woensdag 17 augustus 2016

Vijgensmoothie



Ik denk dat het gewoon tijd is voor een lekkere smoothie! Met vijgen uit de tuin, 
van die heerlijke, overvloedig-vijgen-gevende boom van ons.

Deze had ik hier nog niet gedeeld.


Vijgensmoothie


Ingrediënten:
  • 500 ml versgeperst sinaasappelsap
  • 2 bevroren bananen
  • 6-8  verse vijgen

Hoe maak ik het klaar:
Maak de verse vijgen schoon: steeltje en schil eraf. De bevroren banaan in stukjes snijden. Alles in de blender of met de staafmixer pureren. Mjammie! Een heerlijk verse smoothie is het resultaat.
Romig en lekker zoet!
Op je gezondheid!






dinsdag 16 augustus 2016

Mijn moestuin (32)

Deze week voelde ik me relaxed in mijn tuin. Ik heb het gevoel dat ik het onkruid onder controle heb en dát voelt goed! Na de noeste arbeid van vorige week en die mooi zwarte stukken in de tuin (van worteldoek op sommige plekken)  mag dat ook wel. Nu kan ik me tenminste bezighouden met onkruidbeheersing, want het beheerst mij niet langer. Of duurder gezegd: ik houd me bezig met gewasmanagement ;)

Deze week heb ik groenbemester gezaaid, op het lege deel van de tuin waar mijn aardappels stonden.
Daar ga ik iets meer over vertellen. .....

Groenbemester

De meeste gewassen in de moestuin worden gezaaid om van te oogsten. Groenbemesters zijn er niet voor de oogst, maar om voedingsstoffen in de grond te brengen en te houden. Veel groenbemesters zijn met fijne, kleurrijke bloemen een lust voor het oog en trekken bijen en andere insecten aan. (Volgend jaar dubbel goed!) Voer voor bijen is goed en leuk, maar het belangrijkste werk doen de groenbemesters ondergronds. Groenbemesting biedt de grond echt een boost, naast compost en een heel klein beetje dierlijke mest. Perfect voor een biologische tuinder! Belangrijk is dat groenbemesters de grond voor braakliggen behoeden. Zwarte, braakliggende grond is een onnatuurlijke situatie. Op braakliggende grond komt altijd onkruid, groenbemester behoedt de grond voor welige onkruidgroei. En elk gewas bewaart de grond tegen uitspoelen. Ik heb een mengsel van diverse zaden gebruikt, maar weet eigenlijk niet precies wat er nu allemaal gaat groeien en bloeien. Surprise!! In ieder geval is het snelgroeiend, want mijn grond is niet lang zwart, er ligt nu al een groen waas over de grond. De losgeschoffelde onkruidplantjes kan ik er gelukkig nog tussenuit pakken. Elke groenbemester heeft zo z'n eigen werking, sommigen zijn geschikt speciaal voor kleigrond, anderen om meer stikstof in de bodem te brengen, weer een andere is bedoeld om de grond goed los te maken, doordat het gewas diepe penwortels heeft. In ieder geval als het gewas is uitgebloeid en uitgegroeid, laat ik het liggen en werk het onder de grond. Zo zorgt het voor bemesting.  Daarnaast moet je rekening houden met wisselteelt, maar daarover een andere keer meer. Ik ben er ook nog niet erg ervaren in, maar als je nieuwe dingen onderneemt, leer je vanzelf weer een heleboel bij.

Oogsten

Ik kan het niet laten, maar naast het wieden en zaaien, heb ik natuurlijk weer volop geoogst.
Kijk je even mee?























Waar in mijn ene kas de exotische kouseband groeit (móói, hè?!), zit mijn andere kas overvol komkommers. Tenminste, het lijkt overvol, omdat de komkommer een plant is die veel zijscheuten vormt, met daaraan weer lange, wildgroeiende takken. Het is een wir war en af en toe zie ik komkommers hangen waarbij ik niet weet van welke plant ze nu zijn. Dat doet er ook niet altijd toe, maar het geeft aan dat het echt kruip-door-sluip-door in mijn kas is.
Maar ik heb al heel wat komkommers geoogst. In een cool soepjes smaken ze lekker, ik geef ze weg aan de buren en binnenkort ga ik ze ook maar in zoetzuur inmaken..... Zeker omdat mijn augurkenplanten het helemaal niet goed doen.....


Ook de wortels groeien ondergronds hard. Ik veeg bovenaan een beetje aarde weg en wat een verrassing: zulke dikke, oranje bovenkanten al te zien. Dat belooft een heerlijk maal zomerworteltjes, komende week.

