zondag 10 mei 2020

Kan ik het bij-houden?! (3)

Oh nee....  ik ben ingewijd dit jaar en heb mijn eerste bijensteek gehad! En wat ging dit onhandig, zeg!
Wat je moet doen als je door een bij gestoken wordt, waarom ik  een geitenwollensokken-imker ben geworden en wanneer je echt allergisch bent, lees je verderop.

Het bijenvolk


Als je al even meeleest, weet je dat ik dit jaar drie volken heb. En dat wil ik ook graag zó houden.
Er zijn imkers  die hun bijen(volken) namen hebben gegeven. Als je me een beetje kent, verbaast het je misschien dat ik geen namen heb verzonnen voor mijn volken. Maar nee, op de voorkant van het bovendeksel staat alleen een cijfer: volk 1 - 3 - 5
Vijf werd me te veel werk, maar met drie volken is het goed te doen! 
Volk 5 staat gewoon in de achtertuin bij een gezin hier in de straat. 
Volk 1 en 3 staan bij mijn moestuin. Ook eigenlijk achterin een tuin, een straat verderop.
Volk 1 en 3 heb ik ooit van een collega imker gekregen toen ik net begon, het zijn Buckfast bijen.
Volk 5 is een 'kindje' van een door mij geschepte zwerm: mijn  allereerste volk.

Er komen drie bijenrassen in Nederland voor, elk met unieke eigenschappen. 
  • Buckfast-bijen
  • Carnica-bijen
  • Zwarte bij.
Volk 5 is een samenraapsel van allerlei soorten bijen. Ik zie heel donkere (zwarte) bijen, maar ook lichtgekleurde, misschien wel Buckfastbijen.
De koningin of moer is de moeder van het bijenvolk. Maar alle bijen zijn niet precies gelijk.
Ze zijn halfzusjes van elkaar....

Over de bijtjes & de bloemetjes, maar dan zonder bloemetjes...

Een koningin kan vijf jaar oud worden. En dat is oud vergeleken met werksters die  maar 6 weken worden. Ze komt nooit uit de kast, behalve wanneer ze heel jong is...
Als ze 5 of 6 dagen oud is, gaat  ze op bruidsvlucht. Ze vliegt naar een darrenverzamelplaats, hoog in de lucht. Daar laat ze zich door verschillende darren - 15 tot wel 25 - bevruchten. Het sperma slaat ze op in een soort spermatank, waar ze haar leven lang genoeg aan heeft.
Vlak voor ze eitjes in de juiste cellen voor werksters legt, bevrucht ze de eitjes. De darrencellen  die groter zijn, krijgen  een onbevruchte eitje. 
De dichte, platte cellen die je bovenin op de foto ziet, zijn cellen met werksterbroed. 
Ze bevatten een vrouwelijke pop.
In de bolle cellen onderaan bij de foto, zit darrenbroed.
Regelmatig zie ik tijdens controles het wonder van het uitkomen van een bij.
Hier op de foto kruipt een fonkelnieuwe, net ontpopte dar uit zijn cel. 

Darren zijn eigenlijk alleen goed voor de voortplanting. Ze verzamelen  geen voedsel (nectar of stuifmeel), ze bouwen geen raat,  ze maken niet schoon.... kortom: het zijn opeters. Maar toch zijn het graag geziene gasten. Ze mogen zelfs in een ander volk binnenkomen, wat bij vrouwelijke bijen not-done is.
Het hoogste doel in het darrenleven is paren met een koningin. Wanneer ze dat gedaan hebben, wordt dat gelijk hun dood, want hun hele 'bevruchtingsapparaat' stulpt na het paren uit hun lichaam.
Tja....  je kunt ook op andere manieren dood gaan. 

Een bijenvolk is dus allemaal familie van elkaar, met één moeder.
Maar niemand weet met welke darren de koningin allemaal gepaard heeft....

Tenzij..... je dat precies kunt regelen op een afgelegen of afgesloten plaats.
En dat gebeurt....

Op de waddeneilanden kan dit wel, omdat darren er niet van houden verder dan 3 km over zee te vliegen.
Zo is er op Ameland een bevruchtingsstation voor Buckfast bijen  en op Schiermonnikoog  is er een bevruchtingsstation voor Carnica bijen.
Hier worden raszuivere koninginnen en raszuivere volken gekweekt.
Niet alleen honden, paarden en andere boerderijdieren hebben een  stamboom, bijen dus ook.
En het is mogelijk om koninginnen te kopen, een echte raskoningin! Ik heb het  nog nooit gedaan....

Bij mijn bijen zie ik duidelijke verschillen in karakter.
Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met het soort bijen dat ze zijn.
Zo staan Buckfastbijen bekend om hun rustige aard, hun zachte karakter en hun grote bouwdrift. Tegelijk hebben ze niet zoveel zwermneiging en verzamelen ze veel voedsel. Ideale eigenschappen voor een stadsimker.
Maar er zijn ook onbekende eigenschappen, omdat ik een derde generatie koningin heb en niet weet met welke darren zij heeft gepaard.
Volk 1 en 3 zijn rustig.... en dat is fijn voor mij om in te werken. Ze bouwen hard, maar niet allemaal even netjes, ze verzamelen genoeg voedsel en ze vertonen in deze tijd van het jaar natuurlijk voortplantingsgedrag.... Niet te enthousiast, maar het zit er wel in.

