donderdag 23 april 2020

Kan ik het bij-houden?! (2)

De bijen hebben er niets mee:  de (intelligente) lock down van de mensenwereld, de wereldwijde quarantaine..... nee, zij bezoeken  juist massaal de kroeg die ik voor ze opende. 

En waren er maar druk mee.....

En ik was druk met de eerste controles dit jaar bij mijn drie bijenvolken.
 Ik nam er ruim de tijd voor. 
Maar toen ik wilde beginnen, zag ik wat achterstallig werk liggen,
waardoor ik het ineens toch heel druk kreeg. 
Maar eerst naar de bijen!

Het bijenvolk

In het bijenvolk gebeurt van alles wanneer de omgevingstemperatuur stijgt.
De reinigingsvlucht is - in februari al - achter de rug en er komt voedsel binnen. Nieuw, vers voedsel in de vorm van stuifmeel (pollen) en nectar (honing)

 Een bijenvolk bestaat gemiddeld uit zo'n 30.000 tot 70.000 bijen. Zo net na de winter moeten ze goed op krachten komen, want ze zijn soms bijna gedecimeerd in aantal. Een honingbij (Apis Melifera) is geen solo-vlieger, maar leeft vóór het volk. Het volk is het belangrijkst en het hele bijenleven staat in dienst van het volk. En hoe groter het volk, hoe sterker!
Tegenslagen zoals minder voedsel of ziektes kan een groot volk makkelijker aan.
In deze tijd van het jaar is het belangrijk dat de koningin gezond is en eitjes gaat leggen. In de zomer kan ze zo'n 2000 eitjes per dag leggen en nu in het voorjaar komt dat rustig op gang.
Eigenlijk noem ik haar nu wel koningin, maar een koningin regeert over het volk. Dat is bij de bijen niet het geval. De koningin legt eitjes, maar beslissingen neemt ze niet, dat doen de werksters met elkaar. Het is beter haar moeder of moer te noemen, want ze is dé moeder van alle bijen in het volk. Ze legt alleen eitjes in mooi opgepoetste, schone cellen. De werksters in het volk werken hard om het eitjes-leggen voor de koningin mogelijk te maken.
Je snapt het vervolg: hoe meer werksters, hoe meer hulp voor de koningin, hoe meer eitjes ze kan leggen, hoe groter het volk etc. etc.......
Het bijenvolk bestaat in de winter alleen uit vrouwen.
Als het volk wat groter wordt, ontstaat de drang om ook darren voort te brengen. De werksters bouwen wat grovere cellen, de koningin legt hier onbevruchte eitjes in en die groeien uit tot darren.
Alle bevruchte eitjes worden werksters.
Tegelijk is het voortbrengen van darren een teken dat een volk groeit, groter wordt en zich wil vermenigvuldigen.
Vermenigvuldigen doen ze niet door alleen maar eitjes te leggen en te groeien, nee.... een bijenvolk wil zich opsplitsen.
Dit doen de werksters door extra koninginnencellen te bouwen, oftewel moerdoppen. Want als er een nieuwe moer komt, kan er een nieuw volk ontstaan.
Om te oefenen voor het bouwen van moerdoppen, maken gezonde volken in deze maand zogenaamde 'speeldoppen'. Later in het seizoen komt dan het 'echte werk'. Meer hierover in een volgend blog.
Ter illustratie deze overzichtsfoto waarop je alle soorten cellen ziet.
 Het is overigens van een later tijdstip in het jaar.
Bovenin zijn de lichte en open cellen leeg. Hier heeft nectar/honing in gezeten of wordt er verzameld.
De grote, langwerpige bouwsels die verticaal op de raat liggen, zijn gevulde moerdoppen. Ze zijn dicht gemaakt, wat betekent dat hierin een koninginnenlarve zit.
Een koningin is een stuk groter dan een 'gewone' werkster en ze krijgt speciaal en extra voedsel.
In het midden onderin zie je geelgekleurde dekseltjes op cellen. Dit is 'gesloten broed' en hierin zitten de vrouwelijke larven van de werksters.
'Gesloten broed' is de laatste fase in de ontwikkelingsstadia van een bij: hierin zitten de 'poppen'.
Rechts onderin zie je in dezelfde kleur bolle dekseltjes. Dit is darrenbroed.
In de open, donkerdere cellen ertussen kunnen eitjes zitten, die op de foto niet te zien zijn.
Of het kunnen al kleine larven zijn.
Ook als ik er met mijn neus bovenhang zijn eitjes moeilijk te zien
En vanuit deze hoek gefotografeerd zie je ook geen larven.
Bij een volgende controle zal ik er aan denken betere foto's te nemen.
Omdat dit blog nogal laat verschijnt, ga ik dit weekend alweer voor de tweede controle.