De aardperen horen bij deze wildgroeiende stengels. De stengels zijn zo dik en zwaar dat ze voorover vallen en op mijn andere planten liggen. Dat is niet de bedoeling en met een paal en wat stokken, blijven ze nu weer redelijk rechtop staan. Er is één tak gebroken, vandaar het verdorde blad. Is niet erg, want het gaat bij de aardperen om de knollen die onder de grond groeien. Deze oogst ik pas in de winter, dus ze mogen nog even doorgroeien. Begin september komen er nog gezellige, kleine, gele bloemen in: familie van de zonnebloem!

 Fruit oogst ik ook volop. Frambozenplanten had ik allemaal gekregen en heb ik in allerlei verschillende vormen en maten. Maar de maat van deze vruchten, spreekt me wel aan. De smaak ook trouwens! Mjum!                     Voordat ik trouwens kan bedenken wat ik ermee ga doen (jam maken, taart bakken, uh..) zijn ze al op. Ik heb de kinderen geleerd dat ze niet alleen gezond, maar ook geneeskrachtig zijn en ze vinden het geen straf om ze te eten. En het werkt vast ook preventief!
En natuurlijk oogst ik vijgen!
Deze week deel ik nog een recept voor een verse vijgentaart. Komt eraan!
De oogst komt nu goed op gang..... wat ga ik er nog meer allemaal mee doen en van maken?

Mijn 'oude' oogst van uien en sjalotten. Inmiddels zijn ze voldoende gedroogd.
Ik had dit klusje 'ophangen om te drogen' uitbesteedt aan mijn zoon en helaas hingen er nu wat zachte, rotte exemplaren tussen. Of ze zo opgehangen zijn (en elkaar besmet hebben) of later zijn gaan rotten(?), kan ik nu niet meer achterhalen.
In ieder geval mogen ze nu in een opbergmand en dan stapel ik ze zó weg. Een toren met aardappelen en uien in de schuur. Mijn oude aardappelmand heb ik weggegooid, sommige aardappels waren daarin toch gaan rotten en dát is zonde! Hopelijk blijven ze nu lang goed!

Aan de hand van foto's ga ik verder.....

Tomaten


 
  De tomaten groeien heel hard, tenminste de plant zelf en hier zie je een voorbeeld (het lichtgroene blad) van een vrij grote dief. In een bladoksel vormt zich een nieuwe tak, compleet met stengel, zijbladeren en een top. Verwijderen! Ben je niet op tijd met verwijderen, dan vormt een dief op een gegeven moment ook weer een dief en die dief krijgt weer een dief, enzovoort. Dan wordt het geheel een wildbossige plant. De energie steekt de plant in de nieuwe stengelgroei en niet in de maak en rijping van tomaten.
Naast de okseldieven, groeien de tomatenplanten nu zo hard, dat ook vanuit een tros de plant door kan groeien en een tak vormt of zijtakken gaat maken. Het is allemaal woekergroei van de plant en het gaat ten koste van de vruchten. Ik heb her en der wat planten staan: in mijn beide kassen, buiten in de moestuin, op het balkon. Elke week moet ik ze goed nalopen op dieven.
Ook de onderste bladeren mogen nu verwijderd worden. Vaak krijgen ze al bruine vlekken of randen. In verband met de fotosynthese: verwijder niet meer dan drie bladeren per dag.
Wist je trouwens dat tomatenplanten zo hard groeien dat, als ze de ruimte krijgen en opgebonden zijn, wel 18 meter hoog kunnen worden? Dat gebeurt natuurlijk nergens, want je kunt op die hoogte geen tomaten meer plukken. Bij mij groeit de tomaat tegen het dak aan en moet ik hem gewoon toppen. Ook dat komt de tomaten ten goede.
  En wat zijn ze lekker! Die zoete, rode vleestomaten!
Hoewel ik in de winkel altijd biologische tomaten koop, valt de vergelijking voor mijn eigen tomaten zeer gunstig uit.
Heerlijk, die tomaten! En daar doe ik al het werk voor, natuurlijk!
Wil je meer lezen over tomaten, dieven en de uitgebreide verzorging van de tomatenplant, kijk dan eens op de blog van Diana's mooie moestuin. Heel leerzaam en alles wordt in kleine, duidelijke stapjes uitgelegd.