Volk 5 is een ander verhaal. Ze hebben geen stamboom, zijn gewoon een samenraapsel van allerlei soorten bijen. Ik heb mijn eerste bijenvolk als zwerm geschept en als imker weet je dan nooit precies hoe de bijen zijn. Dit is een kindje van mijn eerste volk. Ze zijn niet echt rustig. Als ik een kijkje kom nemen wordt er extra hard en druk gezoemd, ze vliegen om mijn hoofd heen en zien me liever gaan dan komen. Ze kunnen soms wat stekelig zijn....
Door hun extraverte houding zijn het ook ontzettend ijverige voedselverzamelaars. Er komt onwijs veel nectar en stuifmeel bij ze binnen. Het is een feest om te kijken hoe hard ze nu weer hebben gewerkt. En ze bouwen niet alleen hard, maar ook heel netjes.
Volk 5 staat apart van de andere volken... gewoon in de achtertuin van een gezin hier in de straat. En hun kinderen en buren? Die hebben nergens last van.... Dát is dan weer mooi van deze drukke zoemers....
Ik vind het bijzonder om de verschillen te zien en merken als ik in de bijen werk.

Als ik de kast opendoe,  praat ik met 'm'n meisjes'... ik moet hen - en ook mezelf - even gerust stellen.

Vorige keer heb ik al geschreven hoe een volk zich wil voortplanten.... dit is de tijd! En als ik dat wil voorkomen (...) dan moet ik regelmatig even een kijkje bij ze nemen.

Een bij ontwikkelt zich volgens vaste stadia.
  1. ei
  2. larve
  3. pop
  4. bij

Per soort bij: werkster - dar - koningin  is de lengte van het pop-stadium verschillend.
Het ei-stadium duurt altijd 3 dagen. Het larvestadium duurt 6 dagen maar dan komt het....
Een koningin komt al na 7 dagen uit haar pop. Totaal duurt het dus 16 dagen en dan kan er een nieuwe moer zijn.
Een werkster blijft 12 dagen in haar pop voordat ze eruit komt.
Een dar heeft wel 15 dagen nodig om te verpoppen.
In het schemaatje hiernaast zie je het in een oogopslag.

Bij de werksters is er niets aan de hand. Dat gaat allemaal prima.
Als er een nieuwe koningin in de maak is, moet ik er tijdig bij zijn, want dan kan ik voorkomen dat ze uitkomt, als dat nodig is.
En bij darren is het belangrijk om te zorgen dat er niet teveel darren komen, omdat dit gepaard kan gaan met een heel vervelende bijenziekte....  de varroamijt.
Hele volken kunnen door deze nare mijt, die parasiteert op de bijen, verzwakt raken en zelfs dood gaan.
In 1983 zijn deze mijten voor het eerst in Nederland aangetroffen en horen deze varroamijten er een beetje bij. Maar het mogen er niet teveel worden. Omdat darren lang in hun pop zitten, is er een enorme groeikans voor deze varroamijten die zich voortplanten in een (darren)broedcel.
Dat is de reden dat ik darrenbroed, als het allemaal bij elkaar op één raam zit, uit de kast haal. Misschien zielig voor al die darren, maar beter voor het hele volk dat deze besmette darren niet uit komen. 

Eén manier om varroamijtbesmetting in te dammen is om darrenbroed te verwijderen uit de kast.
Ik hang het raam in een boom en laat meesjes of andere vogels het leegpikken. Zij kunnen het weer gebruiken als voedsel voor hun jongen. Zo past het toch in de kringloop van de natuur.



Imkerperikelen

Tja... ik ben alweer gestoken....
Dat gebeurt me als imker gemiddeld zo'n 10 keer per jaar....
Maar deze keer was het niet eens toen ik in de bijen aan het werk was.

Ik was onkruid aan het weghalen, extra vroeg in de ochtend zodat de bijen nog binnen zouden zijn
 en ik vlak voor de kast aan het werk kon.
Maar toen ik een handvol onkruid wegtrok onder de kast vandaan, voelde ik een steek.
Hè.... zat er een brandnetel tussen? Maar nee, deze steek voelde feller.
Ik keek naar mijn vinger en zag een zwart stekeltje en toen ik goed keek
zat er ook een wit klein zakje aan....
Een bijenangel met gifblaasje eraan.  Om het zeker te weten keek ik tussen het onkruid...
inderdaad, daar zag ik een verzwakte bij. Ze had de nacht onder de kast doorgebracht,
maar had nog één opleving. En dat was precies toen ze mijn vinger zag!

Hier zie je een bij die heeft gestoken. Linksonder het zwarte angeltje.
Daaraan vast het gifblaasje en het gele wat je ziet is een deel van de ingewanden van de bij.
Soms stulpt dit ook naar buiten.....

