donderdag 3 oktober 2019

Stoofperen wecken

Met dit druiligere najaarsweer kan ik niets leukers bedenken dan lekker de keuken in te duiken en allerlei projecten van mijn to-do-list te gaan maken....  
En ik begon met de tas met stoofpeertjes.
Elk najaar krijg ik stoofpeertjes van Thea, de buurvrouw op de hoek. In de zomer breng ik haar alvast courgettes en vijgen. Ideaal, deze ruil.
Dit jaar zijn de peertjes goed aan de maat en na twee avondjes Netflixen en ondertussen peren schillen, heb ik een grote pan vol....
Hoewel ik al verschillende recepten met stoofperen heb gedeeld - zie de pagina fruit-uit-de-tuin-recepten -  heb ik nog niet de basis gedeeld. Hoe maak je stoofperen klaar? Hoe lang kook  je ze en hoe bewaar je ze goed?
Vandaag haal ik die schade in.
 
En we gaan voor de echt mooie, dieprode stoofpeertjes....
 


Stoofpeertjes inmaken

Ingrediënten:
  • 2 kg stoofperen, schoongemaakt
  • 80 g rietsuiker
  • 2 kaneelstokjes
  • 6 dl water

Hoe maak ik het klaar:
Ik ga er voor het gemak even van uit dat je flink wat stoofperen hebt. Dit recept is makkelijk te verdubbelen of te halveren. Vergeet het potje perenrood (slaat echt nergens op!) of de port of de wijn, met deze simpele ingrediëntenlijst krijg je de peertjes niet alleen goed op smaak, maar ook prachtig rood. En het huis gaat heerlijk geuren naar kaneel en dat bezorgt je - en dat is wetenschappelijk getest - een geluksgevoel.  De peertjes staan nu op, dus zit ik nu heel gelukzalig te typen.... ;)

De stoofpeertjes eerst schillen en van klokhuis ontdoen. Heb je hele kleine stoofpeertjes, dan kun je het klokhuis laten zitten, maar het is later wat lastiger verwerken. Was de peertjes nog even na en doe ze in de pan met het water.

Voeg de kaneelstokjes toe en de rietsuiker. Breng aan de kook en zet het vuur laag. Beter is nog om het pannetje op de kachel te zetten. Ik ben nu aan het testen of het op een theelichtje met een gewoon waxinelichtje ook lukt. En ik kan meedelen dat het er heel warm op blijft, al blijft het niet aan de kook. Maar het ruikt net zo lekker in huis en het kost geen gas. Laat de peertjes ongeveer tweeënhalf tot vier uur koken. Ik doe het deksel op een kier, zodat het lekker blijft ruiken. Maar zorg dat het sap niet helemaal verdampt, dat heb je nog nodig bij het inmaken.

Zijn de peertjes mooi rood - en dat komt niet op een kwartiertje aan, hoor - dan maak je ze in.
Dit kan door brandschone potjes met schroefdeksel te gebruiken, maar ik ga de peertjes deze keer wecken.
Daar heb je weckpotten voor nodig, compleet met rubber ringen en klemmetjes. Na een paar mislukte weckpogingen stonden deze potten alweer een tijdlang stof te happen. Maar stoofpeertjes of appelcompote wecken lukt altijd wel.
Ik heb geen weckketel, dus de potjes gaan in een gewone, grote pan.

Maar eerst: zorg dat de weckpotten gesteriliseerd zijn door ze in sodawater uit te koken en vervolgens met kokend water om te spoelen. Zet de rubber ringen en deksels onder water tot gebruik.
Vul deze brandschone potten met peren en vul af met het stoofperenvocht.
Mors je iets op de randjes, veeg het gelijk schoon, want anders sluiten de rubber ringen niet goed aan.
Werk schoon en netjes.
Doe de rubber ring om het deksel en sluit de potten af. Doe er de klemmen op.
Zet heet water op in een grote, ruime pan (ik heb een 10 liter pan en die is hier heel geschikt voor).