Naast veel oogst, zijn er ook wat mislukkingen.
Jammer zèg! Van mijn zes pompoenplanten heb ik er al drie uit de grond gehaald. De bladeren zijn volledig uitgedroogd en de stengel verdord. Bij de augurken is dit hetzelfde verhaal.
Onder de grond zie je dit:

De linkerstengel heeft minder wortelkluit en net onder de overgang van groen naar bruin, zie je een soort knik. Daar is de stengel, ondergronds dus, kapot. Met maar een paar vezels zit het nog aan elkaar, maar het is te weinig voor de sapstroom van de plant. De plant rechts heeft een grotere wortelkluit en daar is de stengel niet aangetast.
Het lijkt niet direct in de richting van slakken te wijzen, maar dat kan het wel zijn. Door de extreme vochtigheid dit voorjaar en deze zomer, zijn er gewoon teveel slakken. Maar het kan ook een woelmuis geweest zijn...... er staat geen naambordje bij :(
Ik heb twee kleine augurkjes geoogst en twee piepkleine pompoenen. Zelfs bijna te klein om voor de sier neer te zetten....... Je ziet ze zo over het hoofd.
Jammer, want ik ben dól op pompoen!
De stengels die je hier ziet, zijn voor mij een beetje raadselachtig.
Ik heb op deze rij schorseneren gezaaid, maar ik heb geen flauw idee hoe deze plant groeit.
Is dit gewoon onkruid, of zijn dit de bladeren van de schorseneer?
Natuurlijk heb ik wel zo een vermoeden. Wat ik tijdens het wieden gewoon heb gedaan,
is al het mij bekende onkruid weggehaald en dit herkende ik niet als onkruid, dus heb ik dit laten staan. Ja, volgens mij is dit het.......
Ben zó benieuwd. Want naast het niet herkennen van het blad heb ik in mijn hele leven nog nooit schorseneren gegeten..........

Deze plant heb ik eruit getrokken!
Wie herkent dit?
Het is een aubergine. Voor het derde achtereenvolgende jaar heb ik aubergine gezaaid.
De plant groeit geweldig: krijgt een dikke stengel, grote, stevige bladeren en mooi paarse bloempjes. Echter, dan houdt het op. Uit die bloempjes groeit geen aubergine.
Waarom niet? Ik heb geen idee.
Ik heb in februari al voorgezaaid en dat is goed.
Aubergine is een tropische plant en moet heel warm staan.
Het is een zogenaamde zelfbestuiver (misschien moest ik tegen de plant tikken?!)
maar blijkbaar willen ze niet bij mij. Deze plant zat ook nog eens onder de luis.......
Jammer, hoor! Maar ja, dan kan hij beter eruit, in plaats van ruimte en zonlicht innemen van de andere planten.
Aubergine combineert heerlijk met bloemkool of courgette. Ik heb nog een plant in de andere kas staan. Laat ik daar nog even geduldig mee zijn......

En volgende week is er weer een week!

maandag 15 augustus 2016

Coole komkommersoep

Dik of dun, krom of recht, groot of klein, groen en geel: ze mogen allemaal in mijn soep!! Dit recept voor coole komkommersoep is al jaren een favoriet van me.
Dit jaar maak ik 'm van mijn eigen overvloedige oogst, want het is nú komkommertijd!
Met zo'n acht (of zijn het er meer?) planten, oogst ik meer dan genoeg!
Heb je geen komkommers in een kas? In deze tijd zijn ze in de winkel ook niet duur. Koop er gerust een paar extra om deze lekkere soep eens te proberen!

Ik deel het recept! Genoeg voor 8 personen.






Coole komkommersoep


Ingrediënten:
  • 3 grote komkommers
  • 3 sjalotjes
  • 3 middelgrote aardappels
  • 50 g boter
  • 1,5 l groentebouillon
  • 1/2 tl kruidenzout
  • 1/2 tl dragon
  • 1/2 tl dille
  • 1,5 dl sojaroom
  • evt. vers gemalen peper
Hoe maak ik het klaar:
Was de komkommers, schil ze als ze niet biologisch zijn, en snijd ze in dunne plakken. Houd een paar plakjes achter voor de garnering.
Snijd de sjalotjes in ringetjes. En houd ook hier een paar ringetjes achter voor de garnering. Maak de aardappels schoon en snijd ze in kleine blokjes.
Laat de boter in een grote (soep)pan smelten. Wil je volledig vegan? Vervang dan de boter door zonnebloemolie. Voeg de sjalotjes toe en fruit ze op laag vuur tot ze glazig zien. Laat ze vooral niet bruin worden! Voeg de komkommer en de aardappelblokjes toe. Heerlijk, ook de aardappels en de sjalotjes zijn uit eigen tuin! Fruit ze, al omscheppend, mee. Voeg de bouillon, de kruiden en het kruidenzout toe en breng aan de kook. Laat het met de deksel op de pan zo'n tien tot vijftien minuten zacht doorkoken. Laat de soep afkoelen, pureer hem met een staafmixer. 