Imkerperikelen


Hoera! Hoera!!
Alle drie mijn volken hebben de winter overleefd!
Dát had ik natuurlijk als imker al lang gezien, daar hoef ik de kast niet eens voor open te maken,


want via de vliegplank (aan de voorkant van de kast)


en de bodemplaat (aan de achterzijde) vinden altijd de eerste waarnemingen plaats....
Bijen knagen voortdurend aan de cellen, waardoor wasemulsie via het fijne gaas van de onderkant, op de bodemplaat valt....
  • Ze knagen cellen open om te eten van hun voorraad honing en stuifmeel
  • Ze knagen celdeksels open voor de nieuwe bijen
  • Ze maken cellen schoon....
Bij het volk waarvan ik deze bodemplaat zag, maakte ik me een beetje ongerust.
Ze hebben maar zo'n klein stukje van hun kast bezet.
Ik zie namelijk liever dit plaatje.
In één kamer van een 'spaarkast' hangen 10 ramen.
De ruimte tussen deze ramen noem je straatjes en daar lopen de bijen over en door heen.
Naast wasemulsie valt ook vaak wat stuifmeel op de bodemplaat.
Dit gebeurt als ze genoeg binnenhalen en het wat onhandig van hun pootjes afhalen om op te bergen.
Als ik 10 straatjes vol 'afval' zie liggen, weet ik dat het volk groot genoeg is en de hele kast in gebruik heeft.

Dit was ook het geval bij twee van mijn drie volken. Het andere volk loopt nu nog wat achter.
Niks om me zorgen over te maken, merkte ik.
Ook daar was gelukkig een gezonde moer en er werd voldoende voedsel binnengehaald.
Elk volk is anders en dat zie ik niet alleen aan de grootte, maar ook aan andere karaktereigenschappen.



Hier sta ik aan de achterkant van de kast.... daar doe ik de controles. 
Een imker staat nooit in de vliegroute aan de voorkant van de kast!

Belangrijk is om voldoende loop- en bewegingsruimte achter de kast te hebben. 
Op de kast, onder het deksel, heb ik een map liggen waarin ik bijzonderheden noteer.
Ik gebruik nog steeds de kastkaart die mijn lerares van de imkercursus me gaf.


Ik noteer per keer wat ik heb gezien: honing, stuifmeel, eitjes, larven, darrenbroed etc. Bijzondere handelingen die ik heb verricht en actiepunten voor een volgende keer schrijf ik er op.
Aan het begin van de kaart noteer ik van welk jaar de koningin is en waar dit volk vandaan komt.
Een koningin krijgt een gekleurd merkteken mee, afhankelijk van het jaar waarin ze is geboren. 

De belangrijkste punten van mijn eerste controle waren:
  1. kijken of de koningin leeft, gezond is en eitjes legt
  2. kijken of er oude ramen in de kast zitten of misschien wel schimmel
  3. checken of de bijen voldoende honing in de kast hebben, om zichzelf te kunnen voeden
  4. extra handelingen:  honingkamer plaatsen en darrenraam inhangen