Leg op de bodem van de pan een theedoek. Dit zorgt ervoor dat de glazen potten tijdens het wecken niet beschadigen of breken.
Zet de potten met kokendhete inhoud in de pan met warm water. Verhit het water verder tot 90 graden. Of breng het even aan de kook en houd het er daarna net onder.
Je kunt de weckpotten op elkaar stapelen, maar de bovenste pot moet zeker voor driekwart onder water staan.
Laat de potten nu 45 minuten wecken.

Al de aanwezige micro-organismes, zoals bacteriën, worden door verhitting gedood.
Bij wecken ontstaat er in de weckpot een overdruk, waarbij de warme lucht, stoom en soms ook wat vloeistof tussen de inmaakring en de glasrand uit de weckpot naar buiten wordt geduwd.
Het deksel en de inmaakring, die worden vastgehouden door de weckklemmen, functioneren daarbij als een overdrukventiel.
Dat wil zeggen dat er wel een beweging van lucht, stoom en eventueel vloeistof naar buiten toe is, maar niet naar binnen toe.


Na deze 45 minuten laat je de potten afkoelen door ze uit het hete water te halen en te laten rusten. Als ze volledig afgekoeld zijn, kun je de klemmen eraf halen en gelijk zien of het wecken goed gelukt is. Het lipje van de rubberring staat dan een beetje naar beneden gericht. Als je er zacht aan trekt geeft het niet mee. De pot zit stevig dicht!
Bij het afkoelen na het inmaken, ontstaat er in de weckpot een onderdruk, oftewel een vacuüm. Hierbij perst de normale druk van de buitenlucht met grote kracht het deksel op de glasrand en de inmaakring die er tussen ligt. Hierdoor kunnen de weckpotten met inhoud heel lang bewaard blijven.
Wil je een pot openen, dan trek je het lipje van de rubberring hard naar beneden om op die manier het vacuüm te verbreken. En dat gaat lang niet altijd vanzelf. ;)
Er is laatst een geweckt potje sperziebonen opgedoken dat al vóór de Eerste Wereldoorlog ingemaakt was. Er zijn nog geen tekenen van bederf waar te nemen en verschillende mensen geven aan dat ze het gerust durven opeten. Vooralsnog is het potje sperziebonen in een museum te bewonderen. Wát een bijzonder bewijs dat geweckte groenten en fruit super lang houdbaar zijn.

Veel informatie over wecken is terug te vinden, samen met een schat aan informatie, op
de website Weckenonline. Leuk om daar eens rond te kijken.


Als ik nu eens een potje stoofperen inmetsel of als ik één van deze weckpotjes begraaf in de tuin......
zouden dan onze achter- achter kleinkinderen, ergens in het jaar 2100......??  ;)


 

woensdag 2 oktober 2019

Gomasio

Dit kruidenmengsel is heel simpel te maken en bespaart je niet alleen veel geld, maar je koopt ook minder verpakkingsmateriaal. Dat is sowieso het grote voordeel van zelf producten maken.
Dus duik met deze druilerige dagen lekker de keuken in en laat je inspireren.
Heb je nog nooit van gomasio gehoord en het ook niet eerder gebruikt?
Gomasio is een mengsel van gemalen sesamzaad en zeezout en wordt vooral in de Japanse keuken
gebruikt.

 
Het woord komt uit het Japans want 'goma' betekent 'sesamzaad' en 'shio' betekent 'keukenzout'.
Ik heb eigenlijk al jaren zelfgemaakte gomasio in huis, tot het deze week ineens op was.
Dus maakte ik snel een nieuw potje gomasio, want het is niet alleen super snel en makkelijk te maken,
maar ook  handig in gebruik en gezond.
 
 
Wil of moet je meer zoutarm gaan eten? Dan is Gomasio een prima zoutvervanger!
Sesamzaad is trouwens erg gezond.
Sesamzaad bevat veel olie die rijk is aan onverzadigde vetzuren (linolzuur) en lecithine.
Verder zit er veel vitamine in: A, B en C en heel veel mineralen waaronder
calcium, fosfor, natrium, kalium, magnesium en silicium...
 
