woensdag 10 mei 2023

Rhubarb curd

Wat zijn er veel rabarberlovers en wat kreeg ik leuke reacties op de schuimomelet
 met rabarber vorige keer (klik). Nú is het de tijd om volop te genieten van deze 
 voorjaarsgroente. En hoewel het een echte groente is, verwerken we 'm graag
 in zoete gerechten, zodat sommige mensen de rabarber bij het fruit indelen. 
Maakt ook niet zoveel uit, als je er maar van kunt genieten. 
En dat kan helemaal met het volgende verrassende recept: rabarber curd. 
Waarschijnlijk heb je wel eens gehoord en geproefd van lemon curd.
Een curd wordt meestal gemaakt van citrusvruchten en komt oorspronkelijk uit Engeland. 
Daar wordt een curd vaak geserveerd bij een afternoon tea als alternatief voor jam.
Een dot curd  bij scones en als topping op kleine cakejes. Ook wordt het bij toast gegeven.
Ik vond een lekker recept voor rabarberbars bij Francesca en maakte vooraf een curd: 
rhubarb curd!! Natuurlijk met rabarber uit eigen tuin!
Het is een wat ingewikkeld recept waar je - zeker als je het niet eerder 
gedaan hebt - de tijd voor moet nemen. Maar  lekker is deze curd zeker!!!



Rhubarb curd

   voor 2 à 3 potten van 350 g

Ingrediënten:

    voor de rabarbercompote
  • 450 g rabarber
  • 2 el rietsuiker
  • 3 el druivensap of water
       voor de curd
  • 3 eieren
  • 1 bio citroen
  • 125 g bio roomboter
  • 200 g rietsuiker


Hoe maak ik het klaar:
Maak eerst de rabarbercompote, dit kun je van tevoren doen.
Was de rabarberstengels en snijd ze in blokjes. 
Doe het druivensap of water in de pan, voeg de rabarberstukjes toe en de suiker. 
Breng aan de kook met het deksel op de pan. Zet het vuur laag en laat de rabarber
 in ongeveer 10 minuten zacht worden, zodat ze uit elkaar valt.
Laat afkoelen.

Doe de suiker en de boter in een kom en verwarm au bain marie.
Was de citroen en rasp de schil. Voeg de geraspte schil toe aan het botermengsel.
Als de boter gesmolten is en het goed met elkaar vermengd is,
voeg je lepel voor lepel de rabarbercompote toe en roer goed door.
Klop de eieren in een aparte kom los.
Schenk deze in delen 
bij het rabarbermengsel.
En nu komt het geduldswerkje.
Blijf goed roeren, door de hitte zal het langzaam  een 
soort dikke pasta worden, bijna alsof je een roux  of pudding kookt.
Het mengsel mag niet gaan koken, blijf erbij.
Zet het vuur middelhoog, het duurt nu ongeveer 15 tot 20 minuten 
waarbij je regelmatig goed roert tot de curd de gewenste dikte heeft bereikt.
Let op: bij het afkoelen wordt de curd nog steviger.
Haal uit de kom en doe in brandschone potten.
Je kunt de curd ongeveer drie weken bewaren in de koelkast.
Maar natuurlijk kun je 'm ook gelijk op gebak, bij scones of op toast geven.
Ik ben verrast door de romige, zachte en ergens nog lichtzure smaak.
Ik verdeelde deze curd over de rabarber bars van Francesca  (klik).
Overheerlijk!!! Té lekker om niet te delen!

Goed, zoet weekend!

zaterdag 6 mei 2023

Egelbrood

 De egeltjes zijn inmiddels uit hun winterslaap ontwaakt en ik maakte dit bijzondere 
egelbrood met een heerlijk kruidige voorjaarspesto.
Leuk om te zien en lekker om van te snoepen!
Veelzijdig is het ook: het is lekker als warme, gezonde lunch, 
met een soepje vooraf is het goed te doen als hoofdgerecht 's avonds
of serveer het als borrelbrood, lekker bij een wijntje; fijn voor dit feestelijke weekend!! 
Je kunt er dan met dubbel zoveel mensen van eten ;)

Dit brood is een eerbetoon aan de egels in de natuur, 
want egels zijn niet alleen schattig, maar ook o, zó nuttig!