Klop er de sojaroom doorheen, voeg versgemalen peper naar smaak toe. Verwarm de soep niet meer.
Zet de soep een paar uur in de koelkast en serveer cool!








Garneer met de sjalotringetjes, de plakjes komkommer en eventueel een blaadje munt.





Op een warme, zonnige dag een lekker soepje bij de lunch of voor het diner of de bbq...... dat gaat er wel in, toch?! 

Eet smakelijk!

zondag 14 augustus 2016

De aardappeltwister

Je kent ze vast wel, die kraampjes waar ze de aardappeltwister verkopen! Vaak in pretparken of op een braderie en dan betaal je daar voor zo'n verdraaide (niet biologische) aardappel  aan een stokje, gerust  twee tot drie euro vijftig.   Ja, ja!
We zijn er ook een paar keer voor gezwicht....... het is lekker!  En het ziet er super uit!  Maar ja.... voor twee euro vijftig heb je wel twee kilo biologische aardappelen!!

Zelf maken kan ook!
Het is misschien niet super gezond, want de aardappels worden wel gefrituurd, maar het is erg feestelijk, gezellig en zeker een goed idee met een aardappeloogst van zo'n 70 kilo ;)!!

Goedkoop is duurkoop, dus na een plastic gevalletje van 3 euro te hebben geprobeerd, wat ook precies 3 aardappels meeging, gingen we voor het betere werk.

Een stevig, metalen apparaat om de aardappel (en wel ja, gebruik gerust eens wortel of een andere groente) erdoor te draaien.

Nu ben ik niet zo van het aanschaffen van nieuwe apparaten, het neemt allemaal maar plek in, in mijn keuken- of kelderkast. Maar hiervoor maakte ik graag een uitzondering.
Ik kocht hem bij 'horecaworld' voor bijna dertig euro. Klinkt best duur, maar als je met z'n zessen twee keer een aardappeltwister bij een kraampje koopt, ben je dit bedrag al kwijt! En de volgende keer als we langs zo'n kraampje lopen, zeggen we gewoon: "thuis krijg je 'm, de aardappeltwister!"


Hoe maak je een aardappeltwister?!

Neem een middelgrote, biologische aardappel en was deze goed: de schil blijft er aan zitten!


Plaats de aardappel tussen de twee zijkanten en draai de metalen, bijgeleverde spies in de aardappel.
Draai vervolgens, zonder te stoppen, aan het metalen handvat.

De aardappel draait spiraalsgewijs uit het apparaat op de metalen spies.

Zet hem over op een lange, houten satésprikker.
Trek de aardappel nu voorzichtig uit elkaar, zodat die evenwijdig over het satéstokje verdeeld wordt.
Als het goed is heb je nu een spiraalvormige sliert aardappelschijfjes die van begin tot eind nog aan elkaar zitten.  Buig de twee uiteinden om de puntjes van de satéprikker heen, zodat de aardappel niet van het stokje glijdt.

Nu kun je twee dingen doen: in de frituurpan voor vier minuten.
Voor een heerlijk, knapperige twister.
Of kies voor de gezondere variant (en iets minder knapperig), leg de twister op een bakplaat, in een voorverwarmde oven van 160 graden en bak hem in ongeveer 25 minuten bruin.
Als de aardappeltwister knapperig gebakken is, verdeel er dan een kruiden-zoutmengsel overheen.
De simpelste (en erg lekkere) variant is: versgemalen zeezout en paprikapoeder.
Maar naar eigen smaak kies je ook eens voor knoflookpoeder, een kruidenzoutmengsel, kaaspoeder met kruiden, kerriepoeder............

Van de week at ik deze aardappeltwister bij de avondmaaltijd.
Die begon met een lekker, pittig groen soepje en een sneetje ciabatta met roomboter.
Daarna een paar grote punten snijbietomelet met kaas en daarbij twee aardappeltwister voor elk.
Wat smulden de kinderen, zeg!

Natuurlijk hapt het altijd heerlijk weg!
Zo'n lekkere vakantiesnack!



vrijdag 12 augustus 2016

Wijn maken, slot



PROOST!  Eindelijk heb ik mijn eerste wijn gebotteld en natuurlijk gedronken. Het is, zeker voor een eerste keer, een lekkere rosé geworden!





En geloof me of niet....... de smaak wordt, na de eerste slok, steeds lekkerder ;)


Ja, eindelijk had ik genoeg moed verzameld voor de laatste fase in mijn wijnmaakproces: het bottelen!
Dit had ook al twee of drie maanden eerder kunnen plaatsvinden,  maar ach...... wijn moet rijpen.......