Omdat ik nogal heftig reageer op bijensteken heb ik mezelf tot


geitenwollensokkenimker (leuk woord voor 'galgje')  benoemd.
Bescherming is het belangrijkst!
Naast mijn kap en handschoenen, ga ik niet meer op mijn slippertjes de bijen in.
Wanneer ik in mijn voet wordt gestoken, kan ik geen dichte schoenen meer aan en niet gewoon lopen.
Als ik gestoken word, krijg ik vreselijke jeuk, de steekplek zwelt op en breidt zich uit.
Vorig jaar werd ik in mijn duim gestoken en na anderhalve dag
was mijn onderarm opgezwollen tot aan mijn elleboog.
Toch ben ik (net) niet allergisch, volgens de indeling van Müller...

Müller, een arts,  heeft de reacties op bijensteken in vijf klassen ingedeeld: de schaal van Müller.

  1. Er ontstaat een plaatselijke rode plek, die gepaard gaat met jeuk. Is na een dag of drie over
  2. Er ontstaat een plaatselijke zwelling, die gepaard gaat met roodheid en jeuk, is na een dag of vier over 
  3. Er ontstaat een rode plek en een zwelling die zich uitstrekt voorbij meerdere gewrichten. Het gaat gepaard met erge jeuk en duurt een dag of vijf
  4. Er ontstaan meerdere reacties zoals bij punt drie, maar dan op afstand van de steekplek
  5. Er ontstaat een allergische reactie: de bloeddruk daalt, de hartslag versnelt, de ademhaling gaat piepend, soms verliest het slachtoffer de controle over de blaas. Deze toestand kan tot bewusteloosheid leiden en is levensbedreigend. Dit wordt ook wel een anafylactische reactie genoemd.


De verschijnselen van schaal 1 t/m 3 zijn normaal en worden geen allergie genoemd. Maar in schaal drie wordt het je toch lastig gemaakt.....
Dat is de reden dat ik sinds vorig jaar toch allergiepilletjes in huis heb....
Vanaf schaal vier moet er een arts komen en is behandeling noodzakelijk, je kunt dan beter geen imker worden.
Het allerbelangrijkst om te doen als je door een bij gestoken wordt, is onmiddellijk de angel eruit halen. Want het gifblaasje kan nog zo'n paar minuten door pulseren en al het gif via de angel je lichaam in brengen.
Het is superbelangrijk om de steekplek uit te zuigen. Dit wordt natuurlijk lastig als je op een plek wordt gestoken waar je niet goed bij kunt, maar daar zijn speciale vacuümpompjes voor uitgevonden.

Gelukkig.... in mijn vinger kon ik de bijensteek deze keer zelf goed uitzuigen en dat deed ik zo goed dat ik er geen last van had. 
Maar misschien moet ik toch wat minder eigenwijs zijn en met handschoenen aan tuinieren.... ;)


Ik ben er dit voorjaar weer druk mee.... mijn drie bijenvolken.
Ik moest vooral heel veel schoonmaken.
Nog wat raampjes timmeren, was erin smelten en kamers klaarmaken.
Klaar om aan het bijenvolk te geven.

Elke keer schrijf ik op wat ik zie en doe en maak ik voor mezelf actiepunten.
En dat is verschillend bij drie totaal verschillende volken.
Volk 1 groeit heel hard, de moer is goed bezig en legt veel eitjes en de laatste keer dat ik binnenkeek, waren er zelfs geen lege cellen meer te  zien.
Wanneer ik naar de vliegopening kijk, is het er maar druk.
In tegenstelling tot het volk ernaast.
En ik dacht: zouden ze er nu al klaar voor zijn om te zwermen?!
Gauw maar een kijkje nemen....
Het volk staat op twee kamers: een broed - en een honingkamer. Ik gaf ze er een extra honingkamer bij. Die plaats ik onder de andere honingkamer want bijen werken het liefst bovenin. Zo maken ze eerst de ene kamer vol en daarna de volgende.
En een week later, hoewel het toen minder druk was, gaf ik er ook een complete broedkamer bij. Ik zette deze onderaan.
Bij volk 5 gaf ik er ook een tweede honingkamer bij door deze onder de eerste te schuiven.
 Omdat ze al zo ijverig waren, had ik weer even de spierballen van Peter nodig. 
Een volle kast kan zomaar 25 kilo wegen.... En van je af en omhoog tillen.... 
daar ben ik niet sterk genoeg voor.
Volk 5 had echter nog genoeg lege cellen over. Het lijkt wel of de koningin een beetje moe is....
 ik zag weinig eitjes.
Volgende keer maar weer extra goed kijken.
Hier zie ik door het gat in de dekplaat wel de ijver en bouwkunst van de bijen.
Waarschijnlijk zitten de raten al helemaal vol en bouwen ze omhoog, tegen het deksel aan.
En ook dat vullen ze met honing....

Na anderhalve week hebben de ijverige bijen van volk 5 al bijna 10 raampjes vol nectar verzameld.
Nu moet de nectar nog worden omgezet in honing.
Maar ik zie echt verschil met het weer.
Ik dacht dat de ijverige haalbijen van volk 1 de honingkamer ook vol zouden hebben, maar na een regenachtige en wat koelere week, was er beduidend minder voedsel binnen gekomen.  Logisch eigenlijk, maar tegelijk interessant om de weersomstandigheden terug te zien in het bijenvolk.