Egelbrood

                voor 6 - 8 personen

      
Ingrediënten:
  •  1 ongesneden boeren vloerbrood 
  • 200 g daslookpesto (of andere pesto)
  • 2  bollen mozarella
  • 1/2 rode ui
  • 2 bosuitjes
  • 2  zwarte olijven

Hoe maak ik het klaar:
Zorg dat je een heel, ongesneden vloerbrood hebt.
Zie hieronder bij tips.
Dit is de basis van je egel.
De onderkant houden we intact, bovenlangs gaan we het brood insnijden.
Je kunt dit goed op het gevoel doen, maar je kunt ook prikkers gebruiken die je in het brood steekt zodat je weet of voelt dat je niet te diep insnijdt.
Begin met een overlangse insnijding voor het egelkopje. 
Snijd naar achteren toe verder in dikke boterhammen van zo'n 2 cm.
Blijf steeds zo'n 1 tot 2 cm boven de bodem!
Draai het brood een kwartslag en snijd nu ook in de lengte plakken van zo'n 2 cm dik. 
Hierdoor krijg je een soort dobbelsteentjes of beter gezegd: de stekels van de egel.
Bestrijk de binnenkant van het brood met de pestosaus. Ik gebruikte 
mijn zelfgemaakte daslookpesto, dit geeft een heerlijke, krachtige voorjaarssmaak. 
Verdeel de pesto goed in zowel de horizontale als verticale rijen.
Verwarm de oven voor op 200°  C.
Snijd de mozarella in blokjes en prop de blokjes tussen de rijen broodblokjes in.
Snijd de rode ui dunne ringen en halveer deze. Verdeel deze over de bovenkant 
van het brood. Snijd de lente ui in stukjes en verdeel ook deze erover.
Bestrooi naar smaak met versgemalen zeezout en peper. 
Prik in de voorkant twee gaates voor de ogen en stop hier de zwarte olijven in.
Schuif het brood - op een met bakpapier beklede  bakplaat - in de voorverwarmde oven en
 bak 10 minuten tot de mozarella gesmolten is en de ui licht geroosterd.
Serveer het brood warm of koud. Je kunt er blokjes of reepjes van snijden, 
of je breekt er met de hand stukjes af!

Het smaakte me heel goed!
Heb je over? Dan kun je dit de volgende dag nog een keertje opwarmen in de oven.

Is het geen prachtig brood geworden?!


Variaties:
  • Verdeel er paprikapoeder of oregano over
  • Varieer met de pesto: kies een andere zelfgemaakte pesto (klik), neem eens pesto rosso (van tomaten) of draai een potje pesto uit de winkel open
  • Andere ingrediënten die erop kunnen, zijn: reepjes paprika, paddenstoelen, zwarte olijven in ringetjes of zongedroogde tomaatjes
  • Een ongesneden brood kun je bij de bakker bestellen of heel vroeg bij de supermarkt halen als nog niet al het brood gesneden is. Je kunt natuurlijk ook zelf een vloerbrood bakken (klik)
  • Vervang de mozarella door feta of een andere kaas

Maak vooral die variatie die bij je past en wat jij lekker vindt! 
Eet smakelijk en geniet ervan!


donderdag 4 mei 2023

Schuimomelet met rabarber

 Uit mijn moestuin valt één groente te oogsten.....  dát deed ik dan ook met kilo's tegelijk!
Rabarber is het, die zo geweldig goed groeit en ik hoef er niets voor te doen. 