Gisten

En de wijn is aan het rijpen gegaan, beter gezegd aan het gisten, zelfs!! Ik had eind april nog suiker(stroop) toegevoegd. En deze toegevoegde suiker, zorgde voor de gisting.  Als de wijn gist, betekent dit dat de suiker wordt omgezet in alcohol, waardoor het alchoholpercentage omhoog gaat. Dit percentage was nog te laag, dus dit was ook precies mijn bedoeling. De grote gistingsfles van tien liter,  stond bij me  op de slaapkamer en soms hoorde ik achter elkaar de kleine, gezellige 'blopjes': luchtbelletjes die omhoog schoten. En ik zag de wijn schuimen......


Ondanks de geruststellende 'blopjes' uit mijn wijnfles, schoten er op een avond, liggend in bed, toch wat angstige gedachten door mijn hoofd. "Er zijn genoeg wijnmakers in Nederland, maar waarom is er zo weinig informatie te vinden over het wijnmaak proces? Waarom vind ik zo weinig bloggers of artikelen op internet? Misschien..... omdat wijn maken helemaal niet mag! Ik ben illegaal bezig, maar vertel het via mijn blog aan de hele wereld......"
Deze gedachtes kwamen op, omdat ik niet zoveel informatie op mijn vragen kon vinden èn omdat ik in het boekje over wijn maken ergens had gelezen dat zelf wijn vervaardigen verboden is, omdat de accijns dan ontdoken wordt. Eén en één is twee en 's nachts wordt alles erger!
Ach, de volgende ochtend eens goed nagekeken en wat blijkt..... dit is echt verouderde informatie! Mijn boekje komt uit 1983; deze wet op het verbod van wijn maken heeft zeker bestaan, maar dat is verleden tijd.  Natuurlijk mag je wijn maken voor eigen gebruik! Of een flesje cadeau geven..... of een high wine organiseren.....

Even terug naar de wijn, wanneer is mijn wijn uitgegist?
Eigenlijk was ik, door het toevoegen van de suiker, een paar stappen teruggegaan in het wijnmaakproces.  Simpel, als het gisten stopt, zijn de geluidjes niet meer hoorbaar en het vocht in het waterslot staat gelijk.
Omdat mijn fles overvol zat, kwam er geregeld wat wijn omhoog in het waterslot.
Dat is niet erg. Ik had misschien alleen nog een keer de hele fles moeten overhevelen in een andere fles. Doordat het geheel zo lang duurt, weet ik niet meer precies hoe vaak ik nu heb overgeheveld. Het is nooit erg om een keer extra te doen.

Reinigen

Nu hevel ik de wijn gewoon over in de flessen, de eindelijk schoongemaakte flessen.
Natuurlijk koop ik geen flessen, als je ze ook zelf kunt verzamelen en hergebruiken.....

Begin juli was ik eindelijk zover dat mijn flessen niet alleen van buiten, maar ook van binnen schoon waren. Aan de buitenkant heb ik de etiketten plus lijmresten eraf geweekt en de schroefrand eraf gehaald. Om de binnenkant zuiver te krijgen heb ik ze drie keer behandeld: een keer uitgekookt in sodawater, (zoals ik mijn jampotjes en sapflessen zuiver), een keer omgespoeld met kokend water en een keer omgespoeld met water waaraan ik sulfiet had toegevoegd. Ik loste 1 theelepel sulfietpoeder op in één liter water. Dit is genoeg voor het reinigen. Het is dubbelop, maar laat ik maar voorzichtig zijn.

Sulfiet

Indirect komt de wijn in aanraking met sulfiet, maar ik heb bewust geen sulfiet aan de wijn toegevoegd. Op het potje sulfiet staan waarschuwingen omdat het irriterend is en gevaar oplevert voor ernstig oogletsel. Wat mijn eigen ervaring is? Ik dronk een keer zelfgemaakte, Nederlandse, sulfietvrije wijn en dat was niet alleen lekker tijdens het drinken, maar ook daarna. Niks hoofdpijn of een duf gevoel. Het is echt al jaren en jaren geleden, maar wat wás dat lekker!

Ik ben al langer op zoek naar sulfietvrije wijn en heb er het volgende over gevonden.
In wijn is altijd van nature sulfiet aanwezig, dit ontstaat tijdens het natuurlijke gistingsproces. Het gaat dan om een zeer lage aanwezige hoeveelheid. Een wijn zonder sulfiet bestaat dus niet. Met sulfiet vrije wijn worden wijnen bedoeld waar geen sulfiet door de wijnmaker is toegevoegd. EU regelgeving bepaalt hoeveel sulfiet is toegestaan; de normen voor biologische wijn zijn veel lager dan voor reguliere wijn. In feite zijn er dus drie soorten te benoemen: reguliere wijn met een door de EU toegestane hoeveelheid sulfiet, biologische of biologisch-dynamische wijn met een alleen voor biologische wijnen toegestane hoeveelheid sulfiet en sulfiet vrije/arme wijnen.