Bij volk 5 plaats ik een

bijenuitlaat. Bij volk 1 doe ik dit een week later.
Dit doe ik onder de bovenste, volle honingkamer.
Een bijenuitlaat is een soort doolhof voor bijen. Vanaf boven kunnen ze er in, 
maar ze kunnen niet meer omhoog.
Als ik de bijenuitlaat een week laat zitten, zijn bijna alle bijen uit de kamer weggegaan.
Dan kan ik zonder stress bij de bijen en zonder verlies van bijen, de honingkamer afnemen. 
Ik zorg dat ik zo snel mogelijk de lege raampjes weer terug geef aan de bijen, zodat ze ze opnieuw kunnen vullen. Nieuwe ruimte voor de bijen en de eerste honingoogst voor de imker!

Volk 3 is erg klein. Hoewel ik ze vorig jaar met veel voer heb ingewinterd, zijn ze nog lang niet op krachten. De moer legt wel eitjes, maar de kast is nog niet vol. Toch moet ik ook bij hen letten op speeldoppen. Willen ze een nieuwe koningin 'maken'? Is hun moer niet goed genoeg meer?
Zó blijf ik bezig en ik zal erover blijven schrijven....



Drachtplanten

Bijen vliegen op allerlei drachtplanten, maar het meeste voedsel halen ze van bomen. Bomen leveren zoveel bloemen met nectar of stuifmeel dat dit een rijke voedselbron voor bijen is. In de zomer wanneer de temperatuur hoog is en de dagen lang, kunnen bijen wel zo'n drie(!) km vliegen voor hun voedsel. Maar tegelijk zullen ze dit niet doen als het niet nodig is.


Op dit moment bloeit de meidoorn volop. Dit is de laatste grote voorjaarsbloeier voor de bijen.
Wist je trouwens dat de meidoorn  voor een groot deel ook voor mensen heel gezond is?

Ik probeerde het dit voorjaar uit en dronk een paar koppen meidoornbloesemthee.
 Lekker en gezond! Maar de rest laat ik lekker zitten voor de bijen.
Halverwege mei tot begin juni komt er een drachtarme periode of een drachtpauze.
De bijen kunnen dan minder voedsel vinden en moeten creatiever omgaan met het voorhanden zijnde voedsel.
Gelukkig is er middenin de stad voldoende verschillende aanplant....
 en anders hebben ze altijd mijn moestuin nog :)


Bijenwas


Met mijn overvloed aan bijenwas - die niet zo vaak verkocht wordt - maakte ik afgelopen weekend een paar potjes Calendulazalf (klik)


Ik had nog calendula-olie van vorig jaar staan, verwarmd met geraspte bijenwas krijg ik 
prachtige, goudgele zalf. Ik gebruik ze niet alleen bij brandwonden
- waarvoor ze heel genezend is - maar ook bij andere wondjes. 
Tevens gebruik ik ze als dagcrème......
Heerlijk!


Honing

Ja.... mijn honingvoorraad is al even op, maar er wordt superhard gewerkt door mijn bijenvolken en dat gaat dag en nacht door. Hoewel de bijen 's nachts als het te koel is, niet buiten de kast komen, wordt er binnenin gewoon doorgewerkt. Bijen verdelen de taken, ze slapen wel maar nooit allemaal tegelijk. Het binnenhalen van de nectar en het stuifmeel gebeurt overdag, maar het opslaan en verwerken kan prima 's nachts doorgaan. Nectar wordt door het toevoegen van enzymen via het lichaam van de bij en door verdamping, ingedikt  tot honing. Ja, bijen zijn super ijverig.

Als je al langer meeleest weet je misschien dat ik geen imker ben geworden omdat ik rijk wil worden van de honingverkoop. Ook eet ik zelf niet veel honing....
Nee, ik vind bijen horen bij de natuur, ze zijn nodig voor de bestuiving en daardoor passend bij een moestuin. Dan krijg je een echte win-win situatie. De bijen hebben meer voedsel, de tuinder krijgt meer opbrengst. En ik heb het gemerkt, de afgelopen jaren! De oude pruimenboom verviervoudigde haar  opbrengst, de appelboom kreeg ook pruimen (?) en ik had veel te veel courgettes waar ik toch uitbundig van genoot.... ik kan nog even doorgaan, maar dit is geen moestuinblog.

Kan ik bijen houden zonder honing te oogsten?
Bij de honingbij, de Apis Meliffera is dat eigenlijk niet mogelijk. Ze zijn erop gericht zóveel voedsel te verzamelen dat het teveel is voor hun eigen voedselvoorraad. Wordt er geen honing geoogst, dan wordt hun huis te klein.
Zouden ze in het wild leven in een holle boom bijvoorbeeld, dan worden ze al snel zó groot dat ze zich opsplitsen... maar dit opsplitsen in nieuwe volken kan bij wijze van spreken oneindig doorgaan....  tot een volk té klein wordt. Elk volk neemt als ze gaan zwermen een honingvoorraad voor 3 dagen mee...…. maar kleine volken zonder onderkomen en zonder voldoende eigen honingvoorraad overleven de winter niet.