Daarnaast heb ik eieren in overvloed...
Eieren en rabarber, rabarber en eieren: ik maakte er een speciaal toetje van!
Ik vond het lekker en heb er ook anderen blij mee gemaakt.
Maar vooral blij ben ik dat dit uit mijn tuintje komt ;)


Schuimomelet met rabarber

     nagerecht voor 4-6  personen

Ingrediënten:

        voor de rabarber compote
  • 500 g rabarber
  • 50 ml druivensap of water
  • 50 g rietsuiker (of wat meer als je een zoetekauw bent)
            voor de schuimomelet
  • 5 kleine eieren
  • 1 el rietsuiker
  • 2,5 tl vanillesuiker 
  • snufje zout
  • klontje roomboter
  • poedersuiker

Hoe maak ik het klaar:
Begin met het maken van de rabarber compote. Was de rabarber, snijd in stukken en breng met het (ongezoete) druivensap aan de kook. Voeg de suiker toe 
en laat tien minuten zachtjes koken met het deksel op de pan totdat de stukken 
uit elkaar vallen en zacht zijn.
 Laat de rabarbercompote staan om af te koelen. De compote kun je prima
 een dag van tevoren bereiden. 
Splits de eieren en doe de eiwitten in een grote kom samen met de rietsuiker. 
Klop luchtig en  schuimig, tot het wit in pieken overeind blijft staan. 
Roer de eidooiers los met de vanillesuiker en het snufje zout.
Maak de vanillesuiker lekker zelf (klik), zodat je altijd een potje op voorraad hebt.
Smelt de roomboter in een ruime koekenpan. 
Spatel ondertussen de eidooiers
 voorzichtig door het eiwit en schenk gelijk in de pan.
 Laat op middelhoog vuur 2 minuten bakken, leg dan een deksel op de pan en draai het vuur laag. 
Laat de schuimomelet in 10 tot 15 minuten rustig garen.
Je draait de omelet niet om. Laat op een bord glijden.
Verdeel de rabarber compote over één helft van de omelet. 
Klap de omelet dubbel en bestrooi ruim met poedersuiker.
Snijd in punten of stukken en serveer meteen. 

Hier in huis zijn er niet zoveel rabarberlovers, dus at ik een groot stuk en 
Peet nam uit compassie een klein stukje.
En toen bleef er nog over, wat ik niet kon bewaren.
Gelukkig lusten de buren rabarber en wilden ze graag een stukje proeven. 
Met drie vorkjes prikten ze achter elkaar alles schoon op.
Ondertussen kreeg ik complimenten en kon ik naar tips vissen. 
"Moet er meer suiker bij?" "Is het te flauw?" 
Maar alles was goed en lekker.... wat een verademing.
Dank je wel, Rob, Citta en Donna voor jullie hulp bij het opeten!



Variaties om het nog leuker te maken:
  • Voeg een half theelepeltje kaneel toe aan de rabarber compote en vervang de vanillesuiker door kaneelsuiker. Het druivensap kun je eventueel vervangen door (vers) sinaasappelsap
  • Bak in de boter eerst twee eetlepels geschaafde amandelen en schenk hier de omelet overheen. Resultaat? Een mooi versierde bovenkant met amandelen
  • Schep naast de rabarbercompote nog slagroom op de omelet of roer een bekertje zure room los met een zachtzoete likeur en schep dit op de schuimomelet. Niet voor iedereen geschikt ;)

En.... heb jij  rabarber in de tuin staan?

 Of ben je een rabarberhater?

woensdag 3 mei 2023

Choco rocks

 Beloofd is beloofd! Deze vakantie gaan jongste dochter en ik met chocola aan de slag. 
Eigenlijk wilde ik chocoladeflikken maken, maar ik was moe na een drukke ochtend.
Dus zette ik dochterlief aan het werk om met pinda's - overgebleven na het maken van seroendeng -
 pindarotsjes te maken. Toen ik aan de beurt was, maakte ik choco-flake rocks: 
chocoladerotsjes met cornflakes.
De biologische cornflakes liggen alweer een tijdje in de kast en niemand eet ze. 
Tijd om ze een nieuw uiterlijk en een nieuwe smaak te geven.
Mijn motto is immers: "don't waste food". Dit geldt trouwens ook voor de chocolade: 
ik kwam zelfs nog een chocoladeletter tegen.... ;)


Choco rocks met flakes        

     voor ongeveer 12 stuks

Ingrediënten:
  • 100 chocolade, puur of melk
  • 75 g cornflakes

Hoe maak ik het klaar:
Breek de chocolade in blokjes en smelt ze au-bain-marie tot een fonkelende, donkerbruine saus.
Pure chocolade smelt bij een temperatuur van  42 tot 45°C. 
Melkchocolade en witte chocolade een paar graden lager.
Let op! Chocolade mag nooit boven de 50°C verhit worden. 