 
 

Gomasio

Ingrediënten:
  • 100 g sesamzaad
  • 10 g grof zeezout


Hoe maak ik het klaar:
Maal of mix het sesamzaad fijn. Voeg daarna het zeezout toe en maal het gezamenlijk zodat elke zoutkorrel omgeven wordt door de olie uit het sesamzaad.
Ik gebruikte het speciale hakmolentje bij m'n staafmixer. Hiermee krijg ik noten en kruiden heel fijn.
Doe de gomasio in een potje en geniet van de smaak.
Dit kruidenmengsel is wel een paar jaar houdbaar.
Natuurlijk kun je meer of minder maken, maar ik houd meestal de verhouding 1 : 10 aan. Wil je nog minder zout gebruiken, dan kun je het zout eventueel nog halveren.

Waar gebruik je gomasio in of bij?
Je kunt het gebruiken als smaakmaker over salades en als broodbeleg of over plakjes tomaat en avocado op je boterham.
Ook kun je het over soepen en warme gerechten strooien, maar let op dat je het niet mee laat koken, strooi het pas vlak voor het serveren er over.
Inmiddels wordt gomasio echt niet meer alleen in de Japanse keuken gebruikt. Het wordt bijvoorbeeld veel gebruikt in de macrobiotische keuken als vervanger van zout.


Ik zou zeggen: probeer het eens uit en maak je eigen potje Gomasio.

dinsdag 1 oktober 2019

Zoete, warme appeltjes

Vandaag is het de tweede en laatste dag van Rosh Hasjana. Dit is het Joods Nieuwjaar, wat op onze kalender elk jaar op een andere datum wordt gevierd. Op dit feest worden appelstukjes gedrenkt in honing gegeten. Ook andere zoete dingen worden symbolisch gegeten en er wordt tegen elkaar gezegd:  'een goed en zoet jaar' of in het Hebreeuws klinkt deze wens: 'shana tova oemetoeka'.
Als culinaire variatie op deze feestelijke dag, deel ik graag het recept voor zoete, warme appeltjes. Het is een dessert en dat is voor mij bijzonder, omdat ik die zelden tot nooit eet. Maar op deze dag en voor dit recept maak ik graag een uitzondering.
De echte zoete appels zijn een vergeten fruitsoort en kom je niet zomaar tegen. Links op de foto zie je ze: kleiner, een wat vettige rimpelige schil, rechts ligt de overbekende Elstar. Je kunt zoete appels alleen na verhitting eten en je merkt dat je de goede appel hebt, als het appeltje daarna niet uit elkaar valt zoals bij appelmoesappels gebeurt.
Voor het volgende recept kun je, als je geen zoete appels kunt bemachtigen, ook goudrenetten nemen, dat zijn ook stevige appels.
Ik kreeg een tas vol zoete appels van Hilda, uit haar eigen tuin en
zó eet ik ze het allerliefst!
 
 
 

Zoete, warme appeltjes

            voor 4 personen
Ingrediënten:
  • 4 zoete appels
  • 1 el rietsuiker
  • 1 el honing
  • 1/2 tl kaneel
  • vanille-roomijs

Hoe maak ik het klaar:
Verwarm de oven voor op 170 graden.
Schil de appeltjes en haal de klokhuizen eruit met een appelboor.
Zet ze rechtop in een lage ovenschaal.
Maak kaneelsuiker met rietsuiker en kaneel en voeg hier de vloeibare honing aan toe.
Schep de holtes van de appels vol met dit mengsel, druk een beetje aan.
Als je iets morst is dit niet erg...
 
Zet de schaal in de oven en laat langzaam garen en bruin kleuren.
Dit duurt ongeveer zo lang als het eten van een gewone maaltijd, dus zeg ongeveer 20 minuutjes.

Haal uit de oven en pas op.... de appeltjes zijn gloeiend heet.
Maar dan is het contrast des te lekkerder: schep een bolletje vanille-roomijs naast het appeltje.
Bestrooi het ijs met wat kaneel....
En serveer meteen.

Natuurlijk kun je hier naar hartenlust op variëren.
  1. Voeg wat rozijnen toe aan de appelvulling
  2. Vervang de vulling door (zelfgemaakt) amandelspijs
  3. Vervang de suiker door alleen honing
  4. Je kunt om de appels een plakje bladerdeeg vouwen, dan loopt de vulling er ook niet uit. Deze appelbol kun je dan ook bij de koffie of thee serveren, hoewel je het koude ijs vast zult missen. ;)
  5. Serveer met een dot geslagen room


Helaas, deze foto ziet er vreselijk uit, maar ik heb geen betere.
Ik maak het niet mooier dan het is.
This is what you get.....
De appel is behoorlijk verschrompeld, maar oei, wat was het lekker!