Dus honing oogsten? Ja, dat kan. En dat doe ik zeker op een bijvriendelijke wijze. Ik neem honing weg, geef er weer ruimte voor terug. Hebben ze te weinig voedsel - wat ik natuurlijk probeer te voorkomen - geef ik ze extra voedsel in de vorm van honing. En dat gaat allemaal zonder dat de bijen ervoor moeten boeten, ze gaan door met hun werkzame leven.

Honing? Het is een kostbaar product... 
ik krijg al verschillende verzoeken van mensen die dol zijn op mijn honing. 


Als het bordje aan het hek hangt, heb ik weer honing.   
Nog heel even wachten..... Deze week ga ik de tweede honingkamer afnemen.
 Ik schat dat ik zo'n 30 liter vloeibaar goud kan oogsten, maar nog even geduld..... 
De bijtjes hebben zichzelf al bewezen en hun best gedaan. Nu ik nog....



zondag 3 mei 2020

Mand vol Hollands kant

Ze staat niet alleen prachtig, maar ruikt zachtzoet naar voorjaar en vooral.... 
ze is overvloedig en vrij verkrijgbaar en kleurt grasbermen en sloten wit. 
Uitbundig bloeiend om volop van te genieten....
Ik heb het over Fluitenkruid met haar feeërieke, witte bloempjes in verschillende
 samengestelde schermen op holle stengels.  
Het is één van de eerste schermbloemigen die in het voorjaar bloeit 
en dat gaat door tot en met juni.
Haar naam heeft ze te danken aan de holle stengel waar je een fluitje van kunt maken. 
De plant kan wel anderhalve meter hoog worden.
En naast decoratief blijkt Fluitenkruid [Anthriscus Sylvestris]  ook eetbaar: 
ze is familie van de kervel maar daarover later meer.
Gisteren heb ik niet alleen het hele huis 'met bezemen gekeerd', 
maar ook alles eens anders neergezet. Gezellige zitjes op een andere plek in de woonkamer. 
Zodat het weer een plek is waar ik kan ontspannen en op een andere manier tegen de dingen kan aankijken.

En er is plaats voor een mand vol bloeiend Fluitenkruid......

Ooit zag ik op een voorjaarsfair in een hoek van een kraampje een rieten mand witte, fijn bloeiende bloemetjes staan. 
Het leek op kant en zo wordt het ook wel genoemd: Hollands kant!
Nieuwsgierig als ik ben, vroeg ik wat dat was en hoe lang het zo kon staan.
En terwijl niemand keek, liet de-vrouw-met-de-mand me haar geheim zien.

En nu deel ik het hier, zodat ook jij kunt genieten van deze voorjaarsbloeiers in huis. 
Misschien krijg je van lieve mensen om je heen aandacht in de vorm van een bloemetje of koop je ze voor jezelf.
Met deze bloemen haal je het voorjaar in huis en het kost je niets.... behalve een fijne wandeling buiten!



Mand met bloeiend fluitenkruid


Benodigdheden:
  • rieten mand
  • fluitenkruid
  • 6 of 7 glazen potjes
  • mesje
  • oude krant of gebruikt plastic tasje


Hoe pak ik het aan:
Ik heb altijd verschillende rieten manden staan. Heerlijk nostalgisch om mijn moestuinvondsten aan mijn arm erin mee te nemen. Dit soort manden kun je prima bij een kringloopwinkel vinden. Ik heb deze zelfs van het grof vuil gered. Maar nu gaat de mand binnen staan.... even schoonmaken dus.
Op het laantje naast ons huis groeit al genoeg Fluitenkruid voor een mand vol. Ga je wat later in het seizoen plukken, let dan op dat er geen luis in de bloemen zit. Deze plant is daar wel gevoelig voor....  De holle, stevige stengels breek je niet zo makkelijk af, dus neem een mesje mee om de stengels - ietwat schuin - af te snijden.
De hoogte mag verschillend zijn. Korte en lange stengels geven juist een mooi effect in de mand straks.
Zorg dat de bloemen wel boven de rand van de mand uitkomen.
Neem je bloemenoogst mee en leg voor de zekerheid een oude krant op de bodem van de mand.
Zet de glazen potjes erin en vul ze tot de helft met water.

Schik de bloemen in de potjes. Ik liet het hengsel van de mand rechtop staan en 
speelde met de verschillende lengtes. 
Als de hele mand vol staat, kijk je of het één geheel is  en snijd je te lang uitstekende bloemstengels  af.

Zet de mand binnen neer op een mooi plekje.
En wanneer je langsloopt, buk dan even en snuif het voorjaar in.
Omdat de bloemen in water staan, blijft deze mand zeker drie dagen mooi staan. 
Vul het water regelmatig bij, want de bloemen drinken.... 
Misschien dat ze dan nog langer staan. Ik test het nog even voor je uit.

Geniet jij ook zo van alle voorjaarsgeuren en bloeiende bloemen?!



zaterdag 2 mei 2020

Tahin maken

Dit wordt vast mijn kortste blog ooit.
Ik maakte zelf tahin - ta... watte? - en dát is super simpel.

Tahin is een pasta gemaakt van sesamzaad. Een Midden-Oosterse smaakmaker 
die vooral wordt gebruikt in Israël, Libanon en Syrië. 
Van Tahin wordt Tahina gemaakt, een saus die wordt geserveerd bij falafel en shoarma.
Verder is tahin een belangrijk ingrediënt in hummus of houmous.