Dan raken de chocoladekristallen  beschadigd en wordt de chocolade niet meer mooi hard.
Een suikerthermometer is wel handig bij dit klusje. Wanneer je tweederde deel 
van de chocolade hebt gesmolten, voeg je de overige chocolade toe.  
Houd de temperatuur in de gaten en maak ondertussen de cornflakes iets kleiner.
Met de vijzel bijvoorbeeld....
Zorg dat je geen kruimels krijgt, houd nog wel stukken over.

Roer de cornflakesstukjes door de gesmolten chocolade.
De verhoudingen komen bij dit recept niet zo nauw. 
De flakes moeten in ieder geval rondom met chocolade bedekt zijn. 
En als je wat teveel chocolade hebt, voeg je gewoon wat extra cornflakes toe.

Zet een bord of schaal met bakpapier klaar en schep hier met een dessertlepel hoopjes 
chocoladeflakes op. 
Dit zijn je choco-flakes rocks!
Zet de schaal 20 minuutjes in de vriezer of laat een uur opstijven in de koelkast.
En dan smullen!

De pindarotsjes van Jisca waren lekker,
maar deze flake rotsjes waren als eerste op!
Mjummm.... met chocola smaakt alles lekker!

Lekker snel klaar, gezellig om samen met je kind te maken 
en het deelt lekker uit. Misschien een goed idee voor een traktatie?

Want tja... wie wordt nu niet blij van chocola?!



dinsdag 2 mei 2023

Mijn moestuin in april (2)


Hoewel ik deze maand een weekje op vakantie was, valt er eind april genoeg te schrijven
 - en jou te inspireren - over de moestuin.
Ook al is het te koud voor de tijd van het jaar, in april mag er al zó veel de grond in!
En dát deed ik!
Mijn handen werden in de natte grond  vies als vanouds, maar
niks om me voor te schamen, hoor!
Je handen zijn je beste gereedschap en de kraan is na afloop geduldig!
Voordat we verder het tuinseizoen induiken, deel ik eerst 
mijn fijne handscrub met jullie. Heel makkelijk zelf te maken met ingrediënten
die misschien gewoon al in je keukenkastje staan. Het is niet alleen
reinigend, maar ook verzorgend!
Hoe je eenvoudig deze zachte scrub voor ruwe en vieze tuinhanden zelf
maakt, vind je hier: klik!

Klaar? Dan gaan we verder....
Let op:  haastige spoed... oeps! Ik maakte me toch een blunder,
maar misschien komt het nog goed!



Zaaien en poten

Weet jij het verschil tussen zaaien, planten en poten? 
Dan gooi ik er eerst even wat definities door....
Zaaien doe je met zaad: je kunt in kleine potjes voorzaaien of direct in de volle grond zaaien.
Bij planten stop je een plantje in de grond. Dus het voorgezaaide en opgekomen zaad, plant je als klein (of groter) plantje vervolgens weer uit. 
Poten is het ondiep in de grond leggen van vooral wortels en bollen.
Tussen het binnen voorzaaien en buiten uitplanten laat je de plantjes harden. Dat is in april zeker nodig. Als plantjes binnen op huiskamertemperatuur opgekomen zijn, moeten ze eerst wennen aan koudere en schommelende temperaturen buiten. Dit doe je door de plantjes overdag buiten te zetten en 's nachts weer binnen te halen. Of door ze eerst in de koude kas te zetten voordat je ze buiten in de grond zet.