1. De Moer of Koningin

Bij twee volken zag ik de koningin lopen. Ze valt op door haar lengte en ze is ook iets anders van kleur... meer roodbruin. Grappig: hoewel ik elke koningin zelf gemerkt heb, zag ik de kleur niet meer terug. De werksters in de zogenaamde 'hofhouding' die altijd dichtbij de koningin zijn om haar te beschermen, voeden en schoon te maken, poetsen ook de kleur van de rug van de koningin af. ;)
Bij het derde volk zag ik geen koningin, maar dat was geen punt.
Ik zag wel dat ze eitjes had gelegd. Het eistadium van een bij duurt slechts drie dagen, dus als ik voldoende eitjes zie, weet ik bijna met zekerheid dat de moer in het volk zit en gezond is.
Naast eitjes zag ik BRIAS.... een afkorting voor Broed In Alle Stadia. Daar horen de eitjes bij, maar ook de larven in het open broed en eveneens de dichte cellen waarin de poppen zitten.
Ik zag dit bij elk volk: helemaal in orde!!

2. Oud of ongezond raat

Als bijen beginnen met bouwen, is de was die hun lijfje verlaat lichtgeel van kleur. Dit is terug te zien in de ramen waar het was in uitgebouwd wordt.


Op deze foto zie je wel erg veel verschillen tegelijk, maar als we alleen naar de kleur kijken,
zie je dat het bovenste raam lichtgele dus jonge was heeft.
In het onderste raam daarentegen lijkt de was bijna zwart.
Deze was is minstens vijf jaar oud en onder andere op dit raam heb ik mijn eerste bijenvolken
 gekregen van een collega imker.
Hoewel de bijen elke keer alle cellen mooi op poetsen, vervuilt de was toch langzaam aan. 
 Deze oude ramen, waar nu nog niet op uitgebouwd was, wil ik terugnemen.
Een bijenkast bestaat uit verschillende losse compartimenten.
Mijn volken zitten allemaal op twee kamers.
Maar omdat het volk in de winter erg klein is geworden, hebben ze zoveel ruimte nu niet nodig.
Het is tijd om de binnenkant van de kast goed schoon te maken.
Hier zie je dat ik zelfs het onderste rooster vervang.
Het moet goed worden schoongeschraapt en geboend met een sopje 
Ik heb gelukkig kastmateriaal genoeg op voorraad, zodat ik dit rooster kan vervangen.
Ik zet de hele kast ernaast en de bijen vinden vanzelf de weg naar de nieuwe vliegopening.
Hij zit namelijk op dezelfde plaats.
Als er niet meer dan 3 cm verschil in afstand is, vinden bijen de weg feilloos terug.

Binnen in de kast gaan bijen altijd de hoogte in. 
Bovenin verzamelen ze het voedsel, met name de honing en daaronder legt de moer eitjes.
De onderste kamer was hierdoor nog vrijwel leeg en door het afschudden en afvegen van alle ramen, kon ik makkelijk de hele broedkamer weghalen.
Bij het kleinste volk, die waarschijnlijk wat teveel vocht in de kast heeft gehad, 
zag ik op twee ramen schimmel zitten. Bah! Dat is een ongezonde leefomgeving.
Gelukkig kwam ik het nu tegen en kon ik alles weghalen.
De was uit deze voornamelijk zwarte en vervuilde raampjes kan ik omsmelten 
en opnieuw  gebruiken.

3. Voldoende voedsel

In het volk moet er genoeg voedsel zijn, zodat het volk niet alleen kan groeien in aantal, maar ook in kracht. In totaal moeten er nog twee ramen vol honing aanwezig zijn. Dat is omgerekend iets meer dan 5 kilo.
Toen ik bij het volk ging kijken, wat het minste activiteit liet zien en erg klein lijkt, zag ik in de bovenste kast heel veel honing. Ik had dit volk ingewinterd met een flinke voorraad van bijna 15 kilo. Maar misschien omdat het geen strenge winter was, of omdat ze zó klein geworden zijn, had het volk nog héél veel honing over.
Zóveel dat de kamer erg zwaar was en voor mij niet te tillen.
Ik denk wel eens - maar verwerp het idee ook weer meteen, hoor - dat ik naar de sportschool zou moeten voor krachttraining in mijn armen. Een volle honingkamer weegt al gauw zo'n 18 tot 20 kilo...  En nu is dat nog wel te tillen, maar een onhandige, vierkante bak, die je niet, echt niet, tegen je aan kan houden, maar juist van je lichaam af moet bewegen, is iets te zwaar voor me.
Mijn lieve collega-imker in quarantaine kan me nu niet helpen, dus moest Peter er aan geloven. Gelukkig heeft hij niet alleen spierballen, maar ook een pak en de bereidheid me te helpen.
Ha ha.… het is allemaal goedgekomen!