Tahin

Ingrediënten:
  • 100 g sesamzaad (of minder)
  • snufje versgemalen zeezout

Hoe maak ik het klaar:
Maal de sesamzaadjes fijn in een foodprocessor of met een hulpstuk van de staafmixer.
Als ze zijn fijngemalen ben je er nog niet.
Noten en zaden zijn oliehoudend en juist die olie moet vrij komen. 
Dan wordt het een smeuïge pasta.
Dit betekent dat je nog zo'n 4 tot 5 minuten doormixt.
Je ziet hier in mijn hand poedervormig vermalen sesamzaad.
Dit is fase 1. Onderin wordt het al langzaamaan een pasta.
Als je ongeduldig bent - wat ik natuurlijk noóóit ben ;) - voeg je wat druppels sesam- of zonnebloemolie toe. 
Maar dat is niet nodig, de pasta komt vanzelf.
Voeg er een snufje zeezout aan toe naar smaak.
En bewaar het in een potje op kamertemperatuur.



 Waarom zou je tahin eigenlijk zelf maken?  Op dit 'self-made-blog', kan ik altijd antwoorden: omdat zelf maken leuk is!
Maar er speelt meer mee. Tahin is best prijzig, zelf maken loont. 
Daarnaast gebruik ik tahin niet zo vaak, dus een kleine hoeveelheid volstaat. Wanneer een groter potje lang staat, scheidt de olie zich weer van de pasta en krijg je een hele harde brok met een laagje drijvende olie.
Vers maken wat je nodig hebt, is makkelijker.

En zoals je zelf tahin kunt maken, kun je ook zelf andere notenpasta's maken.
Wat te denken van:
  •  hazelnootpasta 
  • amandelpasta 
  • gemengde notenpasta 
  • de overbekende pindakaas (hoewel pinda's technisch gezien geen noten zijn, maar wel veel olie bevatten)
  • etc
Maak jij dit wel eens zelf? 

donderdag 30 april 2020

Rode bietburgers

Déze  zijn echt lekker!!


Eindelijk eens een post van mij met zelfgemaakte burgers...… 
en kleurrijk en vegan zijn ze ook!

Nog steeds bewaar ik in een emmer zand krootjes oftewel rode bietjes. 
Het is een soort grabbelton geworden, ik weet zelfs niet precies hoeveel ik nog heb.... 
Maar het wordt wel tijd om de grabbelton leeg te maken.....
En dit is hier een fantastisch recept voor.

Heb je de burgers gebakken, kun je ze ook invriezen om er later nog een keer van te genieten. 
Lekker makkelijk!



Rode bietburgers

     Voor  12 stuks

Ingredienten:
  • 700 g rode bieten of krootjes
  • 300 g kikkererwten
  • 2 uien
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 el amandelpasta
  • 3 el bio pindakaas
  • 2 el appelazijn
  • 4 el tarwemeel
  • 2 tl gemalen komijn
  • versgemalen peper
  • versgemalen zeezout
  • 60 g havervlokken
  • scheutje olijfolie

Hoe maak ik het klaar:
Begin de dag van tevoren met het weken van de rauwe kikkererwten. Kook ze de dag zelf in ongeveer 2 uur gaar of kook ze 20 minuten en laat ze verder garen in een hooimadam of hooikist.
Was de bietjes schoon en kook ze in ongeveer 45 minuten gaar.
Je kunt deze stappen ook overslaan. Neem dan een een potje kikkererwten van 350 gram en 500 g voorgekookte bietjes.
Verwijder de schil van de bietjes en rasp ze fijn.
Snipper de ui en pers de knoflook uit. Fruit ze in een beetje olie op laag vuur. 
Giet de kikkererwten af en pureer ze met de staafmixer. 
Meng in een ruime kom de geraspte bietjes, de gefruite ui en knoflook en de fijngemaakte kikkererwten. Meng met alle overige ingrediënten.  

Kneed met je handen even door en vorm er dan platte ronde of ovale 'koeken' van.
Bak de burgers aan beide zijden in de olie tot ze een bruin krokant korstje hebben.

Serveer meteen!


Serveersuggesties:
  • Lekker met rijst en een groene salade. 
  • Maak er een hippe burger van in een bruin broodje gezond en serveer met frietjes.
  • Bak de burgers niet helemaal bruin, laat afkoelen en vries in.
Je kunt ze in de vriezer tot wel 3 maanden bewaren.... tot je volgende kleurrijke feestje :)
Helaas gingen ze bij mij allemaal op.... ze vielen zeer in de smaak.


Oh ja... ik weet niet of de hoeveelheid kikkererwten en krootjes in dit recept helemaal klopt.
Want het is zó makkelijk en leuk om gelijk een portie rozerode hummus te maken. 

Geniet ervan!




dinsdag 28 april 2020

Krachtige lavasolie en zoutloze maggi






Lavas (Levisticum officinale) groeit als vaste plant al jaren in mijn tuin. 
Toch wist ik nooit goed wat ik met de enorme hoeveelheid blaadjes aan moest.
Ik gebruikte wel eens wat blad in mijn kruidenrisotto, kruidenboter en natuurlijk in mijn
 bouillonpasta, maar dan nog bleef er altijd veel blad over.
Tot ik pas een ontdekking deed, waarvoor ik de hele plant goed kan gebruiken!



