thee, koffie en limonade aangeboden en de kinderen.... wat een verrassing; mochten cupcakes versieren!
We deden allemaal mee.
Er was van alles klaargezet en we voelden ons zó welkom. We bleven de hele middag! Gezellig!
Deze zijn allemaal gemaakt door de Dr-Oetker-Cookie-Challenge-winnares!
Hier wat foto´s van het resultaat.
Lieve vrijwilligers.... bedankt!
Van de patiënt zelf.....


Fijn, zoveel aandacht, zoveel bemoediging! De kinderen genoten ervan en ik ook!
De vrijwilligers zijn zowel jonge, enthousiaste studentes, als ervaren, oudere vrouwen die hun tijd op een goede manier willen inzetten voor een ander met pijn of verdriet.
Ik werd er heel warm en stil van. Gewoon een cadeautje!



Zoek je nog naar zingeving en heb je tijd of geld over? Denk dan eens aan het Ronald Mc Donald huis voor familieleden van zieke kinderen..... Super dat het er is!


Eten voor niet-patiënten

In het ziekenhuis krijgt een patiënt, als het mag volgens doktersvoorschrift, al het eten en drinken wat ze wensen. Ouders die 'ingeroomd' zijn, krijgen dit echter niet. Dus moeten we zelf creatief zijn. De AH shop to go en een broodjeszaak zijn geopend (niet op zondag). En dat is best lekker, maar ook prijzig en niet altijd even vers.... Bovendien weet ik graag wat er in iets zit en moét het vegetarisch zijn.
Er is niet zoveel tijd om uitgebreid thuis te koken. Wat nu?
Zaterdagochtend maakte ik gauw een rijstsalade. Makkelijk klaar te maken, met alles wat ik in huis had:  gekookte rijst (deels een restant, deels 'vers' gekookt), geraspte wortel, potje mais, peterselie en feta. En een eenvoudige dressing van olie, zout en peper. Het smaakte mij prima! Omdat patiëntje nog niets mocht eten en grote broer van zijn zakgeld graag iets anders wilde kopen, hadden we hier genoeg aan. Ik hield er zelfs nog twee lunches aan over.
Maar voor de zondag, terwijl ik eerst ´s morgens graag naar de kerk ging, had ik nog minder tijd.
Dan maar mijn voorraad aanspreken.
In juni had ik van mijn grote voorraad courgettes een enorme pan courgettesoep gemaakt.
Ik weckte acht grote potten in. Helaas, ik ben nog  geen ervaren weckster, dus na een paar weken merkte ik dat vier potten bedorven waren. Had ik er nog vier over. En die kwamen nu mooi van pas!
Dit had ik niet kunnen bedenken, toen ik de soep kookte!
               
Ik bakte ´s morgens gauw een afbakstokbroodje, roosterde wat pijnboompitten, nam wat sojaroom en de weckpotten en een magnetronschaal mee.
In de ouderkamer bij de afdeling, kun je eten. En eten opwarmen. En koffie en thee halen. En eten bewaren in een koelkastje..... 
Ja, het is luxe 'kamperen' eigenlijk, in een ziekenhuis!
Het was natuurlijk anders dan thuis,  maar eigenlijk smaakte de maaltijd ons heel lekker.
Zo lekker dat ons patiëntje, die gelukkig weer wat mocht eten en drinken, er na zijn ziekenhuismaaltijd, (met droge, vieze worteltjes uit een potje) nog graag een kommetje van proefde en dit vervolgens leeg at! 
 
Gelukkig! Dit hebben we weer achter de rug! En patiëntje mocht maandagochtend naar huis!

zondag 1 november 2015

Zelf calendulazalf maken





Deze zomer heb ik voor het eerst zelf zalf gemaakt: Goudsbloemenzalf oftewel Calendulazalf!
De Latijnse naam van goudsbloem is: Calendula officinalis.
De goudsbloem is een bloedzuiverende plant. Ze reinigt en stimuleert de bloedsomloop en bevordert het genezingsproces bij (brand)wonden. Volgens het boek van Maria Treben "Gezondheid uit de apotheek van God" laat goudsbloemzalf spataderen verdwijnen (nou, die heb ik niet, dus dat scheelt...), littekens vervagen en het helpt uitstekend tegen voetschimmel (die heb ik wel, dus dat ga ik proberen!). Dat het goed helpt tegen brandwonden heb ik in de zomer uitgeprobeerd. Ik had een tweedegraads brandwond op mijn hand en met heel veel smeren, trok de blaar gewoon weer in en mijn huid werd weer glad. Er kwam twee dagen later nog een klein velletje af, maar ik heb er geen litteken aan overgehouden.
Het helpt ook goed bij snij- en schaafwonden.
In vergelijking met andere mensen heb ik geen snelle wondgenezing, dus een smeerseltje erop, is geen overbodige luxe!

De zalf stond al langer op mijn to-do-list en ik moet zeggen: het is goed gelukt!
Ik plukte in de zomer, op een warme, zonnige ochtend, goudsbloemen....  ik plukte véél goudsbloemen, ik plukte héél véél goudsbloemen. En ik kreeg gezellig hulp van mijn gezin. Alleen de bloemblaadjes verzamelden we. Enkele bloemen met steel, mochten in een vaasje. Vervolgens liet ik de bloemblaadjes in de vensterbank, op een groot dienblad drogen in de zon.
Je kunt de blaadjes nu meer dan een jaar bewaren.
Een deel van de bloemblaadjes overgoot ik met olie. Dit heet macereren wat betekent: 'weken in olie'.  Je krijgt dan een maceraat oftewel geïnfuseerde olie. Dit liet ik ongeveer 3 weken trekken op een warme, zonnige plaats. Ondertussen ging ik met vakantie.....
En na de vakantie heb ik vervolgens van het maceraat zalf gemaakt, met bijenwas.
Ik heb het idee en heel veel informatie van dit blog  afgehaald.