Ik heb gelijk wat honingramen weggehaald, want teveel neemt onnodig ruimte in. En ik heb er nieuwe, uit te bouwen ramen voor in de plaats gegeven.
Bij de andere volken telde ik alle ramen en randen honing. Ze hadden nog voldoende voedsel.
En te zien aan hun haaldrift en activiteit komt er nu ook meer dan genoeg binnen.


4. Extra honingkamer

De bijen krijgen meer ruimte doordat ik een extra honingkamer op de kast plaats.



Deze kamer is minder hoog dan een broedkamer.
En ertussen plaats ik dit metalen rooster.
De werksters, klein van stuk, kunnen hier makkelijk doorheen kruipen.
Maar darren, lomp en dik en de koningin met haar lange lijf, passen er niet door.
Hierdoor wordt er alleen honing opgeslagen.
Dit is belangrijk want wil ik honing kunnen oogsten, dan moet er geen broed tussen zitten.
In goed afgesloten bakken heb ik alle honingramen, uitgeslingerd of nog half vol,
de winter door bewaard.
Ik maak ze vrij van overtollig was, controleer ze en hang ze in een honingkamer.
Dit is allemaal voorbereiding die ik ook in de winter had kunnen doen, maar omdat ik toen
niets heb gedaan, kost me dat nu extra tijd.

Ik plaats bij twee volken ook een darrenraam. 
Dit is een raam wat de bijen zelf mogen uitbouwen. 
Het is een soort barometer voor mij om te zien hoe rustig of juist onrustig het volk gaat bouwen.
Vaak zullen ze grof bouwen, met grote cellen, waar de moer dan onbevruchte eitjes in legt 
voor de darren.
Ik zie het bij de volgende controle....


Meer over was

Was is een bijzonder en kostbaar materiaal. Bijen produceren het zelf uit zogenaamde wasklieren die onderaan hun buikje zitten. Het komt vloeibaar uit hun lijfje - en wordt ook wel was zweten genoemd - , maar wordt snel hard. Met hun achterpootjes brengen ze deze wasplaatjes naar hun kaken waar ze er op kauwen om het in de gewenste vorm (van wasraten) te krijgen.
Voor de productie van was heeft een bij veel energie nodig. En van honing, kostbare honing, krijgen bijen energie. Het kost ze wel acht(!) kilo honing om één kilo bijenwas te produceren.
Daarom bouwen de bijen ook zeshoekige cellen: uiterst ingenieus omdat het niet alleen sterk is, maar er is ook het minste was voor nodig.
Bij het bouwen van raat zie ik grote verschillen per bijenvolk. Naast netjes in de ramen bouwen, zijn er volken bij die ook buiten de lijntjes kleuren.... Zo worden raampjes vastgebouwd aan elkaar, er wordt boven en naast gebouwd.

Deze was schraap ik zoveel mogelijk weg tijdens rustige controles.
Als ik complete kamers oogst, zoals nu in het voorjaar dat ik van twee volken een hele kamer afneem,  heb ik erg veel wasraat. Als ik honing oogst, heb ik ook altijd extra was, wat ik opsla. Van voorgaande jaren had ik nog meer dan een emmer vol was staan.
Tijd om die om te gaan smelten.
Nu ik toch weer de bijen induik, duik ik hier ook maar gelijk de keuken voor in.
Was smelten doe ik in een klein laagje water.
Ik verhit de was in dat laagje water in de oudste pan die ik heb. Want deze komt nooit meer helemaal schoon.
Op de foto het proces en vlnr en van boven naar beneden zie je:
de was opgeslagen in de emmer, de was in de pan waarbij ik een kookthermometer gebruikt.
Dit is belangrijk omdat de smelttemperatuur van was 70 graden is en hij mag ècht niet
verhit worden boven de 90 graden. 
Het is een rustig klusje waar ik wel bij moet blijven. Ik zet een tweede pan op het vuur
en wacht tot alle was gesmolten is.
Daarna is het belangrijk dat de was héél rustig aan afkoelt.
Eén pan zette ik in mijn hooimadam, een andere onder een dekbed in bed.
Na 24 uur is de was voldoende afgekoeld en gestold en als het goed is ziet het er dan 