De laatste jaren is het aantal sulfiet vrije wijnen sterk gegroeid. Daarnaast is de kwaliteit ook sterk verbeterd. Sulfiet wordt gebruikt om de in wijn aanwezige bacteriën te doden en om de gisting te stoppen. De kennis en technieken van sulfiet vrije wijnproductie zijn sterk verbeterd en een aantal wijnboeren is in staat om sulfiet vrije wijn te produceren. Dit proef je nauwelijks! Maar je merkt het wel..... :)
Alleen moet je sulfietvrije wijnen, eenmaal geopend, altijd koel bewaren, ook de rode wijn!
Ik geloof dat ik er ook min of meer in geslaagd ben een sulfietvrije wijn te produceren.....
Dat is mooi, toch?!

Alchoholpercentage

Ik heb de wijn voorgeproefd en hij smaakt een stuk beter dan de vorige keer! Absoluut niet te zoet, ik had er misschien nog wat meer suiker bij kunnen voegen, maar het is een goed te drinken wijn geworden.


Het meten van het alcoholpercentage heb ik nog eens gedaan, met de vinometer. Ik kom uit op ongeveer 10%. Dan is door het suiker toevoegen en het gisten het aloholpercentage toch nog met 2% omhoog gegaan. Dat is een mooi percentage voor een lichte rosé! En door het ontbreken van sulfiet, zal het géén hoofdpijnwijntje zijn!!
De kleur is licht en daarom doop ik mijn wijn tot een rosé wijn!

Rosé wijn

Wanneer is wijn nu een rosé wijn en hoe maak je dat?
De roze kleur van een rosé heeft dezelfde herkomst als de rode kleur van rode wijn: de schillen van blauwe druiven. Voor bijna alle blauwe druiven geldt dat zij kleurloos vruchtvlees hebben en daarmee dus wit sap. De kleur zit puur in de schil van de druiven. Door blauwe druiven te kneuzen (stuk te maken) en/of te persen komt het witte sap in contact met de gekleurde schillen. Hierbij neemt het sap langzaamaan de kleurstoffen uit de schillen op en kleurt het sap rood. Hoe meer contact het sap met de schillen heeft, hoe roder het sap wordt. Van blauwe druiven kun je in principe dus zowel witte wijn als rosé als rode wijn maken.
 Je kunt op verschillende manieren deze lichtere rode kleur krijgen (datgene wat ik toevallig heb verkregen, dus!) Een paar manieren om rosé te verkrijgen zijn:
  • korte inweking, ook wel ‘saignée’ genoemd
  • directe persing
  • witte en rode druiven mengen
Het mengen van rode en witte wijn om rosé te verkrijgen is echt not done! Dat mág en gebeurt niet! Alleen de Rosé Champagne is een uitzondering op die regel.

Benodigdheden

Voor het bottelen van wijn heb je verschillende dingen nodig. Ik gebruikte in deze laatste fase:
  • Flessen (hergebruikt en schoongemaakt)
  • Sulfiet  (als reinigingsmiddel)
  • Kurken, nieuw en schoon
  • Een kurkapparaat om de kurken in de fles te krijgen.
  • Thermocapsules of krimpfolie
  • Föhn of capsuleerapparaat
  • Etiketten
  • Wijnrek (had ik net weggedaan....)

Ik voel me erg verwend. Ik heb zóveel wijnmaakspullen gekregen. Voor deze laatste fase heb ik niks  hoeven kopen, op het wijnrek na. Een nog ongeopende plastic zak, met daarin samengeperste natuurkurken zat er bij. Een heleboel thermocapsules voor wijn en wel drie soorten etiketten. Super, zèg! Anders had ik alles bij de 'brouwmarkt' kunnen kopen, maar wijn maken is nog best een dure hobby..... En zeker natuurkurken zijn behoorlijk duur.

Kurk op de wijn

Tegenwoordig worden steeds meer wijnen verkocht met een gewone schroefdop. Dit is makkelijker voor zowel de bottelaar als de klant. Maar ik kies voor echte kurken, misschien ouderwets, maar voor mij wel echter!
In de 17e eeuw werd de wijn voor het eerst afgesloten met een kurk, daarvoor met een houten of glazen stop. Hout en glas sloot echter niet zo goed als kurk vandaar de overstap naar kurk.
En de kurk, die al honderden jaren goed functioneert is natuurlijk niet ineens slecht of verouderd door de invoering van de schroefdop.