In de volle grond heb ik deze maand veel wortelgroenten gezaaid. Planten die diep moeten wortelen zoals pastinaak en wortels (peen), geef ik altijd wat extra mee...
Geen zand erover, maar zand erin!
Met oud en nieuw mochten we gratis een zak zand halen en die komt nu
goed van pas! ;)  
Nu heb ik geen volledige kleibodem, mijn moestuin bestaat uit gemengde grond.
Maar zand zorgt voor een wat grovere en vooral luchtiger structuur.
Fijn en helpend voor dieper groeiende  wortelgewassen. Op deze manier heb je grotere kans 
dat de wortels mooi recht naar beneden groeien 
in plaats van als kromme mannetjes uit de grond te komen.
Ik maak de regels eerst extra diep, daar verdeel ik wat scheppen
zand in, meng het met de aarde, zaai het gewas en maak de regel dicht.
Vind je zand te duur? Ook (zelfgemaakte) compost is een prima 
bodemverbeteraar die het wat luchtiger maakt.
En nu maar hopen dat de pastinaak sowieso opkomt, want dat was de vorige keer
niet het geval.

Uien kún je theoretisch gezien zaaien, het is namelijk een tweejarig gewas. Het eerste jaar 
groeit ze uit tot een klein plant- of pootuitje, die je voor de winter oogst en 
daarna in het voorjaar uitplant. Dát is me wat teveel werk en het duurt lang. 
Ik gebruik altijd pootuitjes. Hoewel sommigen ook spreken over plantuien...
Lekker verwarrend, net na de definities.
In ieder geval doet wat regen en zon wonderen, want ze groeien al.
Als eerste oogst ik altijd de stengels die prima gebruikt kunnen worden
als bosui of lente-ui. Alles hierover lees je hier!

Vorig jaar maakte ik een prachtig klimrek voor de kapucijners die wel 
zo'n drie meter hoog kunnen groeien. Stond dat keurig netjes in de tuin
was ik het zaad kwijt. En ik wist zeker dat ik het ergens had.
Puntje bij het paaltje: er kwamen geen kapucijners in de tuin
want toen ik het zaad eenmaal gevonden had,
was het te laat in het jaar. Nu doe ik het andersom:
het zaad is gezaaid, de stokken staan er al bij, maar het rek
komt later.... 
Eerst maar eens afwachten of dit zelfgewonnen zaad van twee jaar
geleden nog kiemkrachtig is. Zie hier de eerste plantjes... ;)

Na de schooltuinles over aardappels weet ik hoeveel pootaardappels ik nog over heb.
Op dit stukje, waar eerst alleen maar onkruid stond, 
pootte ik netjes twee rijen middelvroege, biologische aardappelen.
Twee weken later dan de andere aardappels: dat spreidt de oogst een beetje.
De eerste aardappels die ik pootte, waren van mijn aardappeloogst van vorig jaar.
De kleine aardappeltjes bleven onderin mijn aardappelmand zitten en waren opnieuw
uitgelopen. Ik ga er van uit dat het vroege aardappelen zijn...
Je hebt namelijk drie soorten aardappelen:
vroege, middenvroeg of middenlaat (het glas is halfvol of het is halfleeg)
en late aardappelen.
Vroege aardappelen poot je rond 1 april en oogst je na ongeveer 100 dagen.
Middenvroege aardappelen mogen midden april de grond in en oogst je na 
ongeveer 115-120 dagen.
In de speciekuip komen de vroege aardappelen al snel boven de grond....
Late aardappelen mogen later de grond in, zelfs in mei kun je ze nog poten,
je oogst ze pas in de herfst na zo'n 130 dagen.
De kans op de gevreesde aardappelziekte phytophthora is  bij late aardappelsoorten 
 een stuk groter. Ik kies daarom het liefst voor de vroege soorten, 
bovendien kan ik daarna nog een nateelt op de vrijgekomen plaats zetten.
Wel geven de late aardappelen vaak een grotere oogst en zijn ze wat sterker.
Kies wat bij je past.... en blijf meelezen, want dit jaar ga ik een bijzonder
experiment doen met de aardappels in de speciekuip.



Planten

Plantjes die ik bij een tuincentrum haal, staan vaak niet al te nat, met als gevolg dat ze snel uitgedroogd raken. Belangrijk om ze goed vochtig te houden. 