zo uit....
Als ik het uit de pan haal
Zie je een soort taartbodem....
De schone bijenwas is boven komen drijven en alle vervuiling zit
aan de onderkant.
Dit is er, wanneer de was nog een beetje zacht is, makkelijk af te schrapen.
Onderin de pan is het waterlaagje verdwenen en een dikke laag donkerbruin vocht is er voor in de plaats gekomen.
Wanneer ik er iets van mors, terwijl ik op het punt sta het weg te gooien, proef ik een soort honing.
Ik besluit het te zeven en kijk.....
wat een verrassing!
Een restproduct wat ik honingsiroop noem.
Te dun om echt honing te noemen, te goed om weg te gooien.
Het lijkt me lekker voor op pannenkoeken ofzoiets.

Wat doe ik met de overgebleven was?
Ik verhit ze nog een keertje en giet ze in een mal van ijsblokjes.


Eruit komen prachtige, handzame blokjes was.

Makkelijk om te raspen en te gebruiken in zalf, crèmes of lippenbalsem.
En ik verkoop deze kostbare, pure bijenwas ook.
Ik heb nog meer ideeën, maar dat ga ik eerst eens uitproberen....
Er verschijnt vanzelf een blogje over, als het gelukt is. :)


Honing

Op één potje voor eigen gebruik na, is al mijn honing op en moet ik trouwe klanten teleurstellen.
Ik heb alleen nog wat kleine potjes en honingraat over.
Verder is mijn 'winkeltje' leeg.
Hoewel ik natuurlijk de vier ramen die ik bij het kleinste volk geoogst heb,
zou kunnen slingeren.
Maar toch wacht ik daar nog even mee.
Het is altijd een hoop werk om de honing handmatig te slingeren.
Eind mei.... dan komt de eerste honingoogst, verwacht ik.
Maar misschien is het dit jaar wel wat eerder, met dit mooie weer.
Ik ga dit weekend maar weer eens een kijkje aan de binnenkant van de kast nemen.

Als laatste nog het antwoord op het raadsel van de vorige keer.


I have beauty in my eye!!
(met dank aan Elly)



vrijdag 17 april 2020

Paprika-boekweit bitterballen

Zeker in tijden van crisis is het not-done.... eten weggooien. Hoewel, ik vind het áltijd zonde.
Met een boekweit leftover en een paprikasausje maakte ik lekker comfortfood.... paprika-boekweitbitterballen!
Klinkt dit vreemd? Ja, dát is het ook, maar na wat experimenteren bleek de smaak goed!
Apart, maar lekker! 




In het kader van mijn vriezer leegeten voor het  nieuwe (tuin)seizoen, vond ik een restje boekweitkorrels.  
Ik maakte een paprikasaus, roerde het erdoor en wat je dan krijgt...… is saai.
Rol je het daarentegen door wat losgeklopt ei en wat paneermeel en stop je het in de frituur? 
Dan krijg je een bijzondere snack. 


Paprika-boekweit bitterballen

              voor zo'n 20 bitterballen

Ingrediënten:
  • 250 g gekookte boekweitkorrels
  • 3 dl paprikasaus
  • 1 ei
  • 5 el paneermeel (of verkruimelde beschuit)
  • frituurpan met zonnebloemolie
           voor de paprikasaus
  • 25 g boter
  • 1/4 kleine (rode) ui
  • 3 reepjes rode paprika evt
  • 1,5 el gerookte paprikapoeder sweet
  • 1 el tomatenpuree
  • 25 g bloem
  • 2 dl groentebouillon
  • 1 dl sojaroom
  • evt drie reepjes rode paprika
  • kwart (rode) ui