En de grapjas aan tafel zegt dan: "Mam, ik vind dit niet lekker......  ik vind het  héérlijk!"
 

zondag 29 september 2019

Klassieke appeltaart

Vorig jaar kreeg ik de vraag van een jonge volger, op vakantie in de Provence, of ik een recept had voor appeltaart. Bij hun vakantiehuisje stond een appelboom met rijpe appels en appeltaart maken was het idee.....
Hoewel ik regelmatig appeltaart bak, realiseerde ik me dat ik het recept niet op m'n blog heb staan.....

 
niet dé klassieke appeltaart met mijn eigen twist.
Onhandig verstuurde ik delen van het recept via Messenger.
De volgende keer stuur ik gewoon de link van deze blog toe.
Dus hoog tijd dat 'ie verschijnt!
 
 

Klassieke appeltaart met Tamars twist

              voor 12 stukken

Ingrediënten:
  • 160 g biologisch bloem, plus wat extra voor het uitrollen
  • 160 g biologisch volkoren meel
  • 200 g roomboter, plus wat extra voor het invetten
  • 120 g witte basterdsuiker
  • 2 g fijn zeezout
  • 1 ei
  • 2 el paneermeel
  • 2 el gele jam
         voor de vulling:
  • 600 g appels, schoongemaakt gewicht
  • 75 g rietsuiker
  • 1/2 el kaneel
  • 100 g rozijnen
  • 2 el bloem
       verder nodig:
  • springvorm van 24 cm doorsnee
 
Hoe maak ik het klaar:
Doe de beide meelsoorten, de suiker en het zout in een kom. Snijd de koude boter in kleine blokjes. Klop het ei in een kommetje los en schenk ongeveer de helft in de kom voor het deeg. Bewaar de andere helft om daar straks de taart mee te bestrijken. Voeg de boter toe en kneed met koele hand tot een samenhangende deegbal. Bewaar even op een koele plaats.
Beboter de springvorm met een beetje boter. 
Was en schil de appels, verwijder de klokhuizen en snijd de appels in kleine stukjes of blokjes.
 
Doe ze in een kom en vermeng met de rietsuiker, kaneel en de rozijnen. Voeg de bloem toe om het vocht uit de appels te binden.
Verwarm de oven voor op 170 graden.
Verdeel het deeg in twee gelijke stukken en rol één deel uit tot een ronde lap. Bedek hiermee de bodem en de zijkanten van de springvorm. Verdeel hier het paneermeel over, voor een krokante bodem en om nog overgebleven vocht te binden.
Verdeel de vulling in de vorm en maak de bovenkant plat.
 
 
Rol de rest van het deeg uit tot een langwerpige lap en snijd hier repen van. Verdeel deze repen over de appelvulling als een raster. Neem als laatste een lange reep en leg die rondom langs de rand van de springvorm, over de deeguiteinden heen. Je kunt repen deeg ook aan elkaar plakken als ze breken of niet mooi lang zijn te krijgen. Doe dit met een beetje water tussen je vingertoppen.
Verdeel de rest van het losgeklopte ei over het deegraster voor een mooi glanzend en goudbruin resultaat.
Plaats de vorm in het midden van de voorverwarmde oven en bak de taart gaar en lichtbruin in 45 minuten.  
Laat de taart buiten de oven afkoelen.
Verwarm in een klein pannetje de gele jam, met één eetlepel water. Denk bij gele jam aan pruimenjam, abrikozenjam of neem  courgette-citrusjam  zoals ik deed. 
Kook de jam op hoog vuur in en verdeel deze met een kwastje over de taart voor een mooi glanzend resultaat.
 
 
Als je het deeg niet te dik in de springvorm hebt gedaan, kun je een klein beetje overhouden. Draai ze tot deegballetjes en deel uit.
 