In een laag regenwater in de kruiwagen konden deze plantjes zich goed volzuigen met water.
Handig voordat ze geplant worden, want dan hebben ze veel vocht nodig.
Prei, paksoi en knolselderij liggen allemaal door elkaar.
Maar in de tuin komen ze mooi in rijen te staan.

Prei heb ik dit jaar gekocht in plaats van zelf te zaaien en voor de verandering 
heb ik ze ook vroeg geplant. Ik vind het opkweken uit zaad erg lastig. 
Naast een paar bakjes prei voor de schooltuintjes, kocht ik ze voor mezelf.
Prei is niet alleen de lievelingsgroente van Peter, maar ook erg gezond.
Dit speciale gereedschap gebruik ik om prei te planten. Ik heb geen
idee meer hoe ik er aan kom... misschien wel van mijn opa  :)
Het heet een preiplanter, pootijzer of een pootstok.
Ik zag 'm bij bol.com nog te koop staan, dus zo bijzonder is 't ie niet.
Gebruik jij 'm ook of heb je 'm nog nooit gezien?

Met de preipoter maak ik op geregelde afstanden brede, ronde gaten in de aarde.
De preiplantjes zet ik hier vervolgens los in.
Hoe dieper je de prei plant, hoe groter het witgedeelte van de prei zal zijn.
Sowieso gooi je het groene gedeelte van de prei niet weg,
want ook dat is eetbaar.
De uitgeplante prei laat je gewoon in deze open gaten staan.
Ze zakken na verloop van tijd en door regenbuien vanzelf dicht. 
De prei heeft op deze wijze lekker de ruimte om te groeien.
De laatste jaren had ik prei die niet dikker werd dan mijn pink.
Dit jaar verwacht ik er meer van!
In de gaten strooide ik wat biologische koemestkorrels en ik vulde ze met water.

Andere plantjes zoals sla, koolrabi of paksoi plant ik ook altijd in een
gat gevuld met water, wat koemestkorrels erin en dan het plantje.


Werk in uitvoering

Er wordt gewerkt aan huis en dit gaat ten koste van mijn tuin.
Ik mis vooral mijn kas bij huis.... Hij is verschoven en alle ramen zijn eruit.
Dit was ook de reden dat mijn loslopende kippen opeens een lekker hapje
zagen staan waar ze bij konden, zodat mijn ijsbergsla gehalveerd werd ;(
Noodgedwongen staan sommige planten nu extra lang binnenshuis, 
want ze kunnen nog in de kas harden.
 
En mijn druif staat stof te happen... Een grote steiger rondom het huis, 
zorgt voor al dit ongemak.
Gelukkig gaat hij deze week weg, maar de planning is erg onhandig.*
Ik kan niet wachten tot ik de tuin weer terug heb ;)




Moestuinblunder

Gelukkig heb ik nog een kas in mijn moestuin.... daar kunnen de plantjes ook harden.
Of alvast geplant worden.
Ik moet ze dan wel allemaal meenemen, hoewel.... niet allemaal tegelijk natuurlijk.
Ik was halverwege mijn loopje van ongeveer 30 meter en toen gebeurde er dit:
al mijn langzaam gegroeide - al in februari gezaaide - bleekselderij
viel op de stoep.
Ik probeerde te redden wat er te redden viel...
maar wat baalde ik hiervan!
In plaats van harden in de kas, moesten ze nu gelijk de grond in.
Van de perspotjes - waar ik ze in had gezaaid - bleef niet veel over.
Ik maakte gaatjes, vulde ze met koemestkorrels en water 
en plantte zoveel mogelijk bleekselderijplantjes uit.
Maar deze, waar nog maar één klein haarworteltje te zien is 
- verder is 't ie afgebroken - gaat het waarschijnlijk niet meer redden.

Uiteindelijk staan er toch nog 10 plantjes in de tuin,
maar helaas... een week later nog maar twee. Zonde!