Hoe maak ik het klaar:
Begin met het maken van het sausje. Snipper de ui heel fijn en als je verse paprika hebt, snijd je deze ook in hele kleine stukjes. Smelt de boter in een kleine steelpan en smoor de groente in de boter. Voeg de tomatenpuree en het paprikapoeder toe en smoor even mee. Voeg dan de bloem toe en roer goed door tot een bal. Maak de bouillon en roer deze in scheutjes door de roux. Houd het tegen de kook aan en maak er een dikke gebonden saus van. Voeg ook de sojaroom toe en blijf goed roeren.
Is de saus wat te dun, voeg dan wat bloem toe.
Laat de saus afkoelen en roer door de gare boekweitkorrels.
Klop het ei los in een laag schaaltje en verdeel het paneermeel over een bord.

Verhit de olie in een pan of frituurpan tot 180 graden.
Maak met vochtige handen van het boekweitpaprikamengsel balletjes.
Rol deze door het losgeklopte ei en daarna door het paneermeel.
Laat de balletjes per zes of zeven in de hete olie glijden en frituur ze in 3 minuten goudbruin. 
Knapperig van buiten, zacht van binnen.

Dit is niet alleen een verantwoorde snack omdat het vegetarisch is, maar omdat je 
 je leftovers een tweede kans geeft te schitteren!.
En heb je een airfryer - ik dus niet - dan zou ik helemaal los gaan.
Je kunt deze bitterballen als snack eten, maar ik serveerde ze deze week
bij gado gado en dat smaakte ook lekker!



Variaties:
  • maak eens kroketten door ze langwerpig te rollen
  • vervang de gekookte boekweit door een restje gekookte rijst, quinoa, of ander graan
  • vervang de paprikasaus gerust door een tomatensaus of kerriesaus
Meer inspiratie en variatie? Kijk naar mijn quinoa-kerriekroketten recept.

No-Waste





dinsdag 14 april 2020

Volkorenbrood met pitjes

Sommige skills -zoals brood bakken -  moet je je gewoon eigen maken.
Voor speciale gelegenheden of in tijden van crisis is het reuze handig om hierop terug te kunnen vallen.
Maar ik heb groot respect voor de echte thuisbakkers: elke dag je gezin voorzien van
 zelfgebakken brood..... dát doe ik ze niet na.
Toch was in de periode dat Nederland aan het hamsteren sloeg juist de bloem en het gist 
wekenlang uitverkocht in de supermarkten....

In deze periode van thuisonderwijs is het namelijk heel gezellig en handig om brood te bakken.
  1.  Ik heb genoeg eters tijdens de lunch: één brood gaat fluks in één keer op
  2.  Niets ruikt lekkerder in huis dan versgebakken brood. Dat deze geur niet in een spuitflesje gevangen is, komt alleen doordat mensen dan de hele dag door zó hongerig blijven ;)
  3. Brood kneden, laten rijzen, weer kneden, weer rijzen, bakken.... het gaat makkelijk tussen de bedrijven door als je toch thuis bent. Het is wat lastiger als ik eerst naar school moet en allerlei andere afspraken buiten de deur heb.

Dus: mijn zelfgebakken brood met pitjes! 
Onverwacht lukte mijn zelfgebakken brood ongelooflijk goed en viel het erg in de smaak. 
Maar vooral voor mezelf schrijf ik het recept hier neer.
Want..... ik googlede een paar recepten en bedacht om een combi te maken van twee  broodrecepten
 en hup..... ik begon. Je weet hoe dat gaat.
Vervolgens logt jongste dochter met haar schoolwerk in, precies bij de pagina met mijn recepten
en kan ikhet niet meer terugvinden.
Iets met juiste zoekwoorden enzo....
Dus toen moest ik verder op m'n gevoel. Laat dat me nu niet in de steek hebben gelaten!