Pure nostalgie voor mij: als mijn moeder vroeger taart bakte, waren die deegballetjes het allerlekkerst!
Wie heeft deze herinnering ook?
Maak voor jouw kinderen fijne herinneringen aan thuis met versgebakken appeltaart waar het hele huis naar geurt en met de smaak van zo'n klein stukje rauw deeg..... ;)
 
 
 
 
 
De taart smaakt lauwwarm heerlijk, maar afgekoeld een dag later is ze wat steviger en zijn de smaken perfect op elkaar in gewerkt.
Hier in huis kan ik deze taart niet lang bewaren: iedereen is fan van appeltaart!!
 

 

vrijdag 27 september 2019

Zucchini alla Parmigiana

Sla dit Italiaans-vegetarische gerecht maar op bij je favorieten. Het is overheerlijk, zit boordevol groente en past goed in een koolhydraatarm dieet!
Bij mij is het dubbel feest, want alle verse groenten komen ook nog eens uit eigen tuin.
In de (na)zomer smaakt dit prima, maar eigenlijk is dit altijd een succes. Het kost alleen wat voorbereiding en ook de oventijd mag er zijn, maar het is alle moeite dubbel en dwars waard. Ik maak het al voor de derde keer klaar en ik móet het hier delen.


En die Italiaanse naam? Eigenlijk heel simpel: 'alla parmigiana' betekent 'met laagjes'. Dit groentegerecht is een soort lasagne: je bouwt 'm laag voor laag op, maar dan met gegrilde groenteplakjes.... koolhydraatarm dus. En zucchini is 'courgette' in het Italiaans....
Misschien ken je de meer voorkomende 'Melzana alla Parmigiana', wat ook een gestapeld groentegerecht is, maar dan met aubergineplakjes.
 Hoe het ook zij, met de laatste grote courgettes uit de tuin, een grote tomatenoogst en alle andere heerlijkheden, lik ik mijn vingers hierbij af.
En na deze korte cursus culinair Italiaans hier het recept....

Zucchini alla Parmigiana

           voor 4-6 personen
 
Ingrediënten:
  • goede olijfolie
  • 3 uien
  • 2 tenen knoflook
  • 4 grote courgettes, zo'n 1250 gram
  • 2 el balsamicoazijn
  • 750 g rijpe schoongemaakte tomaten
  • versgemalen zeezout
  • versgemalen vierseizoenen peper
  • 225 g geraspte kaas
  • 3 takjes basilicum
  • 250 g mozarella (2 bollen)
  • 4 el paneermeel
  • 4 el gomasio
 
Hoe maak ik het klaar:
Maak de courgettes schoon en snijd ze in de lengte in plakken van zo'n 1 cm dik. Gebruik een grillpan en rooster de courgetteplakken aan beide zijden tot er mooie bruine strepen op staan.
Bestrooi met zeezout of kruidenzout en bewaar. Voor een grote ovenschaal heb je zo'n 15 tot 20 plakken courgette nodig.
Maak ondertussen de ui en de knoflook schoon. Snijd de uien in halve plakken en snipper de knoflook.
Verhit 2 el olie in een hapjespan en fruit de ui en knoflook op laag vuur zo'n 5 minuten.

Snijd de rijpe en rode tomaten in kleine blokjes. Voeg deze toe aan het mengsel in de pan. Voeg de balsamicoazijn toe en breng op smaak met zeezout en peper. Laat 15 minuten inkoken tot een smaakvolle tomatensaus.
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Vet een grote ovenschaal in met een klein beetje olijfolie. Schep een derde deel van de tomatensaus in de schaal.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Verdeel hierover 4 tot 6 courgetteplakken, afhankelijk van de grootte van je schaal. Verdeel hier 75 g geraspte kaas overheen. Wil je het echt Italiaans, kies dan voor Parmezaanse kaas, maar gewone Hollandse kaas kun je ook gebruiken. Verdeel hier een deel fijngesneden basilicum over. Herhaal deze laagjes: saus, courgette, kaas en basilicum. Maak nu de laatste laag door de laatste saus over de schaal te verdelen en vervolgens de laatste courgetteplakken.
 