De plant is afkomstig uit Zuid Europa en meegenomen door de Romeinen tijdens hun veroveringstochten. 
Nu is de plant in heel Europa en Amerika te vinden.
Ze groeit op voedzame grond en houdt van vocht.

Elk voorjaar komt ze opnieuw op en met haar aromatische bladeren
en lange holle stengels die wel 2 meter hoog kunnen worden, is het een bijzondere plant.
Maggiplant wordt het ook wel genoemd, omdat de sterke geur aan het maggi-aroma
in het donkerbruine flesje doet denken.
Ook lijkt de smaak wat op selderij.
Lavas is een gezond kruid: ze verlicht spijsverteringsproblemen.
Reden genoeg om nog meer met deze plant te doen.
Lavas is gedroogd tot poeder prima te gebruiken als zoutvervanger in tal van gerechten.
En lavasolie is een bijzondere en decoratieve smaakmaker in sausen, soepen of andere gerechten.

Ik maakte beide klaar.... 


Gedroogde lavas


Hoe maak ik het klaar:
Pluk een bos lavas of maggikruid.

Bind dit bij elkaar en laat het omgekeerd aan de lucht drogen.
Dit duurt ongeveer een dag of vijf, hoewel ik wat slordig ben en zo'n bos gerust twee of drie weken laat hangen.

Als de lavas droog en knisperig aanvoelt, is het goed.
Je kunt de blaadjes en stengels ook drogen in een voedseldroger. 
Spreid ze dan uit en droog ze in ongeveer 3 tot 4 uur op 45 graden.
Haal de dikke stengels eruit.
Doe de blaadjes en dunne steeltjes in een kom en mix alles fijn 
met de staafmixer tot een groen poeder.

Dit bijzonder uitziende poeder staat niet alleen goed en gezond over tal van gerechten,
 maar het maakt zout overbodig!
En al is het niet nodig op doktersadvies, minderen met zout is nooit verkeerd.

Dát testte ik uit! En waar kan ik dat beter op uittesten dan op een portie patat?

Juist ja, zonder zout smaakt dát een stuk minder lekker. Maar als je in plaats van zout lavaspoeder
  gebruikt, mis je het zout niet. Tenminste: ik miste het niet.


Ik ben opgegroeid met het gebruik van het donkerbruine flesje Maggi (merknaam). Het stond vroeger regelmatig op tafel.

Maar laat je niet in de war brengen. In dit flesje zit geen lavas, geen enkel natuurlijk kruid zelfs.
Alleen twee E-nummers (E621, E631) als smaakversterkers.

Nu kocht ik dit al nooit, maar ik heb nu ook een geweldig alternatief!!




Om nog meer met lavas te doen, maakte ik lavasolie: geliefd bij koks, bijzonder culinair.

Lavasolie

      voor 300 ml

Ingrediënten:
  • 125 g verse lavas (blad en steel)
  • 300 ml zonnebloemolie of een andere olie






Hoe maak ik het klaar:

Was de lavasblaadjes goed, verwijder de dikke stengels. Snijd de blaadjes en dunne steeltjes zo fijn mogelijk.
Verhit de zonnebloemolie in een ruime pan tot 70°C. 
Voeg de fijngesneden lavas toe en mix met de staafmixer de blaadjes fijner in de hete olie.
Houd de temperatuur ongeveer  10 minuten lang constant en blijf het kruid fijner maken met de staafmixer.
Haal van het vuur en laat wat afkoelen.
Zeef de olie nu dubbel, eerst door een fijn zeef, daarna door een kaas- of neteldoek.
Knijp alle olie eruit en schenk de afgekoelde, lichtgroene olie in flesjes.

Gebruik deze olie als smaakmaker in een dressing, in mayonaise voor een speciale twist
 of garneer soep met een mooie, groene swirl.

In plaats van  zonnebloemolie kun je ook andere oliën gebruiken met een hoog rookpunt 
- goed te verhitten - zoals arachide (pinda) olie of maïsolie.

Heb je zelf (nog) geen lavas in de tuin staan? 
Je kunt zaad bij een tuinwinkel bestellen of lavas als kruidenplantje kopen bij bijvoorbeeld Intratuin.
Je kunt lavas in poedervorm (al gedroogd) kopen in bijvoorbeeld Ekoplaza of kruidenwinkel.
Kom je er niet uit: een moederplant kun je ook scheuren om te vermeerderen.
Kom maar langs....

 Het is echt leuk om meer te doen met kruiden!





vrijdag 24 april 2020

Oranjetompouce zelf maken

We aten ze op Koninginnedag en nu natuurlijk op Koningsdag. 
Dé oranjetompouce: die 'hoort' erbij.
En omdat er dit jaar van feestvieren op de gebruikelijke manier niet zoveel terecht komt, 
is het snoepen van oranje tompouces misschien wel een hoogtepunt op deze feestdag! 
Hoewel, het is altijd een hele uitdaging om zo'n tompouce netjes naar binnen te werken.
Vorig jaar las ik eens kritisch de ingrediëntenlijst door van de tompouces die in de winkel liggen.
 Mijn lieve hemel: 14 E-nummers. Dit hoeft ècht niet!!
Waar zijn conserveermiddelen voor nodig als je deze tompouce op de dag zelf koopt en opeet?
Waarom kleurstoffen uit de fabriek gebruiken, terwijl ze ook in de natuur gevonden worden?
Dan maak ik deze tompouces toch lekker zelf?