Volkorenbrood met pitjes 

                     voor 1 brood

Ingrediënten:
  • 400 g tarwemeel volkoren
  • 150 g roggemeel
  • 25 g verse gist of 10 g gedroogde gist
  • 375 ml warm water
  • 25 g zachte roomboter
  • 5 g zeezout
            optioneel
  • 30 g lijnzaad 
  • 20 g sesamzaad
  • 20 g haverzemelen of tarwezemelen
  • 30 g zonnebloempitten en 20 g om te bestrooien

Hoe maak ik het klaar:
Allereerst: begin op tijd en neem de tijd!!
Wil het brood om 12 uur vers en warm uit de oven op tafel staan, dan is kwart voor 9 (begin schooltijd als alles normaal zou zijn) voor míj wel zo'n beetje de juiste starttijd!
Zorg dat de gist en de boter op kamertemperatuur zijn.
Roer met een klein deel van het water de verse gist los. Vermeng het meel met het zout in een kom. Maak een kuiltje in het midden en voeg het gistmengsel toe.
Gebruik je gedroogde gist, roer dit dan gewoon door het meel voordat je het water toevoegt.
Roer vanuit het midden en voeg dan in scheutjes langzaam het overige water toe.
Het deeg werd bij mij behoorlijk plakkerig. Nu mag brooddeeg niet droog zijn, maar ik moest wat extra meel toevoegen om het deeg weer van mijn handen af te krijgen. Je kunt op het laatst ook wat minder water toevoegen.
Roer de gesmolten roomboter door het deeg. Je kunt dit ook weglaten.
Begin met kneden. 
Doe dit minstens 10 minuten. Let er  op dat je voornamelijk trekt en duwt, zodat je het deeg oprekt, er lucht in komt en de gluten worden uitgerekt.
Zet het deeg op een warme plaats - een goed opgestookte houtkachel of een warme kas op 
het zuiden ;) is hiervoor ideaal - met een doek erover die met heet water is doordrenkt. 
Vocht is essentieel bij het bakken van brood.
Laat het deeg een uur tot 75 minuten rijzen.
Bij mij is het goed gerezen :)!

Vlnr: zonnebloempitjes, tarwezemelen, lijnzaad, sesamzaad.
Na deze eerste rijs voeg je de pitjes en zaadjes aan het deeg toe die je lekker vindt. 
Ik pakte gewoon wat ik in mijn voorraadkast vond. Sesamzaad vind ik vaak overheersend 
van smaak en niet zo lekker, dus nam ik daar wat minder van.
Kies naar eigen smaak of laat het helemaal weg.


Kneed opnieuw flink door en zorg dat de vulling goed verdeeld in het deeg zit. 
Kneed minstens vijf minuten en laat het voor de tweede keer rijzen. 
Deze rijs duurt zo'n 75 minuten.
Kneed het deeg nog een keer licht door en verdeel het in een broodblik als je een busbrood wilt, 
of vorm het brood rond of langwerpig op een bakblik, voor een vloerbrood.
 Ik verdeelde extra zonnebloempitten over de bovenkant en maakte 
een kruisvormige inkeping voor een mooi effect.
Laat het brood, met de natgemaakte theedoek nog een keer 15 minuten rijzen.
Warm ondertussen de oven voor op 225 graden.

Zet er een schaaltje of schotel in met water.
Is het brooddeeg in de vorm weer gerezen, bestrooi met een lepel bloem 
voor een rustiek effecten zet het snel in de hete oven.

 Bak het brood af in ongeveer 20 minuten.
Haal dan de schaal met water weg en bak nog 5 minuten.
By the way..... wat ben ik blij met mijn nieuwe oven!
 Klop op de bovenkant van het brood en voel of de korst hard is en het brood hol klinkt. 
Als het goed is, laat het brood vanzelf  los van de bakvorm. 
Laat het een klein beetje afkoelen.
Ik vind dit brood prima gelukt, maar mijn lieve thuisblijfkinderen vonden het niet eens lekker.
Vol ondeugd zei jongste dochter: het is niet lekker, maar echt verrukkelijk!!
Oftewel... mam, dit mag je vaker bakken!
Maar ik ga er niet elke dag aan beginnen, hoor.
Mij te veel werk en het is vervolgens binnen 20 minuten schoon op.

woensdag 8 april 2020

Azijn maken

Zelf azijn maken is een fluitje van een cent, je moet alleen wat geduld hebben.
Ik maak al jaren appelazijn  en dat is een erg leuk werkje voor in het najaar als ik onbespoten appeltjes heb van eigen oogst. Overal heb ik flessen appelazijn staan: in de keuken voor culinaire toepassingen, bij de wasmachine als wasverzachter en in de badkamer voor cosmetische en reinigende toepassingen.
Naast appelazijn (klik) gebruik ik ook andere azijn in de keuken, er zijn genoeg soorten.