In gekochte zalf zitten heel veel toegevoegde ingrediënten met bizarre namen. Waar het allemaal goed voor is? Nu: houdbaarheid, kleur, geur, smeerbaarheid. Maar zo'n zalfje is verre van natuurlijk. Voorbeeldje: zalf speciaal bedoeld voor een droge huid, bevat heel vaak alcohol. En laat alcohol nu net 'uitdrogend' werken. Om maar te zwijgen over alle andere toegevoegde stoffen.
Nee, mijn zalf bevat maar drie ingrediënten!!
Hoe puur wil je het hebben?!

Maar mijn twee potjes zalf zijn nu zo goed als op, dus ik maak weer Calendulazalf!


Calendulazalf


Benodigdheden:
  • goudsbloemen
  • draagolie
  • bijenwas
  • etherische olie
Hoe maak ik het klaar:
Eerst iets meer over de ingrediënten:
Het eerste ingrediënt zijn de goudsbloemen. Ik heb nog twee potten met zongedroogde bloemblaadjes staan, maar ik heb ook nog een potje maceraat staan. Hiervoor heb ik biologische zonnebloemolie gebruikt en vervolgens heb ik de bloemblaadjes eruit gezeefd.....  Je kunt ook kiezen voor een ander soort olie. Amandelolie gebruik ik tegenwoordig ook vaak: voedend en verzorgend. Elke olie heeft bepaalde positieve eigenschappen, die weer meewerken in de zalf. Voor meer informatie hierover zie mijn blog over calendula-olie (klik)
Dit is in ieder geval de basis voor mijn nieuwe zalf!!

Het tweede ingrediënt dat ik nodig heb, is bijenwas.
Dit is het bijproduct wat bijen maken in hun korf of kast.
Als een imker het bijenvolk inspecteert, kan er wat bijenwas afgebroken worden en soms doet de imker dit bewust omdat de bijen op een verkeerde plek zijn gaan 'doorbouwen'....
Maar goed, op de wijktuin staan in een hoekje ook een aantal bijenkasten van twee imkers. Heel handig voor de bestuiving! De kinderen en andere tuinders zaaien dan ook weer  (bijen)bloemen. Een win-win situatie dus.

Toen ik de imker een keer tegenkwam en haar vroeg hoe ik aan bijenwas kon komen, gaf ze me gelijk een stukje was, wat ze anders zou weggooien. Sindsdien verzamelt ze voor mij. Aan het eind van een seizoen, kunnen er soms hele ramen over zijn met daarin bijenwas. Ik kan het wel gebruiken.
Ik word hier heel blij van en vindt het een mooi voorbeeld van goede, locale samenwerking. En natuurlijk heeft de imker al een potje zalf gekregen!
Wil je dit ook proberen en ken je geen imker bij je in de buurt? Je kunt natuurlijk ook bijenwas kopen in mooie stukken (zoals die vellen waar je kaarsjes van kan maken) of bestellen op internet. 
Inmiddels ben ik zelf imker geworden en heb ik was in overvloed. Kijk in mijn winkeltje als je dit ook nodig hebt en wilt kopen.

En het derde ingrediënt dat ik gebruik is een etherische olie. Ik gebruik lavendelolie wat als eigenschap heeft dat het ontspannend werkt. Goed voor in mijn zalf! Al zijn het maar enkele druppels die erin gaan...


Goed, de bijenwas, die erg licht weegt,  rasp ik fijn. Ik heb de verhouding gebruikt van 6 : 1. Zes delen calendulea-olie, 1 deel bijenwas. In mijn geval was dit: 78 ml olie en 14 g bijenwas. Dit is een goed smeerbare zalf. Je kunt ook de verhouding 1 : 4 nemen, de zalf is dan behoorlijk dik. Natuurlijk kun je elke verhouding er tussenin nemen.

De bijenwas voeg ik toe aan het maceraat wat ik samen au-bien-marie verwarm. Dit doe ik door het in een klein pannetje op mijn stoompan te zetten. Door de hete stoom verwarmt de olie en de  bijenwasrasp smelt.
Ondertussen moet je goed blijven roeren! Bij mij duurde het bij deze hoeveelheid een kwartier 
voordat de bijenwas volledig vloeibaar was.


Dan moet je de zalf van de hittebron afhalen en een klein beetje laten stollen.
Pas op! Dit kan wel weer erg snel gaan.
Deze keer was ik van plan de vloeibaar gemaakte zalf nog een keer te zeven.
De vorige keer zaten er zwarte spikkeltjes in de zalf, wat bijenrestantjes bleken te zijn......
Maar dat zeven, met een soort kaasdoek, zag er vreemd uit. Ik was bang dat ik veel te weinig bijenwas overhield, dus heb ik het er maar weer aan toegevoegd. Met als resultaat dat de zalf niet mooi goudkleurig eruit ziet, maar iets minder mooi zachtgeel

Ik voegde 7 druppels etherische lavendelolie toe. Met name voor de geur en de ontspannende werking. Je kunt hier natuurlijk ook voor een andere etherische olie kiezen, waardoor je een andere werking krijgt.
Doe de zalf in goed schoongemaakte, met heet water nog even nagespoelde, potjes.

Et voilà!




Toch mooi, deze zalf?! En het smeert heerlijk!

De calendulazalf is 4-6  maanden houdbaar op een koele plek. 
Zo kan ik de winter door komen en lekker blijven smeren!