De kurk is er in vele kwaliteiten. Kurk is een natuurproduct en wordt gewonnen uit de schors van een kurkeik. De kurkschors wordt van de bast van de kurkeik gesneden en groeit weer aan. Uit de dikke schorslagen worden de kurken gestoken. De resten worden gemalen tot snippers en daarvan worden de geperste wijnkurken gemaakt. Nadeel van een echte kurk is dat er een schimmel of bacterie in zit. Dit zijn de veroorzakers van trichlooranisol (TCA) en dat doet de wijn bederven (de wijn heeft kurk).

Een wijnfles heeft een opening van 18 mm en daarin moet een kurk worden gestopt die het gat goed afsluit en geen lucht doorlaat. Hiervoor worden kurken gebruikt van 24 mm, deze worden eerst samengeperst en daarna in de fles gedrukt. De zijwaartse druk van de kurk op de fles zorgt ervoor dat de opening goed is afgesloten en er geen lucht bij de wijn en geen wijn uit de fles kan stromen. Een fles geschikt voor een schroefdrop is vaak dunner bij de opening dan een fles geschikt voor een kurk. Je hebt verschillende soorten kurken, maar ik doe het met wat ik heb gekregen.
Een samengeperste kurk van 24 mm doorsnede.

De dag voordat ik de wijn wil gaan bottelen, zet ik de kurken te weken. In een kom met gekookt water met een lepeltje sulfietpoeder.


Het bottelen

Het moment van het overhevelen van de 10liter fles in de wijnflessen is hét bottelen!!
De beloning op mijn noeste arbeid, de kroon op het geduldig wachten!
Ik had een klein filmpje gemaakt, maar dat lukt me niet om hier te plaatsen.
Dus beschrijf ik het hier.

Ik zorg dat de gistfles hoger staat dan de te vullen flessen. Als daarvoor de gistfles moet worden verplaatst wacht dan minstens 24 uur zodat eventueel opgeschud sediment weer kan zakken naar de bodem. Vanuit een 10literfles verwacht ik zo'n 15 flessen van 0.7 l te kunnen vullen. Maar het ligt aan de hoeveelheid droesem op de bodem. Ik verwijder voorzichtig het waterslot en doe de hevelslang in de gistfles tot ongeveer halverwege.
Ik zuig nu de wijn aan en heb gelukkig hulp gekregen van mijn lief en mijn zoon. Alleen kom je wat handen te kort. Ik heb al wat geproefd, maar laat het eerste beetje nog in een glas lopen (voor tussentijdse kwaliteitscontrole). 
 Ik laat nu de flessen één voor één vollopen tot ongeveer 3 cm tot onder het punt wat de onderkant van de kurk zal worden.
Yes! Ik heb veertien flessen vol! Veertien!!

Als alle flessen gevuld zijn, moeten de kurken geplaatst.

Ik heb een eenvoudig, plastic kurkapparaat. Vanaf boven gaat daar de kurk in.


Daarna komt het leukste gedeelte, volgens mijn zoon. Met een hamer de kurk door het apparaat heen slaan, de fles in. Dat ging verbazend makkelijk.... ;)


De kurk mag niet meer boven de fles uitsteken.

De flessen moeten nu 24 uur rechtop blijven staan.
Over de kurken moet nog krimpfolie, maar hoe dat gaat.......
Ik ging eerst op vakantie.

Vakantie

En hoe toepasselijk (niet speciaal daarvoor uitgezocht!): we zaten op een wijnberg!! In het gebied langs de Saar, een zijrivier van de Moezel in Duitsland. De berg had aan de zuidzijde alleen maar wijngaarden, prachtig strak aangeplant op de schuine helling.



Het was mogelijk om overal doorheen te lopen en de planten echt van dichtbij te bekijken.

Heel dichtbij!

Mooi hè?! Zo is mijn wijn ook begonnen.
Dit zijn witte druiven, maar het is nog lang niet de tijd om druiven te oogsten. Oktober staat bekend als de 'wijnmaand', hoewel in september de oogst start.


Mooi om zo dwars erdoor heen te wandelen, de hele berg af, òf op. (298 treden hier bij deze trap!!)
Het is een helling van zo'n 30 tot zelfs 65%.
Later zag ik elders ook kleine, smalle tractors rijden, dwars tussen de rijen door.
Deze wijngaard op de Warsberg is wel 26 ha groot en volgens interne bronnen werd er zelfs in de Middeleeuwen al wijn gemaakt op deze plek. Het unieke is dat de skeletrijke bodem weinig water opneemt, waardoor de druif heel diep moet wortelen. Deze wortels nemen niet alleen water en voedingsstoffen op, maar ook veel mineralen. De druiven zijn laatrijp en groeien lang door. Dit alles zorgt voor een  fruitige, mineraalachtige en fijne smaak van deze gerenommeerde wijn!