Hoewel ik ook slakkensporen zag...
Net als op ruim een meter hoogte in de kas, in mijn zaaibakje met een deksel erop.
Ik zag slijmsporen en er groeide bijna niets.
Bizar dat dit verder goede zaad maar niet opkomt.
Hier kan toch geen slak bij?
Jawel dus! Waarschijnlijk is 't ie door het roostertje gekropen,
vervolgens kon hij door het groeien er niet meer uit en bleef maar eten.
Zoiets moet het denk ik geweest zijn. Wat een nare beesten zijn het toch.
Van de 24 slaplantjes heb ik een half plantje over!
In het vervolg wat beter checken in plaats van maar water blijven geven
en zo de slak een lekker vochtige omgeving te bieden.
#blunder2



Schooltuintjes

Deze week in de schooltuintjes, net voor de meivakantie, plantte ik de uien met de kinderen.
Zó leuk dit jaar! De kinderen zijn erg enthousiast en werkten zelfs in de pauze in hun tuintjes met als resultaat dat er weinig onkruid staat. Dát is lekker doorwerken!
Kijk maar hóe mooi de tuintjes erbij staan.
De uitjes kunnen er zó in!
Doordat deze groep 5 klein is, krijgen de kinderen
extra veel ruimte in de tuin en extra veel uitjes deze les.
Gele, rode en witte... ze kunnen allemaal de grond in!
En vervolgens bind ik ze op het hart om ook in de vakantie naar hun tuintje
te komen kijken. 



Moestuincadeautjes

Deze keer geen kopje 'oogsten' want er groeit nog helemaal niets wat ik kan oogsten. Ik ben stik jaloers
op andere tuinders die al van alles uit de grond halen: van raapstelen tot spinazie etc. Heb ik soms onder een steen geleefd? Ik heb nog niets! Maar goed.... dát komt nog wel!
En cadeautjes krijg ik ook... hoewel ik niet weet of ik overal even blij mee moet zijn!
Hier zie je de aardpeer overal opkomen. Het is dan ook een echte woekerplant
die je hele tuin door kan gaan. En hoe lekker ik aardpeer ook vindt
(en de anderen hier in huis 'm verafschuwen), ze mogen niet allemaal opkomen
en doorgroeien. Dat wordt aardeperen wieden
want snijbiet en daslook willen ook een plekje ;)

Had ik het nu wel of niet gedaan vorig jaar?
Een tak van de vlier in de grond gestoken in mijn tuin....
Ik weet het niet meer. Maar wat ik zie is een klein vliertje
Ik ben dol op de vlier en hoewel ze overal groeien, kun je ze in het 
voorjaar makkelijk in eigen tuin krijgen door een tak af te breken of te knippen
en gewoon in de grond te stoppen. Je kunt het proces beter bekijken door de tak
eerst in water te zetten. Na enige tijd zal de tak worteltjes gaan vormen,
zodat je weet dat je 'm kunt uitplanten. 
Deze manier van vermeerderen geldt trouwens ook voor alle soorten bessen. 
Ik krijg dit jaar in ieder geval een eerste vlierbloesemtrosje uit eigen tuin!
Vroeger werden vlierbomen op boerenervan aangeplant omdat ze 
'bescherming' zouden geven tegen ziekte en onheil. 
De vlier is erg gezond en geneeskrachtig en al heb je geen 
boerderij, een kleine vlier bij je huis is wel heel leuk! 
Lucky me!

De eerste raapstelen liggen al lang en breed in de winkels,
maar bij mij komen ze er dan ook
ein-de-lijk aan! 

Volgende maand kan ik ze vast oogsten!

Meer lezen? Heb je wat gemist?
Kijk ook eens op mijn moestuinpagina, dan kun je
per maand of per week lezen wat ik andere jaren in de moestuin deed.
Misschien vind je daar iets wat je zoekt....klik!

Als cadeautje voor jou om gewoon eens uit te proberen...
is hier mijn zaaikalender van Maria Thun.
En de grijze dagen? Dan heb je rust... hoef je niks te doen.
Ik ga dus lekker uitrusten deze week ;)

Volgende maand meer over heiligen, as en koper.
Tot dan!