Verdeel er nu de in plakken gesneden mozarella over en bestrooi met fijngesneden basilicum.
Meng het paneermeel en de gomasio (Japans kruidenmengsel, zie recept morgen) door de  overgebleven kaas. Verdeel dit over de ovenschotel en schuif het geheel in de oven.
Bak het gerecht in 40 minuten goudbruin en gaar.
 
Laat iets afkoelen en ga snel aan tafel.
 
Door de wat lange bereidingstijd, is het een ideaal weekendgerecht.
Wijntje erbij?!
 
 
 
 

woensdag 25 september 2019

Snijbonen met mie en kokossaus

Je hebt ráre snijbonen: dunne, dikke, lange en korte en allemaal groeien ze dit jaar in mijn tuin!
Vroeger ver-af-schuw-de ik snijbonen..... vreselijk! Maar lekker of niet, dit heeft alles te maken met hoe ze worden bereid.
En ja..... vooral met op tijd plukken. Als de bonen iets te groot en te dik zijn, maken ze brede, scherpe draden aan.....
En ook al werden ze vroeger door de snijbonenmolen gedraaid - ja, ook door mijn eigen persoontje - het baatte niets. Die scherpe randen werden nog meer door het eten verspreid.... en vooral op mijn bord, naar het leek.

Dat ik ze nu zelf in mijn tuin heb, betekent een hele ommekeer. Ik vind ze lekker. Tuurlijk! Als ze op tijd geoogst, goed schoongemaakt, in grove ruiten gesneden en met dit lekkere recept met een Oosterse twist worden klaargemaakt, dan zijn ze heerlijk!


Heb jij nog een jeugdtrauma van deze groente?
Geef het een nieuwe kans, met dit recept.
Je bent heus geen rare snijboon als je dit lekker vindt!



Snijbonen met mie en kokossaus

                     voor 4-6 personen

Ingrediënten:
  • 500 g tofu
  • zonnebloemolie
  • 500 g mie
  • 650 g snijbonen
  • 400 ml kokosmelk
  • 6 el tamari of zoute ketjap
  • 2 tl komijnpoeder
  • 3 tomaten

Hoe maak ik het klaar:
De tofu gaan we frituren, maar dat kan eenvoudig in een laagje zonnebloemolie in een hapjespan.
Schenk er een laagje olie in en verhit dit. Snijd de tofu in blokjes. Voor een mooier resultaat kun je de tofu een nacht van de tevoren invriezen. De structuur wordt steviger.

Frituur de tofublokjes op hoog vuur in 10 minuten lichtbruin met een knapperig korstje.
Haal ze met een schuimspaan uit de pan en laat uitlekken op keukenpapier.

Was de snijbonen, haal de puntjes aan de uiteinden weg en snijd de bonen in grove ruiten.
Zet water op voor de mie in een ruime pan. Als het water kookt, voeg je de mie toe
 en na 1 minuut de snijbonen. Kook ze 5 minuten mee.

Giet af en laat staan.
Verhit de kokosmelk in een hapjespan, voeg de komijn en de tamari of zoute ketjap, toe.
Breng aan de kook. Voeg dan de knapperig gebakken tofublokjes toe en verwarm vijf minuten mee.
Snijd ondertussen de tomaten in blokjes en voeg ze toe. Verwarm nog één minuut.

Schep de mie met snijbonen warm op de borden en serveer met de tofu-in-kokossaus.
Een smaakvol gerecht, wat Oosters aandoet.
Zonder dierlijke producten, maar die mis je niet.

Eet smakelijk!! 
 

vrijdag 20 september 2019

Zongedroogde tomaatjes, stiekem zonder zon

Dit stond al lang op mijn to-do-list: zelf zongedroogde tomaatjes maken. And finally.... I did it!!
Waarom dit zo lang duurde? Ik vind dat de tomaatjes hiervoor uit mijn eigen tuin moeten komen.... (noem het ietwat neurotisch) en dit jaar is het dan eindelijk een goed tomatenjaar en heb ik een geweldige tomatenoogst!!
En die vreemde titel?! Ik wilde 'm eerst wat korter houden, maar dacht toen: "Dat is een vorm van misleiding."  En misleidt, worden we al vaak genoeg. 
Vandaar de waarheid:
 'k maakte (zon)gedroogde tomaatjes: gerijpt in de zon - ik heb ze zelfs zien rijpen in de zon - 
 en gedroogd in mijn droogkastje!