Natuurlijk...... het begint allemaal bij de voedingsbodem en de druif......
Daar heb ik me verder nog helemaal niet in verdiept, omdat ik de druiven voor mijn wijn, heb gekregen van mijn tuinbuurman. Druiven die gewoon van Nederlandse (klei)grond komen.
Zo kon ik op vakantie niet alleen uitrusten en klimmen, maar ook weer bijleren!

Krimpfolie of thermocapsule

Thuisgekomen ging ik verder waar ik gebleven was. Mijn veertien(!) flessen stonden, net gebotteld, nog allemaal op de aanrecht.
Uit één fles was de kurk ontsnapt, vraag niet hoe. En hij zat vol met fruitvliegjes, die zich al dagen tegoed deden aan mijn wijn. Nu ja, dat is dus wijnazijn geworden.

Een echte wijnfles beschikt over een krimpcapsule. Deze dient om de kurkmot te belemmeren bij de kurk te komen. Krimpcapsules zijn er in diverse kleuren en soorten en zijn verkrijgbaar in diverse webshops.  Ik had mooie donkerrode en goudkleurige gekregen.
Plaats de krimpcapsules op de flessen en nu is het zaak om het folie door warmte te laten krimpen.

Ik gebruikte hiervoor een föhn.


Op de warme stand rustig de fles ronddraaien en ondertussen de folie met je vingers gladstrijken. Ook weer zo'n leuk werkje!
Het krimpfolie kwam niet elke keer mooi en gelijkmatig om de fles heen. Later las ik dat je de fles ook ondersteboven in een pannetje kokend water kunt houden. Houd de krimpfolie tegen met een lepel en laat binnen een paar seconden de thermocapsule zich om de fles heen sluiten.
Maar het zit.......


Natuurlijk  moet ik na deze fase, als de wijn lekker gekoeld is, alvast even proberen een fles te openen!
Ja, hoor! Het werkt: krimpfolie eraf halen, kurkentrekker gebruiken (dat is lang geleden......) en dan vooral jong drinken, want dat moet met een frisse rosé!

Etiketten

Nu als laatste stap: de etiketten!!
Op vakantie heb ik extra gelet op mooie etiketten, maar op dit moment vind ik het een beetje te veel werk om zelf etiketten te ontwerpen en maken. Ik heb namelijk gewoon etiketten gekregen.


Welke zal ik kiezen? De één is nog oubolliger dan de ander......
Maar, oubollig kan weer helemaal in worden.  Het ligt er maar aan hoe je het brengt!

Wijnetiketten bestaan al enorm lang. Een Babylonisch cirkelvormige zegel van 6000 jaar oud is het oudste wijnetiket dat ooit is gevonden. Dit werd gebruikt om een amfora, kruik met wijn, te labelen.


Mijn wijnetiket wordt deze:
 
Er zijn allemaal wettelijke bepalingen van wat er op een wijnetiket moet staan.
Daar hoef ik me natuurlijk niet aan te houden. Bovendien ga ik geen gebruik maken van een rugetiket.

Ik leg wat creatieve spullen klaar en probeer wat uit.......

Met tekst, kleur en materiaal......

Het wordt:
Rosé
tijd voor tamar
Het botteljaar (en drinkjaar) is 2016.
Eigenlijk moet dat het jaar 2015 zijn, het jaar van de druiven.....
En wat doet die palmboom in de hoek?
Mijn naam, Tamar, betekent palmboom........ vandaar!

Een leuke tip las ik op internet.
Gebruik melk om de etiketten vast te plakken aan de fles.
Het grote voordeel is niet alleen dat het goedkoop is, maar er straks ook weer gemakkelijk van afgaat. Voor als ik de flessen wil hergebruiken.

Dit was dan ècht de laatste stap in mijn wijnmaakavontuur!

Nu moeten de flessen liggen, zodat de kurk vochtig blijft.

Ik hoef me voor deze wijn niet te schamen.......
En geef er gelijk één cadeau aan mijn tuinbuurman, van wie ik de druiven kreeg.
En een fles voor........

Ondanks tegenslagen was het leuk om wijn te leren maken.
Ik heb er veel van geleerd.
En ik ben trots op mijn mooie gevulde flessen wijn.

Natuurlijk zorg ik dat er elke keer een fles koel ligt, klaar om ingeschonken te worden.
 

Want een rosé drink je jong en cool!
Op de mooie (na)zomerdagen die eraan komen!
Proost!!