Vandaag laat ik je zien hoe je makkelijk wijnazijn maakt. Eigenlijk is dit 
nog simpeler dan het maken van appelazijn.
Alles wat je nodig hebt, is wijn en geduld.

Toen ik aan het opruimen was, kwam ik een fles zelfgemaakte wijn tegen op zolder.
En met 'een fles' bedoel ik niet een tafelwijntje van 0,7 liter. 

Nee, in deze fles past 10 liter en dat zat er ook in.
Eerlijk gezegd had ik al lang wat moeten doen met deze wijn: meten en hevelen, 
maar ik heb 'm gewoon verwaarloosd. 
Het alcoholpercentage is niet zo hoog en de smaak..... ieuw: zuur!
Ik goot de helft door de wc-pot en riep mezelf toen een halt toe: deze wijn wordt azijn!!

Zelf wijn maken doen niet zoveel mensen, dus haak nu niet af wanneer je denkt: dat is niks voor mij.
Van elke wijn kun je azijn maken.
En een nieuwe, lekkere of dure wijn hoef je daar helemaal niet voor te kopen. 
Sterker nog: dat zou zonde zijn.
Als het met mijn wijn kan..... ;)


Wijnazijn maken

Benodigdheden:
  • rest(jes)  wijn
  • lege fles
  • stukje kaasdoek

Aan de slag:
Ik maakte rode wijnazijn waar je alle soorten wijn voor kunt gebruiken. Je kunt ook witte wijnazijn maken, daarvoor gebruik je alleen witte wijn. Probeer wijn te vinden met zo weinig mogelijk zwavel (neem biologisch), dat geeft een beter resultaat.
Neem een fles niet te dure wijn òf neem van meerdere flessen een restje wat nog over is.
Giet dit in een fles of pot. Dek af met een luchtdoorlatende doek, zoals kaasdoek. Zo kan er wel zuurstof in de fles komen, maar geen stof of fruitvliegjes.
Zet de fles op kamertemperatuur,  niet in de volle zon. Sommige menen dat de fles in het donker moet worden weggezet, maar dat hoeft niet.

De alcohol in de wijn wordt omgezet in zuur. De Franse scheikundige Louis Pasteur ontdekte de azijnzuurbacterie, die van nature in de lucht voorkomt. 
Wil je het proces sneller laten verlopen, dan kun je een scheut azijn in de fles schenken, maar dat is  niet nodig.
Ik heb de fles 4 weken laten staan, het kan ook langer.
Hoe lang het duurt voordat wijn azijn wordt is onder andere afhankelijk van de temperatuur en het alcoholpercentage.
Bij mij verscheen al vrij snel moer op de wijnazijn. Dit is een ander woord voor droesem, die je soms bij wijn onderin de fles ziet.


Het ziet er vies uit, maar eigenlijk is dit een laag azijnbacteriën.
Deze moer kun je bewaren en koesteren om steeds nieuwe azijn te blijven maken.
Je kunt ook azijnmoer kopen om er thuis mee aan de slag te gaan.
Iemand?? ;)

Je weet wanneer de azijn klaar is, als de inhoud van je fles ruikt naar azijn.
Zo simpel is het eigenlijk: je gebruikt je neus als graadmeter.

De moer eraf scheppen gaat moeilijk en de laag verdeelt zich door de fles.
Dus ik zeefde de wijnazijn door een dunne doek.






Een azijnvaatje met een tapkraantje aan de onderkant is dus niet voor niets uitgevonden ;).
Maar ik heb voor nu genoeg aan mijn drie flesjes wijnazijn.





Nog even en ik klop er de heerlijkste dressings of vinaigrettes mee.

Leuk.... zelf wijnazijn maken.
Heb jij het al eens gedaan?!