In Mediterrane landen, zoals Spanje en Italië drogen deze tomaatjes echt in de zon, maar hier in Nederland duurt dat te lang en trekt het fruitvliegjes en andere insecten aan, waardoor je tomaatjes beschimmelen.
Dús...een droogoventje of droogkastje is hiervoor ideaal.
Zeker omdat we niet spreken van een paar  uur drogen. Oh nee.....  tien uur komt meer in de buurt.
De kosten van een elektrische oven worden hierdoor hoog en het spekken van de kas van een energiemaatschappij is volgens mij niemands hobby...
Dus:  zongedroogde-tomaatjes-zonder-zon-maar- met-droogoventje.... dat is de complete naam!
Het bekt wat  minder lekker, maar het resultaat is weer wel erg lekker.....
Hoe het ook zij.....
Hier komt het 'recept'.

 

Zongedroogde tomaatjes op olie

Ingrediënten:
  • Rijpe tot overrijpe tomaten, maakt niet uit hoeveel
  • Vers gemalen zeezout of kruidenzout
  • Takjes verse tijm
  • Goede olijfolie van eerste persing


Hoe maak ik het klaar:
Neem (over)rijpe tomaten. Het maakt niet uit of het cherrytomaatjes,  'gewone'  tomaten of vleestomaten zijn.
Snij de de cherrytomaatjes door midden, de grotere soorten in schijfjes of partjes.
Het is makkelijk als ze allemaal dezelfde dikte of afmeting hebben, maar dat hadden ze bij mij niet. Het blijft iets natuurlijks....


Leg ze op een vel in je droogkastje en strooi er wat zeezout of kruidenzout overheen.
Niet teveel, want bij het drogen worden smaken intenser.

Verdeel de paar takjes tijm op en tussen de tomaatjes.
Zet de tomaten in je droger met de temperatuur ingeschakeld op 65 graden.
Na een uur of zeven kunnen dun gesneden plakjes tomaat al goed droog zijn. Cherrytomaatjes, die wat boller zijn en meer vocht bevatten, kunnen wel 15 uur nodig hebben.
Zorg ervoor dat de tomaten niet kurkdroog zijn, het hoeft geen chips te worden. Als je ze indrukt en ze geven nog mee, ze zijn nog buigzaam, maar niet meer echt vochtig, dan is het goed.
Met deze lange droogtijd - mijn droogoventje staat bijna de hele dag aan - voeg ik regelmatig wat nieuwe, net geoogste tomaatjes toe.

Controleer regelmatig even hoe droog je tomaatjes zijn en beoordeel zelf of je het goed genoeg vindt.
Worden ze té droog, dan blijven ze hard, ook al ga je ze in olie bewaren.
Bij mij verdwijnen er al een aantal van deze tomaatjes tijdens het werken. Oh, ze zijn zó lekker!
Een goede kok proeft natuurlijk voor.
 
Doe de tomaatjes in een - met sodawater omgespoeld - potje en overgiet met goede,
zuivere olijfolie, uit eerste persing verkregen.
Voeg een vers takje tijm toe.
Voeg liever geen knoflook toe, want bij knoflook in olie kan de botulisme bacterie
zich sterk gaan ontwikkelen, wat levensgevaarlijk kan zijn.
Bewaar het potje met gedroogde tomaatjes in de koelkast.
Zo kun je ze wel een maand bewaren, hoewel ze daar bij mij de kans niet voor krijgen.
Wil je de tomaatjes niet in olie bewaren? Je kunt ze ook in een luchtdichte pot op een donkere plek bewaren.
Ik las zelfs over het invriezen van deze tomaatjes, maar dat heb ik zelf niet uitgeprobeerd.
 
Ik ben echt dol op zongedroogde tomaatjes: zo'n heerlijke umami smaak.
 
 Het is mijn favoriete ingrediënt.
Zoals op dit lekkere broodje met gegrilde courgettes: mjammmie!!
 
Heb jij ze al eens zelf gemaakt?!