En ha..... dat blijkt te kunnen. Tenminste : ik kan het, dus dan kun jij het vast ook!
Ben jij niet dol op E-nummers  en houd je wel van iets meer uitdaging 
dan alleen het eten van de tompouce?
Maak 'm zelf!



Oranjetompouce


                voor 6-8 tompouces

Ingredienten:
  • 1 vel vers bladerdeeg 
  • 2 wortels
            voor de banketbakkersroom
  • 2 eierdooiers
  • 80 g fijne rietsuiker
  • 25 g custardpoeder
  • 30 g bloem
  • 5 dl sojamelk
  • 1 tl vanillesuiker
          voor het glazuur
  • 50 g poedersuiker
  • 5 tl wortelsap, vers gemaakt


Hoe maak ik het klaar:
Een tompouce maak je in fases klaar, oftewel je bouwt 'm op. En eten moet je vers doen, want dat is het lekkerst!
Als eerste maak je de banketbakkersroom.
Roer de eierdooiers glad met de helft van de suiker. Voeg dan het bloem en de custardpoeder toe. Roer goed door. Voeg nu de overige suiker toe en roer met 3 à 4 el koude melk de massa los. Breng de overige melk aan de kook. Voeg het ei-custardmengsel al roerend met een garde aan de melk toe.

Blijf goed roeren om klontjes te voorkomen. Breng al roerende weer aan de kook en laat het zachtjes 2 à 3 minuten doorkoken.  Voeg de vanillesuiker toe en laat de zeer dikke room afkoelen, terwijl je af en toe blijft roeren.
Is de room te dik voor gebruik, dan kun je met een staafmixer het geheel wat gladder en zachter maken.
Laat de room staan.

Verwarm de oven voor op 200 graden.
Snijd de vellen bladerdeeg in rechthoeken: van 4 bij 10 cm.

Je krijgt op deze manier zo'n 10 tompouces uit een vel. Je kunt wat bladerdeeg bewaren of je maakt wat extra banketbakkersroom als je er 10 wilt kunnen uitdelen.
Prik de stukken bladerdeeg voor de bodem in met een vork. 
Bak de rechthoekige bladerdeegstukken 10 minuten in een voorverwarmde oven.
Haal ze er dan uit en druk de plakken met een schone theedoek plat. Bladerdeeg heeft de neiging om te gaan rijzen, maar dat is voor een tompouce niet wenselijk.
Bak de plakken daarna nog 10 minuten af.
Laat ze helemaal afkoelen.

Maak nu het glazuur.
Van een verse wortel kun je wat sap krijgen met behulp van een sapcentrifuge of slowjuicer. 
Ook kun je de wortel raspen, het rasp heel goed uitknijpen en vervolgens het opgevangen sap gebruiken.
Je hebt maar een paar theelepels nodig.

Doe de poedersuiker in een schaaltje en voeg zoveel wortelsap toe, dat de poedersuiker goed los te roeren is.
De oranje kleur wordt lichter door de witte suiker, maar hóe leuk is deze gezonde, 100% natuurlijke kleurstof.

En nu het bouwproces:
Leg de rechthoekige, platte plakjes neer. Verdeel hier een dikke laag banketbakkersroom over. Leg het tweede plakje bladerdeeg hier bovenop. Snijd eventueel wat uitpuilend room weg. 
Druppel en smeer hierover de glazuur en.....



Smullen maar!


Natuurlijk is deze tompouce gezonder als een exemplaar wat je aan een kraampje of in de winkel koopt. Ik weet precies wat er in zit. Er zit wel wat suiker in, maar geen zuivel en vooral geen E-nummers. In plaats daarvan gebruik je volledig natuurlijke kleurstof!

Nog enkele leuke tompouce weetjes:

  • Een tompouce is altijd 4 x 10 cm
  • Sinds 27 april 1967 is de oranje tompouce Koningsgebak, toen de Oranjes hem bestelden bij de geboorte van Willem Alexander

  • De naam tompouce is gebaseerd op de naam van een circusartiest die zichzelf admiraal Tom Pouce noemde. Pouce betekent 'duim' in het Frans, de artiest was dan ook een dwerg
  • Je mag tompouce, maar ook tompoes schrijven. Over de hele wereld is de tompouce bekend
  • In Frankrijk wordt het 'millefeuille' genoemd wat 'duizend laagjes' betekent. In België  heet het: 'boekske' of 'glacéke'. Napoleonbakske wordt de tompouce ook wel genoemd en daarom heet hij in Amerika, Zweden, Noorwegen en zelfs Rusland 'de Napoleon'. 

En nu kiezen hóe te eten: ga je breken, schuiven of gewoon happen?!

Laat het je smaken!
Fijne Koningsdag!